Het sociale is een communautaire kwestie
Opinie, Nieuws, Samenleving, België, Identiteit, Gemeenschap, Communautaire problemen, Sociaal beleid - Ignaas Devisch

Het sociale is een communautaire kwestie

Enkele jaren terug zei Caroline Gennez in een verkiezingsdebat, tegen Bart de Wever in, dat zij bezig was met echte (sociale) in plaats van onechte (communautaire) problemen. De tegenwerping die er kwam en er mocht zijn, klonk zo: ‘'Maar het communautaire is een sociaal probleem’'. Een verkiezingsslogan was geboren, een opmars begonnen.

dinsdag 8 januari 2013 11:00

Sindsdien blijft deze oneliner overeind en is ze zelfs extreem dominant in heel wat debatten terwijl de grond van de zaak onbesproken is gebleven: wat bedoelen we met communautair? Anders gezegd: hoe verbeelden we ons de gemeenschap en wat zegt dat over onze sociale verhoudingen?

Dat we ons dit vandaag kunnen afvragen, is meteen een eerste vaststelling: in onze samenleving zijn zowel het sociale als het communautaire (gemeenschappelijke) vraagstukken geworden in de strikte zin van het woord: we kunnen er niet meteen een sluitend antwoord op verzinnen.

Of beter: we kunnen er allerhande antwoorden op verzinnen en dat is een van de belangrijkste kenmerken van gemeenschap vandaag: de traditionele bindingselementen (ras, taal, cultuur) zijn niet langer vanzelfsprekend. De invulling van ‘onze Vlaamse identiteit’ is absoluut niet het privilege van wie dan ook.

Wie niet beseft hoezeer het verlangen naar de geborgenheid van een ‘wij’, zich in allerlei gedaantes doet gelden, zowel bezorgd als wanhopig en zelfs agressief, mist voeling met de realiteit.

Hoe verbeelden we ‘gemeenschap’ en ‘identiteit’?

We kunnen en moeten daarom ons verlangen naar een gemeenschap en dus ook een identiteit verbeelden en dat houdt zowel uitdagingen als risico’s in. Gemeenschap is een zeer beladen term die niet alleen aan warmte, genegenheid, vertrouwdheid, vriendschap of solidariteit refereert, maar ook aan politieke terreur en nostalgie. De twintigste eeuw heeft de voorbeelden daarvan opgestapeld.

Daarom zijn met name heel wat mensen ter linkerzijde nog steeds bang van deze term: het roept zaken op die ze (terecht) willen vermijden zoals exclusie, geweld of vreemdelingenhaat. Elke politieke geste die ook maar enige suggestie in die richting oproept, herinnert daarom meteen aan die gewelddadigheid.

Wie flirt met deze symbolen moet ook niet flauw doen: daarmee vertroebel je meer dan je opheldert. Wie voorstander is van euthanasie zal toch ook niet refereren aan moord om daarna te klagen dat men bang is van een nieuw wetsvoorstel?

Er heerst al lange tijd een non-debat over hoe we gemeenschap en identiteit verbeelden, maar de vragen zelf blijven leven. Het politieke landschap in België maakt dit bijzonder duidelijk: door het vermijden van het woord (de discussie) borrelt de vraag naar identiteit steeds sterker op.

Het communautaire is daardoor een sociaal probleem geworden in alle betekenissen van het woord: het overschaduwt en doorkruist alle debatten over sociale en politieke problemen in dit land, in Wallonië vooral als schrikbeeld, in Vlaanderen eerder als punt van verlangen.

Los van mijn persoonlijke politieke voorkeur lijkt me dit geen vruchtbaar spoor omwille van een zeer inhoudelijke reden: indien het communautaire altijd een sociaal probleem is, dan blijft de vraag wat we onder gemeenschap of identiteit begrijpen, onbesproken omdat het in elk debat als een stormram wordt ingezet.

Gemeenschap is dan niet langer een vraag maar een agressieve zweepslag, waardoor de schrik het te gebruiken groter wordt, met als het gevolg dat de woede omdat het niet gebruikt wordt, verder toeneemt.

Omkering van de oneliner: het sociale is communautair

Ik stel daarom voor de slogan en daarmee ook het debat om te keren: het sociale is een communautair probleem. Daarmee bedoel ik dat onze sociale vraagstukken (armoede, ongelijkheid, verdeling) óók altijd geïnspireerd zijn door de manier waarop we ons de gemeenschap verbeelden, maar er niet toe gereduceerd kunnen worden.

Het sociale veld is veel rijker dan de enge communautarisering van alle sociale problemen, maar onze kijk op gemeenschap of identiteit bepaalt wel de mogelijke antwoorden die we in petto hebben. Armoede kun je begrijpen als een vreemdelingenkwestie, als het gevolg van miljardentransfers tussen gemeenschappen in dit land, als het gevolg van een falende markt en een sputterende overheid, of als een combinatie van deze en andere factoren.

De vraag is bijgevolg niet of we een gemeenschapswezen zijn of niet, maar wel wat ‘Belg zijn’ of ‘Vlaming zijn’ betekent. Het is een foute veronderstelling dat het sociale tegenover het communautaire moet staan, maar ook de reductie van het sociale tot het communautaire is fout.

Je lost onze sociale problemen niet op door ze te communautariseren en wie doet alsof het verlangen naar identiteit zal samenvallen met de oplossing van alle sociale problemen, leidt de gemeenschap naar een punt waarop ze bijzonder hard tegen een muur zal botsen: dat die sociale problemen er na welke splitsing van wat dan ook, nog steeds zullen zijn en dat wie dan geen visie heeft op de oplossing ervan, genadeloos door de mand zal vallen.

Oproep tot debat

Onvermijdelijk komt er een dag dat het geen verdienste meer zal zijn om Vlaming te zijn. Die dag is waarschijnlijk niet meer veraf. Dan zal duidelijk worden dat onze tijd gekenmerkt wordt door een proces van radicale delokalisering, ontworteling en onteigening, waardoor alle vanzelfsprekend of natuurlijk geachte wortels, bindingen, waarden of begrenzingen aangetast raken.

Dan zal ook duidelijk worden dat niet de vraag of we een gemeenschap vormen ertoe doet, maar wat die gemeenschap nog zal voorstellen. Sommigen beschouwen bijvoorbeeld het verdwijnen van fundamenten en traditionele verbanden louter als een bevrijding voor het individu.

Anderen leggen dan weer de nadruk op de problemen die veroorzaakt worden door het gebrek aan maatschappelijke cohesie en morele eenheid. Volgens nog anderen staat modernisering in de eerste plaats gelijk met de bevrijding of ontvoogding van het individu, eerder dan met fragmentering, verval en verbrokkeling van het sociale weefsel. Et cetera.

Dit debat hebben we tot nu toe nauwelijks gevoerd. Een aantal redenen hiervan heb ik proberen schetsen. Bij deze doe ik een oproep om ons eindelijk ten gronde over deze vraag te buigen: hoe verbeelden we ons de gemeenschap en wat zegt dat over onze sociale verhoudingen?

Immers, een communautaire identiteit plaats je niet tegenover het sociale veld, het vormt de conditie van waaruit je op zoek gaat naar antwoorden vanuit dat veld. De vraag naar gemeenschap en identiteit is daarom een sociale opgave, geen zweepslag.

 

Ignaas Devisch (Prof. Dr. Ignaas Devisch is als filosoof verbonden aan de Universiteit en Arteveldehogeschool. In 2002 promoveerde hij met een doctoraat over gemeenschap, getiteld ‘Wij’)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!