‘Zero Dark Thirty’: embedded cinema made in Hollywood
Nieuws, Wereld, Cultuur, Recensie, Filmrecensie, Kathryn Bigelow, Zero Dark Thirty -

‘Zero Dark Thirty’: embedded cinema made in Hollywood

In het videospel 'Call of Duty' lost een shooter/speler alles op door een kogel door iemands hoofd te jagen. Kathryn Bigelows subjectief en tendentieus docudrama 'Zero Dark Thirty' tovert met dezelfde filosofie de jacht op Osama bin Laden om in een wraakqueeste. “De kerel viel mijn thuisstad aan,” aldus scenarist Mark Boal, “de lange nasleep daarvan bepaalde mijn professioneel leven als schrijver”.

woensdag 30 januari 2013 10:26

 De “actiefilm voor het brein” (Time) en “het meesterwerk van 9/11 cinema waar we zaten op te wachten” (Indiewire) is toch vooral een ideologisch en moreel betwistbaar werk.

Wanneer een controverse de beste promotie is voor een film, dan belooft ZERO DARK THIRTY vanaf 30 januari de Belgische bioscoopzalen te doen vollopen. Want de nieuwste van Oscarwinnares (voor The Hurt Locker) Kathryn Bigelow is op zijn zachtst gezegd omstreden. Zowel de totstandkoming als de inhoud van de film staan ter discussie.

Dat dit docudrama over de door de CIA georganiseerde jacht op Osama bin Ladena in de VS haast unaniem lovend werd onthaald en filmprijzen bij de vleet verzamelde (alleen Bigelows verwachte ‘beste regie’ Oscar-nominatie ging naar Beasts of the Southern Wild-revelatie Benh Zeitlin) zegt meer over de ondraaglijke lichtheid van de Amerikaanse media en de ruk naar rechts van de populaire cultuurindustrie dan over het bedenkelijk karakter van deze bittere kroniek gedreven door woede, wraak en militarisme.

Een propaganda-machine onder vuur

De eerste vraagtekens rezen nochtans al tijdens de pre-productie. Het in mysterie en clandestiniteit gehulde project begon als een drama over de jarenlange zoektocht naar de ‘onvindbare’ Al Qaeda-leider en werd in een andere richting gestuurd na de raid van 1 mei 2011 waarbij bin Laden gelokaliseerd én gedood werd door een SEAL-team.

Strikte geheimhouding (niemand kreeg Mark Boals scenario te zien) leidde tot vragen én beschuldigingen. Zo begrepen sommigen niet waarom een vrouw (vertolkt door The Tree of Life en Take Shelter actrice Jessica Chastain) de hoofdrol speelde in een militaire actiefilm die verondersteld werd te handelen over de raid van de speciale legereenheid.

New York Times columniste Maureen Dowd concludeerde dan weer erg snel dat “het Witte Huis het ‘vermannelijken’ van president Barack Obama’s imago outsourcede aan Hollywood”. Waarna rechts en centrum-links elkaar vonden in de voorspelling dat de film wel propaganda zou worden in Obama’s electorale campagne (uiteindelijk werd de release verschoven tot na de verkiezingen).

Peter King, de Republikeinse voorzitter van de ‘Homeland Security Committee’ van het Huis van Afgevaardigden, beloofde prompt een onderzoek naar de steun die de regering aan de productie zou gegeven hebben en een politieke actiegroep volgestouwd met Tea Party-leden zwaaide met beschuldigingen als “oneervolle onthullingen”.

Dat leek selectieve verontwaardiging omdat Hollywood blockbusters zoals Transformers traditioneel stevige steun van Defensie krijgen zonder dat er een haan naar kraait en de makers van ZERO DARK THIRTY net geen beroep konden doen op vliegtuigen of wapentuig van het Amerikaanse leger. Waardoor ze konden volhouden geen materiële steun te hebben ontvangen en evenmin controle over het script te hebben toegelaten.

Maar de vraag naar de ‘ongepaste’ toegang tot informatie van de filmmakers bleef leven na de verkiezingen, zeker toen de eerste vertoningen van de film duidelijk maakten dat de film eerder een lofzang op de CIA dan een ode aan Obama was.

Ook al haastte CIA-directeur Michael Morell zich om te benadrukken dat hij “niet gelukkig was” met ZERO DARK THIRTY en dat de CIA “niet hoeft te accepteren dat een film de herinnering aan in actie gestorven CIA-agenten vertroebelt”. Hij had er ook moeite mee dat de film suggereert accuraat te zijn, terwijl er volgens hem zaken overdreven en onjuist worden verbeeld. Waarmee hij de suggestie viseerde dat informatie over de verblijfplaats van Osama bin Laden verkregen werd door “enhanced interrogation techniques” (lees: marteling).

Morells uitval was echter niet meer dan een poging de aandacht af te leiden van de contacten tussen CIA en de filmmakers én het debat te verleggen van de (on)toelaatbaarheid van foltering naar de vraag van de efficiëntie van martelpraktijken bij ondervragingen (een 6000 pagina-dik parlementair onderzoek stelde dat er in de jacht op bin Laden geen nieuwe elementen verkregen werden door foltering; daar zou althans geen bewijs voor gevonden zijn). Want wie discussieert over de kwaliteit van de resultaten gaat voorbij aan het feit dat de praktijk op zich een regelrechte oorlogsmisdaad is.

Waargebeurd verhaal of ode aan geweld

ZERO DARK THIRTY claimt met de beginwoorden “based on first person accounts of actual events” de status van waargebeurd verhaal, van getuigenis, en zowel scenarist Mark Boal als regisseur Kathryn Bigelow beweren een a-politieke film te maken “die elk oordeel aan de kijker overlaat”. Niets is echter minder waar.

Het probleem van de film is echter niet zozeer het ontbreken van een historisch perspectief zo kort na de feiten (een 18 maanden na de raid) maar wel het linken van een subjectief standpunt (een exclusief Amerikaans point-of-view) aan een tendentieuze interpretatie.

In 2012 nog altijd onverbloemd stellen dat het opsluiten en hardhandig ondervragen (met technieken zoals waterboarding) van terreur-verdachten niet enkel verdedigbaar en nuttig was  maar ook zorgde voor loutering van het 9/11 trauma – dankzij de executie van een bejaarde diabeticus die al lang geen hoofdrol meer vertolkte in het internationale terrorisme – is niet enkel schandelijk, het is een naar verheerlijking ruikende goedkeuring van Amerikaans geweld.

En dat is wat Kathryn Bigelow doet. Van bij de eerste filmgeluiden en -beelden zet ze de toon. Het begint emotioneel met een zwart beeld en sound bytes van telefonische hulpkreten van slachtoffers die vastzitten op de hoogste verdiepingen van de getroffen Twin Towers.

Meteen daarna wordt gesneden naar een ‘black site’ (een geheime CIA-gevangenis) met het beeld van een met kettingen vastgebonden en tot pulp geslagen ‘terreur-verdachte’ die al lang begrepen heeft dat de belofte van de ondervrager (“I will hurt you”) gemeend is.

Bigelow kiest echter niet voor sadisme maar voor propaganda. Ze maakt de ondervraging niet opwindend of clean (wel brutaal en gruwelijk) maar manipuleert op veel  inventievere wijze. Door via montage de soundtrack van 9/11 (met al zijn tragische associaties) te verbinden met de horrorbeelden van folteringen wordt er een causaal verband gelegd tussen beiden.

Waardoor martelingen voortvloeien uit en gerechtvaardigd worden door de aanslagen. Amerikaans geweld als reactie op agressie. Waardoor de martelende ondervrager symbool staat voor al die onschuldige Amerikaanse slachtoffers. En de ondervraagde een dader wordt of een shortcut naar ‘schurken’.

De eerste ondervrager wordt geassisteerd door verschillende individuen met skimaskers en tijdens een pauze blijkt een van hen de jonge CIA-agente Maya (Jessica Chastain) te zijn. Het is haar eerste veldopdracht en de analiste knippert even met de ogen bij zo veel geweld, maar ze zet stoer door. Daarmee begint voor haar een job die een missie wordt, het vinden (en doden) van Osama bin Laden.

De zoektocht die leidt naar bin Ladens vesting in het Pakistaanse Abbottabad – waar ook nog andere mannen, vrouwen en kinderen sneuvelen – wordt gepresenteerd als een eenvrouwszaak, met een wilskrachtige vrouwelijke ‘motherfucker’ die binnen het mannenbastion CIA koppig doordrijft, ook wanneer niet iedereen 100% overtuigd is dat de Al Qaeda-leider gevonden is.

Maya is een sterke en bekwame vrouw. Iemand die i.t.t. veel vrouwen in Hollywoodproducties niet ten dienste van mannen staat. “Ze wordt niet gedefinieerd door een man,” stelt Bigelow, “ze wordt niet gedefinieerd door een geliefde. Ze wordt gedefinieerd door haar acties”.

De Amerikaanse media legden vlotjes een verband tussen het hoofdpersonage, Bigelow en feminisme maar helaas fungeert de vrouwelijke heldin hier enkel als uithangbord van de geheime diensten en het leger. Maya is een eenzaat zonder geschiedenis (we vernemen niets over haar achtergrond) die finaal haar job wordt. Een vleesgeworden professional in de strijd tegen terreur.

Maya is daarbij een product van 9/11 en van bin Laden. Haar ontwikkeling, de manier waarop ze steeds meer opgaat in haar werk en in haar verlangen om te doden, evolueert samen met het terrorisme. En met de gevoelens van angst, paranoia en haat die vakkundig gecultiveerd worden bij de Amerikaanse bevolking door media en politici (met Fox en de Republikeinen in de hoofdrol).

In ZERO DARK THIRTY blijft martelen een vies en duister onderdeel van een job waarbij ‘werkers’ hun ziel verliezen of door politici in de steek worden gelaten (“zie dat je niet de laatste bent met een hondenketting in de hand wanneer een ethische commissie langskomt” klinkt het waarschuwend).

Bigelow gebruikt (misbruikt) de collectieve angst voor terreur door een reeks aanslagen op te lijsten en ten onrechte te verbinden met bin Laden en Al Qaida (bomaanslagen in Londen in 2005 en in het Marriott-hotel van Islamabad anno 2008, de zelfmoordaanslag op een Amerikaanse basis in Khost, Afghanistan in 2009 en de verijdelde aanslag op Times Square in 2010) om aan te geven dat het ‘offer’ van de jagers noodzakelijk is (Guantànamo en Abu Ghraib blijven daarentegen onvermeld).

Waardoor de CIA-agenten overkomen als de grote slachtoffers en ook helden. Het is geen toeval dat wanneer een collega om het leven komt Maya er een lotsbestemming in ziet: “I believe I was spared so I could finish the job. I’m going to smoke everybody involved. And then I’m going to kill bin Laden”. In die religieuze ‘zending’ verdwijnt moraliteit uit beeld.

Van embedded journalist naar embedded cinema

Door de missie van Maya voor te stellen als een job – “Het is een vuile job maar iemand moet het doen” is de boodschap – en een heilige obsessie probeert Bigelow vrije wil en morele keuzes te schrappen. Dit is een a-politieke kroniek van een professional klinkt het bij de makers. “De film heeft geen politiek agenda en oordeelt niet,” zei Bigelow tegen de New Yorker.

“Dit is filmjournalistiek” schreef Time en Bigelow stelt “film op een bijna-journalistieke wijze te benaderen”. Niet dat ze hiermee naar pakweg kritische of onderzoeksjournalistiek verwijst. Eerder een subjectieve variant van ervaringsjournalistiek. Op dat vlak vond ze een ideale ‘partner in crime’ in scenarist en voormalig journalist Mark Boal (zijn verhaal lag aan de basis van de Paul Haggis-film In the valley of Ellah).

Boal was in 2004 als embedded journalist actief in Irak en toonde zich toen al blind voor ontbrekende kritische afstand én indoctrinatie; hij zag enkel betrokkenheid en authenticiteit. Het spoorde hem aan om samen met Bigelow embedded cinema te ontwikkelen via ‘boots on the ground’ films die de kijker onderdompelen in actie gezien door de ogen van de protagonisten. Dat leverde al een intens drama over een eenheid ontmijners op: The Hurt Locker.

Als journalist voor o.m. Village Voice, Playboy en Rolling Stone dweepte Boal met de New Journalism-beweging van de jaren 60 en 70. Belangrijke Amerikaanse schrijvers zoals Tom Wolfe, Norman Mailer, Truman Capote en Hunter S. Thompson gebruikten toen literaire technieken om ‘waargebeurde’ verhalen te vertellen waarin waarheid primeert op feiten en subjectiviteit de plaats van objectiviteit inneemt.

Voor de schrijvers een manier om hun eigen ideeën, opinies en waarnemingen te introduceren via een intense reportage waarbij ze zich onderdompelen in het onderwerp. Veelgebruikte technieken daarbij zijn het vertellen van een verhaal via actie; het werken met uitgesponnen dialogen en point-of-view opnamen; focussen op gedrag en niet op backstory.

Technieken die Bigelow reeds in Point Break en Strange Days gebruikte en die van ZERO DARK THIRTY een intense maar vooral ook subjectieve kijkervaring maken. Ze vermijdt uitvergrote heroïek maar door het verhaal vanuit Amerikaans standpunt te vertellen blijft ‘de ander’ wèl buiten beeld.

Ook al wil de cineaste niet oordelen maar tonen, de manier waarop ze onze blik leidt bevat een interpretatie. Bovendien is de emotionele narratieve leidraad de groeiende verbetenheid van een vrouw met een destructieve missie. Heel even komen tijdens de raid van de Navy Seals op de vesting in het Pakistaanse Abbottabad kinderen (en hun ontreddering) in beeld, maar dat blijft de enige ‘vermenselijking’ van ‘de vijand’.  

ZERO DARK THIRTY voert ons op intense en subjectieve wijze naar “the dark side” maar verdrinkt in een moreel moeras. Ook al is Bigelows aanpak niet altijd nadrukkelijk propagandistisch. Zo wordt de nachtelijke raid van de wat cynische elitesoldaten erg klinisch weergegeven; de makers overgieten de actie niet met een heroïsch sausje omdat het heroïsme voor hen evident is én verbonden met professionalisme.  

Geïnspireerd en begeleid door Boal fungeerde Kathryn Bigelow als een “embedded director”. Ze mocht spreken met CIA-agenten en leden van het SEAL team wat resulteerde in een mix van informatie (die realistische details oplevert) en desinformatie. Maar ook vooral in sympathie voor de gesprekspartners, voor de ‘jagers’.

Zoals wel meer gebeurt leidt de symbiose met de mensen waarbij men “embedded” is, tot het soort propaganda dat de militairen voor ogen hadden. Het effect van Bigelows “embedded cinema” is niet anders: wie midden in de actie gedropt wordt leeft mee met de protagonisten. Ook al omdat ze een van de weinige Amerikaanse regisseurs is die geweld kan filmen zonder het te transformeren in een videospel.

Het vertekend beeld van de vervormde spiegel

Kathryn Bigelow is geïnteresseerd in de emotionele kant van actie en niet enkel in het puur fysische aspect ervan. Als visueel verhalenverteller wil ze via sprekende, niet-kunstmatige beelden “mensen binnen brengen in deze schaduwrijke maar belangrijke wereld die slechts zelden te zien is en zijn menselijk gelaat belichten”.

Ook Boal bevestigde gewerkt te hebben als een “embedded writer”: “alle personages zijn gebaseerd op echte mensen. De dialogen zijn geschreven omdat het een scenario is en ik tien jaar moest samendrukken in twee uren. Ik nam de informatie die mensen me gaven en reconstrueerde dingen om een verhaal te vertellen”.

Zo ontstond een vertekend beeld. Toen Boal achteraf geconfronteerd werd met het feit dat de film lijkt te suggereren dat vitale informatie omtrent de schuilplaats van bin Laden bekomen werd door marteling reageerde hij flauwtjes door te stellen dat de info in kwestie verkregen werd tijdens een etentje zonder druk. Waarbij hij even vergat dat wat vooraf ging (fysische mishandeling, onthouden van slaap) ook invloed had.

Het is opmerkelijk dat de sympathie van Boal en Bigelow vooral uitgaat naar de jagers en heel wat minder naar hun opdrachtgevers. In de hogere regionen van de CIA en de regering lijken mensen te vertoeven die weinig vertrouwd zijn met de praktijk. En die daarom ook gezwind het voetvolk vergeten.

Het is veelzeggend dat Obama even heel kort op televisie te zien is met een veroordeling van (on-Amerikaanse) folterpraktijken. De CIA-ondervragers kijken zwijgend toe. Is dit presidentieel statement een leugen of een voorbode van selectieve sancties voor zondebokken? Voor de filmmakers telt vooral de onzekerheid waarin de CIA-ers leven en werken.

Boal en Bigelow hebben niet enkel weinig sympathie voor de president (die in de werkelijkheid de folteraars blijft beschermen omwille van de nationale veiligheid) maar ze spelen ook in op de paranoïde afkeer die leeft bij conservatief Amerika voor de overheid en de wereldvreemde politici van Washington.

Al even weinig objectief of kritisch is de manier waarop aan de executie van bin Laden wordt voorbijgefietst. De (door de Amerikaanse overheid georchestreerde) moord wordt gecamoufleerd door het gevierde professionalisme van de zelfs onder tegenslagen (defecte helikopter) onverstoorbaar blijvende elite-eenheid.

Ooit (in de genre-fantasieën Near Dark, Blue Steel, Point Break en Strange Days) doorprikte Bigelow machismo, geweld en machtsmisbruik. Nu, na 9/11, maakt ze met (duikbootdrama) K19: The Widowmaker, The Hurt Locker en ZERO DARK THIRTY intense, subjectieve oorlogsdrama’s over mannen en vrouwen die opgesloten zitten in hun obsessies, angsten en gewelddadig machismo. De ooit kritische kijk van de voormalige kunststudente is ingeruild voor een misantrope, gezagsvriendelijke levensvisie.

Wanneer ‘woman warrior’ Maya aan het slot van ZERO DARK THIRTY alleen aan boord gaat van een vrachtvliegtuig is de “Where do you want to go?” vraag van de piloot zowel gericht aan de ‘moedige strijder’ als aan de ‘beproefde natie’. Wat na de koel geserveerde wraak?

Die vraag blijft open maar een ding is zeker: de CIA krijgt eerherstel van Bigelow (haar sympathie gaat naar de in de rol van getraumatiseerd slachtoffer geduwde agenten) en het vijandbeeld blijft lekker ongenuanceerd.

ZERO DARK THIRTY is sterke embedded cinema made in Hollywood maar in de kracht en virtuositeit van dit destructief en reactionair entertainment schuilt juist het gevaar. De vervormde spiegel van Bigelow geeft een erg vertekend beeld weer van de wereld en de werkelijkheid. Een beeld dat dient bijgesteld te worden, ontdaan van alle wraakfantasieën.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!