Echt – Het essay van de Maand van de Spiritualiteit doorgelicht
Identiteit, Filosofie, Spiritualiteit, Authenticiteit, De eigen tijd -

Echt – Het essay van de Maand van de Spiritualiteit doorgelicht

woensdag 23 januari 2013 11:32

Zonet heb ik het essay “Echt” van reclamemaker Guillaume Van der Stighelen uitgelezen, het essay dat hij schreef in opdracht voor de maand van de spiritualiteit. Er waren bedenkingen dat die opdracht naar een reclamemaker was gegaan, een man die het verheffen van de schijn, van de consumptie tot een kunst maakt in het dagelijks leven…

Maar ik moet zeggen dat het een boeiend boekje is geworden, een verfrissende reflectie. De auteur blijkt een man die van kindsbeen af zich wel degelijk diepe vragen stelt, en die een knack bezit om de goede antwoorden op te sparen.

Het is anderzijds ook wel een visie geworden die wat al te zeer de stand van de geesten van dit moment in de verf zet. Met te veel aandacht voor erotiek, dat is een grappige en lichte noot, maar ook met een merkwaardig niet-vertrouwd zijn met diepe spiritualiteit, met de kracht van het bidden. En wat mij betreft, ondanks het verdriet dat hij heeft doorleefd bij het verliezen van een zoon, de auteur heeft nog te weinig oog voor het wonder dat aan je kan gebeuren als je je inzet om het lijden van anderen te verlichten.
 

Van der Stighelen maakt rake, interessante opmerkingen over de vergoddelijking van grote spirituele figuren, hij is daar zeer nuchter in, en daarom ook zeer eigentijds, zeer Europees, en ik volg hem daarin. Mijn geloof is zeer ondogmatisch, en Guillaume toont aan dat dit een wijze, waardevolle houding is.
 

De auteur komt tenslotte ook uit bij die grote kernwaarheid van het oude Chinese denken van Confucius, dat de relaties van een mens eigenlijk centraal horen te staan, dat wij ons niet mogen verliezen in focussen op het individu of op de groep, of op de tegenstellingen daartussen, maar dat de relaties wezenlijk zijn. “Je bent wie je liefhebt. Je bent wie jou liefheeft.”

Terecht verwijst hij ook als inspiratiebron bij het denken over de mens en zijn essentie naar de andere mensapen als referentiekader. In die zin is hij up to date, is hij niet ouderwets, zoals we soms wel mogen besluiten van het denken over God en mens van vele, ook grote, christelijk gelovigen.

Zoals we mochten verwachten van een man van de wereld, die lange tijd een van de grootste reclame- en communicatiebureaus van de wereld heeft geleid, is zijn visie meestal heel erg down to earth. Dat heeft voordelen, maar schiet ook wel een beetje tekort voor een initiatief rond spiritualiteit, in die zin was onze basishouding, onze kritiek, terecht.

Anderzijds is deze reflectie, dit denken toch wel zeer intelligent. Hij is ook gematigd tegenover gelovigen, hij gaat niet zo ver als een Richard Dawkins, om zich atheïst te noemen of zich zo op te stellen. En intussen rekent hij wel op een vergelijkbare manier af met veel warrig christelijk denken, dat we hopelijk, ook juist als diepgelovige mensen, tijdens deze eeuw zouden moeten kunnen wegsnijden uit het geloof, uit de religieuze denkwereld en praktijk. Zijn geluid is een nieuw geluid. En een frisse boodschap.

Zoals iedereen die denkt en schrijft, wordt hij overigens beperkt door wat hij in het eigen leven heeft meegemaakt, en wat hij niet heeft mogen beleven. Hier moet ik even persoonlijker worden. Zelf heb ik van kindsbeen af mijn moeder bijgestaan bij het opvoeden van mijn broer en mijzelf in aartsmoeilijke omstandigheden. Als je in je verdere leven dat spoor verdergaat, en je fel inzet om het lijden bij anderen, bij medemensen te zien, ernstig te nemen, en er aan te remediëren, zoals ik heb gedaan in arbeid in de palliatieve zorg en bij de telefonische hulplijn Tele-Onthaal, en in vele persoonlijke ontmoetingen, dan ontdek je toch wel diepe waarheden die voor de auteur nog onbekend zijn. Dan ontdek je dat de wijsheid waar Jezus van Nazareth voor stond, toch waar is. Dat God je zegent als je de andere laat voor gaan. Dat de beste manier om de mooiste en meest nobele emotie, de vreugde, te mogen meemaken in je leven, erin bestaat je open en steunend op te stellen in compassie, in medelijden voor wie gebroken is, voor wie lijdt. Zoals bekend kan je niets beters doen om die vreugde te laten plaatsgrijpen in je leven, net zoals bij het geluk kan je de vreugde immers niet organiseren, niet bekomen door inzet of planning. Lytta Basset schrijft daar memorabele bladzijden over in haar werk “La joie imprenable – De ongrijpbare Vreugde”.

De auteur heeft gemerkt dat een van de zaken die het meest ‘echt’ op hem zijn overgekomen, de pijn is. De pijn van het verlies van een geliefd iemand. Psychologen wijzen er intussen op dat de mens in de ervaring van de pijn het meest bij zichzelf aanwezig, het meest alleen is. En Kahlil Gibran merkt in zijn meesterwerkje “De profeet” op, als we de gedachtengang verder mogen ontwikkelen:

“Eenzaamheid drijft je wortels dieper in de aarde,

zij breekt je dorre takken af”.

In die zin zou ik de denklijn van de auteur willen vervolledigen: door de pijn van medemensen geregeld mee op ons te nemen, krijgen wij kansen “onze wortels dieper in de aarde te drijven”: om meer authentieke mensen te worden, om onze identiteit te versterken. Roger Scruton, de grote Engelse filosoof, merkt van zijn kant terecht op dat de zin voor opoffering uit onze cultuur is verdwenen. Dit lijkt me meteen een hoofdoorzaak voor het gebrek aan sterke ‘identiteit’ die een Paul Verhaeghe vorig jaar in zijn gelijknamige werk constateert bij de mensen van vandaag. En zo is de cirkel rond: onze tijd lijdt aan een verkeerd begrip van het grote voorbeeld van het uiterst dienstbare leven van Jezus van Nazareth. Wie bereid is voor anderen doorheen pijn te gaan, wie in staat is de nodige gevoelsarbeid te leveren, en het eigen ongeluk te doorleven, die geeft zich zelf kansen tot groei. Tot kracht en diepgang. En die zal dus een intenser leven kunnen leiden, een bestaan dat niet zoals dat van vele burgers vandaag de slaaf zal blijven van consumptie en bezit. (Zie “Borderline Times. Het einde van de normaliteit” van Dirk De Wachter).
 

Kortom, de auteur is een wijze, iemand die diepe waarheden te bieden heeft, maar die helaas al te weinig in contact staat met de grote religieuze en spirituele tradities van ons continent, ook in hun meest recente evoluties.

Wel geef ik toe dat het essay veel beter is dan ik mij vooraf had voorgesteld, en dat ik te kritisch ben geweest vanuit een vooroordeel. De stafleden van SPES die de Maand trekken, hebben toch wel een interessante figuur gevonden voor deze bezinning. Misschien dat bij een volgende gelegenheid iemand aan het woord kan gelaten worden die meer vertrouwd is met de aloude idealen van onze spirituele tradities. Bij het lezen van de interviews in de wekelijkse Tertio merk ik dat er gelukkig nog vele mensen bestaan die aan die kwaliteitsvereisten beantwoorden.

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!