Radicaal- of extreemrechts?
Opinie, Nieuws, België - Ignaas Devisch

Radicaal- of extreemrechts?

De screening van ex-VB'ers die naar N-VA overstapten was allesbehalve transparant. Als iemand een volkspartij wil vooruit stuwen, moet hij niet verongelijkt zijn en zich vanuit een Calimero-houding verwonderen over de commotie die hierover ontstaat. Indien het echt alleen om confederalisme gaat, vanwaar dan die enorme pleinvrees om hier transparant mee om te gaan, vraagt filosoof Ignaas Devisch zich af.

zondag 28 oktober 2012 18:19

Wie extreemrechts vreest, heeft er alle reden toe om vandaag meer ongerust te zijn dan tijdens de hoogdagen van het Vlaams Blok en later het Vlaams Belang. Toen – en hierin klinkt geen enkele nostalgie – was het duidelijk waar het op aan kwam: de uitsluiting van een partij met een 70-puntenprogramma dat hoegenaamd niet combineerbaar was en is met een democratisch regime, vooral omwille van het openlijk racistische karakter ervan.

Een cordon sanitaire was het gevolg en de redenen ervoor waren en zijn zeer eenvoudig: een partij die oproept tot het rabiaat uitsluiten en desnoods repatriëren van bepaalde bevolkingsgroepen gaat uit van een ideologie die onverzoenbaar is met democratische basiswaarden zoals vrijheid, gelijkheid, respect voor eigenheid, enzovoort.

In een democratie is het daarom perfect legitiem dat partijen beslissen om niet met andere partijen in zee te gaan en dit wegens uiteenlopende redenen waarvan racisme er één kan (en moet) zijn. Het cordon sanitaire was een weloverwogen en democratische reflex die zeer goed heeft standgehouden en waarover een duidelijke consensus bestond.

Die consensus lijkt nu onder druk te staan. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen zijn er bijzonder veel voormalige Blok-verkozenen overgestapt naar de N-VA. Deze werden volgens de betrokkenen goed gescreend maar meerdere akkefietjes gaven toch aan dat die screening allerminst transparant was. De uitleg dat deze mandatarissen voortaan een democratisch programma volgen, mag dan op papier werkzaam zijn, het is allerminst vanzelfsprekend te noemen dat wanneer een veelvoud aan mensen die uit een racistische partij overstappen naar een andere partij, deze andere partij de sporen er niet van zal dragen. Ook de PVV is drastisch veranderd toen ze als Open VLD heel wat voormalige Volksunie-leden binnenhaalde. Om maar één voorbeeld te geven van wat er gebeurt wanneer een groep aan mensen met een ander gedachtengoed vrij massaal een andere partijideologie binnenstapt.

Ondanks alle uren aan debat in de media is het toch opvallend dat op geen enkel ogenblik de oefening is gemaakt om deze overstap goed in kaart te brengen, zowel voor als na de verkiezingen. Het zou nochtans interessant en wat mij betreft noodzakelijk zijn om bijvoorbeeld na te gaan hoeveel stemmen de voormalige Blokkers aan de N-VA hebben bijgebracht. Het onderzoek hiernaar lijkt me meer dan legitiem: hoe prominent zijn deze mensen aanwezig in een andere partij die zich als democratisch omschrijft? Hun gedachtengoed kennen we natuurlijk en ook al zullen ze nu bij de bijbel zweren dat ze ofwel nooit echte Blokkers zijn geweest of het nu niet meer zijn, deze overstap is substantieel en dwingt ons tot een grondig debat: hoe gaan we (allemaal) hiermee om?

Tal van vragen moeten van een antwoord worden voorzien: kunnen alle partijen het eens worden over welke lijn ze hierin trekken of niet?; vertrekken we van het motto dat alle misdadigers een tweede kans verdienen of vinden we dat de partij die deze mensen binnenhaalt vooral zelf deze oefening moet maken?; enzovoort. Nu er terecht discussie is ontstaan over de vraag of Karim van Overmeire als schepen in een Aalsterse coalitie mag huizen, is duidelijk dat deze kwestie zich aan ons opdringt. Van Overmeire is een bekende naam en de vraag is of de reactie gelijk zou/zal zijn bij minder bekende namen.

Er zijn vandaag voldoende redenen om aan te geven dat die oefening er niet spontaan zal komen en dat andere partijen hier moeten op aandringen. Nochtans, wie beweert de ambitie te hebben een volkspartij te worden, mag in staat geacht worden om hier transparant mee om te gaan. Momenteel is dat helemaal niet het geval. De overstap van de voormalige Blok-mandatarissen is eerder smoezelig gebeurd en alleen bij ophef in de media is er door de NVA kort wat crisiscommunicatie geweest en dan nog vooral vanuit een bijzonder defensieve houding; alsof hierover geen legitieme vragen kunnen bestaan los van partijpolitieke belangen. Alles wijst er bijgevolg op dat er binnen die partij hierover niet grondig is nagedacht, of juist wel, maar dan omwille van redenen die ze niet met buitenwereld wil delen.

Dat roept terecht vragen op. Bovendien is het hele discours van de grote leider toch van die aard dat ze minstens flirt met een aantal grenzen: het exclusiediscours over Antwerpen, het zich niet openlijk uitspreken voor het cordon sanitaire, de neergang van het Vlaams Belang omschrijven als het einde van ‘radicaal rechts’ (en dus niet extreem rechts), de hele symboliek van een mars naar het stadhuis, de demonisering van de Walen, etc. Dat roept vragen op en indien iemand een volkspartij wil vooruit stuwen, moet hij niet verongelijkt zijn en vanuit een Calimero-houding zich verwonderen over de commotie die hierover ontstaat.

Wie kortom flirt met symbolen en woorden die radicaal rechts zijn, mag zich logischerwijze verwachten aan de vraag hoe we dit moeten interpreteren, zowel van pers als publiek. En hoe vager hierop de antwoorden, hoe duidelijker het vermoeden dat de grens tussen radicaal en extreem rechts bijzonder dun is in deze contreien en hoe groter de onrust bij onze Waalse vrienden die zich dan kunnen vermeien in een njet-houding tegenover extreem rechts gedachtengoed. Indien het echt alleen om confederalisme gaat, indien werkelijk vooral de intentie voorop staat om België democratischer te besturen, vanwaar dan die enorme pleinvrees om hier transparant mee om te gaan?

Ook alle andere partijen hebben hier een verantwoordelijkheid in te dragen. Ze kunnen en moeten voor zichzelf en hun kiezers uitmaken wat hun houding in deze zal zijn. Dat hadden ze trouwens al veel eerder moeten doen. De intellectueel veel te gemakkelijke uithalen over de jaren ’30 zijn niet van aard om dit debat op gang te brengen. Het zou veel gepaster en correcter zijn dat alle democratische partijen, op kop de N-VA zelf, nadenken over hun standpunt in deze kwestie. De democratie in België is het meer dan waard om hier grondig bij stil te staan.

Ignaas Devisch (de auteur is als professor medische en sociale filosofie verbonden aan de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!