Foto: Judy van der Velden
Opinie, Nieuws, Milieu, België, Duurzame ontwikkeling - Bernard Mazijn

De enige uitweg uit de meervoudige crisis: een Staten-Generaal vóór Duurzame Ontwikkeling

Dit is een pleidooi voor de oprichting van een Staten-Generaal vóór Duurzame Ontwikkeling, samengesteld uit vertegenwoordigers van alle maatschappelijke groepen én met oog voor de participatie van de jongeren, de vrouwen en de bevolking van allochtone afkomst. Niet met als doel om reactieve adviezen te verstrekken, maar wel om een sociaal contract af te sluiten tegen Rio+25 (2017).

maandag 3 december 2012 15:03

Het idee van een Staten-Generaal vóór Duurzame Ontwikkeling kent zijn oorsprong in 2007. Nadine Gouzée en ikzelf zaten toen beiden in het bureau van de federale Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling en waren volop bezig met de voorbereiding van het derde Federale Plan 2008-2012.

Elk vanuit verschillende hoedanigheden hadden we sedert eind jaren ‘90 de voorbereiding en de uitvoering van de vorige twee plannen meegemaakt en het was ons opgevallen dat het opnemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid binnen deze context uiteindelijk telkens op de schouders van de (federale) overheid terecht kwam.

Het maatschappelijk middenveld kon zich tevreden stellen met het formuleren van reactieve adviezen. Dit gebeurde bij de openbare raadpleging rechtstreeks door elke maatschappelijke groep afzonderlijke of onrechtstreeks via al dan niet unanieme adviezen van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling.

Het was dus hoogtijd om een Luik B aan het derde Federale Plan toe te voegen met concrete engagementen van elk van de maatschappelijke groepen vertegenwoordigd in de Federale Raad: milieuorganisaties, organisaties voor ontwikkelingssamenwerking, verbruikers-, werknemers- en werkgeversorganisaties, energieproducenten en de wetenschappelijke wereld. De vraag werd voorgelegd aan het bureau van die Raad: het antwoord was negatief.

* * * * *

Inmiddels zijn we vijf jaar later. Het derde Federale Plan voor Duurzame Ontwikkeling is er nooit gekomen. Het beleid terzake ligt op apegapen. Niet in het minst door de inertie van de overheid. Hierover heb ik in verband met een van de thema’s (‘technologieoverdracht naar ontwikkelingslanden’) vroeger zelf nog gezegd dat de beleidsuitvoering in realiteit alles behalve vlot verloopt.

‘De trein der traagheid’ noemde ik het, waarmee ik ‘de wet der traagheid’ persifleerde. Deze houdt in dat een beweging pas enige tijd nadat de motor is aangezet op gang komt én dat een beweging nog voortduurt ook al is de motor afgezet. Denk in dit verband even aan oud versus nieuw beleid, oh zo noodzakelijk voor de transitie naar een duurzame ontwikkeling van onze samenleving.

Het ontbreken van moed van beleidsverantwoordelijken om de oude motor tijdig af te zetten en de nieuwe op te starten heeft met veel factoren te maken: adherentie aan het huidig economisch systeem, vrees voor nog meer politieke instabiliteit, druk van buitenaf, enz..

Nochtans staan alle lichten inmiddels op rood: de oude motor moet tot stilstand worden gebracht. Reeksen van internationale (wetenschappelijke) rapporten wijzen immers op de noodtoestand.

Het tijdschrift Nature van 7 juni 2012 vatte het aan de vooravond van de Rio+20-conferentie als volgt samen: “It is hard to avoid a certain sense of gloom, if not doom. […] The accumulating evidence screams that the consequences of inaction could be dire. As each day passes, the problems become more expensive to solve and the number of available options decreases”.

Het is nu zelfs zover dat internationale consultancy bureaus, groepen van investeerders, wereldwijde (her-)verzekeraars wijzen op de megaforces – om het woord van KPMG te gebruiken – die aan het werk zijn: effecten van klimaatverandering, schommelende en stijgende energieprijzen, toenemende schaarste aan grondstoffen, watertekort, bevolkingsgroei, toename van de middenklasse en de daarmee gepaard gaande consumptie, verstedelijking, druk op de voedselzekerheid, verval van ecosystemen, ontbossing…

En dan kan er nog aan worden toegevoegd: vergrijzing, steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk, verbanden tussen milieuverontreiniging en achteruitgang van de volksgezondheid, enzovoort.

* * * * *

Zoals bekend bij de lezers van ons boek hebben verschillende co-auteurs het over deze uitdagingen. En we hadden hen – bij wijze van boutade – gevraagd wat zij zouden willen verwezenlijkt hebben tegen Rio+25 (in 2017). De co-auteurs antwoorden met het formuleren van verschillende engagementen, soms op persoonlijk vlak, soms op collectief niveau voor de maatschappelijke groep die ze vertegenwoordigen of die ze goed kennen.

Op basis van deze input schreven wij het slotdeel van ons boek: ‘Oproep tot dringende actie om de transitie te versnellen’. Een element tot actie betreft de vraag ‘Hoe gaan we onze samenleving voorbereiden op haar transitie tussen nu en Rio+25?’, of anders geformuleerd ‘Hoe gaan we nu met zijn allen samen aan de slag?’. De huidige structuren lijken immers niet geschikt te zijn om de zo noodzakelijke omslag te verwezenlijken. De inertie waarover hoger sprake heeft dit reeds bewezen.

Natuurlijk moet een en ander veranderen bij de overheid en binnen elk van de maatschappelijke groepen. Een consequente houding bijvoorbeeld zou al veel helpen. Maar wat nog? Sommige co-auteurs hebben ervoor gepleit om buiten de institutionele structuren met alle maatschappelijke groepen samen aan de slag te gaan.

Dit pleidooi is niet nieuw, het benadert het idee van een sociaal forum dat reeds bestaat, onder andere op het mondiale niveau. Sommigen, waaronder Ricardo Petrella pleitten er in 1996 al voor om een mondiaal sociaal contract af te sluiten tussen (bepaalde) maatschappelijke groepen om “de waarden van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid opnieuw in de praktijk te brengen. Er bestaat geen toekomst voor een maatschappij […] zonder solidariteit”.

Deze vorm van sociale innovatie is tot dusver – onder andere op andere niveaus dan het mondiale – niet echt succesvol geweest. Het vergt immers een nauwgezette en volgehouden inspanning van alle partners. Toch breken wij in het boek een lans voor deze sociale innovatie in ons land.

Het is een pleidooi voor de oprichting van een Staten-Generaal vóór Duurzame Ontwikkeling, samengesteld uit vertegenwoordigers van alle maatschappelijke groepen én met oog voor de participatie van de jongeren, de vrouwen en de bevolking van allochtone afkomst. Dus niet met als doel om reactieve adviezen te verstrekken, maar wel om een sociaal contract af te sluiten tegen Rio+25 (2017).

Dit lijkt een lange periode, maar ervaring toont aan – en in het boek wordt dit bevestigd – dat bij het opzetten van een interactie tussen maatschappelijke groepen, ieder de tijd moet nemen om elkaars taalgebruik en gewoontes te leren. Dat vergt dus tijd.

Ook het sluiten van een dergelijk contract, inclusief een akkoord over de op te zetten processen en de te nemen maatregelen, met een verdeling van verantwoordelijkheden die bij elk van de maatschappelijke groepen ligt, zal niet vandaag op morgen gebeuren. Daarenboven moet afgestemd worden met de verantwoordelijken van de politieke overheden, bijvoorbeeld binnen het kader van een Nationale Strategie Duurzame Ontwikkeling.

* * * * *

Let wel, laat me het meteen op scherp stellen en man en paard noemen: een dergelijk mechanisme bestaat nog niet. Even duiden. De federale, gewestelijke en lokale adviesorganen formuleren reactieve adviezen; de vertegenwoordigers van de respectievelijke maatschappelijke groepen nemen daar geen concrete engagementen.

Het Transitienetwerk Middenveld – de zogezegde opvolger van het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling – én Associations 21 in Wallonië bestaan in de eerste plaats uit ngo’s en de wetenschappelijke wereld, al dan niet aangevuld met vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.

Onder de (stichtende) leden van vzw’s zoals I-Cleantech, Plan C, enz. bevinden zich mensen uit het bedrijfsleden en de wetenschappelijke wereld, al dan niet aangevuld met vertegenwoordigers van het beleid of uit de ngo’s. De Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité’s van deze wereld – op lokaal niveau in Vlaanderen – zijn tripartite organen met vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en overheid. Enz.

Er is momenteel dus geen forum waar alle maatschappelijke groepen (bedrijfswereld, vakbonden, niet-gouvernementele organisaties, landbouwers, wetenschappelijke wereld) elkaar ontmoeten om samen aan de kar te trekken. Het resultaat is dat de een of andere bezorgdheid telkens wel weer onderbelicht wordt, waardoor voorgestelde oplossingen door anderen als antagonistisch worden ervaren.

Ondertussen blijft de meerderheid als konijnen naar de lichtbak staren (en we weten hoe dit afloopt) of bevechten minderheden elkaar met hun eigen grote gelijk (hopend op de dag van de waarheid). En dit terwijl alle internationale (wetenschappelijke) rapporten de hoogdringendheid uitschreeuwen.

De vraag is dus of we dit laten gebeuren, dan wel of we dit kunnen overstijgen waarbij in een Staten-Generaal vóór Duurzame Ontwikkeling de maatschappelijke groepen niet als elkaars vijand zien, elkaars legitimiteit erkennen en opteren voor een ‘agonisch pluralisme’. Lees er het laatste deel van het boek ‘Omzien in verwarring’ van Ruddy Doom (2012) maar eens op na.

Let wel, ‘k maak me ook geen illusies, altijd zullen er zijn die langs de kant hun grote gelijk staan uitroepen. Als we dat bij crisissen in de politiek kennen, dan zal dat ook hier wel gebeuren. Maar als een groep tenoren van alle maatschappelijke groepen samen met hun mensen, noem het een ‘coalition of the willing’, hun verantwoordelijkheid opnemen, dan is het toch de moeite waard om ervoor te gaan.

Want indien zij zich kunnen organiseren, dan wordt die maatschappelijke beweging van essentieel belang, en complementair aan wat de overheden (al dan niet zouden moeten) doen. Het is wellicht de enige overblijvende kans om ons land met de oh zo nodige urgentie op de weg van duurzame ontwikkeling te zetten. En op die manier kunnen misschien, heel misschien, sociale schokgolven doorheen onze samenleving worden vermeden.

Het pleidooi voor de oprichting van een Staten-Generaal vóór Duurzame Ontwikkeling werd geformuleerd op de laatste bladzijde van het boek ‘De samenleving in beweging. België op weg naar duurzame ontwikkeling?’ (Mazijn B. en Gouzée N., red., 2012) dat in het Nederlands en in het Frans verscheen.

Het is ook het sluitstuk van korte berichten die de voorbije dagen en weken over elk van de hoofdstukken op een speciale Facebook-pagina werden geplaatst. En voor diegenen die zich door het woord België niet meer aangesproken voelen en de neiging hebben het niet te willen lezen, even het volgende benadrukken: vervang in de tekst hierboven België en het adjectief ‘federaal’ door Europa, een gewest/gemeenschap, een provincie, een bovengemeentelijk niveau. De kern van het pleidooi blijft overeind.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!