In het kader van de militaire samenwerking tussen de VS en Mali voor de 'strijd tegen de terreur in de Sahara' werden legervoertuigen geleverd. Waarom bood de VS Mali geen steun toen de Toearegs in januari het land opnieuw aanvielen?
Nieuws, Afrika, Politiek, Mali -

VS wordt ongeduldig over Mali

Ondanks groeiende westers ongeduld over de heerschappij van islamisten in het noorden van Mali, kan het nog maanden duren voor de omstandigheden rijp zijn om de groep te verdrijven, zeggen analisten.

zondag 4 november 2012 11:26

De VS en de Europese Unie, die verschillende keren hebben overlegd over de situatie, hopen dat de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas) binnenkort een degelijk plan heeft om het gebied terug te vorderen van de islamistische rebellenbeweging Ansar al-Din.  

Ze proberen ook de steun te ronselen van Algerije, dat tot nog toe geen duidelijk standpunt heeft ingenomen. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary clinton was eerder deze week nog op bezoek in Algiers om over het onderwerp te praten. Algerije deelt een 1.400 kilometer lange grens met het noorden van Mali en is een belangrijke militaire speler in het gebied met onmisbare ervaring op het vlak van counterterrorisme. De steun van het land aan de Ecowas-strijdkracht wordt daarom als onmisbaar gezien. 

Ecowas had aanvankelijk een strijdkracht van 3.300 manschappen voorgesteld, geleverd door de lidstaten. Maar die soldaten moeten een gebied zo groot als Frankrijk onder controle krijgen. Midden vorige maand deed de VN-veiligheidsraad het plan dan ook af als onrealistisch en riep de raad Ecowas op om met een ernstig plan te komen voor het einde van deze maand.

Woestijn

“We moeten afwachten en kijken of het Ecowas menens is”, zegt J. Peter Pham van de Atlantische Raad in Washington. “Drieduizend soldaten, dat is niet ernstig. Het is een misselijke grap, met name voor de soldaten die uit de Afrikaanse tropen komen en opgeslokt zullen worden door een woestijn waar ze nooit eerder zijn geweest.”

Volgens specialisten van de VN zal het aantal minstens moeten verdubbelen om Ansar al-Din het hoofd te bieden.

Zowel de VS als de EU hebben al voorgesteld om een militaire interventie bij te staan met training, materiaal, inlichtingen en logistieke steun. De Washington Post schreef in juni al dat de VS verkenningsvluchten boven het gebied uitvoert van op een kleine basis in Burkina Faso. 

Eerder deze week liet de EU weten dat het mogelijk tweehonderd instructeurs zal sturen om Mali’s slecht uitgeruste en gedemoraliseerde leger van zesduizend manschappen te trainen. De EU-ministers noemden de heerschappij van Ansar in het noorden van Mali een “onmiddellijke dreiging” voro Europa.

Ongeduld

De VS van hun kant, en met name het ministerie van Buitenlandse Zaken, wordt steeds ongeduldiger, deels door berichten dat de aanvallers van de Amerikaanse ambassadeur in Benghazi banden zouden hebben met Ansar. 

Maar het Pentagon is een pak minder happig. Het Afrikaanse Commando (AfriCom) ziet liever eerst een stabiele regering in de hoofdstad Bamako die de steun geniet van het volk, voor een militaire operatie in het noorden van het land wordt overwogen. 

Het gebied vormt niet alleen een potentiële vrijhaven en trainingsterrein voor militante islamisten, maar kan zichzelf ook economisch redden. De VS worden dan ook zenuwachtig van berichten dat leden van de naburige groep Boko Haram in Nigeria naar Mali reizen om er getraind te worden.

Somalië

In een mogelijke Ecowas-strijdkracht moet ook Nigeria een belangrijke rol spelen, zeggen deskudigen. Het Nigeriaanse leger heeft ervaring met vredeshandhaving opgebouwd, en zou versterkt worden met troepen uit Sierra Leone en Liberia. 

Sommige Amerikaanse functionarissen pleiten voor het “Somaliëmodel”, waar troepen van naburige Afrikaanse staten er met de steun van Westerse landen in slaagden om samen met het zwakke Somalische leger het grootste deel van het land te controleren en de lokale islamistische organisatie Al-Shabab te verdrijven. 

Maar sommige waarnemers zien die vergelijking als vergezocht, tenminste op korte of middellange termijn. “Kijk hoe lang het in Somalië duurde voor er vooruitgang werd geboekt”, zegt zegt David Shinn, voormalig VS-ambassadeur in Ethiopië en nu hoogleraar aan de George Washington University.

De operatie in Somalië, die de steun kreeg van de VN, had meer dan vijf jaar nodig om de controle te verwerven over de belangrijkste steden en gebieden, zegt hij. “Ik kan begrijpen dat het algemene concept gelijkaardig moet zijn, maar onthou dat het een heel lange tijd duurde in Somalië, en dat het resultaat in Mali hetzelfde kan zijn.”

take down
the paywall
steun ons nu!