Veiling Mechelen
Interview, Nieuws, Wereld, Economie, België, Coöperaties, Tmd, Cera, Ecopower, Coopburo -

“Wij zijn niet alleen. Coöperaties maken heel andere economie”

In september presenteerde DeWereldMorgen.be een artikelreeks over de indrukwekkende ecologische, sociale en economische prestaties van de Zwitserse coöperatieve supermarktketens Coop en Migros. Maar hoe staat het coöperatieve ondernemen er voor in België? Een interview met Lieve Jacobs, dag in dag uit druk bezig met coöperaties allerhande.

maandag 7 januari 2013 11:45

We worden nu al enkele decennia geconfronteerd met de gevolgen van slechte globalisering, van grootbanken die de mondiale economie onderuit halen en groeiende ongelijkheid tot de vernietiging van de leefbaarheid van onze planeet en falend bestuur. Vrijwel overal groeit ook de afstand tussen werknemers en beslissingscentra, denk aan wat Ford Genk overkomt, en de afhankelijkheid van de grillige financiële markten is torenhoog, veel te hoog. Werknemers verliezen steeds meer de greep op hun economisch bestaan.

Kan maatschappelijk ondernemen dan antwoorden bieden? Kunnen coöperaties een alternatief bieden voor een falend financieel kapitalisme?

Lieve Jacobs: Coöperatief ondernemen blijft vandaag natuurlijk binnen de huidige kapitalistische economie. Maar er zijn wel grote verschillen.

Essentieel is dat de leden of vennoten van een coöperatie investeren met hun eigen centen en zelf ook gebruik maken van de diensten van hun coöperatie.

“Dit is heel andere economie dan die van Shell of BNP Paribas”

Dat is echt wel een heel andere economie met heel andere bemoeienissen vanwege de leden dan het economische en financiële geweld van Shell, Nestlé, Pfizer of BNP Paribas. En het gaat in elk geval over reële economie.

Zo zitten de zowat 3000 boeren van de grote melkcoöperatie Milcobel (dat is met een jaaromzet van 885 miljoen euro en 1950 personeelsleden echt geen klein bedrijf) elk met zowat 10 à 20.000 euro van hun eigen geld in het kapitaal. Je mag er zeker van zijn dat die hun mond opendoen, die roeren zich echt wel.

Districo in West-Vlaanderen verenigt drankenhandelaars in een coöperatie. Doordat ze vennoot zijn kunnen ze samen aankopen en voordelen genieten. Toen ik vroeg of Districo op een studiedag als een voorbeeld mocht worden opgevoerd, kreeg ik te horen: “Wij zijn geen gewone onderneming, hé mevrouw, wij worden gedirigeerd door onze leden, de vennoten zijn de baas.”

Van Selexion en Vanden Borre

Of vergelijk de coöperatie Selexion met de commerciële keten Vanden Borre. Grietens hier in Leuven en vele andere zelfstandige ondernemers zijn vennoot in Selexion. Zo organiseren ze hun samenaankoop, doen ze ook samen hun marketing… maar ze blijven allemaal als bedrijfsleiders hun vrijheid behouden, zij beslissen over het assortiment dat ze aanbieden en zijn dus baas in hun eigen winkel.

Selexion, Districo, Milcobel, hoe groot soms ook, het zijn toch niet altijd zo bekende namen, en vooral, weinigen associëren hen met de coöperatieve beweging. Hoe groot is dat coöperatieve potentieel in ons land eigenlijk?

Dat potentieel van coöperaties is echt veel groter dan we ons kunnen inbeelden. Daarom zouden de beste leerlingen van de klas hun voortrekkersrol voluit moeten spelen, ook in de Nationale Raad voor Coöperaties.

Ik denk bijvoorbeeld aan Tony Van Parys (nvda de voormalige minister van Justitie) in Wondelgem. Vrijwel het hele verenigingsleven speelde zich daar af in Hoeve Lootens, genoemd naar de boer waaraan de hoeve was verpacht. Op dat erf mochten ze alles doen, die tuin- en boomgaard is werkelijk een oase. Maar toen de boer stierf, verbood de eigenaar ineens alle feesten en andere activiteiten.

Dit is echter niet het einde van het verhaal. Er wordt een coöperatieve vennootschap of cvba opgericht, en op enkele maanden tijd slaagt die erin om het nodige geld te verzamelen om die hoeve te kopen.

Wel, die mensen waren heel verbaasd om te ontdekken dat er een coöperatieve beweging bestaat, in België, in Europa, zelfs wereldwijd. Die man, Tony Van Parys, is nu een ambassadeur geworden van coöperatieve beweging. En dat hebben we toch bereikt met ons werk.

U werkt voor Coopburo, gegroeid uit of voortbouwend op Cera steunpunt coöperatief ondernemen. We bevinden ons daarmee, zo kunnen we wel raden, volop in de boerenbeweging met haar rijke coöperatieve traditie. Kan u dat even situeren?

De traditie van Cera, van coöperatief bankieren, gaat inderdaad veel verder dan haar eigen coöperaties. Want het ging zowel om een coöperatieve bank als om een heel grote achterban op het platteland die zelf heel sterk coöperatief georganiseerd was voor tal van haar activiteiten, denk bijvoorbeeld aan de veilingen die nog altijd coöperaties zijn.

Door scha en schande geleerd, heeft Cera zich opnieuw moeten uitvinden

Door scha en schande hebben we in de voorbije decennia natuurlijk ook lessen geleerd: wat doe je beter wel als coöperatie, en wat niet? In modern taalgebruik, de do’s en don’ts. En het is die ervaring en expertise die we willen inzetten.

De coöperatie Cera heeft haar bankactiviteiten ingebracht in wat nu KBC is. De opdracht van wat men Cera holding noemt, is zorgen voor dat financiële vermogen in KBC, dat die bank goed gerund wordt en de economie ondersteunt.

Cera heeft zich dan opnieuw moeten uitvinden. We willen investeren in de samenleving door ambitieuze projecten te ontwikkelen in samenwerking met partners. Samengevat is de baseline dat we samen, met al onze vennoten, investeren in welvaart – dat is Cera als holding – en in welzijn, wat men de foundation noemt.

En Coopburo ent zich op die beweging. Wij blijven rotsvast geloven dat coöperatief ondernemen de sleutel vormt voor het welzijn van de wereld.

Geraken we zo aan een economie waarop mensen en samenlevingen veel meer greep hebben, die dus veel meer democratisch is?

Coöperaties zijn in elk geval bedrijven die werken ten behoeve van hun leden. En dat maakt verschil.

Aan de ene kant heb je multinationals als Ferrero, Nestlé, Unilever die hun grondstoffen zo goedkoop mogelijk willen inkopen en daarop meerwaarde realiseren ten voordele van externe aandeelhouders die enkel winstgedreven investeren.

Heel anders functioneren coöperatieve bedrijven als Milcobel en vele andere. Die willen hun grondstoffen aan een faire prijs inkopen, geen meerwaarde uitkeren – wel een vergoeding van het risicokapitaal – en investeren in de toekomst plus reserves aanleggen.

Een coöperatie is veel, veel moeilijker te verkopen of over te nemen

Een niet te onderschatten onderscheid is ook dat eigenaars van privébedrijven à la Vanden Borre wel eens cashen als ze het goed doen, ze verkopen alles en gaan rentenieren… Terwijl vennoten van een coöperatie net niet voor verkoop en bijbehorende meerwaarde kiezen. Een coöperatie is veel, veel moeilijker over te nemen. Ze bestaat voor haar doel.

Toch is ook Cera meegestapt in KBC, in een verhaal van altijd maar groter moeten worden, en is daarvoor de rechtstreekse band tussen coöperanten en hun bank opgegeven?

Het is waar, Cera heeft haar geschiedenis, met ook enkele ervaringen die haar getekend hebben.

Vergeet daarnaast toch niet wat wel verwezenlijkt raakte. De Cera vennoot Ghislaine Van Kerckhove bijvoorbeeld was de eerste vrouwelijke bestuurder in de raad van bestuur van KBC, en dat is ze geworden via de getrapte inspraakstructuur van Cera. Want de 420.000 vennoten zijn georganiseerd in 45 regionale adviesraden. Die verkiezen de nationale adviesraad, iets meer dan 200 mensen. Daaruit komen de 16 gekozenen voor de raad van bestuur van Cera. En die vaardigt personen af om mandaten op te nemen in de KBC groep.

Maar Cera, die oude dame met haar littekens, zal zich nooit als modelcoöperatie tonen, ze is nederig genoeg om te weten wat haar zwakke punten zijn. Wel willen we onze ervaring inzetten ten behoeve van jonge mensen die willen ondernemen. Wij zijn zelf niet het voorbeeld.

En wat leert die ervaring dan over wat de best practises zijn?

Wel, dan is het zeker zo dat een rechtstreeks aandeelhouderschap en dus directe investering vanwege de vennoten te verkiezen is boven een holdingwerking.

Wat ik de transactierelatie zou willen noemen, tussen leden en hun coöperatie, die relatie is cruciaal en verloopt dus best rechtstreeks, zoals dat het geval is bij Milcobel, Beauvent, Ecopower, Hoeve Lootens, Districo, Prik&Tik of de opticiens van Oogmerk.

Op dat vlak presteert een initiatief als bijvoorbeeld Limburg Wind niet zo goed. (Nvda daarom dat Cera ook niet het voorbeeld bij uitstek is).

Zou u een onderscheid maken tussen het bredere maatschappelijk verantwoord ondernemen en de coöperatieve ondernemingsvorm?

Men kiest niet toevallig voor een coöperatieve vorm. Ik was onlangs bij architecten, twee architectenbureaus die willen samengaan. Die verwachten dat later nog andere vennoten zouden toetreden, daarvoor bood de open samenwerkingsoptie van een coöperatie de oplossing. En al de rest, zoals bv. de solidariteitsprincipes onder vennoten, komt als gevolg, … Als je startende coöperaties die checklist van principes voorschotelt, geloven ze nooit dat ze daar aan zullen beantwoorden.

Slechts weinige coöperaties realiseren zich van in het begin hoe ver ze wel zullen gaan

Maar wat leert de praktijk? Ze werken met lokale centen en hebben lokale activiteiten, per definitie is er dan meer interesse voor lokale economie. Omdat ze met vennoten werken die ook als bestuurder functioneren, hebben ze automatisch meer aandacht voor hun vorming, een coöperatief principe. Het samen ondermenen werkt daarenboven vaak emanciperend, en ook dat leidt tot meer vorming.

En ze zoeken bijna als vanzelf samenwerking met andere coöperaties.

Net om het evenwicht tussen dat alles te bewaren, groeit ook de solidariteit bijna vanzelfsprekend. Slechts weinig startende coöperaties realiseren zich van in het begin hoe ver ze wel zullen gaan in de toekomst.

Ze moeten die coöperatieve principes toch kennen?

Ja, maar je mag de lat niet te hoog leggen in het begin, ze vormen een na te streven ideaal. Het is wel belangrijk dat startende coöperaties het potentieel hebben om ze in te vullen.

Een eerste absolute voorwaarde is dat het gaat om samen ondernemen, dus echt ondernemen, geen liefdadigheid, er moet financiële duurzaamheid zijn.

Ten tweede is de rechtstreekse transactierelatie essentieel. Dat betekent dat de leden investor driven zijn, ze investeren met hun eigen geld, geld dat niet verloren gaat maar in de werking wordt gestoken. Evenzeer zijn die leden user driven, het gaat om gebruikers die optimaal kunnen gebruikmaken van de dienstverlening of de producten van hun coöperatie.

Daarmee beschik je over voldoende kiemen om naar een nieuwe economie te evolueren.

Er groeit geen stevige coöperatieve dynamiek als er geen nood is

Die principes zijn dus geen geloof of tien geboden. Daar zit een economische realiteit achter, daar zit pragmatisme in dat gestoeld is op economisch goede praktijken.

Er kan geen stevige coöperatieve dynamiek groeien als er geen nood is. Wondelgem zou nooit gelukt zijn zonder die gedeelde verontwaardiging over de ontzegging van de toegang door de eigenaars van die hoeve. Of een ander voorbeeld, zonder malcontente ouders zal er nooit voldoende gedrevenheid zijn voor coöperatieve kinderopvang. Een goed idee volstaat niet.

Historisch is dat de reden waarom de boeren in tal van regio’s hun eigen banken maakten, ze kregen immers geen krediet van de bestaande banken.

En nog vroeger, in de middeleeuwen waren de commons, de weiden die gezamenlijk beheerd werden, de verre voorlopers van de coöperatieve principes.

Maar we blijven nog zitten met de vraag of coöperaties een antwoord kunnen bieden op een falend kapitalisme. Ze opereren in elk geval in die omgeving, het draait om gezamenlijk privé initiatief, niet de overheid is aan zet, zeker niet als initiatiefnemer.

Is het niet eerder zo dat ze werken in een marktomgeving, en dat de markt al bestond heel lang voordat het economische systeem van het kapitalisme ontwikkeld raakte?

Juist, de uitdaging voor coöperaties is dan, hoe zich gedragen in geval ze groot worden op die markt? Gedragen de aankopers van de Co-operative Group in Groot-Brittannië zich anders dan die van Lidl? Zijn de producten meer sociaal en ecologisch verantwoord? Dat hangt mee af van de reële inspraak van de vennoten, om dus werkelijk mee een coöperatieve beweging te bouwen.

Het kan blijkbaar zeker. Ik heb zelf in Zwitserland gemerkt hoe de coöperatieve supermarktketens Coop en Migros werkelijk grote verschillen kunnen maken. Maar ik heb niet de indruk dat we in België het voortouw nemen?

In België moet de coöperatieve beweging zich heel dringend verenigen, en daarbij de besten, de goeden, de minder goeden en de zwakke presteerders allemaal meepakken. Als we dat niet doen, blijven we een veel te kleine nichespeler.

“Als de coöperatieve beweging in dit land zich niet dringend verenigt, blijven we veel te klein”

Dan gaan mensen zich misschien verenigen in 20, 50 of 100 coöperaties in de sociale economie. Maar daarmee komen we er niet als we de wereld willen veranderen. Dan moet je in een andere divisie durven spelen, dan moet je de coöperatieve principes ook met de minder gegoede leerlingen in praktijk brengen.

De voetbalclub Oud-Heverlee Leuven is een coöperatie en mikt op zijn supporters om het nodige kapitaal bijeen te brengen. Vergelijk dat maar eens met Standard, overgenomen door Roland Duchâtelet, en Club Brugge belandde in de handen van Bart Verhaeghe, met één vingerknip is die club verkocht.

Barcelona toonde lang, tot de deal met Qatar Foundation, hoe het anders kan. De recente evolutie bij Barcelona toont aan dat je als coöperatie altijd alert moet blijven, en niet met het vingertje omhoog gaan staan. In Vlaanderen moet Coopkracht die rol spelen om onze coöperaties bij de les te houden. Dat we niet doen zoals die verschillende bewegingen in Monty Python’s Life of Brian die elk beweren het enige, echte ‘people’s front’ te zijn.

Coöperatieve producten moeten herkenbaar worden

Wat ons parten speelt, is dat vele producten niet herkenbaar zijn als coöperatieve producten. Niet de paterskaas Pas de Rouge van kaasmakerij Hinkelspel in Colruyt, de koper weet niet dat het bij wijze van spreken coöperatieve kaas is; idem voor de Brugge en Nazareth kazen, en de Inza melk, van Milcobel; van de Flandria groenten en de Tomabel tomaatjes en aardbeien weten we evenmin dat ze van coöperatieve veilingen komen.

Een uitzondering is de coöperatieve melk in Delhaize. Die melk is een relatief succes, niet eens zozeer qua omzet, maar omdat het een goed vehikel kan zijn om het coöperatieve verhaal kwijt te kunnen, om als coöperatie positie te pakken in de markt. Dat succes bewijst dat consumenten daar oren naar hebben, zelfs bij ons.

Een coöperatie blijft wel ondernemen. Hoe kan de economische democratie verzoend blijven met de economische efficiëntie?

Democratie is een heel moeilijke oefening als een organisatie meer en meer vennoten telt, of als er een nieuwe bedrijvigheid bij komt.

Zo wordt Ecopower geconfronteerd met een grote groei in hun aantal vennoten. Om het contact niet te verliezen, zet Ecopower intensief in op de communicatie met haar vennoten. Ze organiseert al een tijdje open bestuursvergaderingen zodat de vennoten ook tussen de algemene vergaderingen in de kans krijgen om een zicht te krijgen op het bedrijf. Het werk is nooit af.

Altijd blijft de transactierelatie belangrijk, de vennoten behouden hun directe relatie tot de diensten of producten, en ze blijven er met hun centen inzitten.

Hoe duur een aandeel moet zijn, is dan weer voor elke coöperatie anders. Een gulden regel: een zo hoog bedrag dat je het nooit op zak hebt, dat je er een nacht over wil slapen, en dat je er thuis moet over praten. Het is anders voor een sociale kruidenier als voor Inclusie Invest dat woningen bouwt voor personen met een handicap. Aandeel moet engagement zijn, niet uit sympathie.

Sinds de val van Arco staan coöperaties wel eens in een niet al te best daglicht. Is die slechte naam die sommige twitteraars graag voeden dan wel terecht?

Op studiedagen valt me op hoe weinig vragen daar over komen. Ik merk echt heel weinig negatieve afstraling. We moeten die beweging in haar waarde laten voor wat ze presteerde, en leren van wat zij al dan niet goed gedaan heeft.

Dat kapitaal was bedoeld om de continuïteit van de werking te garanderen, en voor de magere jaren… maar het is niet aan mij om hun proces te maken. Ik probeer er wel lessen uit te trekken.

Wat leert u dan uit dit debacle?

Wel, een heel interessante overweging is bijvoorbeeld – en je sprak daar zelf al over – dat Ecopower haar eigen uitbouw, die ze zelf limiteert doordat vennoten maar een maximum aantal aandelen mogen hebben, completeert door de spirit van Ecopower door te geven aan tien, twintig en meer andere spelers, in Vlaanderen en in Wallonië. Dat vind ik heel verstandig van Ecopower.

Richtinggevend moet de consensus zijn die wereldwijd is gegroeid over de principes. Die komen uit de praktijk, hun nut is bewezen. En elke coöperatie kan je voor elk principe scores toekennen op een schaal van 1 tot 10. Die scores kunnen dus fel verschillen afhankelijk van het criterium. Maar allen waarvan de neuzen in dezelfde richting wijzen, mogen meedoen.

Heel belangrijk is de band met de vennoten, en de communicatie met hen, elke dag.

Kunnen de nieuwe coöperaties opnieuw regimespelers worden met de macht van de oude spelers als Welvaart, Vooruit, Cera of Bacob?

Als ik zie hoe hard Ecopower inzet op het ondersteunen van de coöperatieve beweging, en er komen er nog zo een paar, dan zal dat echt wel verschil maken. Zo biedt ook Rescoop als platform van hernieuwbare energie coöperaties veel kracht voor deze beweging.

Misschien moet u toch nog meer coöperatieve succesverhalen in België kunnen opsommen? Want al oogt het lijstje met voorbeelden die we hoorden al vrij indrukwekkend, zeker in vergelijking met Zwitserland, en ook heel wat andere landen, presteert België toch niet zo goed. Wij tellen nog maar weinig echt grote coöperaties.

Waar we het nog niet over hadden, zijn de coöperatieve apotheken van België, Multipharma, De Voorzorg, Vooruit, De Volksmacht, Escapo, enzovoort. Dat zijn er echt heel wat, het coöperatieve karakter van die sector is echt wel sterk.

Er zijn de kleinhandelaren die zich wapenen tegen de ketens, zowel drankenhandelaars, opticiens als elektrozaken.

Misschien nog minder bekend zijn de vrije beroepen, architecten, advocaten die de coöperatieve principes meer meenemen in hun werking dan we denken. Er zijn zelfs grote advocaten- en notariskantoren, denk b.v. aan Berquin Notarissen, die werken volgens het principe één vennoot, één stem.

In de hernieuwbare energiesector is Ecopower allerminst nog piepklein. En ook Beauvent is een coöperatie, net als verschillende producenten in Wallonië en Duitstalig België.

Voor aangepast wonen is er Inclusie Invest, er is verder Hinkelspel, Acco, De Mechelse Veilingen, REO Veiling, Veiling Hoogstraten en Haspengouw, Exellent Electro, Sabam, Interleuven, Oxfam Fairtrade, Incofin, Alterfin,  voetbalclub OHL, werkelijk te veel om op te noemen.

Kunnen coöperaties de kracht hebben om, bijvoorbeeld zoals Coop en Migros het in Zwitserland winnen van Aldi en Lidl, het morgen nog veel meer winnen van de grote multinationals en zo een meer duurzame economisch model te schuiven in de plaats van het huidige?

Zeker is dat coöperaties tevens mee in de wereld kunnen spelen. Het feit dat ze lokaal verankerd zijn, betekent niet dat hun speelveld niet veel groter kan zijn. Onze veilingen bijvoorbeeld, allemaal coöperaties, exporteren zelfs wereldwijd.

Maar om aan Nestlé, of BP, of Carrefour te kunnen, ik weet het niet. Dat zal dan wellicht anders verlopen. Net wegens hun lokale verankering kiezen coöperaties er vaker voor om intercoöperatief te gaan samenwerken, eerder dan zelf over de grenzen te kiezen voor groei. Makkelijk is het nooit, want (glimlacht) coöperanten blijken net als alle mensen toch ook soms ruziemakers over wie mag of doet wat wel, en wat niet…

Ik hoor soms vertellen dat in een land zoals het onze, met sterke vakbonden, niet zoveel nood zou zijn aan sterke coöperaties, heel verschillend van Zwitserland waar vakbonden veel zwakker staan.

Dat slaat nergens op, dat gaat over totaal verschillende zaken.

Komt er een revival van coöperaties en van maatschappelijk ondernemen?

Ah ja, daar sta ik elke morgen voor op. Daar ben ik van overtuigd. En des te meer als je ziet hoe de oude garde zich aan het herbronnen is. Zo zijn de veilingen met coöperatieve oefeningen bezig, ze vergroten opnieuw hun coöperatieve identiteit rond thema’s als: hoe versterken we opnieuw de werking met de leden, of de coöperatieve identiteit in de profilering van onze producten.

Men wil opnieuw uitkomen voor die afgelijnde identiteit van coöperatie. Toen we enkele maanden geleden met Coopburo naar het Europees congres van de coöperaties gingen in Manchester, vroegen we wie zin had om mee te gaan. Er kwamen heel wat directeurs en voorzitters mee, van de veilingen, van de apotheken ook en van de CPH bank uit Wallonië, vier dagen lang zaten ze in een coöperatief bad. Dat zou vijf of tien jaar geleden waarschijnlijk niet waar zijn geweest, of zeker niet in die mate.

“Wij zijn niet alleen”

In de Reo veiling in Roeselare is enkele jaren geleden de vraag gesteld, is het nog belangrijk om een coöperatie te zijn? Want het is in België niet moeilijk om officieel coöperatie te zijn en toch alle coöperatieve principes aan de kant te laten. Hun antwoord was, de coöperatie is essentieel.

Het gevolg is wel dat je aan die identiteit moet werken. En zo zie je in de bedrijfsmagazines van de veilingen, ook dat van Milcobel overigens, hernieuwde aandacht voor het coöperatieve karakter.

Vorig jaar hebben we een cursus ingericht voor zittende en aankomende bestuurders van landbouwcoöperaties. Want hen wacht als bestuurders een dubbele uitdaging, als lid en als bestuurder. Dan is een opleiding in coöperatieve principes essentieel. Als we dan in een van de eerste sessies spreken over coöperaties wereldwijd en in tal van andere sectoren, valt hun mond open van verbazing: wij zijn niet alleen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!