Geairbrushte zielen
Opinie, Nieuws, België - Celia Ledoux

Geairbrushte zielen

Vrouwendag in tijden van economische crisis: kunnen we nog iets opsteken van de dames?

donderdag 8 november 2012 18:26

Over geloof en verontwaardiging

Het debat over onze sociale toekomst woedt al weken en verzandt stilaan tot statische loopgravenoorlog rond ethische verplichting en waarden. Aan de ene kant: aanklachten tegen de babyboomers; geloof in ondernemerschap en jongeren die nu het roer omgooien. Aan de andere kant: geloof in een inclusief sociaal stelsel, aanklachten tegen ondernemers en de staat die het stelsel moet waarborgen.

Twee januskoppen verwijten mekaar passioneel maar zijn in hetzelfde bedje ziek. Allebei mankeren ze onderlinge solidariteit en verantwoordelijkheid. De een beschrijft en bestendigt een kloof tussen generaties, de ander tussen ondernemers en werknemers, innovatoren en have-nots.
Het is een diepgaande en essentiële patstelling. Gebrek aan gemeenschappelijk belang en solidariteit vormen een fundamenteel kenmerk van ons huidig maatschappijbeeld. Zijn er in een agressief-individualistische maatschappij nog gemeenschappelijke waarden te vinden?

Een andere insteek wil de boel soms verlichten. Het is Vrouwendag. Zoals ouderschap op moederdag nieuws is, mogen vrouwen deze ene dag in het nieuws. Hiephiep so what. Maar verdomd. Misschien brengt het ons dit jaar ergens.

Een koekjesvorm die nooit past

In vrouwenmiddens heerst deze oorlog al jaren. Aan de ene zijde: jonge succesvolle toponderneemsters. Ze spreken sterke taal over quality time en keuzes, ontkennen het glazen plafond als echt female chauvinist pig. Aan de andere kant: intellectueel vrouwelijk Vlaanderen, dat hierover briest. Zij willen in meerderheid (zoals jaarlijks goed 70% van alle Europese vrouwen) niet zitten cupcakes bakken. Ze willen werken én de kinderen meer en langer bij zich. Geen huisvrouw, geen werkslaaf. Politiek: geen Beierse moederkloek, geen liberaal machomieke.Waar het debat in uitersten spreekt, willen ze nuance. Kortom: we lachen om work-life-balance, we willen ‘m wel.

Politieke kansen, economische wurggreep

Die vraag stelt een politiek-economisch pijnpunt aan de kaak. Het antwoord van eindeloos werkend leren met uitbesteden of negeren van elke niet-productieve inwoner – kinderen/ ouderen/ mindervaliden/ asielzoekers/ daklozen etc – biedt een stoplap van een koekjesvorm waarin ook boven ouderschap uit steeds minder volk past.
Is dit een genderissue? En ook niet. Worden vrouwen aangekeken op extra moeder-of niet-werktijd: voor mannen is het haast professionele zelfmoord. In crisis kan de Nieuwe Man inpakken.

Een vrouwelijk knelpunt wordt zo avant-garde broedplaats van een macro-economische tegenstelling. Enerzijds krijg je – politiek – schijnbaar alle tools om jezelf te ontplooien. Ouderschapsverlof, flexibel werken, tijdskrediet. Anderzijds wordt – economisch – tijds-en prestatiedruk dermate opgevoerd dat die tools gebruiken gevaarlijk wordt. 

De airbrush over de werknemer

Blijft dat anekdotisch? Niet als je verder graaft.
Ettelijke krantenopinies verketteren al wekenlang brugpensioen – een goedkoper, efficiënter maatregel dan werkloosheid, met een huidige verplichting tot solliciteren en accepteren van jobaanbiedingen.

Veel commentatoren zijn piepjong en spreken zich dus de facto uit tegen eigen (groot)ouders. Ze lijken te vergeten dat bij onvermijdelijk aanslepende werkloosheid voortduurt er mantelzorg op hun overbelaste koppen terecht komt en ze erfenissen kunnen vergeten.

Ze vreten aan hun eigen identiteitsweefsel, maar voelen het niet zo. Onderhuids klagen ze immers niet de minachting voor oudere werknemers aan of het verkwanselde sociaal stelsel. Het gaat om de uiting van een nieuw, fundamenteel waardenstelsel.  Alweer stelt de vrouw als kanarie in de koolmijn een tendens scherp.

Decennia lang is de airbrush over de gemediatiseerde vrouw gegaan. Een onhaalbaar schoonheidsideaal werd aangeklaagd als feministisch issue. Vandaag verschuift die airbrush. Het sixtiesideaal van de tweede feministische golf (wij moeten evenveel mogen) is geadopteerd als maatschappelijke perversie (wij moeten alles kunnen). In crisistijd wordt dit ideaal extra aangehaald. Mannen vallen aan de crisis ten prooi, vrouwen – met superstrakke werknemersmentaliteit – worden als paradepaardjes opgevoerd. Voor alleenstaande ouders en single mannen dreigt dan weer armoede.

Schrijft het nieuwe stelsel slachtoffers af als collateral damage? Het lijkt erop. De Europese wetgeving voert haast tersluiks “flexicurity” in: een reeks “bedrijfsvriendelijke” maatregelen die alleen de hyperflexibele, overbegaafde werknemer laten overleven en sociale rechten afvlakken.

Is dit een genderissue? En ook niet. Zoals schoonheidsideaal en plastische ingrepen, verspreiden werkdruk en flexi-perfectie zich als een olievlek naar mannen en kinderen. Momenteel wordt het kind volgens de onderwijseindtermen idealiter niet denker, individu, ontplooid persoon maar levenslang lerend manager van zijn capaciteiten.

Zo wordt de talenteconomie van onderwijs tot werkvloer wettelijk verankerd als onbetwistbare waarde. Maar dat “ieder zijn talent” heeft, is een drogredenering vol dédain. Het zorgt voor een gestratosfeerde maatschappij: elke arbeider, caissière, stratenveger wordt in deze deterministische logica tot noodzakelijke luiaard gereduceerd die zijn talent niet uitbouwde. Ertegenover: het zout der aarde, de zelfverwezenlijksten; de topmens.

Natuurlijk is het een filosofische aanfluiting om middelmaat als ideaal te kiezen. Streven naar mooier zit in de mens verankerd. Maar moet dat “mooier” aan het uiterste van ieders uitgeputte kunnen liggen? En als je niet beter kan?

Fuck-you-in-cheek

Het verzet groeit tegen deze wurgende denktrein. Expliciet, van Occupy tot rokjesnaaiende huisvrouwen die de ratrace een transitiehak zetten. Impliciet, met ogenrollende reacties op de perfectiedrang. De Beursschouwburg opende het seizoen met “I fail good”. Nieuwe artistiek directeur Tom Bonte is 35, de geknipte demografie voor zo’n fuck-you-in-cheek.

In toekomstperspectief blijkt de perfectierush naast tegennatuurlijk ook idioot. Neoliberalisme vindt overheidsbezuiniging, snijden in sociale voorzieningen, individualisme essentieel. Duurzaam, ecologisch, menselijk geredeneerd zijn dat perversies. De ene thinktank pleit voor een 21-urenweek, de andere denker voor sociale dienstbaarheid en werken naar behoefte. Allemaal zien ze solidariteit, trager en doordachter leven en besturen als noodzakelijk voor ons overleven.

Voorlopig echter geloven we in de economische airbrush. Werken moet met gusto, leven moet om te werken. Niet slim en doelgericht bezig zijn is bijna subversief. We spuien evenveel prestatie-en talentverheerlijking

Maar wij vrouwen, we’ve been there. We krijgen stilaan door: niemand is perfect. Zo komt er misschien toch een “ze leven redelijk lang en middelmatig gelukkig”. Zoals dat hoort bij een normaal mens.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!