In het dorpje São Miguel do Iguaçu, in de buurt van de beroemde watervallen, voeren leden van een inheemse groep Avá-Guarani, traditionele dansen uit voor toeristen (foto: CataratasTurismo.br).
Reportage, Nieuws, Economie, Milieu, Rio de Janeiro, Brazilië, Soja, Indianen, Agrobusiness, Cerrado, Foz do Iguaçu, Ethanol, Vleesconsumptie, Inheemsen, Eucalyptus, Suikerriet, BRICS, Aldeia Maracanã, Avá-Guarani -

Índio in Rio? De donkere kant van ‘groen’

Het spreekt tot de verbeelding: indianen die verjaagd worden om het voetbalstadion Maracanã in Rio de Janeiro uit te breiden. 'Indianen', het woord is sinds Columbus nooit rechtgezet; de goede man dacht dat hij in India zat. Sinds de 'ontdekking' van Amerika werden de inheemsen, zowel in Noord-, Centraal- als Zuid-Amerika uitgemoord. Anno 2013 worden ze nog extreem gemarginaliseerd. Ja, regelmatig vallen er doden. Vooral op het platteland.

woensdag 3 april 2013 13:55

Het is tekenend dat de Braziliaanse pers amper bericht over wat de indianen van Maracanã overkomt. ‘Indianen’ zijn een beetje zoals de ‘zigeuners’ in Europa. Daar bericht je best niet te veel over. In ons Europees collectief geheugen hangt Brazilië als synoniem voor ‘voetbal’ en ‘carnaval’ in Rio. Zo nu en dan zijn we vertederd of verontwaardigd over wat de índios wordt aangedaan. Soms even.

Ik ben op tournee in Brazilië om het nieuwe Wervelboek ‘Legal! Optimisme–realiteit–hoop‘ in het Portugees te lanceren. In het boek probeer ik het fundamentele verschil uit te leggen tussen oppervlakkig (bijvoorbeeld technologisch) optimisme en hoop. Hoop die dieper gaat, à la Vaclav Havel. Het is zulk een rare titel, omdat ik elk jaar pessimistischer van dit subcontinent terugkom.

Groeiland – Vleesland

Hoe kan dat nu? Brazilië is toch een ‘groeiland’, een van de BRICS-landen (nvdr: Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika). Juist dàt maakt de dialoog zo interessant. De Brazilianen leven niet alleen in de euforie van carnaval en voetbal, maar in de dynamiek van een groeiende welvaart, ondanks de wereldwijde crisis.

Dat de groei op vele vlakken absoluut niet duurzaam is, daar verwelkomen de sociale bewegingen en universiteiten een ‘gringo’ voor: om de schaduwkant van de huidige ontwikkelingen mee te openbaren.

Dit jaar zijn in Rio de Janeiro de agrobusiness, carnaval, índios en voetbal toch wel akelig in elkaar verstrengeld. De agrobusiness, met de soja-expansie op kop, financiert al jaren groepen die in het carnaval paraderen. Carnaval 2013 is door de groep Vila Isabel gewonnen. De sambagroep werd gefinancierd door BASF.

Er schieten in Brazilië nog 180 inheemse volkeren over. Vijfhonderd jaar geleden waren het er volgens schattingen 500. Je kan ze inderdaad soms in steden ontmoeten: São Paulo verbergt een grote favela, waar Guarani in erbarmelijke omstandigheden overleven; in Rio was tot nu toe dat kraakpand van het oude museum van het Aldeia Maracanã; in de busstations proberen ze rieten manden te verkopen.

Aan de watervallen van Foz do Iguaçu (op de grens met Argentinië en Paraguay) mogen ze hun artisanaat leggen. Ín het natuurgebied rond de wereldberoemde watervallen komen, is hen verboden. Nochtans is dat heilige grond. Hun voorouders liggen er begraven.

Gebeurt dat in ons land?

Officieel zijn de Brazilianen geen racisten. In de praktijk pakt dat wel wat anders uit, vooral richting índios en negros (letterlijk ‘zwarten’, mensen van Afrikaanse afkomst). Dikwijls speelt er ook veel onwetendheid mee. Zo neem ik tijdens de tournee de documentaire mee van de voormalige VRT-journaliste An Baccaert: ‘De donkere kant van groen‘.

Als we deze film in universiteiten draaien, dan zijn de studenten ontzet: “Gebeurt dat in ons land? Wij krijgen zulke beelden op TV nooit te zien!”

De film brengt op een heldere manier in beeld hoe Guarani en andere volkeren worden verjaagd door en als bijna-slaven worden ingezet in suikerrietplantages. Suikerriet, vooral voor ethanol, de zogenaamde groene benzine voor Braziliaanse en Europese auto’s. 

Naast suikerriet rukken soja, eucalyptusaanplantingen en runderen steeds meer op. In bijna alle deelstaten omsingelen ze de reservaten van de inheemsen. In heel wat gevallen ontbossen ze ook in deze gebieden. Om het groene sojagoud in te zaaien.

Soja dient vooral als veevoer voor Europese en Chinese varkens, kippen, koeien en vissen. Van de olie wordt biodiesel gemaakt. Alwéér groen.

Eucalyptus staat vooral voor papierpulp richting Europa. De toekomst waar druk op gespeculeerd wordt, is: ethanol uit genetisch gemanipuleerde eucalyptus.

Agrofuel, die minder milieu-impact zou hebben dan ethanol uit suikerriet … De runderen zijn op het platteland al eeuwen heer en meester. Ze worden nu het Amazonegebied en de Cerrado ingedreven, uitgerekend door oprukkende soja, suikerriet en eucalyptus.

Inheemsen die met geweld omwille van het voetbalstadion Maracanã verdreven worden, heeft nieuwswaarde. Althans in Europa. Soja, suikerriet en eucalyptus voor de Europese consument kunnen onze aandacht veel minder opeisen. Nochtans nemen juist de twee topsymbolen van onze westerse samenleving hùn grond en proper water af: ‘Koning auto en keizer hesp’. Veevoer, vlees en ethanol zijn niet zo onschuldig als het lijkt.

Luc Vankrunkelsven

Luc Vankrunkelsven is medewerker bij Wervel vzw (Werkgroep voor een rechtvaardige en verantwoorde landbouw) en publiceerde in 2012 het boek ‘Legal! Optimisme-realiteit-hoop’ (ISBN 9-789081-486828), gebaseerd op zijn reizen en contacten in Brazilië, over de gevaren en uitdagingen van het heersende socio-economisch ontwikkelingsmodel dat steunt op agrobusiness.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!