Amerika - Een biografie van dromen en bedrog
Nieuws, Cultuur, Boekrecensie, Björn Soenens, Amerika: een biografie van dromen en bedrog -

‘Amerika’: Kroniek van een aangekondigde ondergang

In 'Amerika: een biografie van dromen en bedrog' schetst Amerikawatcher Björn Soenens hoe de Amerikaanse Droom een Amerikaanse Malaise werd. Hij ziet vooral een ziek, verdeeld land en een kroniek van een aangekondigde ondergang. Met een “laatste supermacht” die de weg van het Romeinse rijk dreigt op te gaan.

dinsdag 6 november 2012 13:36

“Amerika is een supermacht. Hij is reusachtig en machtig, en staat op het punt in elkaar te donderen”. De openingszin van ‘Amerika: een biografie van dromen en bedrog’ zet meteen de toon. VRT-journalist Björn Soenens schetst een weinig rooskleurig beeld van de Verenigde Staten. De toestand mag dan niet totaal hopeloos ogen, de Amerikawatcher ziet het toch bijzonder somber in.

Het land van (ooit) hoop en eenheid (“the land of the free and the home of the brave” zoals klinkt in het Amerikaanse volkslied The Star-Spangled Banner) is immers verdeeld en de Amerikaanse droom (“het geloof dat noeste arbeid en je aan de regeltjes houden, succes garanderen”) ligt aan diggelen.

Werkloosheid, armoede en een dakloos bestaan dreigen steeds meer mensen te treffen. Wat is er mis? “Amerika is hopeloos verouderd,” schrijft Soenens, “(het land) heeft een zichzelf verrijkende politieke elite en een industrie die winst genereert voor de toplaag in plaats van het algemeen belang te dienen”.

Het land van wanhoop en verdeeldheid

Het pessimisme van Soenens, zijn kritiek op mistoestanden én het besef dat er iets moet veranderen zijn niet nieuw. John Steinbeck koppelde reeds een hele tijd geleden een donkere toekomstvisie aan een scherpe maatschappelijke en historische analyse. “Amerika is het enige land dat de overgang van barbarij naar decadentie maakte zonder tussenliggende cultuur” schreef de sociaal bewogen Amerikaanse schrijver en Nobelprijswinnaar. Voor hem was transitie cruciaal. Even noodzakelijk als onvermijdelijk.

Bij Soenens ligt het verhaal anders. Het is misschien te wijten aan de beroepsmisvorming van een VRT-journalist of het gevolg van de gehypete Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar de auteur die ook ‘Blijven proberen Obama!’ op zijn naam heeft staan verwacht wel bijzonder veel heil van de politieke klasse. Hij betreurt de politieke verdeeldheid (het geruzie tussen Republikeinen en Democraten) omdat de opponenten volgens hem veroordeeld zijn om samen te werken willen ze het land van de ondergang redden.

Een behoorlijke top-down visie op verandering, versterkt door fascinatie voor de gemediatiseerde clash tussen Barrack Obama en Mitt Romney, waarin protest gereduceerd wordt tot een symptoom (van een crisis) en alternatieven buiten beeld blijven. Jammer want Soenens hoopt in zijn voorwoord met dit boek “de waan van de dag te overstijgen” en een tweede versie van de geschiedenis (de eerste wordt geleverd door journalistiek) te bieden “met iets meer afstand, introspectie en een helikopterblik”. Het blijkt een illusie.

Net zoals de promotalk van de achterflap – “geen gortdroge analyse, maar een spannende vertelling, persoonlijk gekruid en historisch gecontroleerd” – wishful thinking blijft. Geert Mak mag met ‘Reizen zonder John’ dan geen foutloos werk hebben geschreven, de Nederlandse docerende journalist is wèl een begenadigd verteller die zelfs de saaiste geschiedenisles als een boeiend en spannend verhaal weet te presenteren.

Soenens van zijn kant zet historische feiten en gebeurtenissen netjes op een rijtje maar doet dat zodanig zoutloos dat zijn in korte brokken gekapte uiteenzetting eerder verveelt dan prikkelt. Terwijl het persoonlijke aspect zich beperkt tot enkele Amerikaanse familieleden en vrienden die niet meer dan figuranten blijven. Figuranten in het verhaal van dat gekke Europese neefje met zijn fascinatie voor het “land van dromers en bedriegers”. Een land als guilty pleasure voor een waarnemer.

Lessen in geschiedenis

“Amerika is mijn passie,” schrijft Björn Soenens, “Wrevelig, nauwgezet en wanhopig observeer ik, als een detective. Amerika fascineert me”. En “het is een beetje mijn verloren land”. Maar ook “Amerika is misschien geen land om in te wonen, maar om in onderweg te zijn. Er is ruimte om anders te denken en te leven, om dissident of ketter te zijn”.

Zoveel is duidelijk, Soenens heeft een intense liefde-haat relatie met de V.S.. Zoals andere Amerikawatchers voedt hij het beeld van een oorlogszuchtig land dat meer investeert in gevangenissen dan in onderwijs, waar de aanpak van criminaliteit faalt, de media (en vooral tv-zender Fox) oppervlakkig en bevooroordeeld zijn, de bevolking ongezond leeft en de verschillen tussen rijk en arm maar blijven toenemen.

Maar anderzijds is hij duidelijk gecharmeerd door een bevolking die hij weigert te zien als een verzameling cultuurbarbaren. “Nergens anders vind je zo veel kinderen die met hun ouders een museum bezoeken,” merkt hij op, “Amerika is altijd het een én het ander: omdat er zo veel ruimte is in Amerika, vind je er het hele spectrum van de mensheid terug, van helemaal crazy tot hyperintellectueel. Maar de gekken springen er natuurlijk altijd uit, en daar praat de wereld graag over. Vandaar de vele clichés over Amerika”.

Aansluitend onderstreept Soenens “dé Amerikaan bestaat niet. Net als veel andere volkeren zijn Amerikanen onvolkomen, gebrekkige mensen, meer dan andere verteerd door het verlangen bijzonder te zijn. Misschien om de leemte te vullen die ze diep in zichzelf bespeuren? In elk geval oefent Amerika een weergaloze aantrekkingskracht uit op dromers uit alle landen”.

Soenens opent zijn “starters’ kit voor wie meer wil weten over Amerika” met een elf hoofdstukken tellend deel over de Amerikaanse geschiedenis. Met aandacht voor o.m. de kolonisten, het wilde westen, de maffia en de drooglegging, de grote depressie, de koude oorlog, de turbulente Kennedy-jaren, het Vietnamtrauma, het bedrog van Nixon en het optimisme van Reagan.

Nieuw en wereldschokkend is het niet wat we hier lezen maar af en toe probeert Soenens toch eigen accenten te leggen. Zo geeft hij fijntjes aan dat de eerste kolonisten slechte boeren waren die door de indianen van de hongerdood werden gered. En stipt hij aan dat er duizend keer meer ranchers dan cowboys waren maar vooral ook dat de cowboymentaliteit niet weg te denken is uit de mythologie van Amerika: “het roekeloze durven, het optornen tegen de elementen, de moed, de kracht”.

Het is echter door zijn passie voor het als een revolutie omschreven ‘New Deal’ (“een revolutie, de overheid verandert van een klein, onbetekenend bestuursorgaan in een gigantische machine die ingrijpt in het leven van miljoenen”) en zijn afkeer voor John F. Kennedy (“een man die een grote belofte inhield maar daar uiteindelijk weinig van kon waarmaken”).

Af en toe maakt Soenens ook een uitschuiver. Zo heeft hij het over de fouten en de domheid van de CIA, een opvatting die nogal eens gebruikt wordt om dubieuze zaken onder het tapijt te vegen. “De CIA slaat ook in Irak de plank mis” luidt het, verwijzend naar de afwezigheid van massavernietigingswapens in het land van Saddam Hoessein. Terwijl hier meer sprake is van manipulatie en desinformatie dan van een vergissing. Domheid is al te vaak een bijzonder slim en handig masker.

De Amerikaanse droom aan diggelen

In een tweede deel, met een vijftal hoofdstukken, heeft Soenens het over “de moord op de Amerikaanse droom”. Terwijl de leiders van het land leuzen als democratie, exceptionialisme en vrijheid in hun vaandel voeren blijkt er toch heel wat fout te lopen: “het gaat slecht met Amerika, deze crisis is het Pearl Harbor van de Amerikaanse economie”.

Getuige (aldus Soenens) de ongelijkheid in de verdeling van rijkdom (“ongelijkheid lijkt op een maatschappelijke kanker, het vreet de maatschappij van binnenuit aan”), het falen van Reagans trickle down economics (het geloof dat hoe rijker de topklasse wordt, hoe meer rijkdom naar beneden kan druppelen), de recessie die knabbelt aan de democratie, het verdwijnen van solidariteit (“de 21ste eeuw is de eeuw van het egoïsme, van het individualisme”) en de ideologische polarisatie van de politiek (de groeiende kloof tussen Republikeinen en Democraten, conservatieven en liberalen).

Een en ander blijft volgens Soenens niet zonder gevolgen. Zo hebben veel Amerikanen door de crisis hun rotsvaste geloof in de Amerikaanse droom, en in ‘the promise’ (de belofte) van opwaartse mobiliteit, verloren. Er broedt onrust onder brede lagen van de bevolking stelt Soenens, die ook verwijst naar hoe “de Occupy Wall Street-beweging zich eind 2010 als een lopend vuur verspreidt”.

Toch gelooft Soenens niet dat er verandering aankomt. Hij situeert de onvrede in een ander kader. Eén waar ‘de Amerikaan’ niet moet weten van verandering. “Veel Amerikanen hebben nooit bedacht dat er een alternatief is voor hun bestaande systeem,” schrijft hij, “veel liever zoeken ze naar zondebokken dan naar een nieuwe structuur”.

Linkse, progressieve stemmen zoals die van Naomi Klein (geen spoor van haar nochtans opmerkelijke “waar bleven jullie toch zo lang?” tijdens haar toespraak voor de activisten van Occuppy Wall Street), Michael Moore en Noam Chomsky omschrijft hij als “eenzame roepers in de woestijn”. Want “veel gewone Amerikaanse arbeiders voelen zich niet aangesproken en zien links als een beweging van Volvorijders in rijke buurten en aan universiteiten”.

Links is in Amerika nooit in staat geweest om de bevolking te overtuigen van noodzakelijke hervormingen van het kapitalisme. Al geeft hij grif toe dat “linkse dromers Amerika’s aanblik mee hebben bepaald: burgerrechtenactivisten, voorvechters van latino’s, vrouwenrechtenactivisten, homorechtenactivisten, voorvechters van de vrije liefde”. Maar Soenens verwacht meer heil van het klassieke politieke systeem; op voorwaarde dat er samenwerking komt.

Het is geen toeval dat hij meer aandacht (een acht hoofdstukken tellend derde deel lang) besteedt aan het presidentsschap, het lobbywerk in Washington, de race naar het Witte Huis en de kloof tussen Republikeinen en Democraten in “het tijdperk van de wrok”. Kortom, aan het zichtbare theater dat hij als TV-journalist mee helpt opvoeren. Het theater waarin hij ook de activisten van de rechtse Tea Party en de activisten van Occupy Wall Street laat figureren.

De massa op weg naar verandering

Wat Soenens bij zijn top-down benadering uit het oog verliest is dat de activisten van Occupy Wall Street, van de food movement (die via voedselcoöperaties ingaan tegen de voedselindustrie), van het New Economics Institute (dat via lokale valuta regionale economieën onafhankelijk wil maken van big business), van milieuactivisten (Bill McKibbens grassroots movement 350.org) en van allerlei sociale bewegingen die wèl vertrekken vanuit de basis om dingen te veranderen.

Een bottom-up benadering die het schijnconflict tussen liberalisme en conservatisme, Obama en Romney, doorbreekt en focust op structurele veranderingen. Terwijl Amerikawatcher Soenens eerder het beeld bevestigt dat de mediaconsument meestal voorgeschoteld krijgt: een strijd tussen politici, een clash tussen persoonlijkheden, die aangeeft tussen welke grenzen ‘verandering’ speelt.

Soenens richt zijn hoop op (samenwerkende) politici terwijl de lage waarderingscijfers voor het Congres aangeven dat de Amerikanen zelf het anders zien. Meer en meer Amerikaanse burgers besluiten – ondanks de wijdverspreide gevoelens van wanhoop en moedeloosheid – om zelf actie te voeren. Ze verwijzen daarbij vaak naar het feit dat de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, het conflict waaruit de USA ontstond, ook het gevolg was van een sociale beweging.

“We gaan het milieu en ons land niet meer redden met electorale politiek,” stelt activist Chris Hedges, “wie denkt dat stemmen op een Republikein of Democraat nog enig verschil uitmaakt, leeft in een illusie. Als kiezen zo effectief was, zou het wel verboden worden”. Hij wil geen “tegenkandidaten” aan de macht brengen maar de machthebbers schrik inboezemen met de kracht van de massa (van de basis) en zo structurele veranderingen afdwingen.

Als journalist kent Soenens de activisten van Occupy Wall Street natuurlijk wel. Inclusief hun grieven m.b.t. de inkomensongelijkheid en de kloof tussen de 99 procent en de 1procent. Alleen de boodschap dat de politiek gecontroleerd wordt door de 1 procent rijkste Amerikanen ten nadele van het volk, de 99 procent, ontgaat Soenens. Hij legt dan ook alle hoop op verandering bij een samenwerking tussen politici die verbonden zijn en blijven met een winner-takes-all kapitalisme dat alle heil zoekt in een constant streven naar economische groei. Waardoor de transitie die hij voorstaat meer van hetzelfde dreigt te worden. Amerika’s dromers en bedriegers mogen van Björn Soenens vooral blijven doordromen. Het is aan de activisten om hen te doen ontwaken.

Vond je deze bespreking interessant? Je steunt DeWereldMorgen.be door dit boek in onze shop te bestellen!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!