Opinie, Nieuws, België, Dams -

De Winter van de Antwerpse beschaving

Procureur Dams weet alvast zijn prioriteiten goed te definiëren: niet de witteboordencriminaliteit stoort de mensen, maar jongeren in dure auto’s. Mocht dat al zo zijn, dan lijkt het me de opdracht van een procureur om uit te leggen dat je je maar beter wel stoort aan witteboordencriminaliteit, omdat het de basis van ons sociale zekerheidsstelsel ondermijnt en knaagt aan een van de basisstenen van ons beschavingsmodel.

maandag 14 januari 2013 14:58

“Wij gaan het zoeken in sociaal achtergestelde wijken met veel uitkeringsgerechtigden.” De uitspraken van de Antwerpse procureur Herman Dams zijn even helder als verbazingwekkend. Onze samenleving staat aan de rand van de ondergang en de oorzaak van de dreigende ‘Winter van onze beschavingscyclus’ is te vinden bij achtergestelde burgers – zeg maar: arme mensen – die ‘normafwijkend gedrag’ vertonen en in vele gevallen behoren tot de groep van ‘allochtone jongeren’. Procureur Dams weet alvast zijn prioriteiten goed te definiëren: Niet de witteboordencriminaliteit stoort de mensen, maar jongeren in dure auto’s. Mocht dat al zo zijn, dan lijkt het me de opdracht van een procureur om uit te leggen dat je je maar beter wel stoort aan witteboordencriminaliteit, omdat het de basis van ons sociale zekerheidsstelsel ondermijnt en knaagt aan een van de basisstenen van ons beschavingsmodel. Corruptie bij de elites is immers één van de sleutelelementen in de ondergang van wereldrijken.

Procureur Herman Dams weet overigens als geen ander waarom de grote wereldrijken ten onder zijn gegaan: “We hebben de Grieken, Romeinen, Egyptenaren… zien vallen. Als je al die maatschappijmodellen naast elkaar legt, zie je dat het fout liep op het moment dat de groep wordt vervangen door het individu. Het individualisme nekt onze samenleving.” Sinds de 18de eeuw is er veel geschreven over de ondergang van grote beschavingen, maar nergens is het ‘individualisme in achtergestelde wijken’ als hoofdoorzaak van het verval geïdentificeerd. Historici, demografen, politicologen, geografen, sociologen en antropologen verklaren verval als een complex samengaan van allerlei factoren. De belangrijkste trigger in de vroege stadia van verval is het falen van de instellingen door ondermeer incompetentie, economische crisis, corruptie van de elites en crisissen in het beleid. Maar ook invasies, burgeroorlogen, klimatologische en demografische veranderingen en epidemieën spelen een rol. Nooit is een wereldrijk ten onder gegaan omdat de armen uit individualistische overwegingen een brood stalen. Dat ze dat deden was een gevolg van de factoren die het verval in gang hebben gezet, niet de oorzaak.

Meer nog: individualisme, in de zin van autonomie, is geen vernietigende kracht binnen de Europese beschaving, het is één van de bouwstenen die Europa gemaakt heeft tot wat het vandaag is. Individualisme is een kenmerk van de Atheense beschaving in de vijfde eeuw, de bakermat van de democratie, en het vormde een onderdeel van de Romeinse Res Publica, waarin een sterk gevoel van sociale solidariteit samenging met een krachtig individualisme. De combinatie van de wil tot samenwerking in ambachten en later allerlei verenigingen, met het individualisme dat mensen autonomie verschafte, onderscheidt de Europese cultuur van alle andere. Het ligt aan de basis van zowel onze sociale bewegingen, die uitgemond zijn in de welvaartsstaat, als van onze ‘individuele rechten’.

Dam heeft het niet echt over individualisme, maar over egoïsme, maar hij beperkt die ondeugd tot ‘achtergestelde groepen’, terwijl de financiële crisis net heeft aangetoond dat het rauwe egoïsme zich bij de elites bevindt. Als hij al op zoek wil gaan naar normoverschrijdend gedrag, moet hij dat vooral niet in Borgerhout doen, maar in de groene wijken waar beursanalysten, bankiers en CEO’s resideren. Er worden miljarden verkwanseld met CO2 fraude; rauwe criminaliteit in de bankensector is verantwoordelijk voor het leed van miljoenen Europeanen, en er verdwijnt jaarlijks in Europa meer dan 2000 miljard euro aan fiscale fraude naar geheime bankrekeningen. Dat geld wordt daar niet geparkeerd door allochtone jongeren uit Borgerhout. Dat betekent geenszins dat we kleine criminaliteit moeten veronachtzamen, het wil enkel zeggen dat het bezwaarlijk als de reden voor de val van een beschaving kan worden gezien. Dam schetst hier veel meer zijn eigen zielige vooroordelen, die zich uitkristalliseren in een merkwaardig rechts ideologisch discours dat – toevallig of niet – bijdraagt tot het griezelige klimaat dat schopt naar de zwaksten in de samenleving en de corrupte elites ongemoeid laat.

In een Europa van open grenzen, waar het vrij verkeer van goederen en personen inmiddels goed ingeburgerd is, probeert procureur Dam in te spelen op de angst voor ‘vreemde nummerplaten’. Dat er in onze Europese steden steeds meer vreemde nummerplaten te zien zijn is maar normaal. Dat is immers in Europa gewenst door het beleid, wordt aangemoedigd via uitwisselingsprogramma’s voor studenten, en op latere leeftijd door de promotie van arbeidsmobiliteit in héél Europa. Dan wordt het wel erg vreemd als een procureur mensen die de Europese grenzen oversteken, meteen verdacht begint te vinden.

Dat de hoogste magistraat van het openbaar ministerie zijn beleid stoelt op ideologische vooroordelen en criminaliteitsbestrijding verengt tot het gluren achter de gordijnen naar de werkloze buurman met een te sjieke wagen of een Europeaan met vreemde nummerplaat is een beangstigende evolutie. Als we al iets zinnigs kunnen vertellen over de ‘Winter van onze beschaving’, zal het eerder betrekking hebben op de houding van de procureur, dan op de aanwezigheid van kleine criminaliteit in een Antwerps district.

Jan de Zutter is kunsthistoricus

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!