Oliebedrijven stappen naar rechter om Amerikaanse transparantie-eisen
Nieuws, Amerika, Oliebedrijven, Securities and Exchange Commission (SEC) -

Oliebedrijven stappen naar rechter om Amerikaanse transparantie-eisen

WASHINGTON — Lobbygroepen zijn woensdag namens de olieindustrie een rechtszaak begonnen om te voorkomen dat de nieuwe regels over transparantie in werking treden. Grondstoffenbedrijven moeten betalingen aan buitenlandse regeringen voortaan openbaar maken.

vrijdag 12 oktober 2012 16:54

De twee Republikeinse en Democratische senatoren die de richtlijn indienden, vinden de rechtszaak “voorspelbaar” en “lichtzinnig”. “De Amerikaanse economie en onze waarden profiteren substantieel wanneer onze bedrijven zakendoen in landen met veel olie, gas en mineralen”, aldus senator Richard Lugar gisteren. “Maar niet als de investeringen autoritarisme, corruptie en instabiliteit sterker maken. Als de olieprijzen hoog en volatiel zijn, heeft de economie behoefte aan markten die meer transparant zijn, niet minder.”

De nieuwe richtlijn, Section 1504, is deel van de Dodd-Frankwet, een pakket economische maatregelen uit 2010. Na een jaar van politiek gesteggel keurde de Securities and Exchange Commission (SEC), de financiële autoriteit, hem in augustus goed. Dat was een grote overwinning voor organisaties die ijveren voor meer openheid.

Teleurgesteld

“Oliebedrijven en industrieën hebben zwaar gelobbyd tegen de maatregelen en waren waarschijnlijk teleurgesteld toen de SEC met sterke regels naar buiten kwam”, zeg Jana Morgan van Global Witness.

Zo’n 1100 grondstoffenbedrijven moeten voortaan melding maken van alle betalingen die ze tijdens de projectontwikkeling aan buitenlandse regeringen doen, indien die hoger zijn dan 100.000 dollar (77.000 euro). Dat zal corruptie en steun aan autoritaire regimes tegengaan, zeggen voorstanders.

“Oliebedrijven laten industriële organisaties het vuile werk doen, terwijl ze zelf transparante retoriek blijven uitdragen”, verklaarde Ian Gary van Oxfam America. “We roepen de bedrijven op afstand te nemen van de rechtszaak.”

In een email aan IPS laat Chevron weten dat het de rechtszaak steunt. BP wil geen commentaar geven. De zaak is aangespannen door het American Petroleum Institute (API), met steun van de Kamer van Koophandel en andere industrieplatforms. Volgens hen heeft de SEC de kosten en baten niet goed op een rij gezet. Het zou een oneerlijke last op Amerikaanse bedrijven leggen.

Concurrentiepositie

Volgens de SEC zou de implementatie van de regels minstens een miljard dollar (770 miljoen euro) kosten, en daarna nog zo’n 400 miljoen dollar (308 miljoen euro) om eraan te blijven voldoen. Maar volgens de critici is daarbij niet meegenomen dat de concurrentiepositie van de bedrijven flink verslechtert. “Ze concurreren tegen buitenlandse staatsbedrijven om grondstoffen te mogen delven”, zei Karen Herbert van de Kamer van Koophandel donderdag. “Maar nu moeten ze hun draaiboeken voor hoe ze bieden en concurreren overhandigen, volgens de nieuwe SEC-richtlijn.” Betalingen openbaar maken is in bepaalde landen zelfs verboden.

Het American Petroleum Institute zei gisteren dat het voor meer transparantie is, maar meer ziet in het Extractive Industries Transparency Initiative (EITI), een overeenkomst waar 36 landen aan meedoen. Hierbij zijn het de landen die de informatie moeten bieden. Alleen doen sommige grondstofrijke landen, zoals Angola, niet mee. Het EITI zelf heeft geen gezamenlijk standpunt over de nieuwe wetgeving.

Volgens Jack Gerard, voorzitter van het API, zou de wet wel goed zijn als bedrijven de betalingen vertrouwelijk mogen melden bij de SEC, die dan alleen de totaalbedragen per land openbaar maakt.

Volgens Morgen gaat dat echter in tegen de doelstellingen van de regelgeving: investeerders beter laten inzien wat de risico’s van hun investeringen zijn, en zichtbaar maken hoe grondstoffenbedrijven opereren in instabiele regio’s.

Dat is waar grote investeerders als George Soros en Bill Gates onder meer voor hebben gepleit. Ook is het juist de bedoeling dat de lokale bevolking in ontwikkelingslanden hun regering beter ter verantwoording kunnen roepen wat betreft het gebruik van het geld dat ze verdienen. Veel van dat geld wordt namelijk afgeroomd voordat het publiek wordt uitgegeven.

“Sommige bedrijven doen het al vrijwillig, zoals Talisman Energy, Statoil, AngloGold Ashanti en Newmont Mining”, zegt Gary. “Soms zelfs op projectniveau. Als openheid hun zaken in gevaar zou brengen, zouden ze dat echt niet doen.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!