In het Noordstation van Brussel
Verslag, Nieuws, België, BBTK, Bediendestatuut -

“Voorstel werkgevers over eenmaking bediende- en arbeidersstatuut creëert nog meer ongelijkheden”

Op 8 juli 2013 behoort het onderscheid tussen arbeiders en bedienden definitief tot het verleden. Of dat zou toch moeten van het Grondwettelijk Hof. Werkgeversorganisatie VBO wil voor de opzegtermijnen een minimum en een maximum invoeren. De sectoren mogen dan zelf onderhandelen voor welk regime ze kiezen. “Zo creëer je alleen maar een nieuwe ongelijkheid”, reageert BBTK-voorzitter Erwin De Deyn.

maandag 4 februari 2013 11:00

De tijd tikt. Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat op 8 juli 2013 de twee belangrijkste verschillen tussen arbeiders en bedienden weggewerkt moeten zijn: de opzegtermijnen bij ontslag en de zogenaamde carenzdag (de eerste dag van een ziekteperiode van een arbeider die de werkgever niet moet betalen).

De verschillen tussen arbeiders en bedienden zijn zeer groot. De werkgeversorganisatie VBO pakte vorig weekend met een voorstel uit dat de verschillen behoudt. Volgens het VBO moet er een minimum- en een maximumgrens komen. De werkgevers en de vakbonden zouden dan per sector kunnen onderhandelen welk regime ze kiezen.

Wie maandagmorgen de trein nam vanuit een groot station kon er niet naast kijken. De socialistische bediendevakbond BBTK probeert met pamfletten de werknemers te overtuigen dat er betere oplossingen mogelijk zijn. De werkgevers vrezen echter dat het optrekken van de opzegtermijnen voor arbeiders richting die van de bedienden economische zelfmoord is. “Het is logisch dat ze dat zeggen. De werkgevers zien een kans om de ontslagbescherming af te bouwen. Liefst zo laag mogelijk. Wij willen een goede bescherming voor alle werknemers”, zegt BBTK-voorzitter Erwin De Deyn.

Een minimum en een maximum voor opzegtermijnen ziet De Deyn niet zitten. “Dat is onuitvoerbaar. Hoe ga je al die sectoren afbakenen? Bovendien creëer je alleen maar nieuwe ongelijkheden tussen beter en minder beschermde sectoren. Dat lijkt me ook niet echt bevorderlijk voor de mobiliteit tussen sectoren. Zo dreig je de industrie te stigmatiseren.”

Is zo’n ontslagbescherming nog wel van deze tijd? De Deyn: “Arbeidsrecht moet werknemers beschermen. Zij bevinden zich in een ondergeschikte positie tegenover de werkgevers. Natuurlijk hebben sommige arbeidsmarktspecialisten daar een andere visie op, maar uiteindelijk is dat een ideologisch debat.”

Als de werkgevers en de vakbonden er zelf niet uitgeraken, zal de regering knopen moeten doorhakken. Enkele recente dossiers tonen dat de vakbonden dan zeker niet aan het langste eind trekken. Er kwam een ingreep in de index en de flexibiliteit wordt verhoogd.

“De regering heeft de werkgevers in die dossiers in een zetel gezet. Als je zelf eerst met verregaande voorstellen uitpakt, is het niet verwonderd dat de werkgevers zich gesterkt voelen. Ik denk dat dat in dit dossier anders is. De regering houdt zich afzijdig. Omdat ze waarschijnlijk wel beseft dat dit een zeer complex dossier is. Ik hoop dan ook dat ze een bemiddelende rol blijft spelen”, zegt De Deyn.

De socialistische bediendevakbond BBTK voerde alleen actie aan de stations. “Op een bepaald moment moet iemand beginnen. Ik denk dat iedereen bij het ABVV ongeveer op dezelfde lijn zit”, zegt De Deyn.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!