Hefbomen voor een duurzaam innovatiebeleid (3)
Nieuws, Samenleving, België, Wetenschap, Technologie, Samenleving en technologie - Barbara De Munnynck

Hefbomen voor een duurzaam innovatiebeleid (3)

Vlaamse beleidsmakers die de dubbele transitie willen begeleiden naar een duurzame wetenschapscultuur en een sociale economie staan voor een grote, maar geenszins onmogelijke uitdaging. Voor hen inventariseert het onderzoeksproject Wijze Wetenschap een reeks wegwijzers en hefbomen.

maandag 31 december 2012 14:40

De maatschappelijke uitdagingen van de 21e eeuw – de klimaatsverandering, de vergrijzing, het mobiliteitsvraagstuk, … – confronteren ons met de grenzen van bepaalde systemen in onze samenleving. Binnen het kapitalistische groeimodel zal de reductionistische wetenschap nooit snel en adequaat op de grote, planetaire vraagstukken kunnen antwoorden. Een innovatiebeleid dat wetenschappelijke instellingen daartoe in staat wil stellen, kan zich er niet vanaf maken met kleine verbeteringssuggesties. Het moet een radicale transformatie begeleiden.

De gewenste eindhalte is een duurzaam wetenschapsmodel dat enerzijds flexibel en veerkrachtig inspeelt op onvoorziene contextveranderingen en anderzijds voldoende armslag heeft om effectief te zijn. Het goede nieuws is dat ons huidige, onvolkomen innovatielandschap reeds beschikt over veerkracht en efficiëntie, de twee voornaamste ingrediënten van een duurzaam systeem. Jammer genoeg liggen die twee momenteel te ver uit elkaar. Ze passen niet binnen het zogenaamde ‘duurzaamheidsvenster’.

Expertbevraging

Door met een systeembril te kijken, kwamen de projectmedewerkers van Wijze Wetenschap tot de conclusie dat ons huidige innovatielandschap gedomineerd wordt door ‘regimespelers’ (universiteiten, hogescholen, strategische onderzoekscentra) met een hoge efficiëntie als troef, terwijl er in de marge ‘nichespelers’ (burgers, ngo’s, publiek-private samenwerkingsverbanden) actief zijn, die zich onderscheiden door hun veerkracht.

De uitdaging voor de toekomst bestaat eruit om de interactie tussen regime- en nichespelers te vergroten, zodat ze kunnen leren van elkaars sterktes. Zo zullen ze uiteindelijk het dynamisch evenwicht bereiken tussen efficiëntie en veerkracht, dat de kern vormt van elk duurzaam systeem.

Het systeemperspectief maakte verder duidelijk dat het innovatielandschap, hoe veelzijdig ook, maar één subsysteem is, binnen het oneindig veel complexere megasysteem van ons menselijke samenleven. Radicale verschuivingen binnen één subsysteem oefenen impact uit op het functioneren van andere subsystemen, waarvan ze tegelijk afhankelijk zijn.

Wijze Wetenschap legde de intense verstrengeling bloot tussen de subsystemen wetenschap en economie. De transitie naar een duurzaam, holistisch wetenschapsmodel zal alleen kans op slagen hebben als ze gepaard gaat met een tweede transitie: die naar een sociale en solidaire economie. Ook met het politieke subsysteem is er een belangrijke wisselwerking.

Op 16 oktober 2012 bracht het interactieve luik van Wijze Wetenschap een twintigtal experts samen. Naar innovatie strevende regime-actoren, niche-actoren, systeemdenkers en sociale economen inventariseerden de hefbomen waarover het Vlaamse innovatielandschap bij de transitie richting duurzaamheid beschikt.

Ook internationale wegwijzers of bestaande good practices kwamen aan bod. De oefening resulteerde niet in een set pasklare antwoorden, maar bundelde wel suggesties rond drie doelstellingen: Hoe kan het beleid haar eigen functioneren bijsturen? Hoe kan het de transitie naar een duurzaam wetenschapsmodel begeleiden? En hoe die naar een sociale economie?

Bijgestuurd beleid

Op beleidsniveau moet – om te beginnen – duurzame ontwikkeling een prioriteit worden binnen alle domeinen. Het is de verantwoordelijkheid van de Vlaamse minister-president om de langetermijnbekommernis om onze planeet te integreren in elke bevoegdheid. Alleen wanneer de schotten tussen beleidsdomeinen en administraties verdwijnen, wordt een integrale aanpak mogelijk.

Politici moeten de halfslachtige ‘en-en’ scenario’s verlaten, die ecologische duurzaamheid proberen te koppelen aan economische groei, en openlijk kiezen voor maatschappelijk welzijn. Zo zou een bepaald deel van het publieke onderzoeksbudget gereserveerd kunnen worden voor onderzoek dat inspeelt op reële maatschappelijke noden.

Wijze Wetenschap erkent dat de Vlaamse regering reeds inspanningen doet. Het project is dan ook geen klaagzang, wel een pleidooi om de goede fundamenten te verstevigen. Het kennisplatform van het team Duurzaam Ondernemen (do.vlaanderen.be) verdient meer zichtbaarheid, net als de Vlaamse Strategie voor Duurzame Ontwikkeling, een strategienota met langetermijndoelstellingen gericht op 2050.

Er is een informatienood in de samenleving wat betreft de systemische impact van innovaties (bv. hoe weeg je de meerwaarde van groene energie door windmolens af tegen het risico voor vogelpopulaties?) en de resultaten van duurzame, maatschappelijke inspanningen.

Als het beleid erkent dat het innovatielandschap een complex systeem is, moet ze haar communicatielijn met de regimespelers veranderen in een communicatiedriehoek die de nichespelers betrekt. Er is een sterke informatiestroom nodig tussen de nichespelers en het beleid, maar ook tussen niche- en regimespelers onderling.

Die dialoog dient te gebeuren in een nieuw discours, waarin argumenten gebaseerd op euro’s (regime-argument) niet overtuigender zijn dan argumenten gebaseerd op welzijn (niche-argument). Momenteel ‘spreekt’ heel het systeem immers de regimetaal: de voorwaarden voor subsidies bv. zijn gesteld in termen die regimespelers bevoordelen. Het beleid moet een gemeenschappelijke taal ontwikkelen, die een meet in the middle is tussen regime- en nichespelers.

Efficiënte niches, veerkrachtig regime

De transitie naar een duurzaam wetenschapsmodel vergt een dubbele beweging. De veerkrachtige niches moeten winnen aan efficiëntie, terwijl de efficiënte regimespelers moeten groeien in flexibiliteit. Pas wanneer de verschillende actoren van het huidige Vlaamse innovatielandschap elkaar letterlijk en figuurlijk naderen, zullen ze passen binnen het ‘duurzaamheidsvenster’.

De efficiëntie van nichespelers zal toenemen, wanneer ze hun noden en realisaties beter communiceren naar het beleid. Dat kan hun onderlinge samenwerking en kruisbestuiving vervolgens faciliteren, bv. door het creëren van informele ontmoetingsplaatsen. Daarbij is respect voor het zelforganiserend vermogen van de nichespelers cruciaal. Ook naar regimespelers toe, moet de niche beter communiceren over haar verwezenlijkingen. Het beleid zou de samenwerking tussen beide best sterk aanmoedigen.

Nu is ‘maatschappelijke valorisatie’ een randvoorwaarde in bepaalde onderzoeksprojecten. Waarom hier geen centraal punt van maken, met een partnerschap als criterium? Tenslotte is het belangrijk dat het innovatielandschap werkelijk ruimte biedt aan ‘open innovatie’. Nichespelers staan in de praktijk en willen vrij experimenteren. Dat mag niet worden beknot door te veel eisen vooraf. Een experiment waarvan de resultaten reeds voorspeld worden in de subsidieaanvraag, is welbeschouwd geen ‘echt’ experiment.

Regimespelers kunnen winnen aan veerkracht, door de academische verkokering te doorbreken en interdisciplinair onderzoek tot norm te verheffen. Dit vereist een aangepaste regelgeving. Zo hanteert het FWO momenteel een te enge definitie van ‘interdisciplinariteit’. Onderzoeksgroepen moeten niet alleen binnen hun instelling samenwerken over de grenzen van wetenschapsdisciplines heen. Ook samenwerking met externe partners – nichespelers of mensen uit de praktijk – verdient aanbeveling. Interdisciplinariteit begint trouwens al in de basisopleidingen.

Waarom geen nieuwe studierichting ‘sociaal ingenieur’, zodat studenten via praktijkstages in de social profit ontdekken welke mensen hun technologie zullen gebruiken? Daarnaast is er een mentaliteitswijziging nodig tegenover open source of vrije informatie-uitwisseling. Kennis beschikbaar maken is niet hetzelfde als kennis verliezen. Integendeel, het geeft zuurstof aan nieuwe mogelijkheden en partnerschappen. Idealiter verscherpt het bijgestuurde innovatiebeleid zowel de honger van regimespelers naar open innovatie als hun respect voor sociale innovatie.

Vermoedelijk zullen niche- en regimespelers elkaar spontaan positief beïnvloeden, naarmate de interactie tussen hen toeneemt. Het beleid moet daartoe coöperatief onderzoek stimuleren, waarin plaats is voor theorie én praktijk en waar de unieke bijdrage van de niche-actoren wordt gevaloriseerd. Om te zorgen dat het regime hen niet ‘opslokt’, moet het beleid een nieuw discours, een gemeenschappelijke taal en aangepaste meet- en evaluatiecriteria (bv. disseminatie en maatschappelijke valorisatie) ontwikkelen.

Omgevingsfactoren

We haalden het reeds aan: als interdisciplinair, coöperatief onderzoek de weg van de toekomst is, dan moet het onderwijs die weg helpen bereiden. In een systeemkader heeft een succesvolle transitie van het (sub)systeem wetenschap ondersteuning nodig vanuit andere subsystemen. Zo kan het onderwijs helpen zorgen voor multidisciplinair geschoolde, empathische professionals, die oog hebben voor maatschappelijke problemen en zich kunnen inleven in hun medemens.

De scherpe scheiding tussen technologische en sociale innovatie mag vervagen. Als ontwerpers van technologische oplossingen de eindgebruikers voor ogen houden of – nog beter – hen bij het ontwerpproces betrekken (co-design), dan kan ‘technologie-voor-het-technologische-hoogstandje’ worden vervangen door ‘technologie-die-concrete-mensen-helpt’.

Binnen de academische en onderzoekswereld zijn er persoonlijkheden met lef nodig die de eigen instelling durven tegenspreken, niet uit vitterij maar uit waardering en betrokkenheid. De kweekvijver voor dat soort durf, is een publieke ruimte en een mediacultuur waarin onafhankelijk of tegendraads denken wordt gewaardeerd. Vandaag denken met name economisten te weinig autonoom door hun nauwe link met de privésector. Hetzelfde geldt voor de politieke partijen. De inkrimping van hun studiediensten is zorgwekkend.

Het ruime publiek moet zich betrokken voelen en tonen bij duurzame innovatie. Burgers zijn niet het passieve publiek van de zoveelste bewustmakingscampagne, ze kunnen actief meewerken (bottom-up) aan de maatschappelijke transitie richting duurzaamheid. Het Japanse voorbeeld van de Fureai Kippu (‘zorgzame relatiekaartjes’) toont de enorme zorgcapaciteit van een solidaire samenleving. Fureai Kippu zijn uren dienstverlening op een spaarrekening met als eenheid ‘tijd’.

Wie vandaag in Japan als vrijwilliger oudere of gehandicapte mensen helpt, die spaart een tijdstegoed tegen de dag dat hij of zij zelf zorgbehoevend wordt. Fureai Kippu zijn dus een alternatieve munt, die garandeert dat burgers iets waardevol terug krijgen in ruil voor hun inspanningen voor het welzijn van de samenleving. Meteen wordt de definitie van arbeid breder: vrijwilligers krijgen een loon, zij het in alternatieve vorm.

En de economie?

Met dat laatste voorbeeld bevinden we ons al in het economische subsysteem. Dat is het belangrijkste domein waarbinnen verschuivingen nodig zijn, om de transitie naar een duurzame, holistische wetenschaps- en innovatiecultuur te doen slagen. Alternatieve of complementaire munten, die de gangbare pasmunt niet vervangen maar aanvullen, roepen zeker vragen op. Wat is hun wisselkring? Wat bepaalt hun koopkracht?

Toch zijn ze een uitgelezen breekijzer om het kapitalistische groeimodel in onze huidige economie open te breken. Ze zorgen voor een opwaardering van zorgarbeid, ze mobiliseren een onbenut maatschappelijk potentieel en ze signaleren dat burgers betrokken, sociale wezens zijn met bredere bekommernissen dan louter materieel gewin. In een samenleving waarin naast de gangbare pasmunt ook complementaire munten circuleren, zal het BNP zich niet kunnen handhaven als enige maatschappelijke barometer.

In een duurzame samenleving met vrije informatie-uitwisseling (open source), moet het patentmodel worden verlaten. Dit vormt een behoorlijke uitdaging, aangezien patenten momenteel een centrale, economische rol spelen. Ze bieden een onderzoeksbedrijf financiële ademruimte en een concurrentievoordeel. Als de kennis van Vlaamse regimespelers (universiteiten, farmaceutische bedrijven …) open source wordt, heeft dit een impact op hun internationale positie.

Ten slotte is het zaak om zowel het grote publiek als klassiek geschoolde economen warm te maken voor coöperatieve bedrijfsvormen, die sociaal en milieuvriendelijk zijn. Een concrete hefboom hiertoe is het vereenvoudigen van de wettelijke procedures voor de oprichting van coöperatieven.

De sociale economie moet haar volle reikwijdte krijgen. Nu associëren mensen het domein bijna exclusief met de zorgsector, terwijl er ook staalfabrieken en steenkoolmijnen zijn die als coöperatieven zijn georganiseerd. Mondragon, een Spaanse coöperatieve en de vierde grootste industriële groep van het land, is een inspirerend buitenlands voorbeeld.

Hefbomen oplijsten is één ding. Komen tot globale actie is nog wat anders. De deelnemers aan het participatieve luik van Wijze Wetenschap zijn zich daarvan terdege bewust. Stuk voor stuk zijn ze in hun dagdagelijkse praktijk reeds bezig met het zoeken naar antwoorden op grote maatschappelijke uitdagingen en het verkennen van nieuwe richtingen voor de Vlaamse innovatiecultuur.

Deze ‘pioniers’ weten dat er onder de radar al veel gebeurt, maar dat de mentaliteitsomslag in de samenleving nog moet gebeuren. Ze willen dat belangrijke proces mee ondersteunen. Wijze Wetenschap bood de betrokkenen – zo bleek uit de evaluatie – een inspirerende gelegenheid om van gedachten te wisselen met gelijkgestemde zielen van uiteenlopende achtergronden. Het is uitdrukkelijk de bedoeling van deze artikelenreeks om die begeestering te bewaren, door te geven en te doen groeien.

© Barbara De Munnynck. Dit artikel is het laatste in een driedelige reeks en steunt op de onderzoeksresultaten van het project Wijze Wetenschap, uitgevoerd door Flora vzw in opdracht van het Instituut voor Samenleving en Technologie. Integrale tekst verkrijgbaar via marian.deblonde@vito.be.

Het eerste deel van dit artikel vind je via deze weblinkHet tweede deel van dit artikel vind je via deze weblink.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!