De engel van de geschiedenis – Een filosofische nieuwjaarsbrief
Opinie, Nieuws, België -

De engel van de geschiedenis – Een filosofische nieuwjaarsbrief

Nieuwjaar is altijd weer hetzelfde: iedereen komt met zijn beste wensen, alle kranten spreken van hoop, welvaart en vrede. Maar iedereen weet dat het nieuwe jaar even vreselijk zal zijn als het vorige. Toch is er iets moois aan dit soort irritante momenten: het nadenken over de zin van de geschiedenis.

dinsdag 1 januari 2013 20:03

De grote vraag van de geschiedenis is: heeft ze een richting en zo ja wie stuurt haar aan? De zin van de geschiedenis is de belangrijkste filosofische vraag. Zeker vandaag de dag, nu de toekomst, ook en vooral de verre toekomst zo onzeker is. Maar toch is het een relatief recente of moderne vraag: het is pas wanneer blijkt dat de geschiedenis verandert en geen cirkel meer lijkt, dus wanneer er van vooruitgang sprake is, dat deze vraag zich in de filosofie begint te stellen. Hoewel bij Aristoteles aanzetten zijn te vinden van een nadenken over vooruitgang: hij zegt ergens dat wetten zouden kunnen verbeteren omdat onze geneeskunde ook verbetert. Hoewel het veel te vroeg is, ontdekt die dekselse Aristoteles ergens en passantin de Politeia, de basisgedachte van de vooruitgang: omdat onze wetenschap vooruitgaat, is het ook mogelijk dat onze maatschappelijke organisatie verbetert. Maar alleen de moderne filosofen hebben de vraag naar de geschiedenis daadwerkelijk gesteld en uitgediept.

Voor Kant was vooruitgang een plan van ‘de voorzienigheid’: de menselijke natuur kon zich als soort (niet als individu) vervolmaken. Het einddoel van de geschiedenis was voor hem een internationale rechtsorde. Maar de voorzienigheid moest een handje geholpen worden, Kant noemde dat de ongezellige gezelligheid van de mens, of minder letterlijk vertaald: de asociale sociabiliteit. Voor het liberalisme (waarvan Kant een van de filosofische medebedenkers was) is het subject van de geschiedenis de homo economicus, de ondernemende mens die door zijn egoïsme de wereld vooruitdrijft. De ondernemer is dus niet allen een captain of industry, maar als kapitalist ook altijd een beetje ‘historisch subject’.

Voor Hegel was het subject van de geschiedenis de absolute geest, die zich ontplooit tot zelfbewustzijn in en door de geschiedenis: de gang van een pantheïstisch gedachte God doorheen de tijd. Voor Nietzsche was een historisch subject ondenkbaar, want God was dood, dus bleef er alleen een terugkeer naar de Griekse tragische visie een optie: niet de opgaande lijn, maar de cirkel van de eeuwige terugkeer.

Voor Marx was het niet de geest (de subjectiviteit) maar de materie (de objectiviteit) die de motor vormde van de geschiedenis, met name de (dialectische) spanning tussen productiekrachten en de productieverhoudingen. Maar, toch hield ook Marx vast aan een subject van de geschiedenis: het proletariaat zou de geschiedenis zijn definitieve richting geven door de revolutie. En dat historisch subject heeft zich geroerd: niet alleen in de communistische revoluties maar ook in de bittere en lange sociale strijd van de arbeiders. De Europese welvaarstaat was de uitkomst van die strijd, een soort gerealiseerde utopie, een vredespact tussen het kapitaal en het proletariaat.

De Duits Joodse filosoof Walter Benjamin zag in een aquarel van Klee een andere gestalte van ‘het historisch subject’: de engel van de geschiedenis. Die engel van de geschiedenis is al vaak misbruikt als goedkoop uithangbord voor poëtico-filosofische diepzinnigheid, die mij ergert, zoals gisteren nog in een tentoonstelling over “de magische stad”, waar hij opgevoerd werd om de tentoonstelling uit te leiden (met een al even voorspelbare sequens uit Wenders’ film Himmel ueber Berlin). Ik moest vandaag over die tentoonstelling een radio-interview doen voor de RTBF en dus zag ik mij gedwongen om nog eens diep na te denken over de magie van de stad en ook over de engel van de geschiedenis en dat leverde deze nieuwsjaarsbrief op.

Eerst over de stad. Er was, naast zoveel andere dingen, schilderijen, collages,  foto’s en films over de moderne grootsteden New York, Berlijn en Parijs, de massa die verschijnt in de stad, vaak als natuurkracht, als kudde, als onderdrukte massa van werkers, als robotten, maar, in een film als Metropolis, ook als mensenkinderen die moeten gered en bevrijd worden. Daar zag ik dus plots dat subject van de geschiedenis voor mijn ogen opdoemen.

En dan over die engel. Wie of wat is nu die geheimzinnige engel die Benjamin in een van zijn geschiedfilosofische stellingen ten tonele voert. De engel heeft iets symbolisch: hij is de boodschapper van de voorzienigheid of van de Messias. Men zou hem naast boodschapper ook als een engelbewaarder kunnen zien, die voor de mensenkinderen zorgt in plaats van de God die toch niet alles in het oog kan houden. Wat er ook van zij, hij is er erg aan toe in Benjamins visioen. Hij wordt met open vleugels achterwaarts de toekomst ingeblazen door de storm van de vooruitgang. Hij deinst achteruit met de blik op het verleden gericht. Hoe verder hij zich van het paradijs verwijdert, hoe meer hij een opeenhoping van ruïnes ziet. Met andere woorden: de menselijke geschiedenis is catastrofaal, als een zondvloed, een zondeval.

Maar. Zoals de dwerg in de schaakautomaat uit de eerste stelling over het begrip geschiedenis, is ook de engel van de geschiedenis slechts een allegorische figuur: zoals de dwerg staat voor de theologie die de automaat van het historische materialisme moet besturen maar op een verborgen manier, zo staat de engel voor de voorzienigheid, of voor de messiaanse krachten, voor de reddende instantie, de verlossing, of als dat u allemaal nog te theologisch in de oren klinkt, voor de emancipatorische krachten.

Mijn vrouw komt bij de haastige correctie tussen en zegt laconiek: ‘dat zijn wat veel krachten’. Dat brengt me ertoe die krachten beter te benoemen. Benjamin spreekt (met een verwijzing naar Paulus) van ‘een zwakke messiaanse kracht die van generatie op generatie wordt doorgegeven’. Het is de kracht van de zwakken en de gelofte of het geloof dat de toekomst hen fundamenteel toebehoort (en niet aan de sterken). Het is deze zwakke kracht, deze kracht van de zwakken, die Derrida in een van zijn laatste interviews ‘messianiteit zonder messianisme’ noemde; een ‘geloof zonder religie’.

Helaas, we zijn ongelovige thomassen en de engelbewaarder van de geschiedenis bestaat niet (of alleen als allegorie). Daarom moeten wij zijn rol overnemen. Het heft van de geschiedenis is niet in de handen van God (want die is dood), noch van ‘de natuur of de voorzienigheid’, noch in handen van het proletariaat (waar is het?). En ook niet van een gevleugeld wezen. Geen engel zal ons redden.

Hoe kunnen we dat: de geschiedenis in handen nemen? Een totaal stuurloze geschiedenis is meer dan ooit perfect denkbaar: als een overvolle Titanic zijn we op smeltende ijsbergen van de ecologische catastrofes aan het afstevenen (De Amerikaanse fiscal cliff is klein bier tegen deze wereldhistorische cliffhanger).

Voor Negri en Hardt is er echter een nieuw subject van de geschiedenis aan het ontstaan. Het proletariaat van Marx is veelvormig en zelforganiserend geworden: de multitude, de menigte van genetwerkte, creatieve producenten. Ik geloofde er geen snars van tot voor kort. Tot ik de menigte aan het werk zag op het Tahrirplein in Cairo. Dat tentenkamp blijft voor mij een teken, een plaats van hoop. Wij (en niemand anders) moeten de geschiedenis in handen nemen, en dus de blinde machten van het kapitalisme en de technologie bedwingen,wij moeten de politieke onderdrukking van de dictatuur, de regressies van het fundamentalisme en de nationalistische identiteitspolitiek afwentelen. Het zal van onze zwermintelligentie afhangen of we die blinde machten kunnen overwinnen.

Nieuwjaar, net zoals Kerstmis een feest van de voorzetting van de kosmische circulariteit, stelt telkens opnieuw de vraag of we de vicieuze cirkel kunnen doorbreken, die van de eeuwige terugkeer van het geweld, van de ellende, van de onderdrukking en de uitbuiting, van de crisis, de catastrofe en de permanente oorlog. Dus, er zit niet anders op: we kunnen niet anders dan wedden op onszelf, we kunnen niet anders dan toasten op u en ik, ons allen:the human herd. Niet op de Vlamingen, niet op de Belgen, niet op de Europeanen, of wie of wat dan ook, maar op de aardbewoners, de ‘planetariërs’. Ik breng een heildronk uit op de planetaire menigte!   

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!