UNIZO en de spagaat van de Billijke Vergoeding: hogere gymnastiek ten nadele van de artiesten
Verslag, Nieuws, België, Unizo, Zelfstandigen, Auteursrechten, Auteurswet, Billijke vergoeding, Playright, Simim - PlayRight

UNIZO en de spagaat van de Billijke Vergoeding: hogere gymnastiek ten nadele van de artiesten

In de zogenaamde Commissie Artikel 42 (naar het bewuste artikel in de Belgische auteurswet) buigen vertegenwoordigers van rechthebbenden en betalingsplichtigen zich onder toezicht van de federale overheid over de regelgeving en tarifering van de Billijke Vergoeding.

donderdag 11 april 2013 15:49

Volgens zelfstandigenorganisaties UNIZO en NSZ zou afgelopen maandag (8 april 2013) in die commissie besloten zijn tot het instellen van de mogelijkheid tot vrijstelling van betaling van de Billijke Vergoeding voor beoefenaars van vrije beroepen. Zij betalen deze vergoeding voor het spelen van muziekopnamen in hun wachtkamers; de inningen worden evenredig verdeeld tussen de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen.

Als grond voor hun streven voeren de zelfstandigenorganisaties het arrest ‘Del Corso’ van het Europees Hof van Justitie, daterend van 15 maart 2012 aan. Daarin werd effectief geoordeeld dat tandartsen vrijstelling van de betaling van billijke vergoeding kunnen claimen. Veel in de materie gespecialiseerde juristen zijn door die beslissing nog steeds verbijsterd, maar in elk geval wordt in hetzelfde arrest ook uitdrukkelijk gesteld dat elke situatie van gebruik van muziek apart moet beoordeeld worden. De beslissing van het Hof in de zaak mag dus niet veralgemeend worden tot andere situaties. Dit is nu precies wat UNIZO en NSZ beogen, door de draagwijdte van het arrest en stoemelings van de tandartsengilde naar alle vrije beroepen uit te breiden.   

De beslissing is alleszins nog niet van kracht, en de betrokken beheersvennootschappen (PlayRight voor de uitvoerende kunstenaars en SIMIM voor de fonogramproducenten) zijn van plan zich met hand en tand te verzetten tegen deze kwalijke interpretatie van de Europese rechtspraak, die schijnbaar door de Belgische overheid niet wordt tegengesproken.

Zeer bijzonder in dit verhaal is de rol die UNIZO speelt. Een tijd geleden riep deze machtige belangenbehartiger binnen zijn schoot een cel ‘creatieve industrie’ in het leven, waarmee men wil uitreiken naar artiesten. De bewuste cel zou hen zakelijk en juridisch moeten ondersteunen, maar veel meer dan wat gratuit watertrappen en krampachtige pogingen om het veld te bezetten hebben we van die kant nog niet gezien. Afgezien van het feit dat ten gevolge van het kunstenaarsstatuut voor het merendeel van de Belgische artiesten een vermoeden van werknemerschap geldt, is de profilering van UNIZO natuurlijk zo doorzichtig als wat: de organisatie ziet in artiesten een reservoir van potentiële nieuwe leden-zelfstandigen; Dit in het licht van de modieuze “de-artiest-als-ondernemer”-mantra.

Deze vorm van bandwagon jumping wordt ronduit bedrieglijk en beledigend als men bedenkt dat Unizo al sinds het begin van de inning van de Billijke Vergoeding alles in het werk heeft gesteld om elke verhoging van de tarieven van de Billijke Vergoeding tegen te gaan, en het draagvlak van de rechten van artiesten te verzieken met onophoudelijk geklaag over de gesel van auteursrechtelijke heffingen voor de kleine zelfstandige. En vandaag neemt men alweer zijn wensen voor werkelijkheid, door met de fanfare voorop de billijke vergoeding dood te verklaren in de wachtkamers van alle vrije beroepers.

Faut le faire: artiesten het UNIZO-lidmaatschap trachten aan te smeren en zich positioneren als zelfverklaarde steunpilaar van het creatieve veld, maar aan de andere kant van het gordijn de vergoedingen die rechthebbenden voor hun creatieve arbeid toekomen, teniet trachten te doen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!