De kantoorboot van Beauvent
Nieuws, België, Vakbonden, Coöperaties, Tmd, Febecoop, Mutualiteiten -

Er komt een nieuwe golf coöperaties aan

In vele landen maken coöperatieve bedrijven een aanzienlijk deel uit van de economie, en zorgen ze voor stabiliteit en een massa jobs. In Québec of Zwitserland vormen ze in sommige sectoren zelfs de economische ruggengraat. In vergelijking daarmee doet België het niet zo goed. Maar er komt een nieuwe golf coöperaties aan. Een interview met Peter Bosmans, gebeten door het werken met en voor coöperaties.

dinsdag 8 januari 2013 11:43

Men kan maar moeilijk beweren dat onze huidige economie goed presteert? Ze verslikt zich om de haverklap in financiële crises, stookt de planeet op – het allergrootste kapitaal van de mensheid – en dan nog heeft minstens een derde van alle mensen te weinig om fatsoenlijk te leven. Is coöperatief ondernemen mee een uitweg uit zo vele crises?

Peter Bosmans: Een eerste benadering is een zuiver filosofische benadering van de economie. Volgens mij is er heel zeker meer coöperatieve economie nodig om de wereld te veranderen. Er kan eigenlijk, algemeen gesproken, niet genoeg economie zijn. In rijke Vlaanderen nemen we 20 procent van de bevolking nu niet mee. De meeste mensen zien dat niet, maar zelfs in een welvarende stad als Leuven leven er mensen door structurele kansarmoede bijna zoals in de 19[de] eeuw in een achterstraatje van AB-Inbev. Het watervalsysteem van het onderwijs leidt tot een structurele uitsluiting op de arbeidsmarkt, armoede leidt tot slechte huisvesting, nauwelijks toegang tot primaire gezondheidszorgen, behoorlijke voeding, enzovoort.

De noodzaak van meer coöperaties stuit op weinig tegenstand

Die noodzaak van meer coöperaties stuit op heel weinig tegenstand. Ook in de ondernemerskringen van UNIZO, of in hogescholen, spreekt men mij niet tegen. Ik verwachtte veel tegenwind, maar niet dus. Sommige UNIZO mensen zeggen uitdrukkelijk dat ze meer coöperatieve werking, met zijn gezonde evenwichten tussen rendement en andere criteria, ook zien zitten voor kleine en middelgrote ondernemers.

Maar welke economie is dan nodig? Ze moet een hele transitie ondergaan? Dat moet een groene economie zijn, opnieuw in dienst van mensen, niet uitsluitend gericht op financieel rendement … eigenlijk moeten socialistische ministers die post opeisen in plaats van altijd maar sociale zaken of pensioenen. Economie is  te belangrijk om aan rechts over te laten.

Een begrensd dividend is essentieel

Er mag dividend zijn, want aandelen in een coöperatieve vennootschap zijn evengoed risicokapitaal. Het is belangrijk om daar tegenover de vennoot heel transparant in te zijn. Dit is alvast één van de lessen die we uit het Arco-dossier kunnen leren. Dat mag 6 procent, of misschien 8, daar wil ik nog over discussiëren, maar er moet in elk geval een rem op staan. Want net die beperking dwingt u om breder te kijken dan enkel maar de financiële winst. Ik zie dat ook bij ons in de beweging, bij coöperaties als Multipharma en P&V.

Een correct en begrensd rendement is essentieel. Het mag niet draaien om, zoals in de privésector zo dikwijls is gebeurd, winsten uitkeren, dan nog putten graven ook en finaal het bedrijf om zeep helpen, denk aan Fortis of Dexia. Die wettelijke beperking van het rendement blijkt toch vaak een hinderpaal voor privéondernemers, die willen zulke begrenzing niet aanvaarden.

En wat is dan de andere benadering van coöperatief ondernemen?

De projectvoorstellen die wij krijgen zijn niet filosofisch, ze keren zich niet tegen hét systeem. De drijfveer voor mensen is dat ze een bedrijf willen oprichten met niet winst als enige of belangrijkste motief. Pas later stellen ze vast, tiens, we zijn coöperatief bezig.

Niet zo lang geleden was er een dag met coöperatieve bedrijven, zoals de Mechelse Veilingen en Passwerk cvba waar Dirk Rombaut verantwoordelijke is. Die had nog nooit van de ICA principes gehoord, de wereldwijd aanvaarde principes over coöperatief ondernemen. Ze waren vertrokken van een moeilijke doelgroep, mensen met autismespectrumstoornis en hoe hun probleem ombuigen tot een sterk punt, bijvoorbeeld graag repetitief werk doen zoals het testen van softwareprogramma’s tot er een bug uit komt.

Die coöperatieve waarden worden bijna uit zichzelf toegepast

En kijk, daar komt hier het ICA principe van samenwerking boven water. Want in plaats van die kennis te verkopen, hebben ze die gratis en voor niets ter beschikking gesteld van een Duitse partnerorganisatie. Zo zie je dat die ICA principes en waarden bijna uit zichzelf worden toegepast.

Dat is heel verschillend van vele grote bedrijven met hun grote speeches over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Vaak zijn dit mooie marketingverhalen met weinig inhoud. Maar coöperaties pakken vaak helemaal niet uit met hun maatschappelijke meerwaarden omdat ze die vanzelfsprekend vinden.

Voorbeelden? Als ik gedurende een periode minder elektriciteit verbruikt heb, stort Ecopower het bedrag dat ik te veel betaald heb, onmiddellijk terug op mijn rekening.  Bij Electrabel was het net omgekeerd: je kon vooraf meer betalen, voor een toekomstig  geschat meerverbruik.

Of neem wat de veilingen doen. Ze geven hun overschotten aan de voedselbanken.

Ik zie amper nog coöperaties ontstaan die geen rekening houden met de ecologische component. Zo zal een project in de kinderopvang bij het bouwen of verbouwen dat spontaan op een zo ecologisch mogelijke manier doen.

Er is dus heel veel coöperatief initiatief maar dat is veel minder ideologisch gedreven. Het is de praktijk die de ideologie toont. Net doordat het vrijwel allemaal kmo-tjes zijn, die elk heel hard werken in hun eigen markt, is het niet zo zichtbaar wat ze allemaal samen te betekenen hebben. Pas nu worden ze in kaart gebracht, niet makkelijk want het juridische statuut van de coöperatie is zo wendbaar dat er ook misbruik van wordt gemaakt.

U werkt voor Febecoop, de organisatie gegroeid uit de rijke coöperatieve geschiedenis van de socialistische beweging. Is ideologie belangrijk? Want jullie willen het coöperatieve model bevorderen, en geven advies met het oog daarop?

Wij hebben een ideologische insteek. Versta, we zijn gelukkig dat we van het communisme afgeraakt zijn. Maar hopelijk raken we binnenkort ook van het kapitalisme af. We hebben een coöperatieve economie nodig, door mensen, voor mensen, en van mensen, dat is de democratische insteek.

Een ideologische insteek is belangrijk voor ons omdat mensen tenslotte altijd gedreven zijn door waarden en normen. Zeker in hun vrije tijd zijn mensen waardegedreven zaken actief, in de jeugdbeweging of elders. Niet voor niets is België het land van de vzw’s. Dus waarom zou iemand maandagmorgen op zijn werk andere waarden moeten nastreven dan in het weekend?

Professoren kennen de coöperatieve vennootschap wel maar focusen op nv en bvba

Die insteek is ook nodig omdat we afgedwaald zijn van oeconomia in zijn brede betekenis, namelijk de gouden regels voor het huishouden. Die ontsporing, de verenging van de economie, gebeurde laat, pas in de 19de eeuw met de doorbraak van de industrialisering en de nood aan grote kapitalen.

En wat merk je dan? Professoren kennen de cvba wel (nvdr coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid), maar toch wordt er vooral gefocust op de klassieke vennootschapsstatuten als de nv en de bvba.

De dag dat het goed gekend is, zullen heel veel familiale bedrijven er op springen. Want juridisch leent dat statuut zich omwille van zijn soepel karakter te veel voor foefelconstructies. Dat moet eindelijk worden rechtgezet, tot een wetgeving met enkele essentiële criteria: dividendbeperking, een vorm van democratie, een vorm van dienstverlening aan de gemeenschap. Pas dan is een coöperatie een hefboom voor een andere economie.

Hoe belangrijk kan die coöperatieve economie dan wel zijn?

De klassieke kijk is dat de coöperatieve economie actief is op die terreinen waar je economisch efficiënt en klantvriendelijk moet zijn, waar de privésector en de markt het niet doen – of niet goed doen – en waar de overheid ook niet aangewezen is wegens politisering en belangenvermenging. Het komt er dus op aan het niet streven naar winst van overheden te combineren met het klantvriendelijke en de efficiëntie van sommige marktspelers.

Paradoksaal genoeg zijn handboeken bedrijfsmanagement heel toepasselijk voor coöperaties

In handboeken bedrijfsmanagement lees je – lapidair uitgedrukt – dat je erin moet slagen om een aantal ballen in de lucht te houden: financieel beheer, klantenrelaties, medewerkers, partnerships, beheren van processen,…   Hoe kan je dat nu vertalen naar een andere economie? Paradoksaal genoeg is wat je in klassieke handboeken leest, vaak  heel toepasselijk voor coöperaties.

Om te beginnen, stel de klant centraal. Vanaf het eerste contact tot de facturatie.   Wat ik zie, is dat het allemaal wel gezegd wordt in de privé, maar niet consequent toegepast. In de coöperatie is de vennoot vaak gebruiker – of omgekeerd, is de gebruiker ook vennoot – wat per definitie voor een evenwichtiger relatie zorgt.

Dat is zeker zo voor human ressources, alle handboeken beklemtonen hoe belangrijk toch werknemers zijn. Is dat ook de praktijk in vele privébedrijven?

De lessen van zulke managementmodellen, de juiste dingen doen voor medewerkers, hen betrekken, hen bevragen, hun ontwikkeling ernstig nemen, partnerships, dus de lessen van vroeger uit de handboeken in praktijk brengen, dat is wat wij willen.

Als ik naar de sociale economie kijk – die nuttig is, en noodzakelijk – valt mij op dat veel coöperaties mensen uit de kansengroepen werk bieden zonder dat zij daar subsidies voor vragen. 

De sector van de sociale economie in zijn betekenis als “werkgelegenheid creëren voor mensen uit de kansengroepen” heeft vijftien jaar geleden bij het opstellen van zijn definitie van sociale economie trouwens expliciet  de coöperatieve waarden  zoals “arbeid boven kapitaal”, “democratische besluitvorming” en “transparantie” opgenomen.

Toen wou die sector ook een alternatief vormen voor het regulier economisch circuit.
Vandaag is ze daar met de steeds sterker wordende  doorstroomgedachte eerder een verlengstuk van geworden.

Paradoxaal genoeg zien we ook in die sector, die tot vandaag verplicht vzw-structuren zijn,opnieuw  een sterke interesse voor het coöperatieve gedachtegoed dankzij het maatwerkdecreet dat de deur opent voor de coöperatieve ondernemingsvorm.

Toch nog eens terug naar Europa? Kunnen we er de crisis mee te lijf gaan?

Europees zitten we volledig in het defensief. De Europese Unie wil niet horen van economische modellen en alternatieven op basis van samenwerking, want dat zou een aantasting zijn van de vrije markt. Ik waag me echter liever niet op het macro-economische niveau en de gevolgen van die keuze.

Bij KMO’s groeit de belangstelling vliegensvlug

Wat ik zeker weet, is dat we bij de KMO’s (kleine en middelgrote ondernemingen) in het offensief zitten. Daar groeit de belangstelling voor het coöperatieve ondernemen vliegensvlug.

Blijft de vraag hoe om te gaan met de grote spelers? Neem P&V verzekeringen, een coöperatie die goed is voor omstreeks 5 procent van de verzekeringsmarkt. Hoe krijgen we nu het coöperatieve gedachtegoed opnieuw in het hart van dat bedrijf? De Raad van Gebruikers, een  consultatief orgaan over de oriëntatie van de activiteiten van de P&V Groep met betrekking tot zijn waarden en maatschappelijke verantwoordelijkheid, heeft die denkoefening het afgelopen jaar gemaakt. Een reeks voorstellen zal begin 2013 door de Raad van Bestuur besproken worden, al een mooie evolutie.

De sector van de apotheken overweegt eveneens om een gelijkaardige oefening te doen. Maar zoiets is niet vanzelfsprekend in de heel sterk gereguleerde sector van de geneesmiddelen.

Hoe is dit in zijn werk gegaan, vanwaar de hernieuwde kracht van coöperaties? Want lange tijd is de coöperatieve gedachte geassocieerd gebleven met oubollig, of alleen maar al te kleinschalig en onmachtig?

Die kracht heeft jarenlang gesluimerd, je had kleine coöperaties zoals De Krikker (garage), De Wrikker (drukkerij, Hinkelspel (kaasmakerij),…

En we verzeilden volop in de sociale economie. Dan begon men te praten over maatschappelijk verantwoord ondernemerschap en daar ‘leertrajecten’ voor uit te zetten. Regelmatig gaf de minister in het kader daarvan tribunes aan grote bedrijven zoals Shell en Electrabel. Er was daar een grote tegenstelling tussen een economie met kansengroepen en grote multinationale bedrijven.

Met degenen die later Coopkracht zouden vormen, wierpen we op dat er toch ook onze coöperaties waren, en we stelden een project voor om hun potentieel in kaart e brengen. We kregen in eerste instantie een vrij denigrerende reactie. Maar de aanhouder wint, en we kregen het toch goedgekeurd, een project om tien coöperatieve projecten te screenen, onder andere de energiecoöperatie Ecopower en het communicatiebureau Magelaan.

Telkens opnieuw ontdekten we hun heel hoge maatschappelijke meerwaarde, steeds ook dezelfde problemen waarmee ze geconfronteerd worden.. .en er waren veel meer coöperaties dan we dachten. Je zag die stuurgroep zo doordenken en praten over alle mogelijke coöperatieve thema’s.

Toen kwam uit de sector de vraag, organiseer en vertegenwoordig ons, het was de periode van de Coopkrachtcafés, en daaruit groeide dan Coopkracht… van eerst niet ernstig genomen te worden door de ene minister, groeide er toch al iets dat werd opgemerkt door een volgende minister, en door een derde is omarmd.

Hoe ziet de verhouding of de wisselwerking er dan uit tussen zeg maar de oude coöperatieve beweging en de nieuwere beweging?

Wij behoren tot de oude socialistische coöperatieve beweging maar hebben geen enkele  structurele banden met  de politieke partij. Toch zag ik onmiddellijk in dat Coopkracht beter buiten Febecoop zou blijven. Als je coöperaties wil ontwikkelen, dan speelt dat zuilenverhaal niet meer mee. Daar moest je echt van afstappen. Als we binnen dat keurslijf waren gebleven, geraakten we nog in geen vijf jaar verder.

Mijn ervaring enkele maanden geleden in Québec op de eerste Internationale Top van de Coöperaties bevestigde dat. De droom om coöperaties te ontwikkelen en te verankeren in Vlaanderen, kan enkel door samen te werken, en niet door ons op te sluiten in een werking van meer dan 100 jaar oud.

Cera (nvda gegroeid uit de sterke traditie van de boerencoöperaties, zie ook ander interview) is in het begin aan de zijlijn gebleven maar doet nu volop mee en is nu ook een sponsor. Coopkracht zelf huist nu bij Ecopower, en sedert kort hebben we een dynamische coördinatrice om de werking verder uit te bouwen.

Wat denk je dan van een coöperatie als Samen Sterker, die tienduizenden weet te mobiliseren om van energieleverancier te veranderen, toch een initiatief van de socialistische beweging?

Samen Sterker is inderdaad een samengaan van partij, vakbond en mutualiteit, met de partij als trekker. De geschiedenis leert dat de partij historisch is gegroeid uit de coöperatieve beweging.

Op een vergelijkbare wijze groeide er uit Wereldscholen en Elcker-Ik.er ook een – veel kleinere –  coöperatieve beweging van de tweede generatie. Daaruit is deels ook de groene politieke stroming gegroeid.

Vandaag wordt het duidelijk dat er een nieuwe coöperatieve beweging in aantocht is, en we zien wel hoe de relaties liggen.

Hoe ziet u het onderscheid tussen het bredere maatschappelijk verantwoord ondernemen en de coöperatieve ondernemingsvorm?

Daar is discussie over mogelijk. Je kan vertrekken van alles wat alternatief is, vertrekken van een coöperatieve aanpak en iedereen meenemen uit die beweging, zelfs al hebben ze een andere juridisch vorm.

Of je kan een praktisch strategische invalshoek kiezen. Als je bij minister Vandenbossche gaat en pleit om het coöperatieve ondernemen te ondersteunen, is het aangewezen om te vertrekken van wat juridisch coöperaties zijn en daarenboven bij wijze van spreken gemakkelijk de bokken van de geiten te kunnen scheiden. Hoe dan wel? Wij vinden dat het enkel mag gaan om coöperaties die een erkenning hebben van de Nationale Raad voor Coöperaties, die dus de coöperatieve principes respecteren door een aantal bepalingen in hun statuten op te nemen.

Werkt die Nationale Raad wel goed?

Dat is een proces van lange adem, maar de nieuwe regelgeving die de werking van de Nationale Raad regelt komt er binnenkort, en die zal veel transparanter zijn met een toegankelijkere Algemene Vergadering, een openere Raad van Bestuur, soepeler erkenningsformaliteiten.

De werking was jarenlang bestoft, de raad bestond maar men deed er niets mee. Toen we voorzitter werden, zijn we stof beginnen afblazen. Dat is een werk van lange adem. Nu zet de huidige voorzitter, Cera, dat afstofwerk verder.

Een volgende stap is volgens mij de herziening van de erkenningsvoorwaarden en -voordelen.

Dat is nodig want ik krijg die gewoon niet uitgelegd, die zijn niet transparant, beantwoorden niet aan de huidige verwachtingen. Ook op dat vlak kunnen de internationaal aanvaarde ICA-principes inspiratie bieden.

Hoe rijm je de beoogde economische democratie in een coöperatie het best met de economische efficiëntie? Want over het gebrek aan dat laatste zijn toch nogal wat coöperaties uit de eerste en tweede golf gestruikeld? (En andere dan weer aan een gebrek van het eerste?)

Als het over  democratie gaat, geef zoveel zeggingschap als iemand verantwoordelijkheid neemt: Dat hangt samen. Want, hoe een raad van bestuur ook werkt, de beslissingmacht ligt wel daar. Je kan wel taken delegeren maar geen strategische verantwoordelijkheden. Dus, wie mee wilt beslissen, moet in de raad van bestuur zitten.

Je kan werknemers of klanten, naargelang wie de coöperanten zijn, veel toebedelen aan opdrachten en de bijbehorende verantwoordelijkheid. Maar de beslissingen over de echt strategische keuzes neemt de raad van bestuur, niet de voorbereiding daarvan of het aftoetsen maar het beslissen zelf.

Telkens over hetzelfde discussiëren maakt uw markt kapot, en ook de intermenselijke verhoudingen

De problemen ontstaan wanneer de beslissingsniveaus niet duidelijk zijn. Ik zie vier niveaus. Open informeren van de coöperant is het eerste. Vervolgens, dialogeren, dus ook echt luisteren. Ten derde, betrekken van de coöperant, d.i. luisteren met de garantie dat er iets mee gebeurt; en als we dat niet zo is, moet er teruggekoppeld worden of verantwoording afgelegd. Niveau vier is dan samen beslissen, zelfs de strategische beslissingen.

Over beslissen valt zeker te leren dat het veel kan vertragen, of fout kan doen lopen. De ervaring van de tweede generatie coöperaties is dat zij dikwijls zijn vastgelopen op hun besluitvorming, op processen van informele machts- en besluitvorming.

Maar er is veel expertise gegroeid bij de KMO coöperaties om te vermijden dat de democratie heel vermoeiend en uitputtend is. Want telkens over hetzelfde discussiëren maakt niet enkel uw markt kapot, maar ook de intermenselijke verhoudingen gaan eraan. Maar ondertussen hebben we hiervoor heel wat praktische methoden en pragmatische oplossingen gevonden.

Wat zijn goede voorbeelden van die KMO coöperaties?

Er is het reclamebureau Choco, ook een lid van Coopkracht. Magelaan is een grafisch bureau Ook de energiecoöperatie Beauvent, om nu eens niet Ecopower te noemen, is meer dan het vermelden waard. Ze is veel kleiner en huist op een fantastische ecologische boot. Vorig jaar was er een vacature voor een bestuurder. Ze kregen een massa ontzettend goede kandidaturen, terwijl ik weet niet hoeveel bedrijven niet aan goede bestuurders geraken.

Vennoten beseffen dikwijls niet hoeveel rechten ze hebben als vennoot, we gaan daar campagne rond voeren, rond het aandeelhouderschap, zeker ook de rechten, niet enkel de plichten.

Laten we toch nog terugkeren naar de economische democratie, hoe die best organiseren? Want wat met Arco is gebeurd, doet velen met argwanende ogen kijken naar coöperaties.

Wij doen daar weinig uitspraken over, wij hebben ook niet publiek te oordelen over Arco. Wel is het een reden voor ons om lessen te leren.

Via de Nationale Raad voor de Coöperatie is er meer transparantie op komst. Om misbruiken te voorkomen zal die de komende jaren hopelijk ook sleutelen aan de erkenningen van coöperaties en aan de voordelen die daar mee verbonden zijn.

Speculeren met coöperatief geld moeten we in de toekomst echt onmogelijk maken

Men moet kunnen uitsluiten dat men met geld van de vennoten trapsgewijs speculeert in risicovolle activiteiten. Hier is coöperatief geld gebruikt voor speculatieve activiteiten terwijl dat moet dienen voor activiteiten in de reële economie.

Of een holdingstructuur volledig verboden moet zijn, daar ben ik nog niet uit. In elk geval moet je de vennoten deftig inlichten over hoe de kaarten juist liggen. En in geen geval is het om te speculeren. Dat moeten we in de toekomst echt onmogelijk maken. Wij vragen om de wet aan te passen.

De Nationale Raad voor de Coöperatie zou de coöperaties ook kunnen labelen, met kleuren zelfs zoals de energielabels?

Daar is nog niet over nagedacht, maar waarom niet?

In Groot-Brittannië heeft de coöperatieve beweging forse vooruitgang geboekt doordat ze de klassieke coöperaties toch heeft kunnen samenhouden met de zuiveren, zeg maar de anarchisten, in één beweging… en zo de Cooperative Group wist te vormen.

Zuiver in de leer realiseer je dikwijls te weinig, omgekeerd hou je met een te pragmatische aanpak soms weinig waarden over. In Vlaanderen staan we aan het begin van dat debat omdat we pas recent nieuwe coöperaties zien ontstaan. We denken aan een coöperatieve think tank om daarover in alle openheid maar met de nodige diepgang te debatteren.

Zijn die coöperanten nu volgens u spaarder of speculant?

Ik zeg altijd, een vennoot heeft risicokapitaal.

En hoe moet hij ingelicht zijn?

Iemand met doorsnee verstand kan een balans- en resultaatrekening lezen. Of dit snel aanleren. Mijn ervaring is dat als je de cijfers niet verstaat, het probleem meestal niet bij jou maar bij de vennootschap ligt. Als je tien keer een vraag stelt en er komt geen antwoord, is er een probleem, en meestal zelfs een structureel probleem.

Wat doe je als vennoot als de politiek zegt, maak u geen zorgen? En als de vennoot vervolgens niet meer kan uitstappen?

Yves Leterme zegt in latere interviews, dat hij wist dat die waarborg aanvechtbaar zou zijn:.. “We hebben die constructie gemaakt om de run van de Arco aandeelhouders op de Dexia bank te voorkomen”.

Een vennoot moet trouwens niet altijd op het beleid terugvallen, hij kan altijd gebruik maken van zijn rechten om zijn bestuurders al dan niet kwijting te geven.

Bij Cera is nu de deur dichthouden voor de vennoot verdedigbaar. De rechten van de vennootschap moeten immers in billijk evenwicht zijn met de rechten van de vennoten… Maar met bijzondere aandacht voor het leven en overleven van de vennootschap, als een collectief belang.

Waren Bacob of Cera niet beter zelfstandig gebleven? Kleinere banken als Argenta of VDK zijn toch succesvol gebleven?

Ik heb zelf gedacht aan onze eigen Codep bank. Daar was nood aan verandering, en ze is ook meegegaan in die trend van almaar groter worden, er kwam een fusie met zakenbank Bank Nagelmackers.

Achteraf kun je je afvragen, moesten we niet verdiepen met onze coöperatieve aanpak? Moesten we niet onafhankelijk blijven? Waarom ook kiezen voor verzekeringsbankieren? Achteraf blijkt dat het wijzer was geweest om een coöperatieve bank te blijven.

Codep was de bank van de beweging, dikwijls gelieerd aan de mutualiteiten. Ik maak mij de bedenking, waarom hebben we het niet kunnen houden, ook niet de HBK bank van August Van Put en Mark Lambrechts? Ik denk er nu met weemoed aan terug dat een bankier hier kwam discussiëren over de minimale bankdienst, over schuldoverlast – vandaag verdienen banken daar aan – dat kon dus vroeger. Toch blijf ik erbij dat er een schaalprobleem was.

Hoe daar dan mee om gaan?

Elke onderneming heeft pieken en dalen. In het begin is er het gevaar van ‘niet genoeg groeien’, een ander probleem is dan weer te snel groeien. Samenwerking kan veel helpen. Ecopower en Beauvent bijvoorbeeld werken nu al goed samen, ook met nog andere coöperaties.

Bij Coopkracht denken wij ook na over onze structuur en het aanbod, er zijn nu diverse adviesbureaus. Een situatie zonder keuze – alleen die van de mastodont – is slecht. Maar te grote versnippering is evenmin goed. Dan biedt een netwerkorganisatie waarin kennis- en informaticaplatformen worden gedeeld, antwoord.

Jim Willame van Ecopower vroeg twee jaar geleden aan een bomvolle zaal, jullie willen wel een transitie van onze economie maar wie van jullie wil dan ondernemen om die te realiseren? Amper een vinger die de lucht in ging. Keert het tij intussen?

Met de coöperatieve beweging kunnen we op dit ogenblik niet echt grote maatschappelijke en industriële projecten aan, daarin begrijp ik Jim wel. Wat vandaag bestaat, is onvoldoende voor een fundamentele maatschappelijke en ecologische omslag, voor een echte economische omslag.

Maar er is wel een golf van een massa kleine coöperatieve ondernemers zoals bijvoorbeeld Ethicom van Koen Van den Broeck of de Mobile School Group van Arnout Raskin.

Weet je, alle Belgische NGO’s eten uit de staatsruif en in het Zuiden vertellen we dat ze onafhankelijk moeten zijn. Wel, ik wil dat ook zijn, ik wil dus verantwoord ondernemen. En zo zijn er veel, Genderatwork, Vrijstaat O. in de cultuursector, de bouwcoöperatie Stroburo, Pajottenland Plus, de jonge gasten van Lionfisch.

Er zijn voorstellen om van de post een coöperatie te maken, of van andere publieke bedrijven als de spoorwegen

Jim heeft dus ongelijk in de zin dat die golf van nieuwe maatschappelijke en coöperatieve ondernemers er wel degelijk komt.

In het najaar nodigen we Peter Hunt uit, een autoriteit uit Groot-Brittannië over coöperaties en mutualiteiten. Hij stelt onder andere voor om van de post een coöperatie te maken.

Dat doet me denken aan mijn eigen voorstel om burgers van bij de geboorte medeaandeelhouder te maken van publieke goederen of bedrijven.

Ja, waarom ook niet van de spoorwegen bijvoorbeeld?

Maar als we in zware crisis echt snel een ommekeer nodig hebben, ontbeert Vlaanderen dan het sociaal kapitaal om vanuit de samenleving resoluut mee de economische toekomst in handen te nemen?

Dat vergt een genuanceerd antwoord. We moeten het nu ook bij ons waar maken, bijvoorbeeld in de cultuursector, of met de kinderopvang, dat is echt bezig, over twee jaar weten we of het echt lukt.

Bejaardenzorg lukt ook in het buitenland, maar het is afwachten of wij het hier gerealiseerd krijgen? Er is een initiatief om emancipatorisch te werken in die sector, op basis van het idee van mede-eigenaarschap van uw eigen bejaardentehuis, en dat op te bouwen misschien al vanaf de leeftijd van 30 jaar.

Er blijven wel vragen. Wat als er geen koopkracht is? Of wat als je wordt weggeconcurreerd door Poolse arbeidskrachten die werken voor minder dan 10 euro per uur?

Wij hebben in onze samenleving wel geen gebrek aan kapitaal?

Neen, al is het ietwat slecht verdeeld, zowel binnen als zeker ook tussen generaties.

Acht mensen kunnen wel twee zwakkeren mee trekken maar omgekeerd kan niet

In dat verband hamer ik graag op een sterk coöperatief principe. Acht mensen kunnen wel twee zwakkeren mee trekken maar omgekeerd kan niet. In het eerste geval kan het lukken omdat er solidariteit is, gebaseerd op het feit dat iedereen wel eens de zwakkere zou kunnen zijn.

Begrijp ik u goed dat de coöperatieve economie zich niet mag opsluiten in de sociale economie?

Inderdaad, de coöperatieve economie mag niet verworden tot de dierentuingedachte. De coöperatieve economie moet de inclusiegedachte incorporeren, maar ze moet dat doen vanuit een sterke positie in de economie, en niet door alleen actief te zijn in kleine, moeilijke niches.

Neem het voorbeeld van cohousing met pakweg tien gezinnen waarvan acht doorsnee en twee arme, de volgende generatie zal niet arm zijn. Breng integendeel tien arme gezinnen in cohousing en je hebt na drie maanden een getto.

We breken onze kop over het idee van de sociale kruidenier. Want dan ben je actief op het einde van de distributieketen, en daar bijt je de tanden stuk op de uitdaging om het coöperatieve model economisch rond te krijgen. Dan kan het idee van de inclusieve sociale kruidenier, georganiseerd op ketenniveau, een oplossing bieden. Maar het blijft moeilijk, want als het inkomen slecht verdeeld is, krijg je het daar niet makkelijk recht.

Nieuwe coöperatieve initiatieven lijken niet meteen voort te komen uit het oude sociale en maatschappelijke kapitaal van de klassieke bewegingen. Klopt dat?

Vroeger waren er de zuilen. Het kwam er op neer, kort door de bocht, dat je daarin werd geboren, en het verzoek kreeg, doorlopen a.u.b.. Verwonderlijk misschien, maar dat werkt nog altijd na, ik moet blijven uitleggen dat ik niet werk voor de partij of de vakbond.

De tweede generatie coöperaties, met De Wrikker en andere, was zeker in het begin heel sterk antizuil. Later is dat wel gekeerd. De nieuwste generatie is daar helemaal niet meer mee bezig, de meeste coöperatieve ondernemers bekennen zich niet tot één of andere maatschappelijke beweging.

Maar er is ook een heropleving bij gevestigde waarden. Zo heeft Landbouwkrediet het coöperatieve gedachtegoed terug omarmd. Argenta doet dat ook, weliswaar vooral om kapitaal op te halen.

Je hebt die twee grondstromen in Vlaanderen, het ieder voor zich, en als ’t fout loopt, is ’t uw schuld. En de tweede stroom, laten we samen werken en samen iets bouwen, waarbij zieners en doeners elkaar vinden. Een voorbeeld is het Sint-Jansbergklooster op de grens van Vlaams-Brabant en Limburg, het oude kasteelklooster is er uitgebouwd tot congres- en evenementencentrum.

Ook VinoMundo is een coöperatie geworden. En bij Gageleer brouwen ze het gelijknamige streekbier waarvan de opbrengst naar Natuurpunt gaat. Het is een vennootschap met sociaal oogmerk geworden om te vermijden dat iemand zou willen verkopen en cashen. Want ze maken echt wel winst. Zo ontlopen ze de verleiding waaraan zoveel Vlaamse ondernemers zijn bezweken.

Zijn coöperaties dan beter om de economie te verankeren?

Het kapitaal is lokaal en de controle dus per definitie ook.

En kunnen de nieuwe coöperaties opnieuw regimespelers worden met de macht van oude spelers als Welvaart, Vooruit, Cera of Bacob?

We staan nu op het punt dat we ons kunnen afvragen, zal dat lukken of niet? In kinderopvang is het mogelijk. Voor energie is Ecopower al een stukje luis in de pels, het blijft afwachten of ze echt de omslag mee kunnen teweegbrengen. Gaan wij, de ondersteuners en de koepel, er samen met de coöperaties in slagen om de economie fundamenteel te transformeren, en om ook het beleid te overtuigen of te dwingen om daarin mee te gaan?

Kun je zeggen, je moet die plek verdienen op eigen kracht?

Ja, dat is mijn ervaring. Zonder tegenwind gaat de vlieger niet op. Ook al gelooft niemand in jou, toch zetten sommigen koppig door. Tot blijkt dat nog anderen ook coöperatieve zaken opzetten die waardevol zijn, tot ook het beleid mee gaat. Het is die dynamiek waarop we zo sterk mogelijk willen werken. Er is al een serieuze sprong voorwaarts gemaakt… maar we moeten nog veel verder durven landen.

Wat zijn dan de voorbeeldlanden?

Canada met de Desjardins Group die uiterst sterk staat in de regio Québec, Engeland met de Co-operative Group, Italië vooral met zijn landbouwcoöperaties,…

Hoe fouten van vroeger vermijden?

In se is het slecht management dat de eerste generatie bijna volledig de kop heeft gekost? Een inefficiënte democratische besluitvorming heeft de tweede generatie parten gespeeld. Dus die lessen kennen we al.

Wat me nu opvalt, is dat coöperaties heel graag hun expertise delen. En ze vertellen nog eerder wat niet werkt dan wel; Het zijn echt geen praatjesmakers die promopraatjes verkopen. Maximale betrokkenheid combineren met maximale efficiëntie, daar komt het op aan. Er bestaan goede modellen om uit die tweekampenstrijd binnen organisaties te geraken.

Het grootste probleem is nu vaak een erg vijandige omgeving die wordt gedomineerd door puur op winst beluste privébedrijven. In Québec zag je net als bij ons grote begrafenisspelers komen. Op een moment is er coöperatief initiatief gegroeid, en dat alternatief heeft die markt terug heroverd voor de samenleving. Je zag daar onmiddellijk de prijzen dalen en de begrafenissen terug betaalbaar worden voor een breed publiek.

Het hangt ook samen met de regelgeving, wat voorziet bijvoorbeeld het nieuwe kinderopvangdecreet?

Een kritiek luidt dat coöperaties gedwongen zijn om het kapitalistische marktspel mee te spelen? En dus gedoemd zijn om niet voorbij het financiële kapitalisme te geraken?

Daar ben ik het niet mee eens. Net door te groeien en regimespelers te worden, ben je in uiteindelijk in staat om de spelregels te veranderen. Daar zijn twee manieren voor.

Door zelf te gaan ondernemen werk je soms volgens andere regels. Kijk naar de activiteitencoöperaties die een brede fuik opzetten om de ondernemende mensen uit de kansengroepen aan de slag te krijgen. Iemand kan 18 maanden werkloosheidsuitkering behouden en zijn of haar product of dienst uitproberen in de markt, zelfs met 1 à 2 euro extra per uur. Deze coöperaties zijn zowat 10 jaar geleden eigenlijk in de illegaliteit begonnen, want een werkloze mag niet werken.

Tot de overheid zei, we zien dit wel zitten, want ze geraken uit hun uitzichtloze situatie, en ze creëren werk. Met een omzendbrief heeft de minister een jaar lang, en dan nog een jaar, en nog een jaar, de inspectie afgehouden om te kunnen experimenteren… tot er eindelijk een wettelijk kader is gekomen. Zo moet je dus dingen doen om soms ook wettelijk iets te veranderen.

Omgekeerd, over cohousing wordt ontzettend veel gesproken, maar het komt amper van de grond. In principe moet zoiets kunnen met een coöperatieve aanpak, maar er zijn nog altijd bugs in de wetgeving. En dus zijn er geen pasklare modellen voor de vragen, hoe stap je in, hoe stap je uit, en met welke rechten en plichten stap je in en uit? Is het bijvoorbeeld billijk dat je vijf of zes jaar moet blijven?

Dat is opnieuw pionierswerk rond cohousing, de overheid en de regelgeving zullen wel volgen… Soit, we klagen dan wel over achterblijven van regelgeving, maar ergst van al is dat de regelgeving voorloopt, dat is dictatuur.

Wat denkt u van de bewering dat coöperaties in een land als het onze, met sterke vakbonden, niet zo hard nodig zouden zijn? Anders dan Zwitserland waar vakbonden veel zwakker staan.

De vakbond zit wel in het defensief. Bekijk maar al die twitterberichten. Ik volg zeker geen discours antivakbond, ik ben voor het discours van de vakbond, vooral dan: neem de economie zelf in handen.

Je hebt grosso modo het ACV dat voor dialoog kiest en het ABVV meer voor confrontatie. En wij zeggen, creëer toch uw eigen bedrijven. Dan zit het daar direct goed, met bijvoorbeeld een maximale loonspanning van bijvoorbeeld 1 op 5.

En met dividendbeperking van maximaal 6 procent werk je sowieso voor het algemeen belang. Daar vind ik het jammer dat vakbonden in dit soort bedrijven ook  niet altijd meedenken met het oog op de stabiliteit  op de langere termijn en gaan voor de financiële voordelen op korte termijn zoals bijvoorbeeld maaltijdcheques en dergelijke.

Is het niet zo dat sociale bewegingen die naast hun revendicatieve rol ook zelf de productie van welvaart in handen nemen en de economie mee vorm geven, minstens dubbel zo sterk zijn?

Dat is zeker zo, maar ik zie dat vandaag bij ons niet gebeuren.

Doen jullie dan geen overtuigingswerk bij vakbonden, want daar zit toch ook geld?

Neen, we doen dat niet. Terwijl, inderdaad, vakbonden en mutualiteiten ook financiële middelen bezitten waarmee ze de economie in transitie kunnen zetten. Toevallig huizen wij hier in de lokalen van de vakbond, maar we hebben geen structurele banden met hen.

Zou dat dan, principieel zelfs, geen werkveld voor u moeten zijn?

Wij hebben er bewust voor gekozen om ons op de ruime samenleving te richten. Coöperatieve bedrijven oprichten en begeleiden is mijn eerste opdracht. En de tweede is promoten van coöperatieve gedachtegoed, wat Coopkracht in de toekomst wellicht veel meer gaat doen, dat loopt door elkaar.

De golf die er nu is, hebben we toch maar mee in gang gezet, zo fier durf ik wel zijn

En daarnaast willen wij een referentiecentrum zijn op het vlak van coöperatief ondernemen. En die kennis en ervaring willen we ter beschikking stellen van iedereen die daarin geïnteresseerd is, inclusief vakbonden en mutualiteiten.

De samenleving mag zich dus zeker verwachten aan een revival van coöperaties en van maatschappelijk ondernemen?

Zeker, er is al een revival, tientallen projecten weten ons te vinden, zonder dat we op de markt staan roepen. Hoever die golf zal reiken, of ze standhoudt en nog versterkt richting dominante economische sectoren, dat is afwachten, en meer nog hard werken natuurlijk. Maar de golf die er nu is, hebben we toch maar mee in gang gezet, zo fier durf ik wel zijn.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!