Belastingparadijzen en offshore-industrie: stormrammen voor belastingverlaging en financiële deregulering
Opinie, Nieuws, Economie, Financiële crisis, Economische crisis, Fiscale fraude, Welvaartstaat, Attac Vlaanderen, Belastingontwijking, Neoliberaal, Belastingontduiking, Offshore leaks -

Belastingparadijzen en offshore-industrie: stormrammen voor belastingverlaging en financiële deregulering

Even was het wereldnieuws. Bijna zo belangrijk als de voorbije Pausverkiezing en het proces Kim De Gelder. De koppen in de modale pers logen er niet om: “Datalek legt geldstroom naar belastingparadijzen bloot”; "Superrijken sluizen duizenden miljarden weg"; “Lek leidt mogelijk tot schokgolf in financiële wereld”.

maandag 8 april 2013 19:33

Natuurlijk is het een titanenwerk wat 86 journalisten na drie jaar onderzoek gepresteerd hebben. Een onderzoek waaraan 36 internationale media (waaronder The Guardian, BBC, het Franse Le Monde, de Süddeutsche Zeitung en Norddeutscher Rundfunk, The Washington Post, de Canadian Broadcasting Corporation (CBC) en het Belgische Le Soir) hebben meegewerkt.

Het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) heeft via een harde schijf die onder andere ongeveer 2 miljoen e-mails bevatte. Hiermee wist men informatie over 122.000 offshorebedrijven en rond de 12.000 tussenpersonen te achterhalen, voornamelijk van de Maagdeneilanden. In de documenten staat de identiteit van duizenden vermogende betrokkenen over de hele wereld, van megarijken tot overheidsfunctionarissen. De hoeveelheid documenten is het tienvoudige van wat Wikileaks ooit naar buiten bracht aan Amerikaanse diplomatieke stukken. Volgens Le Soir staan op de lijst ook enkele honderden Belgen, vooral Antwerpse diamantairs.

Of deze onthullingen inderdaad kunnen leiden tot ‘een seismische schok’ zoals de Britse The Guardian schreef valt af te wachten. Natuurlijk zijn deze onthullingen niet aangenaam voor de superrijken in de wereld, want hun geheime vermogens zijn gedeeltelijk op straat gegooid. Ze weten echter maar al te goed dat er voorlopig weinig of niets zal veranderen, dat ze veilig en droog zitten in hun offshoreconstructies omdat de fiscale dumpingrace tussen nationale overheden en staten onverminderd zal blijven doorgaan.

Wat me toch tegen de borst stuit is hoe alle commerciële media deze onthullingen nu brengen als groot nieuws, terwijl ze de sociale bewegingen die reeds meer dan een decennium op deze nagels kloppen nooit au serieux namen of weglachten. Een groot aantal journalisten die vandaag verontwaardigd zijn hebben jarenlang de neoliberale ideologie gevolgd. De rijken en bedrijven moesten ontzien worden en ze stelden zelf actief de verzorgingsstaat in vraag.  Ze ondersteunden of lanceerden zelf verschillende aanvallen op de vakbonden en de sociale strijd. Daarom zullen ook deze onthullingen hun nieuwswaarde verliezen en de duimen moeten leggen tegen anekdotische verhalen over de dochter van oud-dictator Ferdinand Marcos of een oligarch uit Mongolië.

“Daarom zullen ook deze onthullingen hun nieuwswaarde verliezen en de duimen moeten leggen tegen anekdotische verhalen over de dochter van oud-dictator Ferdinand Marcos of een oligarch uit Mongolië.”

In het grootste deel van de media zullen deze onthullingen eindigen als entertainment. Als een spel dat door zeer rijke en corrupte mensen, gezeten aan bruisende stranden met wuivende palmbomen, wordt gespeeld.

Deze media hebben het voorbije decennium meer geïnvesteerd in entertainment dan in onderzoeksjournalistiek, waarvoor zogezegd geen financiële middelen meer beschikbaar waren. Door de offshoreleaks-affaire wordt nog maar eens duidelijk gemaakt hoe belangrijk onderzoeksjournalistiek is wanneer de pers zich aan een van haar belangrijkste taken, de waakhond van de democratie zijn, wil kwijten.

Veel politieke statements vandaag zijn louter bestemd voor de electorale achterban en voor de tribune. De ophef rond offshoreleaks is nog maar enkele dagen oud en ze is reeds flink aan het uitdoven (Of laten we zeggen ‘wordt reeds flink uitgedoofd). Nadat iedereen zijn zegje heeft gedaan en zijn voorstel heeft ingediend – de meeste stemmen in het kakelende koor zingen “het kan alleen maar internationaal opgelost worden (hier valt zeker en vast iets voor te zeggen), alleen kunnen we niets” – gaan we langzaam maar zeker weer over tot de gewone fiscale orde van de dag. Naar een systeem van fiscale onrechtvaardigheid, gedoogd door de politieke overheden, ondersteund door een legertje van banken, accountantsbureaus en allerlei fiscale adviseurs.

Van deze twee krantenkoppen keken we natuurlijk niet op: “Onderzoek treft vooral Antwerpse diamantairs” en “Belgen op wereldwijde lijst van belastingontduikers”. We zouden onaangenaam verrast geweest zijn mochten er geen Belgen op de lijst pronken. Waarom zouden Belgische grote vermogens ethischer zijn dan vermogens uit andere landen? Dat fiscale ethiek en de diamanthandel reeds lang geen vrienden meer zijn weet elke inspecteur van financiën. De offshore industrie en fiscale adviseurs leven nu eenmaal van de fiscale zedeloosheid van ‘s werelds gefortuneerden.

“BBI onderzoekt Belgische ‘offshoreleaks’” en “Crombez onderzoekt rol van banken in megafraude” waren de koppen een dag na de onthullingen. Dat is zeker goed nieuws, maar Crombez en BBI hadden toch niet hoeven wachten op ‘offshore leaks’ om in actie te komen. De mondiale beweging voor sociale rechtvaardigheid heeft sinds het Europees Sociaal Forum in Florence tientallen rapporten en honderden artikels geschreven om de politieke aandacht op deze fiscale roof te vestigen. Het heeft echter nooit tot grote daden mogen leiden, ook niet vanwege de G20 die in april 2009 in Londen hoog van de toren bliezen.

Er is geen enkel fiscaal paradijs verdwenen en er is geen fiscale constructie om belastingen te ontduiken minder opgericht. Integendeel. Het is nu eenmaal gemakkelijker om de nultolerantie te hanteren voor de zwakke schakels, zwartwerkers en werklozen die frauderen. Bij megarijken en diamantairs die fiscale fraude plegen volgen jarenlange processen en eindigt de zaak met een sisser of hoogstens met een deal. We weten nu door de onthullingen van ‘offshore leaks’ nog maar eens zwart op wit dat honderden Belgische bedrijven gespot zijn op de lijsten. Maar wie zal KBC, BNP Paribas Fortis, Solvay, GDF Suez en anderen de komende maanden een strobreed in de weg leggen?
 

“We weten nu door de onthullingen van ‘offshoreleaks’ nog maar eens zwart op wit dat honderden Belgische bedrijven gespot zijn op de lijsten. Maar wie zal KBC, BNP Paribas Fortis, Solvay, GDF Suez en anderen de komende maanden een strobreed in de weg leggen?”

KBC argumenteert nu reeds dat hun “offshore activiteiten volledig wettelijk georganiseerd zijn”. Daar wringt inderdaad het schoentje: de onthullingen ontlokken veel woede en ongeloof bij het grote publiek, maar zijn strikt genomen legaal. Zolang belastingontduiking gewoon belastingontwijking wordt genoemd is de weg vrij voor de verdere plundering van de sociale gemeenschap.

25.000.000.000.000 euro offshore: de grootste plundering uit de wereldgeschiedenis

Reeds veertien jaren proberen sociale bewegingen zoals Attac Vlaanderen (en alle Attac’s wereldwijd) en het onvolprezen Tax Justice Network (waarvan Attac Vlaanderen al tien jaar lid is) de aandacht van de politiek en het grote publiek te vestigen op de grootste roof aller tijden. De ongeveer 25.000.000.000.000 euro die zowel op legale als op illegale wijze versluisd wordt via fiscale paradijzen en offshorecentra (het exacte bedrag kan nog veel hoger liggen want juist de “geheimhouding” is een van de sterkste kanten van deze vrijhavens). Dit cijfer is een equivalent van de gecombineerde economieën van de VS en Japan. Eindelijk haalt deze immorele plundering even de populaire media, na de Europese crisis rond de bankenbubbel op Cyprus en vandaag via offshoreleaks.

De belastingparadijzen zijn inderdaad het hart van het gefinancialiseerde kapitalisme in zijn neoliberale fase. Zij zijn het waarlangs de winstaccumulatie gedraineerd wordt en uit het bereik van de overheid wordt gehouden. Op deze manier wordt de via sociale (klassen)strijd opgebouwde verzorgingsstaat ondermijnd.

Geheimhouding/ondoorzichtigheid is dè kerneigenschap van het globale financiële systeem. Rechtsgebieden beconcurreren mekaar op het vlak van geheimhouding om zo financiële stromen aan te trekken. Maar dit alles heeft een prijs. Financiële ondoorzichtigheid vormt een gegeerde dekmantel voor allerlei misdaden en misbruiken: het witwassen van geld, handel met voorkennis, financiering van terrorisme, verduistering, Ponzi-spelletjes (Herinner u Bernard Madoff!), illegale geldstromen, fiscale fraude, enz…

Het belangrijkste doel van deze geheimhouding is echter de financieel-economische plundering van de eigen overheid: beantwoorden aan het verlangen om weinig of liefst geen belastingen te betalen (belastingontwijking en belastingontduiking) op de winsten die gegenereerd worden door de arbeid en productiviteit van werknemers. Belastingontwijking, ‘creatieve belastingsplanning’ volgens sommige fiscale experts, ‘fiscale spitstechnologie’ volgens juristen, heeft als enig doel zo weinig mogelijk belastingen af te dragen aan de publieke schatkist. Belastingontwijking is dus belastingontduiking, punt uit.

“Belastingontwijking, ‘creatieve belastingsplanning’ volgens sommige fiscale experts, ‘fiscale spitstechnologie’ volgens juristen, heeft als enig doel zo weinig mogelijk belastingen af te dragen aan de publieke schatkist. Belastingontwijking is dus belastingontduiking, punt uit.”

Het is allebei immoreel, maar daar liggen de megarijken en bedrijven niet wakker van. Ontwijking is legaal en ontduiking illegaal. Toch is het voor de fiscus op het einde van de rit (of beter gezegd ‘vlucht’) hetzelfde: de overheid kan het door de offshoreconstructie verborgen kapitaal niet belasten.

Neoliberale globalisering via offshore: mondiale paradijzen voor de rijken, sociale woestijnen voor de werknemers

Het belangrijkste gevolg van de geheimhoudingsindustrie is de afbraak van de verzorgingsstaat en de groei van sociale ongelijkheid. Hierdoor wordt de wereld herschapen tot een sociale jungle. Wanneer we het over globalisering en neoliberalisme hebben dan moeten we het daar dus ook over hebben. De klassenstrijd is vandaag een fiscale strijd van rijk tegen arm, van het grote geld tegen de werknemers en verloopt via de fiscale paradijzen en offshore centra. De trucs van de rijken worden gelegaliseerd door de wetten (en de mazen in de wetten) van de politieke overheden.

Tijdens het industriële kapitalisme werd een deel van de economische meerwaarde aangewend voor verdere innovatie en ontwikkeling. hierdoor werd meer werkgelegenheid gecreëerd en werd via een progressieve fiscale herverdeling – na zware sociale strijd vanuit vooral de vakbonden – een verzorgingsstaat gerealiseerd. In het financiële kapitalisme wordt steeds minder meerwaarde omgezet in ontwikkeling maar afgeleid naar fiscale constructies om de eigen overheid te bestelen en het private vermogen te vergroten.

Door deze fiscale plundering verliezen de begrotingen van de moderne staten aanzienlijke inkomsten en worden ze meegesleurd in een moordende belastingconcurrentie. Hieraan ontsnapt ook België niet, zoals blijkt uit de notionele interestaftrek. Zo ontstaat er een strijd tussen enerzijds de beleggers die steeds meer ‘return on investment’ willen, en anderzijds de burgers die de sociale verworvenheden van de verzorgingsstaat willen behouden.

Offshore belastingparadijzen en de financiële en economische wereldcrisis

Offshore belastingparadijzen en de mondiale fiscale carrousel speelden en spelen een centrale rol in de financiële wereldcrisis, maar vrijwel niemand merkte dit op. Voor de meeste commentatoren en analysten van de voorbije jaren spelen fiscale paradijzen nauwelijks of geen rol in hun beschouwingen. Natuurlijk hangt er een waas van mysterie over de belastingparadijzen, maar deze is zelf gecreëerd: alsof de economische en fiscale experts niet reeds langer de banden kennen tussen de grote banken en offshore-centra.

Laten we eerst twee grote, wijdverbreide misvattingen ophelderen: Ten eerste draait het in belastingparadijzen niet alleen om belastingontduiking. Zij bieden een niet enkel een uitweg aan belastingen, maar ook aan financiële regelgeving, strafrecht, democratische controle en nog veel meer. Voor de rijken en de bedrijven die ze gebruiken bieden belastingparadijzen het hele jaar door een veilige ontsnappingsroute tegen de democratische beperkingen, plichten en lasten die door de rest van ons, werkenden en werklozen, wel worden ondergaan. De geheimhouding en de fiscale achterpoortjes zijn niet bedoeld om het geld van de lokale bevolking aan te trekken maar dat van buitenlanders. Deze wetten zijn geschreven voor insiders door insiders, zonder dat daarvoor democratische verantwoording moet afgelegd worden. Ze zijn private wetgevende machines. Offshore is bijna per definitie een met bellen gevulde ruimte. De implicaties voor de laatste financiële crisis, en voor toekomstige, moeten dus duidelijk zijn.

De tweede grote misvatting draait om de echte geografie van ‘offshore’. Daarvoor moeten we eerst terug in de tijd. Na de Grote Depressie van de jaren 30 en de progressieve ’New Deal’ van president Roosevelt was Wall Street gebonden aan reglementen zoals de ‘Glass-Steagall Act’, die gevaarlijke ‘casino’-investeringsbanken gescheiden hield van de commerciële nutsbanken. De coöperatieve mondiale economische orde van na de Tweede Wereldoorlog beteugelde financieel zakendoen over de grenzen en belastte de rijken, terwijl bankiers strak in het gareel gehouden werden. Vanaf de jaren zeventig werd duchtig gedereguleerd en werd kapitaal steeds mobieler.

Wall Street vond zijn ontsnappingsroute in ‘The City’ van Londen. Groot-Brittannië werd gastheer voor een nieuwe niet-gereglementeerde markt – de zogenaamde Euromarkt – waar banken de vervelende beteugelingen naast zich neer konden leggen. De Euromarkten verspreidden zich snel naar Zwitserland, Caraïbische belastingparadijzen, en verder – maar Londen bleef de grootste speler. Van een klein begin in de jaren 1960 gingen de nieuwe banken zonder beperkingen over naar een tijdperk van explosieve groei, met dank aan offshore. Het rendement op eigen vermogen van de banken, dat gemiddeld ongeveer tien procent per jaar was van 1920 tot 1970 – vergelijkbaar met andere sectoren van de economie – verdubbelde plotseling tot 20% en steeg vervolgens naar 30%. Met dank aan offshore werden banken too big to fail (te groot om failliet te laten gaan).

“Met dank aan offshore werden banken too big to fail.”

De belastingparadijzen begonnen een race om nog soepeler regelingen, nog grotere geheimhouding en slimmere fiscale achterpoortjes aan te bieden om ’s werelds miljarden in mobiel financieel kapitaal aan te trekken.

Onshore rechtsgebieden probeerden bij te blijven, en vertoonden steeds meer offshore-trekjes, maar de belastingparadijzen – die geen rekening hoefden te houden met vervelend electoraal overleg met kiezers en samenleving – veranderden razendsnel hun wetten en bleven zo steeds op het voorplan.
Zij werden de stormrammen van belastingvermindering en financiële deregulering onder invloed van denkers als Milton Friedman. Politici als Ronald Reagan en Margaret Thatcher waren natuurlijk enorm invloedrijk – maar de belastingparadijzen speelden op zijn minst een even belangrijke rol in het doordrijven van deregulering, of kiezers dit nu wilden of niet.

Offshore: het kloppende ‘geheime’ hart van het financiële kapitalisme

De offshore-optie is een wapen geworden in de handen van bankiers. “Belast of reguleer ons niet of we vertrekken” roepen ze. Fiscale autoriteiten en regelgevers komen hen hier nog veel te vaak in tegemoet. Zonder offshore zou de financiële sector onze politieke leiders niet in de tang hebben zoals nu. Het resultaat is verbazingwekkend. Vandaag passeert de helft van alle wereldhandel op een of andere manier via belastingparadijzen. Toen het Amerikaanse Government Accountability Office (GAO), het Tax Justice Network en anderen onderzoek deden naar het gebruik van belastingsparadijzen door multinationals, stelden ze vast dat banken veruit de grootste gebruikers zijn. Citigroup alleen al had 427 dochterondernemingen in belastingparadijzen.

In dit alles valt vooral op dat offshore veel groter dan men zich realiseert. James Henry, voormalig chef-econoom bij McKinsey & Company en vandaag lid van het bestuur van Tax Justice Network, onderzocht de financiën van de 50 grootste banken ter wereld. Deze banken gebruiken offshore paradijzen om de belangen van hun rijkste klanten (high net worth customers) te dienen. De financiële middelen van deze 50 banken groeiden van 5,4 biljoen dollar in 2005 naar meer dan 12 biljoen dollar in 2010.

De liberalisering van de kapitaalstromen (onder andere door de opheffing van de wisselcontrole en het dereguleren van de bankverrichtingen) heeft sinds Het begin van de jaren zeventig de ontwikkeling van de fiscale paradijzen versneld. In het midden van de jaren zeventig kende men maar 25 fiscale paradijzen. In 2005 telde het Tax Justice Network er 73.

“In het midden van de jaren zeventig kende men maar 25 fiscale paradijzen. In 2005 telde het Tax Justice Network er 73.”

De OESO schat dat meer dan 50 procent van de wereldhandel op papier langs de fiscale paradijzen passeert. Toch brengen die gebieden maar 3 percent van de bruto wereldproductie voort.

Een niet aangegeven inkomen van die omvang vertegenwoordigt op wereldvlak jaarlijks een fiscaal verlies van ongeveer 255 miljard dollar. Dat is ruim meer dan het jaarlijkse bedrag dat nodig is om de Millennium Doelstellingen voor Ontwikkeling (MDO) van de Verenigde Naties te financieren.

Maar dat cijfer van 255 miljard dollar aan verloren fiscale ontvangsten via belastingontduiking op kapitalen die offshore belegd werden is maar een onderdeel van het plaatje. De armste landen lijden ook fiscale verliezen op nationaal vlak. Naast een informele economie kennen ze onder druk om te kunnen concurreren vaak ook fiscale gunsten toe aan multinationale ondernemingen in de hoop investeringen aan te trekken. Als we al die elementen samenvoegen, schatten we het verlies aan fiscale ontvangsten op ongeveer 500 miljard dollar per jaar.

In 2010 stelde het Tax Justice Network opnieuw een ‘Financiële Geheimhoudings Index’ op. Deze index, gebaseerd op objectieve maatstaven van strikte geheimhouding en grootte, klasseerde ’s werelds zes grootste fiscale paradijzen als volgt: de Verenigde Staten, Luxemburg, Zwitserland, Kaaiman eilanden, het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Dàt is de werkelijke geografie van offshore.

De populaire opvatting van belastingparadijzen als exotische met palmbomen begroeide eilandjes, zoals de Maagdeneilanden, opnieuw gevoed door de onthullingen van offshoreleaks, geeft een vertekend beeld van de omvang van het offshore probleem. De grootste belastingparadijzen zijn rijke landen. De meerderheid van de belastingvluchtelingen zijn ook geen gekke dictators of maffiosi maar internationale bedrijven, want offshore is het kloppende geheime hart van het financiële kapitalisme.

Het voornaamste kenmerk van de offshore is het klimaat van geheimhouding, dat geschapen is hetzij door een reglementering die voorziet in bankgeheim, hetzij door de facto rechtsregels en dito bankpraktijken. Deze geheimhouding vergemakkelijkt het witwassen van bedragen die voortkomen uit een brede waaier van criminele of oneerlijke activiteiten.

Offshore stimulansen zoals geheimhouding en belastingvrijstellingen verstoren de stroom van kapitaal rond de wereld en hebben mondiaal bijgedragen tot economische onevenwichten die door economen werden aangewezen als de oorzaak van de financiële crisis.

Deloitte, Ernst & Young, KPMG en PwC: The Big Four zijn ‘legale overheidsvijanden’

In het debat over de grootste financiële plundering aller tijden ontbreekt meestal de tussenschakel tussen de wettige en onwettige economieën. Deze wordt gevormd door de internationale infrastructuur van banken, advocatenkantoren en revisorenbureaus. Deze financiële organismen vormen een soort interface tussen de wettige en onwettige economieën. Deze interface functioneert dankzij de vlotte samenwerking tussen de financiële verbindingsstructuren uit de privé sector en de regeringen van de fiscale paradijzen.

Het Duitse magazine Neuer Stern omschreef onder de titel “nieuws vanuit de schuilhokmanufacturen” (fiscale paradijzen) de vier grootste mondiale fiscale adviesbureaus als ‘legale staatsvijanden’. Deze zijn dus staatsgevaarlijk en staatsbedeigend maar ze worden niet gezocht omdat hun misdaden tegen de overheden en tegen de sociale gemeenschappen legaal verankerd zijn.

Ik onthou vooral deze zin: “Dankzij deze adviseurs bedreven in de fiscale spitstechnologie betalen concerns zoals Amazon, Google & Co, Starbuck’s en vele anderen bijna geen belastingen. Met hun 700.000 medewerkers produceren zij praktisch alle trucs inzake belastingontduiking. Het is de hoogste tijd ze uit hun schuilhoeken te halen”.

“Dankzij deze adviseurs bedreven in de fiscale spitstechnologie betalen concerns zoals Amazon, Google & Co, Starbuck’s en vele anderen bijna geen belastingen. Met hun 700.000 medewerkers produceren zij praktisch alle trucs inzake belastingontduiking. Het is de hoogste tijd ze uit hun schuilhoeken te halen.”

Een van deze grote 4, namelijk PwC, heeft dan nog de pretentie om de overheden jaarlijk te wijzen op de veel te hoge belastingdruk waardoor volgens hen de staat te veel beslag legt op de inkomsten van hun burgers. Terwijl diezelfde PwC intussen de meest vermogende klanten de weg wijst uit de ‘belastinghel’ en deze staatsverlaters hun blijde intrede in de geheime offshore paradijzen begeleidt.

Om deze misdadige praktijken, gedoogd door de politieke overheden, aan te klagen in een strijd voor fiscale rechtvaardigheid, organiseren we elk jaar met FAN op 31 mei Tax Justice Day.

Niet zonder maatschappelijke gevolgen

Maar hoe groot zijn de effecten van offshore nu? De in Washington gevestigde Global Financial Integrity (GFI) denkt dat alleen al in 2008 bijna 1,3 miljard dollar van illegale fondsen uit ontwikkelingslanden naar belastingparadijzen en rijke economieën stroomde. De geldstroom uit landen met een financiëel tekort was enorm en verslechterde het onevenwicht enkel verder. Veel van dit geld kwam terecht in onroerend goed en obligaties, creëerde zeepbellen, blies de financiële sector verder op en voedde zo het onevenwicht en de oplopende tekorten.

Deze trend ondermijnt de ontwikkeling van de sociale democratie grondig. Zo verplicht de vermindering van de fiscale ontvangsten op de hoogste inkomens regeringen om ze te vervangen door andere, meestal indirecte taksen. Dit brengt aanzienlijke negatieve effecten met zich brengt mee in verband met de herverdeling van de rijkdom en inkomens. De terugval van fiscale inkomsten verplicht regeringen ook tot een beperking van de openbare investeringen op het gebied van onderwijs, transport en infrastructuur.

Het ontwijken van belastingen tast de inkomsten van de overheid en dus van de gemeenschap aan en ondermijnt steeds verder de mogelijkheden om de noodzakelijke publieke diensten te verlenen waar alle burgers recht op hebben. We hebben hier in feite te maken met de hoogste vorm van corruptie omdat ze de samenleving berooft van wettelijke openbare inkomsten.

Al die vormen van belastingontduiking en -ontwijking tasten de integriteit van de belastingstelsels aan en veroorzaken stoornissen in de normale werking van de economie. Zij die zich wel houden aan de fiscale ethiek worden gestraft, zij die de regels niet volgen zien zich beloond. Het gros van de belastingontduikers behoort dan ook tot een sociale elite die zich boven de samenleving plaatst.

Deze groep bevat gefortuneerde personen en multinationale ondernemingen die steunen op een netwerk van bankiers, advocaten en boekhouders én een offshore structuur van fiscale paradijzen die zo goed als onafhankelijk van elke politieke, juridische of regulerende autoriteit opereert. Deze fiscale adviseurs hebben alle middelen ter hunner beschikking om de fiscale wetten te omzeilen. Die middelen zijn hen aangereikt door de politieke overheden zelf, die steeds pretenderen hun burgers te beschermen, maar tot vandaag deze fiscale roofridders toelaten de sociale welvaartsstaat te ontmantelen.

De technieken die gebruikt worden om belastingen te ontwijken en zwart geld wit te wassen steunen op identieke financiële mechanismen en trucs: fiscale paradijzen, offshore maatschappijen en trusts, zusterbanken, stromannen, fake elektronische transfers, enzovoort.

Belgische overheid ziet oogluikend toe op de beroving van eigen bevolking

“Multinationals vinden België fiscaal uiterst interessant” blokletterde dagblad De Tijd enkele maanden terug. De Belgische fiscale regimes worden door 20 procent van de grootste bedrijven ter wereld gebruikt om zo weinig mogelijk belastingen te betalen. Bekende namen zoals ArcelorMittal, Volkswagen en Rabobank passeerden de revue, maar ook staatsondernemingen zoals het Noorse Statoil.

Volgens het onderzoek van De Tijd worden multinationals vooral aangetrokken door de notionele interestaftrek, het gunstige regime voor holdings en de fiscale verdragen met Zwitserland en Hongkong. Interessant om te weten (vooral voor zij die een pleidooi blijven houden om de rijken en de bedrijven fiscaal te ontzien in naam van investeringen en werkgelegenheid) is dat een aantal grote buitenlandse bedrijven en investeringsfondsen zelf niet in België actief zijn, maar wel honderden miljoenen euro besparingen realiseren door een Belgisch kantoor met één of twee werknemers te openen.

België is een (belasting)paradijs voor de grote Belgische en buitenlandse fortuinen. De 60.000 Nederlandse belastingvluchtelingen in Vlaanderen en de 10.000 Franse belastingvluchtelingen in Brussel en Henegouwen zijn hier het levende bewijs van.

Wat vinden die rijke buitenlanders hier? Net hetzelfde als wat de Belgische financiële fortuinen hier vinden, namelijk: geen belasting op grote fortuinen (zoals wel het geval is in Frankrijk), noch een samenvoeging van de inkomsten (afgeschaft sinds 1982), en ook geen belasting op de meerwaarden van beurseffecten (bestaat in meeste landen van de Eurozone, behalve in Luxemburg), en evenmin een kadaster van de roerende inkomsten (zoals wel in Frankrijk), omdat dit onmogelijk is zolang het fiscale bankgeheim niet volledig is opgeheven.

Met 20 à 30 miljard euro aan ontdoken belastingen per jaar is het voor de Belgische staat bijna een onmogelijke opdracht om voor alle sociale uitdagingen de nodige financiële middelen te vinden. Enkel de belastingen maken het mogelijk het ‘onbetaalbare’ te betalen.Dit is de prijs die voor de beschaving moet worden betaald. Maar omdat de rijken en bedrijven de beschaving verlaten en hun “eigen beschaving privaat organiseren” wordt deze prijs op dit ogenblik niet betaald.

Men kan hieruit besluiten dat België zijn best doet om zijn rijkste inwoners tegen de belastingen te beschermen, wat een heel ongelijke verdeling van de belastingdruk tot gevolg heeft. Het is dan ook niet te verwonderen dat de belastingen in ons land niet populair zijn, en dat de meeste mensen ze als onrechtvaardig aanvoelen. Waarom zouden wij belastingen betalen, als niet iedereen, dus ook diegenen die inkomsten uit kapitaal verwerven, een evenredige inspanning levert in overeenstemming met hun financiële draagkracht?

Maar wilt u het ook eens van een ander horen? België als belastingparadijs?

Hier laat ik even drie financieel-economische journalisten, Martin Van Geest, Joost Van Kleef en Henk Willem Smits, aan het woord: ”Het circus houdt dus nooit op. Een neverending story. Tot het moment dat bijvoobeeld heel Europa haar tarieven gelijktrekt. Of nog beter: de hele wereld. Maar we leven dan wel in een paradijs, maar niet in een utopie. En zo kan het dat inheemse bedrijven belastingparadijs Nederland op hun beurt met veel plezier ontvluchten. In 2011 hadden Nederlandse multinationals zoals Unilever, Heineken, Philips, Wolter Kluwer, DSM en Rabobank een slordige 26 miljard euro in België ondergebracht.”

“Gewoon dagelijks ondernemerskapitaal, denkt u, om in die landen operationeel te kunnen draaien? Nee hoor! Onze zuiderburen paaien Nederlandse bedrijven sinds 2006 met de “notionele intrestaftrek”. Bedrijven mogen over hun eigen vermogen min de waarde van de deelnemingen een fictieve rente berekenen en dat bedrag aftrekken van hun belastingaanslag. Kost weinig (hooguit een extra rekeningetje van de fiscalist), scheelt miljoenen. Kapitaalvluchtelingen dus.”  uit: Het belastingparadijs, waarom niemand hier belasting betaalt – behalve u (Business Contact)

Fiscale paradijzen: poortwachters van de sociale ongelijkheid

Belangrijk om het belang van de fiscale paradijzen te situeren is te bekijken wie op dit ogenblik de leidende klassen zijn. Het is de klasse van mondiaal opererende valuta – en effectenhandelaren; fiscale afdelingen van multinationale ondernemingen en superrijken die een dagelijks groeiende stroom vrij geïnvesteerd kapitaal dirigeren en daardoor kunnen beslissen over het wel en wee van nationale staten, democratisch verkozen overheden en de toekomst van miljarden mensen. Dit alles zonder noemenswaardig overheidstoezicht.

Op 7 oktober 1995 reeds schreef The Economist, de bijbel van het liberale kapitalisme: “De financiële markten zijn de rechters en juryleden van ieder economisch beleid geworden.” Omdat regeringen steeds afhankelijker worden van deze mondiale kapitaalstromen die beslissen over welvaart en welzijn en dus moeten proberen in de gunst te blijven van speculanten en beleggers moeten zij de belangen van vermogens verdedigen en niet de belangen van werknemers.

“Omdat regeringen steeds afhankelijker worden van deze mondiale kapitaalstromen die beslissen over welvaart en welzijn en dus moeten proberen in de gunst te blijven van speculanten en beleggers moeten zij de belangen van vermogens verdedigen en niet de belangen van werknemers.”

Hierdoor ontstaat een wedren naar belastingsvoordelen voor vermogens en kapitaal, eindigend in een meedogenloze fiscale dumping,  waardoor er een wereldwijde sociale en fiscale herverdeling ontstaat. De gedorven financiële middelen – noodzakelijk om een sociale welvaartsstaat boven water te houden – moeten namelijk vooral worden opgehoest door diegenen die de welvaart produceren: de werknemers, de echte belastingbetalers dus.

De hegemonie van de nieuwe wereldorde – het neoliberalisme – werd geblokkeerd door de bankencrisis. De ‘too big to fail’ banken moesten koste wat kost gered worden om te vermijden dat men in een systemische en dus systeembedreigende crisis zou belanden.

Men moest dat geld vooral vinden bij de modale belastingbetaler om diegenen die nauwelijks of geen belastingen betalen zoals de financiële industrie zelf, de vermogens en de transnationale corporaties en multinationals, niet te verontrusten.

Het verhaal over “iedereen schuldig” en “de bankiers vertegenwoordigen de samenleving” moest ons bewust maken van ons aller hebzucht waardoor we moesten begrijpen dat we zelf ook onze verantwoordelijkheid hadden in het redden van de banken. We waren zogezegd mede verantwoordelijk voor het falen van de casinospeculanten. Mooi verhaal, toch?

Dat er na de financiële crisis er ook nog een economische crisis volgde (de zogenaamde ‘schuldencrisis’) kwam als geroepen. Zulke crisissen zijn het makkelijkst af te wentelen op de werkende mensen zelf door een angstklimaat te scheppen via chantage met jobverlies en werkloosheid. Het perverse neveneffect is dat zulk een crisis nog meer winsten oplevert voor de leidende klassen door miljoenen mensen in de werkloosheid te dwingen.

Onder andere omdat steeds meer landen zich omscholen tot offshore centra en fiscale paradijzen waardoor de fortuinen en winsten overal met open armen ontvangen worden om zonder fiscale belemmeringen ongestoord verder te kunnen groeien. Een ander gevolg is dat arbeid goedkoper wordt door een overschot aan werkloze werknemers die met elkaar in een ongenadige concurrentiestrijd gedrongen worden.

Dit is de werkelijke betekenis van ‘de rijken worden rijker en de armen worden armer’.

Concrete alternatieven om deze fiscale wedloop te stoppen zouden mondiaal moeten gerealiseerd worden, vooral om de automatische informatie-uitwisseling tussen verschillende belastingsautoriteiten mogelijk te maken. Maar men moet niet wachten op de rest van de wereld om de wereld te veranderen.

Onze eigen overheid kan haar politieke moed tonen door na de onthullingen van offshoreleaks maatregelen te nemen, niet zomaar om de woede te bedaren bij een deel van de bevolking, maar bovenal om de plundering van onze verzorgingsstaat te stoppen.

ATTAC stelt een eisenpakket voor:

Verplicht de banken om de identiteit van alle buitenlandse rekeninghouders bekend te maken. De FATCA wet verplicht alle bankgroepen in de Verenigde Staten al sinds begin 2013 om op verzoek van de Amerikaanse fiscus gegevens over haar burgers mede te delen: het is slechts een kwestie van politieke wil!

• Stel, in samenwerking met gespecialiseerde organisaties zoals Tax Justice Network, een geloofwaardige lijst op van belastingparadijzen.

• Geef de banken die in België werkzaam zijn 12 maanden om hun dochterondernemingen te sluiten in deze gebieden, op straffe van intrekking van hun banklicentie.

• Leg ‘rapportering per land’ op aan multinationals gevestigd in België: de transparantie over zakencijfers, winsten en de in ieder land betaalde belastingen geeft de fiscus de mogelijkheid om manipulatie van verrekenprijzen tussen dochterondernemingen van multinationals te dwarsbomen en belet hen zo weg te komen met het soort belastingontduiking, waardoor Total of Google vrijwel geen belasting  betalen op hun winsten.

Verandering, nu of nooit!

Maar verandering kan niet zonder verzet en actie van onderuit.
Populair verzet, zo breed mogelijk gedragen door grote groepen in de samenleving.
Want de strijd tegen de belastingontduiking via fiscale paradijzen en de offshore-industrie is uiteindelijk de sociale strijd voor de democratie en de verzorgingsstaat. Een echte politieke democratie staat haaks op de geheimhouding van offshore. Attac kan dit niet alleen, laten we er samen met FAN (Financieel Actie Netwerk) en de vakbonden in het bijzonder voor gaan.

Omdat een andere wereld mogelijk is.

Eric Goeman is woordvoerder van Attac Vlaanderen

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!