Wanneer duizenden mensen hun job verliezen is een andere aanpak noodzakelijk.
Basisinkomen, Europese vakbonden, Actie, algemene staking, besparingen, vakbonden, Tewerkstellingsbeleid -

Wanneer duizenden mensen hun job verliezen is een andere aanpak noodzakelijk.

zaterdag 10 november 2012 10:54
Spread the love

Ford Genk, Philips, Dow Chemical, …. Terwijl dagelijks mensen hun werk en hun inkomsten verliezen en in armoede dreigen terecht te komen worden vele analyses gemaakt over de oorzaak en mogelijke oplossingen. Op hetzelfde ogenblik bespreekt de regering hoe men verder wil besparen en bespreken de ‘sociale partners’ hoe de lonen de komende jaren zullen evolueren Afhankelijk van ‘het kamp’ waarin men zich bevindt – werkgeversorganisatie, vakbond of beleid – wordt steevast de schuld en de oplossing bij de anderen gelegd.  Zelden wordt gekeken wat men daadwerkelijk zelf kan doen om tewerkstelling en ondernemingen te behouden.

Nochtans is iedereen het er wel over eens dat een daadwerkelijke andere aanpak noodzakelijk is. Er wordt veel gepraat en af en toe iets bij gestuurd maar… Ik wil niet als laatste vakbondsafgevaardigde van een grote onderneming binnen enkele jaren de deur dicht trekken. Tijd dus om enkele dingen in vraag te stellen.

Een andere vakbondsaanpak.

De economische realiteit is de laatste decennia sterk gewijzigd:  vrij verkeer van goederen en werknemers in Europa, multinationale ondernemingen die steeds sterker worden ten koste van de kleinere ondernemingen, toenemende automatisering waardoor de behoefte naar ‘handenarbeid’ vermindert, lonen in de buurlanden worden als concurrentie factor naar voor geschoven, flexibilisering met aangepaste korte arbeidscontracten, enz. Het overleg zoals we dit in België kennen, met nationale onderhandelingen in de groep van 10, sectorniveau, sectorbesprekingen, bedrijfs-cao en gekeuvel op een ondernemingsraad, is reeds 50 jaar quasi onveranderd. Hebben de interprofessionele akkoorden van de laatste 10 jaar veel verbetering  gebracht voor het gros van de werknemers in België? Is het veel geprezen sociale opvangnet van de sociale zekerheid toegankelijker geworden voor wie het nodig heeft? Heeft de wet Renault al veel banen ‘gered’? Driemaal: neen. De vakbonden zouden zich de vraag moeten stellen of het sociaal overleg volgens Belgisch model niet anders kan. In een nationaal overleg met werkgevers, dat gedicteerd wordt door Europese richtlijnen zoals loonnorm, activeringsgraad, flexibiliteit,  is nog maar weinig onderhandelingsmarge mogelijk. De resultaten zijn telkens zo bedroevend dat de legitimiteit van werknemers (en werkgevers) vertegenwoordigers telkens in vraag wordt gesteld.

Het is duidelijk dat er ook op sociaal vlak meer op Europees niveau moet beslist worden. Een Europese vakbond moet zich meer profileren als gesprekspartner in een Europees tewerkstellingsbeleid waarin minimumlonen en arbeidsvoorwaarden  worden vastgelegd. Men kan zich eveneens de vraag stellen of ook de onderhandelingen op het niveau van de sectoren leidt tot meer gelijkwaardigheid. Door de ver doorgedreven uitbesteding van diensten zijn er in iedere grote en middelgrote ondernemingen mensen die via onderaanneming tewerkgesteld worden volgens de voorwaarden van diverse paritaire comités. Een sociaal overleg op het niveau van de onderneming voor al wie er werkt zou in vele gevallen rechtvaardiger zijn en sociale ongelijkheid kunnen wegwerken, zonder daarbij het streven naar een verbetering van arbeidsvoorwaarden in kleine ondernemingen en KMO’s te vergeten.

Een andere politieke aanpak.

Alle beleidsorganen in België en Europa besturen volgens de liberale logica waar prioriteit wordt gegeven aan een goed ondernemingsklimaat en sociale maatregelen ondergeschikt zijn. Er wordt meer  steun en subsidie gegeven aan ondernemingen dan aan burgers. Fiscale maatregelen zijn vaker in het voordeel van deze ondernemingen dan aan de werkende bevolking. Deze maatregelen worden genomen onder druk van dreigende desinvesteringen en het verlies tewerkstelling en de daaraan gekoppelde inkomsten. Toch kan voor een andere politiek gekozen worden waarin bij het toekennen van overheidssteun meer voorwaarden worden gekoppeld en die soepeler is voor kleine ondernemingen dan voor multinationals. In plaats van het patronale discours van de loonkost te volgen als belangrijkste concurrentiefactor, kan een beleid worden gevoerd waarin de afstand tussen producent en consument mee in rekening wordt gebracht. Zowel vanuit economisch als ecologisch standpunt hebben we er alle belang bij dat de productie van goederen zo dicht mogelijk bij de consument moet liggen. Via fiscale maatregelen kan men dit stimuleren. De zware belasting op de loonkost wordt zowel door werknemers als werkgevers als onrechtvaardig ervaren. Zeker wanneer deze belasting wordt vergeleken met de minimale belasting op bedrijfswinst , winst uit beleggingen en vermogens. Ook de wettelijke fiscale achterpoortjes om belastingen te vermijden zijn voor velen een doorn in het oog. Een overheid zou er voor kunnen kiezen om de belasting op arbeid af te bouwen en te vervangen door alternatieve inkomsten.

De maatschappij evolueert meer en meer naar een geautomatiseerde samenleving. Werk voor iedereen wordt een steeds moeilijker na te streven ideaal. Voor steeds meer mensen is werken geen garantie meer op een goed inkomen. Om die reden doet een overheid er goed aan te onderzoeken of er geen netto basisinkomen kan gegarandeerd worden die los staat van prestatie door arbeid. Door de invoering van een basisinkomen zal er minder ongelijkheid zijn. Bovendien stimuleert men de individuele ontwikkeling en ondernemerschap. Werknemers met een zekergesteld basisinkomen zijn immers minder afhankelijk. Bijkomend zal de zo veel besproken loonkost voor werkgevers drastisch lager zijn vermits een deel van het inkomen gegarandeerd is.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!