Presentatie van het rapport 'Media en Diversiteit' (Foto: Daphne van den Blink)
Opinie, Nieuws, Samenleving, België, Diversiteit, Ingrid Lieten, Koning Boudewijnstichting, Netwerkmoment diversiteit en media, Minister van media, Witte bril -

De witte bril op in Lietens onderzoek naar media en diversiteit

Diversiteit is er nog te weinig in de Vlaamse media, zowel op het vlak van inhoud als op de werkvloer. Daarom liet minister van Media Ingrid Lieten er een onderzoek naar uitvoeren; de 'witte bril' moet af, vindt ze. Op zich geen slecht idee, maar de frictie zit ergens anders: in de bevragingen die voor de studie zijn gedaan, ontbreekt elke vorm van diversiteit. Want wie werden geïnterviewd? Inderdaad, nauwelijks mensen van niet-Belgische origine.

donderdag 20 december 2012 23:09

“Neem nu Sharia4Belgium. Die stellen toch niets voor. Maar die krijgen zo veel aandacht. Dat is het eeuwige probleem. Al die gewone moslims, die blijven buiten beeld. De pers verantwoordt dat voor zichzelf. Maar de impact ervan op het publiek, daar betalen gewone moslims de prijs voor” (gesprekken met het beleidsteam van het Minderhedenforum, uit het rapport Media: weg van clichés).

Gebrek aan diversiteit in de media, zowel op het gebied van inhoud als koppen op het scherm, is een aanhoudend probleem in de Vlaamse media. Minister van Media Ingrid Lieten liet daarom in haar beleidsnota 2009-2014 diversiteit in de media, als streven, naar voren komen en maakte van diversiteit een strategische doelstelling in de beheersovereenkomst met de VRT.

Begin 2012 gaf minister Lieten opdracht aan de Koning Boudewijnstichting om onderzoek te doen naar diversiteit in de Vlaamse media en op basis daarvan aanbevelingen te formuleren. Het begrip diversiteit werd voor de gelegenheid vernauwd tot de betekenis van variëteit aan etnische herkomst; het kan natuurlijk ook betrekking hebben op leeftijd, geslacht of handicap.

De aanbevelingen in het rapport moeten diversiteit op drie manieren bevorderen: de aanwezigheid van mensen van allochtone oorsprong op de werkvloer van mediabedrijven, de aanwezigheid van mensen van allochtone oorsprong in de media en beeldvorming en het bereik van de media bij mensen van allochtone oorsprong.

Witte bril

Op 14 december werd dit onderzoek gepresenteerd op het ‘netwerkmoment diversiteit in de media’, in het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Het publiek kon bijna niet witter; in het auditorium waren welgeteld drie mensen die niet van Belgische origine waren; oh ja, buiten de twee obers die iedereen van hapjes en drankjes moesten voorzien.

Josse Abrahams, die de resultaten van het onderzoek presenteert, benadrukt in het begin van zijn presentatie dat hij, ook al zijn sommigen het daar misschien niet mee eens, gewoon het woord allochtoon gaat gebruiken; dat we het maar even weten.

Later in de presentatie verzekert hij het publiek ervan dat ‘ze [mensen van niet-Belgische afkomst] zich storen aan de witte bril’. Abrahams lijkt daarbij over het hoofd te zien dat het hele onderzoek in opdracht van minister Lieten, met een enorme witte bril op, is uitgevoerd.

Nieuwe Vlamingen

Het citaat waarmee dit stuk begint, komt namelijk niet uit het onderzoek van de Koning Boudewijnstichting, maar is een van de vele uit een rapport van het Minderhedenforum. Dit rapport ‘Media: weg van de clichés’ bevat conclusies en aanbevelingen aan de hand van de bevraging van een 200-tal mensen met een migratie-achtergrond, over wat zij van de Vlaamse media vinden en waar zij mogelijkheden tot verbetering zien.

Het Minderhedenforum deed, waarvoor het onderzoek in opdracht van Lieten niet de moeite nam: namelijk de mensen waarover het gaat aan het woord laten.

In plaats van de mening te vragen van het publiek van niet-Belgische oorsprong of de nieuwe Vlamingen, de mensen die Lieten zo graag wil bereiken en bij wie zij participatie in de media wil vergroten, is gekozen voor interviews met ‘topprofessionals’ uit de media, marketeers en verantwoordelijken voor media-opleidingen. Zij zullen wel even vertellen hoe het dan wél zou moeten met de allochtonen in het Vlaams medialandschap.

Eerlijk is eerlijk; er zijn wel een paar mensen van niet-Belgische afkomst geïnterviewd voor het onderzoek. Dit zijn welgeteld acht ‘allochtone journalisten’ en acht mensen die tot een ‘etnisch-culturele minderheid’ behoren; in het rapport zelf (dat exclusief bijlagen 99 pagina’s telt) krijgen hun antwoorden twee pagina’s ruimte. Dan worden er achterin in de bijlage nog drie pagina’s aan besteed om de namen op te lijsten en puntsgewijs antwoorden te vermelden.

In de persoonlijke interviews en bij de feedback-groepen is er, na wat zoeken, hier en daar iemand te vinden van niet-Belgische origine die werkzaam is in de mediasector. Dan is er nog een ‘expert-interview’ met Hatim El Sghiar (was onderzoeker bij KU Leuven en geeft nu les aan de Artevelde hogeschool), dat nog geen twee pagina’s in beslag neemt.

Een kleine telling: in totaal zijn er voor het hele onderzoek 86 mensen bevraagd, in de vorm van focusgroepen, feedback-groepen en persoonlijke interviews. Daarvan zijn er slechts 25 van niet-Belgische afkomst; dat is 29 procent, nog geen derde van het totaal. De meeste van deze 25 werken al in de mediasector, acht daarvan -degenen uit de focusgroep ‘etnisch-culturele minderheden’- niet.

Tussen haakjes, er is wel een onderzoek gedaan door IPSOS in opdracht van de VRT, waarbij er mensen van niet-Belgische afkomst zijn bevraagd over de media. Het betrof Marokkanen, Turken en Polen, want, aldus Ilse Devroe van de VRT, “daar gaat het toch meestal over”.

Dit ging echter niet over hoe deze mensen beter bij de Vlaamse media betrokken kunnen worden, zowel qua inhoud als op de werkvloer bij mediabedrijven, maar over welke media zij gebruiken. Conclusies: de nieuwe Vlaming kijkt graag televisie, luistert minder naar de radio en heeft meestal een computer met internet. Goh.

Meer dan een derde vindt dat er geen Vlaamse zender bestaat die een juiste weerspiegeling van de gemeenschap geeft en 37 procent van de bevraagden vindt dat er niet genoeg mensen van hun herkomst aan bod komen in de Vlaamse media. Over suggesties om het media-aanbod te verbeteren, is niet met de geïnterviewden gesproken.

Voortrekkersrol

In de presentatie op het ‘netwerkmoment’ van het -in opdracht van Lieten- uitgevoerde diversiteitsonderzoek, wordt de ‘voortrekkersrol’ van de VRT, als het gaat over diversiteit, benadrukt.

De presentatie richt zich enkel op een bepaald gedeelte van het onderzoek, namelijk de SWOT (Strengths Weaknesses Opportunities Threats)-analyse van de private massamedia.

De private massamedia dus; de VRT is niet aan deze analyse onderworpen. Maar uit de analyse van deze private massamedia blijkt dan wel tweemaal dat de VRT een voortrekkersrol speelt op het gebied van diversiteit en dat terwijl werknemers van niet-Belgische afkomst in de mediasector slechts 1 procent vertegenwoordigen. Aan die voortrekkersrol van de VRT kan dus nog aardig wat gesleuteld worden.

Niet vermeld op de presentatie van de studie zijn een aantal punten van kritiek op de openbare omroep, uit de studie gebleken of opgeworpen door geïnterviewden in het onderzoek; zoals over het nut van de diversiteitsstages (stages voor kansengroepen) bij de VRT: er is nauwelijks instroom naar een vaste baan door de stagiairs.

Er zijn nu slechts acht voormalig-stagiairs aan het werk bij de VRT; de diversiteitsstages begonnen al in 2003, eerst met zes plaatsen per jaar, later met plaats voor tien stagiairs. Evaluatieverslagen zouden volgens de VRT niet beschikbaar zijn.

Ankers van niet-Belgische oorsprong zijn niet terug te vinden op het scherm van de VRT. Enkel VTM heeft één anker van Turkse origine, Faroek Özgünes.

De focusgroep ‘etnisch-culturele minderheden’ geeft aan dat er vergeefse pogingen zijn ondernomen om drie jonge Marokkaanse regisseurs bij de VRT binnen te loodsen; waarom dit niet gelukt is, wordt niet verder uitgelegd. De geïnterviewden geven ook aan dat programma’s over domeinen waarin mensen van niet-Belgische oorsprong het goed doen, zoals muziek en dans, bij de VRT te weinig aan bod komen, veel minder dan bij bijvoorbeeld VTM.

Witte mediasector

Samengevat door een citaat uit het rapport: “Globaal kunnen we stellen dat de overwegend ‘witte’ mediasector in Vlaanderen traag verkleurt.”

Wat er dus vooral uit het onderzoek te concluderen valt, is dat er nog veel te verbeteren is op vlak van diversiteit in de Vlaamse media, niet alleen bij de private massamedia, maar ook bij de openbare omroep, ook al is ervoor gekozen om daar geen SWOT-analyse op uit te voeren -of misschien juist omdat de analyse zich daar niet op richt-.

Kwantitatief gezien heeft Lieten voor de VRT al wel ambitieuze plannen op het gebied van diversiteit, in de vorm van streefcijfers. Eind 2014 moet er een arbeidsdeelname van 1,5 procent personen met een handicap zijn, 40 procent vrouwen en 4 procent nieuwe Vlamingen.

Dat betekent dus dat in twee jaar tijd het aantal personen van niet-Belgische afkomst, werkzaam in de openbare mediasector, nog met een paar procenten zal moeten toenemen: een hele uitdaging.

Pas met een arbeidsdeelname van nieuwe Vlamingen in de mediasector van ongeveer 10 procent, zouden de media een correcte afspiegeling zijn van de maatschappij. Dat was in 2008 al zo bij de BBC; in dat jaar telde de VRT slechts tussen de 0,9 en 2,2 procent mensen uit etnisch-culturele minderheden in haar personeelsbestand.

Maar een echt effectief diversiteitsbeleid bereik je pas als er ook naar de groep mensen waarover het gaat, geluisterd wordt en niet op paternalistische wijze wordt besloten wat goed voor hen is en op welke manier zij meer betrokken zouden moeten worden bij Vlaamse media.

Zoals Lieten het zelf zegt: “Media zijn cruciaal voor een democratie; dit veronderstelt ook dat iedereen zich op zijn minst kan herkennen in de samenleving zoals deze vandaag is en zich daarbij betrokken kan voelen.” Vanuit de openbare omroep de dialoog aangaan met de mensen die betrokken moeten worden, zou een goed begin zijn.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!