Voor veel kinderen is een plaats op een kleuterschool geen evidentie meer (foto: Tom en Katrien).
Nieuws, Samenleving, België, Brussel, Antwerpen, Onderwijs, Gent, Ouders, Kansarmoede, Witte scholen, Concentratiescholen, Fraude, Analyse, GOK-leerlingen, Plaatsgebrek in kleuter-en basisonderwijs, Aanmeldingsprocedure, Lokaal Overleg Platform (LOP), Methodeonderwijs, Freinetschool -

Plaatsgebrek in het onderwijs: schoolhoofden en ouders getuigen

Het plaatsgebrek in het Vlaamse onderwijs is een nijpend probleem. Iedereen wist al in 2008 dat de groeiende bevolking in de steden de capaciteit onhoudbaar zou maken. Desondanks wachtte de Vlaamse regering nog tot 2010 om meer geld vrij te maken voor het onderwijs. Ook het extra geld dat onlangs werd vrijgemaakt, is slechts een druppel op een hete plaat.

woensdag 3 april 2013 17:55

Antwerpen bijvoorbeeld, kreeg na de laatste begrotingscontrole van de Vlaamse overheid 9,3 miljoen euro extra voor onderwijs, bovenop de al in februari 2013 gekregen 20,1 miljoen euro. Dat is nog steeds een peulenschil als je bedenkt dat Antwerpen in totaal 50 miljoen euro nodig heeft om tegen de start van het volgende schooljaar de 3.400 nodige extra plaatsen in het basisonderwijs te creëren.

Scholen behelpen zich

Terwijl ze wachten op de nodige middelen proberen de steden zich te behelpen waar mogelijk. Ze richten nieuwe scholen op, die ook op korte tijd weer volstromen. Scholen breiden uit en vergroten hun klassen, maar moeten daar wel vrije speelruimte voor opofferen. Een voorbeeld daarvan is kleuter- en basisschool ‘De Krekel’ in Sint-Amandsberg.

Wim De Smet, directeur van ‘De Krekel’, heeft zijn school moeten aanpassen om de capaciteit te vergroten. “Onze school heeft 78 kinderen een plaats moeten weigeren voor volgend schooljaar”, stelt De Smet.

“De Krekel ligt in een buurt met veel jonge gezinnen met kinderen en dat voel je. In onze feestzaal worden nu 5 nieuwe klassen gemaakt, waarvan er 3 tegen volgend schooljaar moeten klaar zijn. Het is jammer dat we daar vrije ruimte voor moeten opofferen. In onze feestzaal organiseren we verschillende activiteiten en die zullen we volgend jaar misschien niet meer kunnen organiseren.”

Inschrijvingen afgelopen

In Brussel en in Gent zijn de inschrijvingen voor het kleuter- en basisonderwijs ondertussen afgelopen. Antwerpenaren hebben nog tijd tot 24 mei. Twee dingen zijn alvast duidelijk. Ouders die wachten tot de vrije inschrijvingen zijn eraan voor de moeite, en de aanmeldingsprocedure is allesbehalve een waterdicht systeem, getuigen zowel schoolhoofden als ouders.

Om het hoofd te bieden aan de beperkte capaciteit in de scholen en het probleem van kamperende ouders verlopen de inschrijvingen voor kleuter- en basisonderwijs in Gent, Antwerpen en Brussel via een gecentraliseerde aanmeldingsprocedure. Op deze manier kunnen gegevens vlotter en efficiënter verwerkt worden. Maar er is ook een keerzijde aan de medaille.

De aanmeldingsprocedure

De aanmeldingsprocedure wordt gestuurd door het plaatselijke Lokaal Overleg Platform (LOP). Bij de aanmelding krijgen bepaalde groepen voorrang. De eerste groep die voorrang heeft, zijn de kinderen van het personeel van de school in kwestie. Daarna krijgen kinderen met een broer of zus in de school voorrang.

Verder moet elke school ook een bepaald percentage voorzien voor GOK-leerlingen (ook indicatorkinderen genoemd), dat zijn kinderen uit kansarme gezinnen. Op die manier wil het LOP een gezonde sociale mix verkrijgen in de klassen. In Brussel wordt er ook rekening gehouden met de kennis van het Nederlands.

Het aantal plaatsen dat overblijft, wordt dan bekendgemaakt via het LOP. Ouders moeten hun kind eerst online aanmelden en moeten een rangschikking doorgeven van de scholen waar ze hun kind willen inschrijven. Het LOP bepaalt op basis van de afstand tussen de woon- of werkplaats en de gekozen school of je kind in aanmerking komt voor een plaats.

Het LOP wijst de ouders vervolgens een school toe. Ouders die geluk hebben, mogen hun kind inschrijven in de school van hun eerste keuze. Heb je minder geluk dan krijgt je kind helemaal geen plaats toegewezen. Dan kan je op elke school waar jou een plek werd geweigerd een ‘weigeringsdocument’ krijgen en mag je op de wachtlijst staan in de hoop dat er toch nog een plaats vrijkomt.

Elk jaar kinderen weigeren

Jean Baert, directeur van de Gentse kleuter-en basisschool ‘De Muze’ heeft voor volgend schooljaar al 40 kinderen moeten weigeren, een situatie die, zo zegt hij, elk jaar terugkeert.

Baert: “In 2006, dus voor de centrale aanmeldingsprocedure werd ingevoerd, kampeerden er ouders 10 dagen lang voor onze school, dat was onmenselijk. Ondertussen zijn er weer ouders die mij gevraagd hebben of ze aan de school mogen kamperen. Het is niet leuk als we ouders uit de buurt moeten weigeren, maar we kunnen hen niets bieden. Eén school kan dat probleem niet oplossen.”

Baert: “De situatie is problematisch, maar tot nu toe kon men door korte termijn oplossingen, zoals de klassen groter maken, het probleem alsnog afwenden. Ik denk dat het probleem zich pas echt zal manifesteren als er echt geen enkele school nog plaats heeft. Geen enkele ouder zal aanvaarden dat er voor zijn of haar kind geen plaats is.”

Geen keuzevrijheid

Een ander nadeel van de aanmeldingsprocedure is het gebrek aan keuzevrijheid voor de ouders. Dat werkt vooral in het nadeel van scholen met een alternatieve onderwijsmethode. “Voor methodeonderwijs is de aanmeldingsprocedure niet ideaal”, zegt Anneke Claus, directrice van ‘De Klimpaal’, een Freinetschool voor basisonderwijs in Sint-Jans-Molenbeek.

“Ik kan via de aanmelding en de website van het LOP maar heel kort ons pedagogisch project omschrijven. Op die manier kunnen we ons niet zo goed onderscheiden van andere reguliere scholen.”

Voor ouders die bewust willen kiezen voor een alternatieve school wordt het moeilijk om hun kind in te schrijven. Claus: “Sommige ouders schrijven hun kinderen in bij een Freinetschool, louter omdat die school dichtbij ligt, maar niet op basis van het pedagogisch project.”

“Anderzijds zijn er ook veel ouders die bewust voor onze school zouden willen kiezen, maar die worden teleurgesteld omdat ze te ver wonen. Elke dag staan er hier ouders aan de schoolpoort om te vragen of er nog plaats is voor hun kind. Maar de kindjes die volgend schooljaar bij ons van start zullen gaan, zijn bijna allemaal broertjes en zusjes van leerlingen op onze school. Daar kunnen nu sowieso geen kinderen van andere ouders meer bij.”

Het verhaal van de ouders

Voor scholen is de aanmeldingsprocedure zeker vervelend, maar voor ouders is ze soms echt een ramp. Ze moeten hun weg zien te vinden door een complexe procedure zonder zekerheid te krijgen dat hun kind ook effectief naar school kan gaan.

Els Silvrants, mama van twee kindjes, werd enkele jaren geleden als nieuwe Brusselaar geconfronteerd met de complexiteit van het capaciteitsprobleem toen ze haar dochtertje wou inschrijven in de onthaalklas (peuterklas).

Hoewel haar traject anderhalf jaar geleden begon en er ondertussen enkele regels veranderd zijn, staan ouders nog steeds voor dezelfde uitdaging.

Silvrants: “Vanuit mijn eigen jeugd had ik een beeld van onderwijs als een evidentie. Maar toen ik met mijn gezin naar Brussel verhuisde, werden we geconfronteerd met een volledig nieuwe situatie. Dat begon al bij het vinden van informatie over de procedure, deadlines, schoolkeuze, criteria, aantal plaatsen. Dat was voor ons als ouders zeer onduidelijk.”

“Gelukkig kregen we veel steun van andere ouders. Meer nog dan de officiële instanties en de schoolbesturen waren zij onze grootste bron van informatie.”

Strategisch denken

Toen de plaatsen werden bekendgemaakt die overbleven naast de voorrangsplaatsen voor broertjes, zusjes en GOK-kinderen, volgde voor Els Silvrants de eerste schok.

“Het aantal plaatsen dat nog over was op scholen in het centrum van Brussel, Jette, Sint-Jans-Molenbeek en Laken varieerde van 0 tot uitzonderlijk 4 plaatsen. We werden gedwongen om heel strategisch te denken over de rangschikking van de scholen die we wilden. Want als je een school pas op de tweede plaats in je lijst zet, maak je al minder kans dan iemand die verder van de school woont dan jij, maar die school op één zette.”

Het gebrek aan keuzevrijheid heeft Silvrants samen met een groep ouders kunnen ombuigen tot een positief verhaal. “We hebben met een groep ouders besloten om onze kinderen in te schrijven in een wijkschooltje in Sint-Jans-Molenbeek, een concentratieschool met een goed pedagogisch project. We vonden het belangrijk om onze kinderen op te laten groeien in een multiculturele omgeving en zo hadden we ook meer binding met de buurt waar we wonen.”

Maar uiteindelijk ging dat plan niet door. Silvrants: “We wilden met verschillende ouders onze kinderen samen inschrijven, maar de groep viel uit elkaar. Dat gebeurt wel vaker, alles is heel fragiel. Vaak sluiten ouders zich bij zo’n groep aan omdat ze een plaats willen voor hun kind, maar tegelijkertijd blijven ze gericht op het ideaalbeeld van een ‘witte’ school.”

“Als ze de kans krijgen om hun kind toch nog op zo’n school in te kunnen schrijven, doen ze dat, zelfs al krijgt hun kind dan les in een container”.

Verloop na de inschrijving

Zelfs als kinderen een plaats toegewezen krijgen en uiteindelijk ingeschreven zijn, volgt er nog een heel verloop. “Vele kinderen worden volgens mij niet ingeschreven op de school die hen werd toegewezen door het LOP. De aanmelding waar de media over schrijven, is slechts fase één. Er is een tweede fase waarin schoolbesturen niet altijd een mooie rol spelen”, stelt Silvrants.

Er zijn ouders die een plaats krijgen in een school, maar dan toch nog op een wachtlijst gaan staan voor een andere school.

Silvrants: “Er wordt gelobbyd en via via kunnen ze dan toch nog naar die ene school”, zegt Silvrants. “Sommige gegeerde scholen kondigen na de aanmeldingsperiode aan om extra containers te plaatsen. Op die manier moeten ze geen rekening houden met de voorrangsregels van de aanmeldingsprocedure en kunnen ze de kinderen kiezen die ze willen.”

“In het jaar dat ik een school zocht voor mijn dochter werden er echt kinderen geplukt uit de oudergroepen.”

Leven na de aanmeldingsperiode

Als er kinderen naar een andere school gaan, komen er op die ene school weer plaatsen vrij die dan weer ingevuld moeten worden. In sommige scholen neemt een ouder de hele aanwerving van leerlingen voor zijn rekening en die verwittigt dan ouders waarvan ze weten dat die al geïnteresseerd zijn.

Zo belandde Silvrants bij Sint-Ursula, een multiculturele school met een goed pedagogisch project en een fantastisch team.

Silvrants: “Deze school was eigenlijk onze eerste keuze, maar omdat ze te ver lag, hadden we de school op de tweede plaats gezet. Toch hebben wij wars van alle officiële procedures daar toch nog een plaats gekregen. Er is dus leven na de aanmeldingsperiode!”

Gebreken en hiaten

Dat er veel wordt geregeld buiten de officiële gang van zaken kan ook Wim De Smet, directeur van ‘De Krekel’ in Sint-Amandsberg beamen. “Als er zich dan mensen komen aanmelden en er is geen plaats meer, geven wij automatisch een weigeringsdocument mee, dat ben je verplicht als school. Maar ik weet dat heel wat scholen dat niet doen. Ouders weten ook niet altijd dat de school ze zo’n document moeten geven. Zo kun je natuurlijk wel leerlingen gaan selecteren.”

Diverse bronnen bevestigen dat ouders van anderstalige nieuwkomers met een kluitje in het riet worden gestuurd onder het mom van ‘geen plaats’. Ze worden soms zelfs letterlijk naar welbepaalde scholen – niet toevallig concentratiescholen – doorgestuurd.

Een meer dan bedenkelijke praktijk die overigens in strijd is met de wet. Een directielid kan nog steeds vrij vlot kinderen van pakweg Oost-Europese afkomst weigeren om een uur later de zoon of dochter van een blank middenklassegezin in te schrijven. Hoe verwerpelijk ook, het gebeurt.

Voor er elektronisch werd ingeschreven, viel dit misbruik een stuk lastiger te detecteren dan nu. Toch blijft het mogelijk om naar believen te knoeien met de capaciteitsgegevens. Geen enkel inschrijvingssysteem is echter waterdicht als het gaat om misbruik van uit het systeem zelf.

Ook ouders frauderen

Niet alleen schoolbesturen, maar ook ouders durven misbruik maken van het systeem. “Een kind waarvan de moeder geen diploma secundair onderwijs heeft behaald, wordt beschouwd als een GOK-leerling (kansarme leerling), die voorrang kan krijgen bij de inschrijvingen.”

“Maar niemand controleert of dat wel echt zo is. Maar je kan als moeder ook moeilijk bewijzen dat je een bepaald diploma niét hebt”, verteld Magda Vertonghen, directrice van de Heilig Hartschool, een kleuter- en basisschool in Jette.

Soms, en daar kan Jean Baert, directeur van ‘De Muze’, van getuigen, gebeuren er ook fouten uit onwetendheid. Baert: “Bij ons op school waren enkele kinderen aangemeld waarvan later bleek dat het diploma van de ouders niet klopte met wat ze schriftelijk hadden verklaard. Hun aanmelding werd dan ook geschorst, dat is de normale procedure.”

Baert: “Volgens mij waren dit wel ouders die te weinig informatie hadden en te weinig op de hoogte waren van de procedure. Dat sommige papa’s kwaad worden omdat we informeren naar het diploma van de moeder en zich afvragen of ze niet belangrijk genoeg zijn, illustreert dat. Ik heb ouders gezien die zich kwamen aanmelden en niet eens wisten hoe de school heette. Kansarmen worden nog steeds te weinig geïnformeerd.”

Meer onverwachte problemen in Brussel

In Brussel houdt het ook na de inschrijving niet op. “Onze groep ouders in Sint-Ursula werd na de inschrijving onverwacht geconfronteerd met een tweede probleem”, vertelt Silvrants. “Mijn dochter kon niet starten in de peuterklas, want er was voor haar geen plaats in de naschoolse opvang en ik kon haar onmogelijk om kwart over drie van school halen.”

“We waren ingeschreven in de opvang, dan kregen we plotseling een bericht dat we niet meer waren ingeschreven. We moesten ons allemaal opnieuw inschrijven en er werd een wachtlijst opgesteld. Het was totale chaos.”

“Wij hebben er uiteindelijk zelf voor gezorgd dat er een nieuwe IBO, een initiatief voor buitenschoolse opvang, werd opgericht. Dat was voor mij een deeltijdse job. Je kan je de vraag stellen waarom wij als ouders dat eigenlijk zelf moeten doen.”

Als het verhaal van Els Silvrants een ding illustreert, is het dat het capaciteitsprobleem veel breder is dan alleen het plaatsgebrek op de scholen. “Er is ondercapaciteit op alle niveaus en dat zorgt voor een stadsvlucht uit Brussel. Maar er zijn veel gemotiveerde ouders die allerlei initiatieven uit de grond stampen. En ook al wordt Brussel niet zo voorgesteld in de media, ook dat is typisch voor de stad.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!