De N-VA als complex adaptief systeem?

De N-VA als complex adaptief systeem?

woensdag 6 februari 2013 11:07

De nu al beruchte “obediëntie” quote van Bart De Wever en vooral de enorme mediaheisa die erop volgde, vormen de aanleiding voor dit stukje. Ik begin me immers stilaan af te vragen af of de complexiteitstheorie niet iets zou kunnen bijdragen in dit wel erg polariserende debat. Helaas ben ik verre van een complexiteits-theorie expert – al lees ik af en toe wel eens analyses waarin  complexiteitsinzichten worden toegepast, bijvoorbeeld op ontwikkeling of op global health governance. Maar eigenlijk zou deze oefening dus moeten gedaan worden door iemand (een fysicus of bioloog bv.) die de complexiteitstheorie door en door in de vingers heeft, én ook de interne keuken van N-VA goed kent. Misschien een ideetje voor de eclectische ex-ghostwriter van Bart De Wever?

Maar goed, ook al voldoe ik dus niet aan beide vereisten, ik wil hier toch een (schuchtere) poging doen om na te gaan of de complexiteitstheorie op de N-VA kan toegepast worden. Bedoeling is niet om systematisch en rigoureus te werk te gaan, en alle complexiteitstheorie inzichten (en/of kenmerken van complexe systemen) af te toetsen op het functioneren van de N-VA, wel om hier en daar aanknopingspunten in de politieke actualiteit te zoeken waar de theorie een en ander zou kunnen verhelderen of in een ander licht plaatsen. Toch is de vraag die ik me stel, min of meer een hypothese: vormt de N-VA, ruim geïnterpreteerd, een complex adaptief systeem (CAS)?  Daarbij zal ik af en toe behoorlijk uit de bocht gaan, het valt te vrezen. Maar wie niet waagt niet wint. En zoals ik al zei: het is een aanzet tot debat, een eerste oefening om de complexiteitslens te gebruiken. Ik hoop dat anderen daarop verder zullen borduren.

Complex adaptief systeem

Laat ik maar van wal steken met een definitie van een CAS die ik op Wikepedia vond (van John Henry Holland meer bepaald). Hij stelt dat een complex adaptief systeem een “dynamisch netwerk is van agenten die parallel werken en voortdurend op elkaar reageren. … Coherent gedrag van het systeem moet voortkomen uit de samenwerking en competitie van de tussen de agenten onderling. Het gedrag van het systeem als geheel is het eindresultaat van de vele beslissingen die op elk moment door de agentia worden genomen.” Deze definitie moet je alvast enig idee geven van wat onder een CAS wordt begrepen. Politieke partijen kunnen, net als alle vormen van menselijk groepsgedrag binnen het kader van een sociale structuur, begrepen worden als complexe adaptieve systemen.  

Welnu, de N-VA lijkt me, blijkbaar florerend in de Belgische en Europese context anno 2012, een uitstekend voorbeeld van dergelijk CAS. De partij vormt een complex en interdependent netwerk van actoren en relaties. Laat me er een aantal opsommen.

Je hebt om te beginnen de verhoudingen tussen het federale, regionale, gemeente (en nu zelfs provincie) niveau, met de soms moeilijke verstandhouding/wisselwerking tussen rollen van N-VA mandatarissen op die respectieve niveaus. Maar het N-VA ecosysteem gaat veel verder dan enkel het partijbureau, partijfunctionarissen, parlementsleden, of N-Va’ers met uitvoerende mandaten.

Er zijn de verhoudingen en interacties met de mainstream media: de “een-tweetjes” via Siegfried Bracke met Terzake bv., de bijna beate bewondering die Katleen Cools heeft voor “Bart”, niet alleen omdat de man “pakt” op tv maar omdat ze onder de indruk is van zijn retorische talent en gedachtengoed; de meest befaamde journalistieke pennen van Vlaanderen (Van Overtvelt, Sturtewagen, Van Cauwelaert …) die bij het schrijven van hun columns af en toe al hardop lijken te denken aan een Vlaanderen na 2014 – of zou het dan toch zo zijn dat het Vlaamse journaille het moeilijk heeft om in te gaan tegen de ‘winnaars van het ogenblik’ (of ze nu Stevaert, Leterme of De Wever heten)? Dat de Standaard een column voorbehoudt voor Theodore Dalrymple, is ook al veelzeggend: De Wever haalde veel van zijn mosterd bij het gedachtengoed van de man. Een tijdje geleden was er ook de combine met het programma “De Slimste Mens” die zowel de Wever als het programma geen windeieren legde; de relatie die De Wever en co onderhouden met het Laatste Nieuws en Dag Allemaal voor de meer privé-berichtgeving ….

Maar er zijn ook de sociale media (met Twitter op stip) waar elke rel nog eens uitvergroot wordt met een megafoon; de economen, politicologen en andere opiniemakers, al of niet gelinkt aan denktanks of zelfs aan de partij (Marc De Vos, Van de Cloot, Bart Maddens, Peersman, Vuye… ) die theorieën en beleidsvoorstellen spuien die niet veraf lijken van de recepten die N-VA voorstaat, en zich ook op Twitter niet onbetuigd laten… Objectieve bondgenoten, kun je stellen. Zelfs Carl De Vos durft wel eens een opportunistisch stukje schrijven, waarbij je je afvraagt of zijn persoonlijke relatie met De Wever niet te goed is om nog als echt “neutraal” waarnemer te kunnen fungeren. Er zijn ook de blijkbaar uitstekende relaties die N-VA onderhoudt met Vlaamse ondernemers (Voka, Vlerick, Unizo) waar we onlangs nog een frappant staaltje konden zien, toen het interview van Van Eetvelt met het Financieel Dagblad even een inkijk gaf in de moegetergde Vlaamse ondernemersziel. Of een ex-rector zoals André Oosterlinck, die doorgaans met een bijna pervers genoegen de rol op zich neemt van megafoon voor de Vlaamse captains of industry. Eigenlijk behoren ze allemaal, met een beetje goeie wil, tot het N-VA ecosysteem.

De Vlaamse beweging (Peter De Roover en anderen) en andere nationalistische hardliners & militanten vormen uiteraard ook een belangrijke actor binnen N-VA, zowel inzake “content” als voor de externe perceptie van de partij. Idem dito voor de overgelopen ex-Vlaams Belangers, of de zogenaamde “Noord-Zuid” breuklijn in het partijbureau.   Er is ook het leger webforabezoekers, dat trouw fulmineert en schuimbekt als de grote partijleider onrecht wordt aangedaan in een of ander artikel. Maar ik zou het N-VA ecosysteem nog als veel ruimer willen omschrijven: delen van de rechterlijke macht in Antwerpen behoren ertoe, het (evoluerende) kiezerskorps van N-VA, inclusief de polls (en dus de virtuele kiezers), …

Eigenlijk kun je misschien nog ruimer gaan  – al gaan we dan eigenlijk, strictu senso, buiten het complexe (maar “open”) systeem N-VA. Veel actoren die genoegzaam beschouwd worden als ‘tegenstanders’ van de N-VA maken eigenlijk, net door de nogal steriele interactie die ze aangaan met de partij en de acties die ze ondernemen, de partij nog groter. Ik denk bv. aan de ‘culturo’s’, de vakbonden, de salafisten, … Dat is geen verwijt, het is alleen een (pijnlijke) vaststelling. Overigens geldt iets dergelijks veel minder voor Peter Mertens en PVDA+, of voor Paul Magnette. Blijkbaar is de kritiek die beiden formuleren op het discours van N-VA of op de Wever zelf, van een ander gehalte. Anders gezegd, ik denk niet dat zij N-VA slapend rijk maken met hun kritiek.

En eigenlijk kunnen we nog ruimer gaan, al gaan we dan zeker ver buiten het N-VA ecosysteem: de N-VA gedijt ook wonderwel in een context van Oeso-, Europese Commissie-, en IMF beleidsvoorstellen en –rapporten of ‘economic governance’ mechanismen, die allemaal in dezelfde lijn lijken te liggen. In een Europa bovendien waar door de aanhoudende bezuinigingspolitiek en het effect dat dit ressorteert in perifere eurolanden,  een land als Griekenland stilaan functioneert als een afschrikwekkende metafoor voor wat kan gebeuren met elk land in de eurozone en ver daarbuiten; en waarin omgekeerd de Duitse “geflexibiliseerde” Hartz economie door alle rechtse partijen op een sokkel wordt gehesen. Op de een of andere manier zijn Dexia en andere malversaties in de financiële sector – inclusief de ACW “problemen” – eveneens gefundeness Fressen voor N-VA in dit decennium, al is me nog altijd niet helemaal duidelijk waarom.

Emergente kenmerken

N-VA, ruim geïnterpreteerd, is dus anno 2012 een erg dynamisch en complex netwerk van actoren en onderlinge relaties (net zoals andere partijen trouwens). Uit die interactie ontstaan echter nieuwe kenmerken (“emergent properties”), die niet te herleiden vallen tot de kenmerken van de individuele componenten (actoren) van het systeem. Overigens is dat uiteraard al een tijdje aan de gang, want N-VA komt van ver, zoals bekend. De N-VA heeft zich in minder dan een decennium ontwikkeld van een partijtje van politieke marginalen & losers rond Geert Bourgeois, via een relatief frisse “no nonsense” partij – toen De Wever in de Slimste Mens hoge toppen scheerde en punten scoorde met zijn bijtende maar ook zelfrelativerende humor – die ongeveer 13 % haalde van de stemmen, tot de grote partij en politieke falanx die ze nu is. Zeker in de perceptie van de meeste Vlamingen is de N-VA anno 2013 een vrij conservatieve, moralistische partij met een coherent “verhaal”, die ondertussen stevig verankerd is in Vlaamse gemeenten, en die nu – ook en vooral in de perceptie – bijna als een moloch opstevent naar 25 mei 2014, de bijna magische datum waarop “het” staat te gebeuren. De Grote Verandering, ik zou het bijna de Grote Sprong Voorwaarts genoemd hebben (maar ik vrees dat De Wever en de zijnen me dan van de een of andere obediëntie gaan verdenken). Een partij ook die polariseert, en nogal wat mensen bang maakt. Uiteraard is die evolutie voor een stuk “gestuurd”, met behulp van een duidelijke communicatiestrategie en professionele framing, maar toch gaat het niet alleen om het genie van communicatiestrateeg en meester-provocateur De Wever, ook al is de man dan overduidelijk een ‘centre of activity’ of een dominant “node of interaction” in het complexe systeem. Die perceptie in de publieke ruimte wordt immers pas een feit, als iedereen de metaforen die De Wever gebruikt (dat N-VA aansluit bij de Vlaamse grondstroom, dat België uit twee democratieën bestaat, de PS-Staat, …), gaat nazeggen en schrijven, naäpen zo je wil. M.a.w. het is  door de interactie tussen alle actoren en stakeholders in de publieke ruimte – en het effect daarvan op Jan Modaal in het stemhokje – dat de N-VA zich kon vervellen in luttele 10 jaar van een partij voor politieke losers tot de “partij van de verandering” waarvoor we blijkbaar met zijn allen op de buik moeten gaan.

Nog een aanwijziging dat het complexe systeem N-VA “emergente kenmerken” vertoont: veel N-VA kiezers en zelfs veel N-VA mandatarissen zijn veel minder strict in de leer (qua separatisme) dan de partij zoals ze nu benaderd wordt in de media en in de publieke ruimte (ook en vooral door tegenstanders en waarnemers, maar zelfs door een N-VA mandataris als Jan Peumans) – nl. als een partij die confederalisme vooral gebruikt als schimmenspel om haar echte doel te verhullen, Vlaamse onafhankelijkheid. Dat is het beeld van N-VA dat nu domineert. De facto staat de partij N-VA nu voor een partij die niet zal aarzelen om in 2014 haar electorale macht te gebruiken om de Belgische constructie voor voldongen feiten te stellen. Sommigen – waartoe ik niet behoor – gaan zelfs nog verder, en vergelijken N-VA met fascisme en schrijven De Wever een Führermentaliteit toe. Dat is een brug te ver – voorlopig is dat geen emergent kenmerk van het CAS N-VA. Maar De Wever moet wel oppassen dat dergelijk label niet blijft ‘hangen’ want hij werkt zelf gretig mee aan dat soort stereotypering, getuige zijn recente uitlatingen over Pim Fortuyn en het gelijkaardige lot hij blijkbaar vreest.

Iteratieve adaptatie

N-VA is dus een dynamisch, complex maar ook een adaptief systeem, wat inhoudt dat het als (tot op zekere hoogte zelforganizerend) organisme telkens op zoek gaat naar een nieuw equilibrium, een nieuw evenwicht, ook al zijn er tussenin periodes van relatieve stabiliteit. Dat equilibrium was er bijvoorbeeld toen de partij een aanhang had van minder dan 5 %, maar ook toen het 13 % haalde bij verkiezingen in 2009, en grofweg sinds de federale verkiezingen van 2010 – nu de partijaanhang geschat wordt op 30 %. Telkens waren er ‘tipping points’ die de partij momentum gaven, bv. de deelname van De Wever aan de Slimste Mens, de pijnlijk lange regeringsonderhandelingen, het schijnbaar onontwarbare BHV kluwen, ….  

Nu moet de partij overigens op zoek naar een nieuw evenwicht, nu haar voorman als burgemeester functioneert van de belangrijkste stad van Vlaanderen, en voor het eerst beleidsverantwoordelijkheid draagt. Dat doet de partij door ‘proefballonnetjes’ op te laten, in Antwerpen eerst en vooral. Ze probeert dingen uit, kijkt hoe de publieke opinie erop reageert, om dan eventueel bij te sturen. “Iteratieve adaptatie”, zo je wil. Dit is overigens een uitstekende manier om met problemen om te gaan in relatief onvoorspelbare, complexe systemen zoals de snel evoluerende samenleving die we nu kennen, in een tijdperk van globalisering en grote veranderingen in Europa. Experimenteren, om dan uiteindelijk de ‘sociaal wenselijke’ (= geen schade aan de samenleving berokkenende) voorstellen te weerhouden. Voor de duidelijkheid: het gaat hier om sociaal wenselijke beleidsvoorstellen volgens het wereldbeeld van N-VA. Maw: je kunt de beleidsvoorstellen & proefballonnetjes misschien beter interpreteren als voorstellen die vooral de N-VA electorale aanhang nog moeten doen aangroeien (al zal De Wever ongetwijfeld aanvoeren dat dit soort beleid ook de samenleving in haar geheel ten goede komt).  Sowieso lijken politici zich te bevinden in de zone tussen ‘zekerheid’ (met simpele problemen in een stabiele setting) en ‘totale chaos’ (waarbij ze enkel samenlevingsturbulentie en –schokken zouden moeten managen en eigenlijk permanent als een soort crisismanager functioneren). De Wever en de meeste andere toppolitici (Van Rompuy en Barroso bv.) bevinden zich in een soort tussenzone, de zone van ‘adaptive management’ waar de complexiteitstheorie het meest kan bijdragen.

Nonlineair

Last but not least – het mechanisme kan ook omgekeerd werken, via negatieve (en eveneens zelfversterkende) feedback loops. De N-VA is, via tipping points in een algemeen gunstig klimaat en het goed inspelen daarop van diverse actoren, groot geworden, met een paar grote schokken. Het ging niet om een lineaire, gestage vooruitgang, veeleer een nonlineaire. Maar het kan dus ook omgekeerd, vraag het maar aan Jean-Marie Dedecker, die zijn Lijst Dedecker als een ballon zag leeglopen, ook al heel nonlineair, of het Vlaams Belang na 2004. Die nonlineariteit is typisch voor complexe systemen. Kleine oorzaken kunnen grote gevolgen hebben, en omgekeerd kan het massaal inhakken op De Wever en co een relatief klein (of zelfs een averechts) effect hebben.

De Wever moet dus ook opletten dat hij, in zijn drang om te polemiseren, niet te ver gaat en een tipping point overschrijdt, of met een andere ‘explosieve verandering’ een voor de partij negatieve spiraal in gang zet. Vraag is of dat met zijn obediëntie-uitspraak al niet het geval is. Sowieso is ook die quote – en het eruitlichten door de De Standaard redactie (Karel Verhoeven en Tom Heremans, zo blijkt uit een stuk vandaag van ombudsman Tom Naegels) – een schoolvoorbeeld van complexiteitstheorie at work. Misschien was De Wever gewoon zijn eigen polemiserende zelf – als we de analyse van Brinkman vandaag in DS mogen geloven is de man aangeslagen door de mediarel  – en staat hij inderdaad zelf te kijken van de enorme (nonlineaire, asymmetrische ) impact die zijn quote en het interpreteren van die quote in de publieke ruimte hebben gekregen. Maar hij zou zo onderhand moeten weten hoe het spelletje werkt.

Sowieso blijft het koffiedik kijken wat 2014 brengt. Niet in het minst omdat, in het open complexe systeem dat N-VA vormt in Vlaanderen anno 2014, de externe factoren Europa en de financiële markten een bijzonder onvoorspelbare factor vormen. Een nieuwe eurocrisis, bv. veroorzaakt in Spanje of Italië, zou een enorme impact hebben op het N-VA “verhaal” van confederalisme waarmee ze naar de verkiezingen willen trekken. Als blijkt dat de Europese bezuinigingspolitiek gebakken lucht is, of teveel sociale en politieke weerstand oproept, en de eurozone bijgevolg implodeert en/of splitst, dan moet de N-VA terug op zoek naar een nieuw equilibrium. Elders heb ik echter al gesteld dat de N-VA daartoe in staat zou moeten zijn. Ofwel krijgen we immers een Europa dat zich organiseert naar Duitse blueprint, en waarin N-VA zich sowieso kan vinden, ofwel implodeert/splitst de eurozone, en krijg je enorme middelpuntvliedende krachten – de kans is groot dat verschillende Europese regio’s dan onafhankelijk zullen worden. Waaronder Vlaanderen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!