WSF 2013: “We willen niet langer behandeld worden als beesten”
Verslag, Nieuws, Afrika, Economie, Sociaal protest, UNHCR, Tunesië, Tunis, Vluchtelingenkamp, Asiel en migratie -

WSF 2013: “We willen niet langer behandeld worden als beesten”

TUNIS - In het zuiden van Tunesië, vlakbij de Libische grens, ligt het vluchtelingenkamp Choucha. De Tunesische autoriteiten en het VN-Agentschap voor Vluchtelingen (UNHCR) willen het kamp in juni sluiten. Volgens hen gaat het om economische migranten en niet om asielzoekers. Op 29 maart ging een deel van de vluchtelingen in hongerstaking. "We willen niet langer behandeld worden als beesten."

maandag 1 april 2013 19:20

Aan de ingang van het Wereld Sociaal Forum in Tunis protesteert een groep vluchtelingen uit het Chouchakamp tegen de sluiting ervan. Ze delen pamfletten uit en hebben verschillende spandoeken gemaakt. “We are not migrants, we are asylum seekers” , is een van de slogans.

In maart 2011, tijdens de NAVO-interventie in Libië, werd het kamp overspoelt met naar schatting 22.000 vluchtelingen. Enkele maanden later zou dat aantal volgens VN-gegevens tot 3.500 gezakt zijn. Het zou voornamelijk om mensen van Somalische, Eritrese en Soedanese orgine gaan die leefden en werkten in Libië.

Heel wat kampbewoners werden door de VN in andere landen ondergebracht, onder meer in België en Duitsland. In februari wachtten nog zo’n 900 mensen op een hervestiging, ondertussen is dat aantal nog afgenomen.

Moe gestreden

“Een groot deel van ons kreeg ondertussen onderdak in andere landen. We blijven nu met 230 in het Chouchakamp achter en nog een 30-tal in een ander kamp. We snappen niet dat wij niet verder geholpen worden en de rest wel,” vertelt een man met Soedanese roots die toen hij drie was met zijn ouders naar Libië verhuisde.

De Tunesische overheid en het VN-agentschap voor Vluchtelingen (UNHCR) zullen het kamp in juni sluiten. Ze beschouwen de overgebleven mensen als economische immigranten. Sinds vijf maanden zouden ze geen voedselpakketten meer krijgen. In het kamp wonen ook verschillende vrouwen en kinderen.

De kampbewoners die overblijven, lijken ondertussen vooral moe gestreden. Een hongerstaking die op vrijdag 29 maart begon, vormt een duidelijke wanhoopsdaad.

En wij dan?

De uitzichtloze situatie van de overgebleven vluchtelingen, waarvan verschillende met Zuid-Soedanese en Nigeriaanse roots, staat in schril contrast met de hoopvolle boodschap die het WSF uitdraagt, en dat zorgt voor wrijvingen.

“We horen iedereen zingen en dansen en de revolutie prediken, maar voor ons blijft alles hetzelfde. Mensen van over heel de wereld komen hier een week genieten, maar na die week zijn ze weer weg. Het WSF is leuk, maar wat gebeurt er met ons? Wij blijven achter, nog altijd zonder rechten en zonder verbetering van onze situatie”, zegt een jongeman die in Libië werd geboren, maar oorspronkelijk uit Darfur komt.

Zijn familie is nog steeds in Libië: “Het doet pijn dat ik mijn familie in Libië heb moeten achterlaten. Gelukkig kan ik hen af en toe horen via de telefoon. In Libië regeert de taal van de wapens. Je kan er geen normaal leven leiden.”

Politiegeweld

Een jongen ontvluchtte Nigeria om politieke redenen, die hij niet nader durft te omschrijven. Hij leefde jaren in Libië tot de situatie ook daar onhoudbaar werd. “Wanneer je op de vlucht moet slaan, denk je niet na over de bestemming. Je wil overleven.”

Een andere vluchteling uit Libië vult aan: “We willen gewoon een waardige behandeling krijgen. Toen we enkele maanden geleden in Tunis over onze situatie wilden protesteren, werden we brutaal aangepakt door de politie. We werden in elkaar geslagen voor de ogen van onze kinderen. We willen de kans krijgen om ergens opnieuw te beginnen, het mag zelfs in een ander Afrikaans land zijn. Wij zijn mensen, geen beesten.”
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!