Nieuws, Europa, Analyse, Margaret Thatcher -

Hoe Thatcher een kwarteeuw na haar aftreden ons leven en denken blijft beheersen

“Economics are the method, but the object is to change the soul”, zei Thatcher ooit. Haar economisch model bezorgde ons de bankencrisis, maar Margaret, de zielenknijper, sneed nog dieper. Het neoliberalisme à la Thatcher vreet onze manier van denken aan. Meer dan een kwart van de Britten denkt nu dat armoede in de eerste plaats te wijten is aan luiheid.

dinsdag 9 april 2013 00:51

Alle cijfers wijzen er op dat het resultaat van het neoliberalisme à la Thatcher en Reagan een herverdeling inhield ten gunste van de allerrijksten. Aan het eind van de jaren ’70 – na dertig jaar opbouw van de welvaartstaat – hadden de 0,1 procent rijkste mensen van Groot-Brittannië en de VS 2 procent van het nationaal inkomen. Na tien jaar neoliberalisme was hun aandeel in Groot-Brittannië al bijna verdubbeld en in de VS zelfs verdrievoudigd.

Ging er in de jaren ’70 nog 65 procent van het nationaal inkomen naar werknemers, dan zakte dat tijdens het bewind van Thatcher tot 53 procent. In 1979 leefden 5 miljoen Britten in armoede. Na het tijdperk-Thatcher waren dat er bijna 14 miljoen.

Aan de zwakke groei wist Thatcher weinig te veranderen. De gemiddelde groei onder haar bewind was lager dan in de crisisjaren ’70. De deregulering en daaruit voortvloeiende explosieve groei van de financiële sector leverden ons dertig jaar later de grootste financiële crisis sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw op.

Marginale neoliberalen

Aanhangers van het neoliberalisme waren ooit een marginaal clubje. De Oostenrijkse politieke filosoof Friedrich von Hayek, zeg maar de peetvader van het neoliberalisme, richtte in 1947 de Mont Pelerin Society op, genoemd naar een Zwitsers kuuroord waar het genootschap voor het eerst samenkwam. Onder de eerste leden vind je namen als de econoom Milton Friedman en de filosoof Karl Popper.

Zij waren vurige tegenstanders van het sociaal compromis dat tot stand kwam na de Tweede Wereldoorlog. In het Westen kwam er relatieve sociale rust in ruil voor herverdeling. De overheid en de sociale partners kregen een belangrijke rol in de werking van de economie. Von Hayek voorspelde toen al dat het een generatie zou duren voor de neoliberalen die ideeënstrijd zouden winnen.

Pas in de jaren ’70 kwam er schot in de zaak. Het neoliberalisme brak eerst door op academisch niveau. Von Hayek kreeg de Nobelprijs voor Economie in 1974. Twee jaar later was die eer weggelegd voor zijn leerling Milton Friedman. Drie jaar later werd het neoliberalisme de nieuwe officiële economische doctrine van de VS en Groot-Brittannië. In augustus 1979 werd de neoliberaal Paul Volcker voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank. Drie maanden eerder was Margaret Thatcher verkozen tot Brits premier.

Britse industrie weggevaagd

Thatcher wist meteen wat haar te doen stond. Om het naoorlogse groeimodel te keren moest ze de macht van de vakbonden breken, de sociale zekerheid ontmantelen, overheidsbedrijven privatiseren, de financiële markten dereguleren en de belastingen voor de grootste inkomens verlagen.

Het beleid van Thatcher brak de ruggengraat van de Britse industrie. Alle hindernissen voor buitenlandse concurrentie werden afgebroken en de hoge rentevoeten stuwden de pond omhoog. Dat betekende feest in de City van Londen – het financiële hart – maar de doodsteek voor de staalindustrie in Sheffield en de scheepsbouw in Glasgow. Het resultaat kan je zien in de films van Ken Loach. In Calton, één van de armste wijken van Glasgow is de levensverwachting nu 54, evenveel als in Liberia en Kenia.

De werkloosheid piekte. Alan Budd, één van de economische adviseurs van Thatcher legde het ooit heel eerlijk uit: “De werkloosheid verhogen was een extreem aantrekkelijke manier om de macht van de werkende klasse te verzwakken”. Hele industrieën verdwenen en de vakbonden met hen. In de plaats kwamen ongeorganiseerde werklozen die gedwongen door lage uitkeringen aan de slag wilden voor hongerlonen. Britse vakbonden lieten ooit hun macht voelen met welgemikte stakingen voor meer sociale rechten en meer loon. In de jaren dat Thatcher aan de macht was decimeerde het aantal stakingen.

De mijnwerkers breken

Maar dat was nog niet genoeg. Er restte Thatcher nog één finale strijd met de vakbonden. In 1974 had een mijnstaking het kabinet van de conservatief Ted Heath gekraakt. Heath was een voorganger van Thatcher. Hij trok naar de verkiezingen met de slogan ‘Who governs Britain?’. Waarmee hij wou zeggen: de vakbonden of de politici? Het antwoord was ontnuchterend voor Heath. Hij verloor de verkiezingen.

De mijnwerkers vormden de voorhoede van de Britse vakbonden. De enige algemene staking ooit in Groot-Brittannië kwam er in 1926 uit solidariteit met stakende mijnwerkers. Thatcher wist dus dat ze met de mijnvakbonden moest afrekenen. In 1984 lokte ze een staking uit door de sluiting van enkele mijnen aan te kondigen. Daardoor zouden er 20.000 jobs verdwijnen. Enkele weken begon de staking die net geen jaar zou duren. Een lange winter zonder inkomen, ongeziene politie-repressie en gemene mediacampagnes tegen de stakers en Arthur Scargill, hun leider, waren er te veel aan. De mijnwerkers verloren de strijd. De Britse vakbonden liepen een trauma op dat tot nu blijft doorwerken.

“Economics are the method, but the object is to change the soul”, zei Margaret Thatcher ooit. En de ziel heeft ze zeker veranderd. Sociale fraude is bijvoorbeeld in de hoofden van veel mensen een groot probleem geworden. Uitkeringen worden gelinkt aan profiteren. Nochtans spreken de cijfers dat tegen. De uitkeringsfraude in Groot-Brittannië wordt geschat op 1 miljard pond. Het bedrag dat de overheid misloopt door belastingontduiking bedraagt wellicht 70 miljard pond. Zeventig keer meer dus en toch wordt geen enkele rijke Brit nagewezen als profiteur. Uit recente peilingen blijkt dat meer dan een kwart van de Britten vindt dat luiheid de hoofdoorzaak is van armoede.

Falklandoorlog

Veel heeft het trouwens niet gescheeld of de dood van Thatcher zou ongemerkt voorbijgegaan zijn. Het was uiteindelijk een oorlog om twee onooglijke eilandje in de Atlantisch Oceaan die de kansen keerden voor Thatcher. Vlak voor de Falklandoorlog groeide de weerstand tegen haar beleid, zelfs binnen haar eigen partij. Thatcher zette de Britse troepen in om de eilandjes – samen niet veel groter dan Cyprus met nog geen 3000 inwoners – te heroveren op Argentinië. Een ongeziene golf van door de media opgehitst patriottisme overspoelde Groot-Brittannië. Thatcher stelde zo meteen haar herverkiezing veilig.

De komende dagen zullen de Britten ettelijke keren mogen horen dat Thatcher “put back the great in Great Britain”. De werkelijkheid is dat ze de toon zette van een economisch beleid waar nooit meer van werd afgeweken en dat na het begin van de crisis in 2008 zelfs aan een revival bezig is. Het beleid opgelegd door de Europese Unie is Thatcherisme. Wat een mooi eerbetoon aan een vrouw die in 1988 in een toespraak in Brugge zwaar uithaalde naar de “European super-state”.

Inspiratie:
A brief history of neoliberalism van David Harvey
The enemy within, the secret war against the miners van Seumas Milne
Chavs, the demonization of the working class van Owen jones

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!