De Mona Lisa door Marcel Duchamp
Nieuws, België, Tmd, Dossier N-VA -

Kanttekeningen bij ‘een heftige cultuurstrijd’. Drie open brieven aan Bart De Wever

Lieven De Cauter mag Bart De Wever niet meer mailen en dus antwoordt hij maar hier over de instrumentalisering van kunst, over de voorliefde van intellectuelen voor schuttingtaal en over politiek die iets anders moet zijn dan 'bullying'. De Standaard publiceerde wel de scheldmail maar heeft bedankt voor een doortimmerd antwoord.

vrijdag 28 december 2012 09:45

[I]

In uw antwoord op mijn open mail ‘pokeren over postmodernisme’ schrijft u: “Geachte, Ik had u gevraagd de beleefdheid te willen hebben mij niet meer te mailen. (…) Met “fuck you” ontneemt u zich het recht op een conversatie onder volwassen mensen. Ik ga de vraag dus nog een keer herhalen. Iets dwingender: u contacteert mij niet meer.” Oelala. Dreigende taal! En dat voor een mail geschreven op kerstavond. Maar oké, excuus. Beloofd: ik zal u niet meer mailen. U houdt niet van krachttermen, dat hadden we al begrepen. Maar bevelen en dreigementen, daar kan ík nu eens niet tegen. Zeker niet van iemand die mij al eens geïntimideerd heeft door naar de rector te mailen. Dus ik neem toch de vrijheid om u nogmaals een paar open brieven te schrijven, met kanttekeningen op basis van reacties op onze ‘heftige cultuurstrijd’. Ik neem aan dat ze via de megafoon van de media u wel ter ore zullen komen. Drie opiniestukken voor de prijs van één. Over de vorm van mijn actie en dan over de inhoud van het debat. Maar eerst over uw reactie.

Ik begin te vermoeden dat er method in the madness is: de kunstenaars en de intellectuelen zeggen met ‘niet in onze naam’ neen tegen het separatisme in de KVS en u zegt dat de subsidies daar niet voor dienen en dat als het van u zou afhangen … De Cauter steekt even zijn tong uit (of was het zijn middenvinger?) naar uw misbruik van Adorno en co en u beklaagt zich bij de rector (zoals Rik Torfs terecht bevestigde: “ronduit een daad van intimidatie”). De koning doet in zijn kerstboodschap een oproep om het aartsgevaarlijke en inderdaad vandaag de dag virulente zondebokmechanisme te vermijden (dat is de geest van de tekst!). Dat wordt dan meteen geïnterpreteerd als een toespeling op de N-VA, en u antwoordt gelijk met het voorstel om de vorst aan de kant te schuiven bij de regeringsvorming. Lastige vragen van journalisten? Maak een rel (tot er geen lastige vragen meer komen). De Franstalige pers? Dreig ze af. Altijd opnieuw hanteert u de intimidatie als wapen.

Politiek, geachte heer De Wever, als ik nu echt eens neerbuigend mag doen, is geen bullying. Politiek is het min of meer beschaafde, min of meer agonistische debat (ik heb wel met schuttingtaal geschermd maar uw persoon voor geen haar gekrenkt!) over het algemeen belang, over de inrichting van het goede leven in de polis, de mensenstad (bijvoorbeeld over de noodzakelijke autonomie van de kunst tegenover de politiek). Alleen voor de bullebak is politiek oorlog met andere middelen.

[II]

Misschien moet ik nog wat meer uitleg geven over de vorm van mijn actie. Zoals de methodische twijfel van Descartes geen echte twijfel is, zo bestaat er iets als een methodische woede-uitval. Met een minimum aan middelen een maximum aan effect bereiken; in dit geval ging het om binnendringen in het intussen bijna ondoordringbare bastion van de opiniepagina’s door een rel te creëren zonder tijd te verliezen met een moeilijk stuk, over de autonomie van de kunst, dat dan geweigerd wordt. Dus mijn getheatraliseerde woede-uitval was wel degelijk methodisch. “Fuck you” had er – toegegeven – uit gemogen, maar wie weet had ik dan net de kritische drempel van rel niet gehaald. Who knows? Ik weet het wel: alleen artiesten mogen schuttingtaal gebruiken, zoals de oer-Vlaamse Flip Kowlier met zijn ‘welgemeende fuck you’ (een hit!). Men moet mijn actie dus eigenlijk zien als … een performance.

Vele reacties gaan in die richting, trouwens sommige stuurde ik u al door per mail (nogmaals excuus). Maar niemand verwoordt het beter dan collega Maarten Loopmans in een mail aan onze rector. Ik citeer hem uitgebreid: “Tot mijn verbazing lees ik in de krant dat u er zich over beraadt om collega Lieven De Cauter aan te spreken over het taalgebruik in zijn open brief aan Bart De Wever. U beweert daarbij dat De Cauter door dit taalgebruik zijn argumentatie verzwakt en dat hij onvoldoende blijk geeft van academische terughoudendheid. Ik meen echter dat Lieven De Cauter door dit taalgebruik net de belangrijkste boodschap uit zijn brief extra kracht bij zet. Deze boodschap luidt dat wie onzin verkondigt en/of krachttaal gebruikt, meer kans heeft om in de krant te komen dan wie een zinvol en onderbouwd discours te berde brengt. Met zijn open brief (…) levert hij bewijs van deze stelling (…) De brief van Lieven de Cauter moet dan ook niet worden gezien als een ongelukkig verwoorde argumentatie, maar als een geslaagde experimentele deconstructie van het hedendaagse mediagebeuren.” Einde citaat.

De Standaard heeft al bedankt voor het aanbod van een doortimmerd antwoord. Typisch. Terwijl u, naast de gebruikelijke (lees: ongewone) media-aandacht rond uw partij en uw persoon (als powerpoliticus, als Calimero, als separatist, als quizkampioen en als aanhanger van powerdiëten), ook nog een column hebt, en een waterval van opiniestukken mag publiceren, dan nog eens een essay over kunst (twee krantenpagina’s!) en vandaag alweer een opiniepagina en de voorpagina krijgt. Waar is de redactionele deontologie van De Standaard? Dat noem ik geen debatcultuur meer: de Standaard kan zich beter omdopen tot ‘De Weverse Courant’. Dus bespaar ons die slachtofferrol tenminste. U hebt al veel te veel petten op. En nu nog die sjerp: straks gaat u echt struikelen!

[III]

Nu over de inhoud. Om helderheid te scheppen, zou ik het moeten hebben over het onderscheid tussen de (politieke) autonomie van de kunst, de (sociologische) autonomie van de kunstenaar en de (esthetische) autonomie van het kunstwerk, maar dat zal niet lukken in dit korte bestek. Dus, rechttoe rechtaan op naar de kern van mijn ergernis. U vindt die autonomie van de kunst maar niks en u wil kunst politiek instrumentaliseren of neutraliseren. Dat blijft onduidelijk, daar bent u blijkbaar nog niet helemaal uit. Mijn hypothese is: levende kunstenaars wil u neutraliseren, dode instrumentaliseren.

De nagel op de kop slaat Erwin Mortier met zijn prachtige historische citaat in zijn kerstessay, van ene Domien Sleeckx, een collega van Hendrik Conscience: “De vlaemsche letterkunde, vergeten wy het nimmer, is slechts een middel. Wie in de letterkunde zelve een doel ziet, verstaet de vlaemsche zaek niet.” Even vertalen: wie denkt dat kunst een doel op zich is, heeft niets begrepen van nationalistische politiek. Met andere woorden: voor nationalisten is cultuur een middel om aan politiek te doen. Dat is de kern van uw zeer elegante, hoog gegrepen maar onsamenhangende betoog over de autonomie van de kunst: de kunst als doel op zich is een doodlopend straatje, een gesubsidieerde boel die zijn eenheid en identiteitscheppende band met het volk verliest. Het culturele erfgoed en dus ook de kunst moet gebruikt worden om een nationale ‘identitieit’ te creëren (die half fictief, half mythisch is, denk aan onze Pieter de Coninck, een pittige, zij het gewelddadige opstandeling die alleen maar in de ‘verbeelde geschiedenis’ van romans en standbeelden als een van de vaderen des vaderlands kan worden gecast: het ging over Brugge en niet over Vlaanderen, zelfs Gent wou niet meedoen). Nationalisten zijn vermomde kunsthaters: cultuur wordt alleen gebruikt en misbruikt om een identiteit te s(t)imuleren en een ingebeelde gemeenschap te creëren. Dat en niets anders, verklaart de ‘anti-flamingante’ reflexen bij zo veel kunstenaars, van Claus tot Lanoye, van Hemmerechts tot Provoost, van Ensor tot Tuymans, van Boon tot Mortier.  

Omgekeerd is er bij nationalisten een ongezonde verering voor het culturele erfgoed: cultuur is heilig, niet om haar intrinsieke waarde, maar omdat ze ‘Vlaams’ is. Bijvoorbeeld Lanoye heeft het recht niet om ‘De Leeuw van Vlaanderen’ een ‘kutboek’ te noemen (wat hebben die intellectuelen toch met schuttingtaal? Ik vraag het mij ook af). Nochtans: er is geen authentieke omgang met ons culturele erfgoed mogelijk als alleen beate ideologische verering is toegelaten. De ‘moderne kunst’ en een moderne omgang met kunst is wezenlijk iconoclastisch. Duchamps Mona Lisa: elle a chaud au cul! Men kan het citaat dus ook omkeren: wie de Vlaamse Zaak een doel op zich vindt, heeft van kunst niets begrepen of moet haar wezenlijk instrumentaliseren en dus haar intrinsieke waarde miskennen. Dat betekent het complexe, subversieve, dubbelzinnige, ongemakkelijke, donkere, afgrondelijke, kortom het wezenlijke van de kunst minstens veronachtzamen (want je kan er niets mee aanvangen) en meestal ook verachten (want het is ergens gevaarlijk of indien ongevaarlijk gewoon aanstellerij).  Onze nogal ‘heftige cultuurstrijd’ heeft dus een hoge inzet. ‘Tegen zowel de ideologische instrumentalisering als tegen en de politieke ‘neutralisering’ van de kunst!’ Hopelijk laat de cultuurwereld zich niet intimideren. Niet door uw openlijk virtuoze pirouettes en nog minder door uw verdoken insinuaties.

[PS: Om het af te leren doe ik er ook nog een literair-filosofisch essaytje bij, dat als een soort commentaar bij zowel mijn actie als bij de bespiegelingen van De Wever over autonomie en (post)moderniteit kan worden gelezen, maar natuurlijk, zoals het hoort bij een essay, ook louter ‘autonoom’, louter doel op zich is: ‘opkomst en verval de grap (in de kunst)’. Vrij van rechten, een voorpublicatie uit een van mijn volgende boeken ‘Van de grote woorden en de kleine dingen. Het boek der verbazing, deel II (ca. 2013)]  

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!