De Kijfelaar-bioboerderij: boeren en consumenten opnieuw samenbrengen (foto: Wervel vzw).
Opinie, Nieuws, Wereld, Economie, Milieu, Landbouw, Monocultuur, Biodiversiteit, Globalisering, Voedsellandbouw, Industrialisering, Agro-industrie, Neoliberale oplossingen, Stadslandbouw, Voedselregime, Bio-ingenieurs, Grondbeleid, Lokalisering - Bert Vander Vennet

Klaar voor een nieuw voedselregime?

Veel boeren, zowel in Europa als in andere werelddelen, hebben één zaak gemeen: ze zitten in een geglobaliseerd landbouwmodel dat hun keuze volledig bepaalt. Dit landbouwmodel kwam niet uit het niets.

donderdag 13 december 2012 14:50

Het landbouwmodel kwam voort uit een interactie tussen de kennisinstellingen, bedrijven, banken, overheden, consumenten, etc. die elk hun rol vertolken ten opzichte van dit systeem. Dit resulteert in een bepaald voedselregime.

Corporate food regime

Ondertussen zitten we in het derde globale voedselregime: het corporate food regime. Het is ontstaan uit het tweede voedselregime (tussen de jaren vijftig en tachtig) gebaseerd op een sterke industrialisering van de landbouw, losgetrokken van een lokale context, vanuit het wetenschappelijke model van controle en voorspelbaarheid, de noodzaak om arbeiders in de stad van goedkoop voedsel te voorzien, en de invloed van bedrijven die de noodzakelijke grondstoffen leverden aan de industrialiserende boeren. Als gevolg werd er voedsel geproduceerd dat ‘van nergens’ komt.

Het derde regime is ontstaan in de jaren tachtig en negentig vanuit de neoliberale logica, waarbij coöperaties werden geprivatiseerd, en ook de kennisontwikkeling in privé handen viel.

Vandaag worden de landbouwers geconfronteerd met dalende inkomsten, terwijl men vast zit in een historisch model. Het dominante landbouwmodel is gespecialiseerde landbouw, olieafhankelijk en gebaseerd op monoculturen, wat zorgt voor een verschraling van het landschap, voor een verhoogde ziektedruk en een verlies aan biodiversiteit op het veld.

Doordat bedrijven steeds meer produceren van hetzelfde goed, in steeds grotere hoeveelheden, neemt de afhankelijkheid van grote voedseldistributeurs toe. De kleinere bedrijven kunnen de grote hoeveelheden voedsel immers niet verwerken. Daarmee is er een stijgende machtsconcentratie bezig. Steeds minder bedrijven hebben een toenemend aandeel voedsel in handen. Dit is een bedenkelijke evolutie.

Vervreemd van voedsel en van landbouw

Daarnaast zijn consumenten zodanig vervreemd van hun voedsel en van de landbouw in het algemeen dat ze zich geen vragen stellen bij de lage landbouwprijzen en niet bereid zijn meer te betalen. Landbouwers zien zich dus genoodzaakt nog meer uit te breiden. Uiteindelijk moeten zij ook hun gezin kunnen onderhouden.

Vaak protesteren buurtbewoners tegen nieuwe investeringen van de landbouwers en begrijpen ze niet in welk parcours de landbouwers zitten: deze moeten zoveel mogelijk en zo goedkoop mogelijk voedsel produceren. Landbouwers zijn hierbij heel sterk afhankelijk van de experts zoals bio-ingenieurs. In hun universitaire opleidingen, maar ook daarbuiten blijft het productivistische model vaak centraal staan. Voor landbouwers zijn er slechts twee opties: groeien of stoppen.

Lokalisering

Maar er is ook nog een derde weg. We zien tegelijkertijd een ander fenomeen dat zich even globaal verspreidt, namelijk de lokalisering. Zowel in Europa als op andere plaatsen in de wereld beginnen stedelingen en landbouwers te zien dat dit industriële landbouwmodel niet duurzaam is.

De landbouwers zoeken opnieuw meer autonomie, proberen de natuurlijke elementen uit hun omgeving te integreren met hun landbouwactiviteit, en zoeken rechtstreeks contact met hun consumenten. Hierdoor wordt in de eerste plaats de wederzijdse vervreemding deels weggewerkt. Daarnaast krijgt de landbouwer een betere prijs voor zijn producten en hoeft hij zijn schaal niet op te drijven. Dit alles hoeft de consument niet te merken in zijn portefeuille.

In sommige gevallen gaat het zelfs nog verder. Soms oogsten de consumenten zelf hun eten waardoor we zelfs niet langer het onderscheid kunnen maken tussen producenten en consumenten. In dit geval is het beter te spreken van coöperaties waarbij ieder lid zijn specifiek engagement opneemt.

Dit landbouwmodel is arbeidsintensiever, maar zorgt voor meer biodiversiteit, minder pesticiden en – het voornaamste – een beter onderhoud van de bodem. Op voorwaarde dat de landbouwer de agro-ecologische principes toepast. Land is niet enkel meer van de boer, maar maakt deel uit van de lokale gemeenschap.

Nieuw voedselregime is noodzakelijk

Misschien zijn deze coöperaties een aanzet tot het vierde voedselregime, dat even globaal kan zijn. Maar, verschillend van de vorige, gefocust op een lokale schaal. Eén ding is zeker, een nieuw voedselregime is noodzakelijk.

Daarom hoop ik op een actief democratisch voedselsysteem. Voedsel heeft steeds onze maatschappij gevormd, en omgekeerd vormt de maatschappij het landbouwsysteem.

Sinds the enclosure of the commons zijn de kleinschalige boeren van hun land verdreven en hebben ze de stad opgezocht. Ze zijn proletariërs geworden, uitgebuit in de textielfabrieken en zijn steeds verder vervreemd van hun voedsel. Hun nageslacht, weliswaar middenklasse geworden, zit nog steeds in stad en is even vervreemd van zijn voedsel.

Iedereen een beetje boer

Ik droom van een nieuwe weg, waarbij de grond gemeenschappelijk bezit is en iedereen zich engageert om een beetje boer te zijn. Dit is logisch als we zien dat de mechanisering voor steeds minder werkgelegenheid zorgt. We kunnen net zo goed onze handen zinvol gebruiken, verbonden met het ecosysteem.

Maar hiervoor staan er heel wat zaken in de weg. De meeste landbouwers zijn volledig omringd door het industriële model. Zelfs wie wil omschakelen, zit al te ver in de schuldspiraal. De bio-ingenieursfaculteit blijft een productivistische logica hanteren (bio-ingenieurs krijgen geen lessen in sociologie waardoor ze enkele belangrijke maatschappelijke inzichten missen), en het beleid durft geen keuzes te maken.

Één keuze betreft het grondbeleid. Om te boeren, heb je grond nodig, maar aangezien schaalvergrotende landbouwers en de bouwende stedelingen ook grond nodig hebben, wordt het steeds moeilijker voor startende boeren om grond te vinden.

Wie zal het debat winnen? Wel, laten we niet vergeten, het draait om lokalisering. We moeten de focus verleggen naar de lokale boerenmarkten. Landbouwers rond de stad kunnen samenwerken met de stedelijke consumenten. Scholen kunnen voedsel aankopen van lokale landbouwers en de stad kan zijn omvangrijke OCMW-gronden ter beschikking stellen voor stadslandbouw.

Maak reclame, stimuleer, en zorg ervoor dat  een echt creatief beleid rond voedsel en landbouw ingebed wordt in jouw stad. De stad heeft enorm veel potentieel om een duurzame en toekomstgerichte landbouw te stimuleren. Stad en platteland moeten hand in hand gaan in het nieuwe voedselregime.

Bert Vander Vennet

Bert Vander Vennet is bio-ingenieur en is momenteel aan het doctoreren in de rurale sociologie.

PS. Dit stuk is uit eigen naam geschreven en is met geen enkel officieel standpunt verbonden van eender welke instelling ook. De analyse is wel gebaseerd op internationale wetenschappelijke literatuur. De droom is uiteraard van mij persoonlijk, maar die wordt gelukkig gedeeld door een groeiende groep mensen (ook in de internationale wetenschappelijke gemeenschap). Waarop wachten we nog?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!