Is onze maatschappij toonbeeld van zelfreflectie en tolerantie of van hypocrisie?
Opinie, Nieuws, België -

Is onze maatschappij toonbeeld van zelfreflectie en tolerantie of van hypocrisie?

In onze samenleving aanvaarden we dat mannen zich als vrouwen verkleden op straat.Toch tenminste wanneer het duidelijk is dat het gaat om een ‘vrijgezellenactiviteit’: een studentendoop of een andere grap. Zolang cross-gender dressing gebeurt in een duidelijk aangeven kader, zoals carnaval, laten we het toe. Wordt het echter een serieuze zaak, dan zien we andere reacties in de samenleving, schrijft socioloog Koen Slootmaeckers.

maandag 3 december 2012 14:48

Kunnen we als maatschappij nog kritisch naar onszelf kijken? Of is alles wat fout gaat in onze maatschappij de schuld van de abstracte ‘ander’? Deze vragen rijzen in me op na de hele discussie over het ‘zogenaamde’ verbod van de HUB op het verkleden in het andere geslacht tijdens een studentendoop. Dit ‘verbod’ kwam er nadat op 15 oktober een jongen werd verkracht omdat hij in vrouwenkleren naar huis wandelde na zijn studentendoop.

Dat dit geweld onaanvaardbaar is, daar zijn we het over eens. Dit soort geweld kan en mag men niet goedpraten. Iets wat ik ook niet zal doen. Het ‘verbod’ op cross-gender dressing (het dragen van kleren van het ander geslacht) door de HUB is iets waar er veel minder eensgezindheid rond bestaat. In het debat hierover hoorde ik twee stromen van kritiek. Enerzijds was er de (in mijn ogen terechte) kritiek dat het ‘verbod’ een verkeerd signaal geeft: door zich te verkleden als vrouw heeft het slachtoffer geprovoceerd. In de liberale en tolerante samenleving dat we willen zijn, kan geen enkele expressie van identiteit, manier van kleden, etc. een aanleiding zijn tot geweld. De andere kritiek op het ‘verbod’ plaatste zich eerder op het ‘wij-zij’ debat. Met als hoofdidee: het is ongehoord dat wij onze waarden opzij zouden zetten omdat de (moslim)ander er aanstoot aan kan nemen.

Het is deze tweede stroom van kritiek dat me de zelfreflectieve capaciteiten van onze maatschappij in vraag doet stellen. Want, boeten we echt in op onze waarden? Laten we er even vanuit gaan dat we inderdaad op onze waarden inboeten, over welke waarden hebben we het dan?  Dat het mogelijk moet zijn om als vrouw verkleed rond te lopen? Dat cross-gender dressing normaal is? Of dat transgenders een geaccepteerd deel zijn van de samenleving? Sorry, maar ik vrees dat, hoe graag we het ook zouden willen, deze waarden, jammer genoeg, nog niet volledig deel uitmaken van onze samenleving.

In onze samenleving aanvaarden we dat mannen zich als vrouwen verkleden op straat. We aanvaarden dit wanneer het duidelijk is dat het gaat om een ‘vrijgezellenactiviteit’: een studentendoop, of een andere als grap bedoelde activiteit. Inderdaad, zolang cross-gender dressing gebeurt in een duidelijk aangeven kader, bijv. carnaval, laten we het toe. Wordt het echter een serieuze zaak, over iemand zijn (transgender)identiteit, dan zien we andere reacties in de samenleving.

Op 20 november, was er de ‘Transgender Day of Remembrance’, deze ging echter voorbij zonder enige (pers)aandacht. Meer nog, over de schokkende cijfers van transfoob geweld (4 op 5 transgenders heeft hiermee te maken) of de hoge zelfmoordcijfers onder deze groep wordt niet gesproken. Zes dagen later, bij het bekendmaken van het ‘verbod’ zit iedereen op zijn paard, klaar om de waarden van onze samenleving te verdedigen, hierbij collectief vergetend dat transgenders nog steeds scheef bekeken worden, gediscrimineerd worden in onze samenleving.

Ik kan zelfs nog verder gaan. Is het verkleden als een vrouw tijdens een studentendoop zo respectvol? “Moet je dit verbieden, want het is toch maar een ‘studentenfarce’?” vroeg een journalist me. Dat cross-gender dressing als (studenten)grap probleemloos aanvaard wordt, doet bij mij toch enkele vragen rijzen. 

Indien een als vrouw verklede man als grappig wordt beschouwd, misschien zelfs als een vernedering – want zeg nu zelf, een studentendoop is nog steeds grosso modo de (vernederende) ‘rite de passage’ voor jonge studenten – lijkt tolerantie me ver te zoeken. Ik zou zelfs durven zeggen dat het een middel is om de heteronormativiteit en de mannelijke dominantie in onze samenleving de bevestigen.

Cross-gender dressing, transgender zijn wordt op deze manier gemarginaliseerd en als normafwijkend afgedaan. Wat dit met jonge transgenders doet en wat de mogelijke psychologische impact van zulke grappen kan zijn, daar wordt niet over nagedacht, laat staan besproken. En toch wordt het feit dat we dit zouden verbieden of afraden als schandalig aanzien.

Waar gaat het dan wel over? Het verbod, of beter gezegd de richtlijn, komt zeker niet voort uit bezorgdheid voor de mogelijke denigrerende impact van deze praktijken op vrouwen en transgenders. Absoluut niet, want anders was deze richtlijn al vele jaren eerder ingevoerd. De richtlijn is er gekomen omdat er jammer genoeg een slachtoffer is gevallen van de heteronormativiteit van onze samenleving, van de hypermasculiniteit die typisch is voor zij die door de maatschappij worden geweerd (en dan spreek ik niet enkel over de allochtone bevolking).

In het hieruit voortvloeiend maatschappelijk debat reageert men met verontwaardiging: “het kan niet dat we inboeten op onze dierbare waarden omdat de ‘ander’ er niet mee om kan”. Maar dat deze ‘waarden’ (en praktijken) de heteronormatieve, vrouw- en transgenderonvriendelijke samenleving in stand houden, wordt niet gesproken. Maatschappelijk zelfreflectie is niet noodzakelijk, want onze samenleving is een voorbeeld van tolerantie. Kunnen we nog hypocrieter zijn?

Koen Slootmaeckers is socioloog aan de KU Leuven

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!