Schauvliege niet op de hoogte. Ze had het Vanackere deze middag nochtans makkelijk eens kunnen vragen. Collega-minister Crevits tweette deze foto om 13u: "Stevig stappend in de Wetstraat"
Nieuws, Cultuur, België -

Kunstensector onder de kaasschaaf

"We vernemen uit goede bron dat de regering beslist heeft om de bevrijdende roerende voorheffing op auteursrechten van 15 procent naar 25 procent te verhogen", zo luidde het in de brief van Christophe Depreter, CEO van Sabam, die menig artiest maandag in z’n mailbox vond. De minister van Cultuur weet van niets.

dinsdag 27 november 2012 16:34

“Uiteraard vinden we dit slecht nieuws. De stijging betekent dat auteurs minder inkomsten zullen krijgen uit hun werk”, zo klinkt het bij Sabam. In de culturele sector stuit de maatregel op protest. Onder meer op Twitter en Facebook wordt boos gereageerd door o.m. muzikanten en auteurs.

Maar hoe zit het nu precies?

Vroeger, meer bepaald tot eind 2007, werden inkomsten uit auteursrechten, naburige rechten en royalties door de personenbelasting belast als loon (dus tegen 25 tot 50 procent, afhankelijk van het totaalbedrag). Of je nu geld verdiende door een kantoor te poetsen, te beleggen of een boek te schrijven, de bron van inkomsten maakte geen verschil voor wat betreftt het belasten ervan.

Vanaf 1 januari 2008 werden deze inkomsten uit auteursrechten en aanverwanten belast als roerende inkomsten, dus tegen 15 procent, en dit tot een bedrag van 50.000 euro per jaar. Met een paar belangrijke nuances: tot 10.000 euro kon je 50 procent forfaitaire onkosten aftrekken. Van 10.000 tot 20.000 nog steeds 25 procent. Een opmerkelijk gunstige regeling dus, bedoeld om de noodlijdende kunstensector wat ademruimte te gunnen. Voor wie meer verdiende uit auteursrechten gold vanaf 50.000 gewoon de regeling van voor 2008.

Opvallend is dat de roerende voorheffing vorig jaar al werd opgetrokken van 15 naar 21 procent, maar dat de inkomsten uit auteursrechten om de een of andere reden over het hoofd werden gezien, dus werden ‘vergeten’. Volgens sommige bronnen valt dat laatste letterlijk te nemen. Waarom zou men immers de creatieve sector willen ontzien in tijden van crisis?

Het kersverse begrotingsakkoord maakt dus abrupt een einde aan het bijzondere gunsttarief waar de kunstensector van genoot. Iedereen moet inleveren, dus ook de artiesten. De kaasschaaf als ultieme democratische tool. Bovendien zijn de begunstigden uit auteursrechten niet uitsluitend singersongwriters en dichters die moeite hebben om te overleven, maar ook uitgeverijen en groepen of artiesten als pakweg Clouseau en Natalia, die er geen boterham minder om zullen eten, een onderscheid waar de begroting gemakshalve aan voorbij gaat.

Wat opvalt

Was Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege (CD&V) niet op de hoogte? Volgens het kabinet van de minister niet. Er werd dan ook vanuit die hoek geen enkele mededeling gedaan. Van een cultuurminister mogen we verwachten dat ze communiceert met haar sector wanneer er maatregelen worden genomen die de individuele leden van die sector treffen, dat ze opkomt voor ‘haar’ sector. Maar dan moet ze wel op de hoogte worden gebracht natuurlijk. Er is hier dus sprake van een opmerkelijk eenzijdige besluitvorming op federaal niveau, waar men blijkbaar niet de noodzaak inziet van een minimum aan communicatie met de Vlaamse minister in kwestie. 

Auteursrechten zijn al jaren hapklaar voer voor heel wat controverse. Sabam probeert krampachtig om de publieke opinie te overtuigen van het belang van deze inkomsten, maar slaagt daar nauwelijks in, onder meer door de knullige manier waarop ze communiceert met diezelfde publieke opinie. Maar ook de vaak kortzichtige en populistische berichtgeving inzake de materie werpt maar zelden licht op de werkelijkheid. “Die auteursrechten komen toch nooit terecht bij de artiesten!”, zo luidt een vaak gehoorde klacht. Of het auteursrecht zou ronduit voorbijgestreefd zijn. Het is des te opmerkelijker dat er nu in de media, op Twitter en op Facebook plots luidkeels wordt geprotesteerd tegen het hoger belasten van diezelfde auteursrechten die men zo graag in vraag stelt. 

De kunstensector hoeft volgens velen misschien geen uitzonderingstarief te genieten, toch kunnen we ons vragen stellen bij een dergelijke maatregel wanneer die inslaat in tijden waarin het ontbreekt aan een reëel en proactief ondersteuningsbeleid voor de hele creatieve sector. Cultuursubsidies stagneren of slinken. Cultuur is zelden een prioriteit in tijden van economische crisis. Bovendien valt deze lastenverhoging voor de betreffenden moeilijk door te rekenen aan het publiek, iets wat in de meeste andere sectoren wel het geval is. Mensen tonen zich nu al amper bereid om geld uit te geven aan muziek (die meer en meer gratis ter beschikking wordt gesteld) en andere vormen van cultuur overleven enkel en alleen dankzij de onontbeerlijke overheidsondersteuning.

Waarom kan men bijvoorbeeld niet werken met inkomstenschijvensysteem, zodat wie veel verdient meer bijdraagt, zoals dat ook geldt voor inkomsten uit lonen? Dat soort nuance zou de laagste inkomens uit de kunstensector wat meer overlevingskans bieden. Als we jong en niet commercieel creatief talent levensvatbaar willen maken en houden, dan zal dat niet gebeuren door hen zwaarder te belasten op de schaarse en onregelmatige inkomsten die ze genereren. 

Wat de kunstensector nodig heeft, is een brede langetermijnvisie die het belang van een dynamische sector met voldoende slagkracht centraal stelt, die in dialoog gaat met de betrokkenen en die zich niet laat verleiden tot populisme.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!