De kleine jongen van Hoei.  Over het hoogste geluk
Nieuws, Cultuur, België - Frank Adam, Klaas Verplancke

De kleine jongen van Hoei. Over het hoogste geluk

De moord op de kleine jongen van Hoei vond plaats in de vroege ochtend van de nationale gedichtendag van België. Een Belgische fabel van Frank Adam & Klaas Verplancke in de reeks Confidenties aan een ezelsoor.

dinsdag 29 januari 2013 15:18


doc

 

 

De kleine jongen van Hoei

 Over het hoogste geluk

______________________________________________________________

 

Een Belgische fabel van Frank Adam & Klaas
Verplancke in de reeks Confidenties aan
een ezelsoor.

_____________________________________________________________

 

 

De moord op de kleine jongen van Hoei vond plaats in de vroege ochtend
van de nationale gedichtendag van België.

 

Waarom

 

Een nieuwslezeres las een alarmerende klimaatvoorspelling als een gevleugeld
klassiek sonnet – een vader rijmde over het plezier van het morsen – een
automobiliste kalligrafeerde een haiku op een beslagen ruit – een man van
tachtig voelde zich in zijn bejaarde vrouw naar eigen zeggen ‘als een eeuwig jonge
zalm in de kolkende rivier van de kosmos’ – terwijl op datzelfde ogenblik
de kleine jongen van Hoei zijn bewustzijn voelde uitstijgen boven zijn spartelende
lichaam in de beek en zich boven zijn dicht gewurgde keel kinderlijk
filosofisch afvroeg waarom hij nu al moest ophouden met leven. 

 

Verrast

 

Vanuit zijn hoog boven de plaats van de misdaad zwevende Zelf, ontwaarde
de kleine jongen van Hoei, net als zijn verrast opkijkende moordenaar, een
ezelsoor boven de horizon van de boswegel verschijnen – fluks heen en
weer bewegend als een montere metronoom. 

   Ook hoorden zij
de bas van de in zichzelf declamerende ezel die, net als alle Belgen, tijdens
deze editie van gedichtendag zocht naar ‘het meest troostrijke vers aller
tijden’.

   Toen de
moordenaar zijn greep loste, landde de kleine jongen van Hoei met een smak
terug in zijn lichaam en riep hij de inmiddels volledig in beeld verschenen ezel
om hulp. 

 

Het hoogste geluk

 

De ezel knielde bij de beek en sprak tot de kleine jongen van Hoei:
‘Het hoogste geluk dat de mens kan bereiken is dat hij zijn ongeluk onder
woorden kan brengen.  Maar dat zal
jou niet worden vergund. 

   Je ouders zullen geen
aangifte doen van wat zich hier heeft afgespeeld. 

   In overleg met de
postbode, de melkboer, de bakker, je juffen, meesters, twitter
en facebookvriendjes en je eigen broers en zussen zullen
zij er uit schaamte op toezien dat deze dag uit de kalender van je leven wordt
gewist. 

   En hoewel je tijdens
je jeugd onophoudelijk zult worden gepest – je ogen druipen van schrik, je lichaam
ruikt naar angst – raak ook jij ervan overtuigd dat het kneuzen van het strottenhoofd,
de bloeduitstorting in de hals, het inademen van water, het verdrinken van de longen,
het langzaam zinken van het hart – dat je deze en alle andere nare herinneringen
aan deze dag alleen maar als een donker sprookje hebt verbeeld. 

 

 Pervers plezier

 

Jaren later echter, op muren van stationshallen en metrotunnels, op
slecht gekopieerde posters met robotfoto’s, smeekbeden en oproepnummers, zul je
als volwassen man de kleine jongen van Hoei weer zien zweven boven de beek. 

   Je zult je erover
verwonderen dat mensen hun ogen over zijn beeltenis laten glijden met de
vanzelfsprekendheid waarmee hun voeten zich haasten over de vloer, waarmee hun
ruitenwissers schuren over een verpletterde vlieg tegen het glas. 

   Ook op televisies
en in bioscopen zie je steeds hetzelfde tafereel.  Meermaals bespeur je pervers plezier in
het medeleven van de kijkers om je heen.  Meer dan eens zul je de vertoning
verstoren met de uitroep: “Waarom maakte de inspecteur uit de film geen
overuren voor mijn zaak, merkte de wetsdokter
niet de blauwe vingerplekken in mijn hals,
streelde die agente niet over mijn
wang?!”  Meermaals zul je zweren: “Die
zwarte nagels, dat schitterende zonlicht, die eendenkroos als een lauwerkrans
van angst over dat kleine gezicht gedrapeerd: het is allemaal niet echt!” 

 

Herbeleven in het openbaar

 

Na de wilde verlatingsangst-theoriën van
een therapeut en de ontnuchterende facturen van diens boekhouder zul je besluiten
de kleine jongen in de volwassen man zelf te wurgen.  Door te getuigen, te spreken, te
herbeleven in het openbaar.  Iemand
moet toch inzien dat Iets of Iemand zich in jouw leven moet hebben vergist! 

   Je experimenteert
met anonieme blogberichten, schrijft naar vrouwenbladen, mailt
praatprogramma’s, sublimeert op poëziesites, post onverbloemde noodkreten op
sociale media.  Maar alles laat
steeds duidelijker zien dat niemand behalve jij
zich heeft vergist. De mens is een dier, zijn verstand een klauw – het is allemaal
écht zoals de kleine jongen van Hoei het heeft gezien en beleefd. 

 

De rest van je leven

 

De rest van je leven zal iedereen je aankijken met een gezicht als
de tronie boven de beek.  Zal
iedereen je met zijn woorden wurgen. 
Zal iedereen toézien – onverschillig als het riet
in de gracht, grijnzend als de pad in de modder, fezelend als de kruinen van
het geboomte.  Zelfs de stilte boven
je graf zal na zo’n lang leven nog klinken als één langgerekte schreeuw in de
bossen van Hoei.  Zelfs de zegen van
de dood zal blijven spoken als een vloek over diegene die je hier in de beek van
je moordenaar heeft gered.’

 

‘Help me alsjeblief!’

 

‘Dus wat bedoel je,’ vroeg de ezel aan de kleine jongen van Hoei, ‘als
je je vanuit de beek tot mij wendt en roept: “Help me, Ezel!  Help me alsjeblief!”?  Wat verwacht je nu precies dat ik doe?’

 

De moord op de kleine jongen
van Hoei

 

De moord op de kleine jongen van Hoei vond plaats in de vroege ochtend
van de nationale gedichtendag van België. 

   Tijdens zijn
poging het land te ontvluchten, verwonderde de ezel er zich over dat het kleine
België ineens zo onmetelijk was.  Er
kwam maar geen eind aan de bossen, velden, wegels die hem leken te
achtervolgen, te omsingelen om wat hij zonet had gedaan.   

 

Troost

 

Ook de postbode en de juf die hem vanmorgen bij het gloren van deze
heuglijke gedichtendag nog uitbundig hadden gegroet, staarden hem verbijsterd na
toen de ezel hen passeerde tijdens zijn vlucht. 

   Alsof het op zijn
voorhoofd stond te lezen.  Dat hij de
kleine jongen van Hoei het zonet beschreven leven had bespaard door hem terug onder
te dompelen in de beek.  En dat hij
hem, toen het spartelen ophield, tijdens het eindeloze zinken had gerustgesteld
met het troostrijke vers: ‘Lieve, kleine jongen, je bent kleiner dan de dood,
maar groter dan de angst.’

 

 

 

Info:

 

Frank Adam schreef De kleine jongen van Hoei in het kader van het colloquium ‘La mort sous les yeux? La mort dans tous ses
états à la charnière du XXIe siècle’ iov de Franse Universiteit Lille3. 
Belgische fabels van
auteur Frank Adam en illustrator Klaas Verplancke
wordt uitgegeven door Uitgeverij Vrijdag.

 

www.frankadam.be, www.klaas.be,
www.uitgeverijvrijdag.be

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!