Miljardensubsidies houden overbevissing in stand
Verslag, Nieuws, Wereld, Milieu -

Miljardensubsidies houden overbevissing in stand

WASHINGTON — Jaarlijks gaat er 27 miljard dollar (21 miljard euro) subsidie naar de visserij, vooral naar grote schepen die visgronden uitputten en kleine vissers wegconcurreren. Dat blijkt uit onderzoek van de University of British Columbia in Vancouver.

vrijdag 9 november 2012 16:25

Tweederde van deze subsidies komt uit China, Taiwan, Zuid-Korea, Europa, Japan en de Verenigde Staten. Maar doordat de visstand achteruit loopt, moeten de vissers steeds efficiëntere technieken gebruiken en meer brandstof verstoken om dieper en verder te gaan, waardoor er alleen maar steeds meer geld nodig is.

Het komt er dus op neer dat belastingbetalers betalen voor de overbevissing en de verarming van vissersgemeenschappen, zegt dr. Rashid Sumaila, hoofd van het onderzoek. “Veel vis die in Europa, de VS en Japan wordt gegeten, komt uit andere landen, vooral arme landen”, zegt hij. Dat komt vooral doordat de visstand in de rijke landen zelf al lang achteruitgegaan is. “Hoe meer hun vloten een gebied leegvissen, des te moeilijker het wordt om daar te blijven vissen en des te meer te om subsidie vragen. het is dwaas.”

Olivier de Schutter, speciale VN-rapporteur voor het Recht op Voedsel, is het met hem eens. Vorige week zei hij dat rijke landen per capita drie keer zo veel vis eten dan arme landen, en door de oceanen leeg te vissen de vissers in ontwikkelingslanden wegconcurreren. “Zonder snelle actie zal de visserij niet meer de cruciale rol kunnen spelen in de voedselvoorziening van miljoenen mensen”, zei hij. Om die reden moeten de subsidies worden beëindigd, volgens zijn rapport “Visserij en het recht op voedsel”, dat hij op 30 oktober presenteerde.

Het geld dat industriële vloten aan ontwikkelingslanden betalen om daar te kunnen vissen, gaat meestal naar corrupte regeringen, terwijl de nadelige effecten door arme kustgemeenschappen worden gevoeld. Niet alleen zijn de meeste geïndustrialiseerde schepen zonder subsidies niet economisch, ook leveren ze veel minder banen op: 200 voor elke duizend ton gevangen vis, tegenover 2400 in de traditionele kleinschalige visserij.

12 miljoen banen

Wereldwijd komt dat neer op een half miljoen industriële vissers die 30 miljoen ton eetbare vis vangen, 15 miljoen ton vis op zee moeten weggooien, en 37 miljoen ton brandstof verbruiken. De traditionele visserij vangt ook 30 miljoen zeedieren. Maar dat levert 12 miljoen banen op, het verspilt amper vis, gebruikt een zevende van de brandstof en ontvangt maar een vijfde van de subsidies. En de vis die dat oplevert heeft veel meer effect op de gezondheid van de bevolking van de duurdere vis die wordt verkocht in de ontwikkelde landen.

Bijna alles wat ze vangen, wordt gegeten, terwijl de industriële schepen ook nog 35 miljoen ton bijvangst hebben, van andere vissen tot plankton, waar ze visolie of visvoer van maken, voor kunstmest en voer. Daardoor verdwijnt ook veel van de vis die niet gegeten kan worden, samen met enorme hoeveelheden plankton, de basis van de voedselketen.

Gemiddeld wordt slechts 60 procent van de vis gegeten in het land van herkomst – bij rijst is dat 95 procent en bij graan 80 procent. De rest wordt geëxporteerd. Regeringen ontvangen van de vloten 2 procent (Guinee-Bissau) tot 6 procent (de Pacifische eilanden, waar de helft van de tonijnvangst plaatsvindt). Voor andere natuurlijke hulpbronnen ontvangen regeringen veel meer.

Het VN-rapport adviseert landen om nieuwe akkoorden te sluiten met buitenlandse visserijvloten, zodat zowel de zeebodem als de eigen visserij kan herstellen. Sommige landen doen dat. In mei dwongen 50.000 Senegalese vissers hun regering, samen met ngo’s zoals Greenpeace, de contracten van de vorige regering met buitenlandse vloten te annuleren. Ook Namibië en de Maldiven hebben hun zeeën gesloten voor industriële vissers.

Auteur: Christopher Pala

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!