Islamitisch beheer van ‘het tijdelijke’

Islamitisch beheer van ‘het tijdelijke’

vrijdag 12 oktober 2012 14:59

In De Standaard was er deze week, 8 – 12 oktober, in een tweetal Opiniestukken iets te doen over de Islam als eredienst, en de representatie ervan. Een auteur had het erover dat zoiets als een Vaticaan voor de Islam veel zou oplossen, een ander had het dan weer over de onmogelijkheid om tot een representatief orgaan van de Islam te komen.

Om die stelling te ondersteunen, verwees deze tweede auteur, Patrick Loobuyck, naar het wankele bestaan van de Moslimexecutieve bij ons in België. Waar ik het hier zou willen over hebben, is niet het wankel gehalte van die Moslimexecutieve, maar wel het feit dat zelfs een academicus als Patrick Loobuyck blijkbaar onvoldoende inschat waar het eigenlijk om ging en om gaat bij deze Moslimexecutieve. Grotendeels is dit te wijten, vrees ik, aan het feit dat men et voortdurend heeft over het Hoofd van de eredienst, terwijl het Koninklijk Besluit, gebaseerd op de Wet, het eigenlijk heeft over een orgaan dat voor het beheer van het tijdelijke zou instaan.

Mijn thesis: dit orgaan hoeft helemaal niet het hoofd van de eredienst te zijn, zoals praktiserende gelovigen dit begrijpen. ‘Moslims hebben kerk noch ayatollah nodig’, staat als titel boven de Opinie van Patrick Loobuyck (11 oktober), dit mag best waar zijn… maar een andere vraag is of ze zoiets nodig hebben als een orgaan dat bij hen het tijdelijke (zeg maar: het materiële) beheert.  Mag ik een poging wagen om een misverstand uit de wereld te helpen?

Dit misverstand bestaat erin dat nog altijd veel mensen denken dat de Belgische overheid, in de jaren 90 zou gewenst hebben om één centraal hoofd van de islamitische eredienst  aan te wijzen, analoog met de katholieke kerk, dat gerechtigd zou zijn om theologische uitspraken te doen. Welnu: daar ging het absoluut niet om. Mag ik dit even toelichten? (tussen haakjes: de discussie hier gaat er niet over of het Belgische systeem van omgang met erediensten al dan niet het meest wenselijke systeem is, maar het gaat over de vraag of ‘hoofd van de eredienst’ in dit concrete geval wel een goede betiteling is.)

Wat de analogie met de katholieke kerk betreft, kan ik duidelijk stellen dat de organisatie van de katholieke kerk nooit model heeft gestaan voor het uitdokteren van een orgaan dat ‘het tijdelijke’ zou beheren voor de islamitische gemeenschappen. De structuur die voorgezeten heeft, is die geweest van het Joods consistorie en van de protestantse synode, dit wil zeggen een raad die via onderling overleg de materiële belangen van de diverse gemeenschappen zou beheren. Welke zijn die tijdelijke belangen?

Onder de belangrijkste noem ik: het voordragen van leerkrachten islamitische godsdienst; het maken dat via het instellen van een inspectie voor de godsdienstlessen, die leerkrachten een anciënniteit zouden kunnen opbouwen; het voordragen van moskeeën voor erkenning. Dit bedoelt men met het ‘het beheer van het tijdelijke’, zeg maar in hoofdzaak financiële belangen. Zulk een raad die het tijdelijke beheert, moet zelfs niet exclusief uit gelovigen samengesteld zijn. Als de gelovige gemeenschappen een atheïst als voorzitter wensen omdat hij neutraler zou zijn, kan dit perfect. Er bestaan zelfs voorbeelden van in het verleden. Uiteraard niet bij de katholieken.

Echter… de overheid mag zelf niet bepalen wie de functie van zulk orgaan voor een erkende godsdienst zal waarnemen. Het samenstellen van zulk een raad voor de islamitische gemeenschappen in België heeft 9 jaar in beslag genomen. Waarom? Vooral drie redenen: de ambassades wilden een vinger in de pap houden, enkele mensen rond de tafel wilden een grote invloed bekomen in zulk een raad, en de overheid zelf was ook niet super gemotiveerd om een orgaan tot stand te zien komen dat haar tenslotte enkel maar meer geld zou kosten.

Moest de overheid daarom verzaken aan haar poging om zulk orgaan te zien te voorschijn komen, zoals Patrick Loobuyck lijkt te suggereren? Mij goed, maar dan moet je wel beseffen dat het alternatief erin bestond om een imam-directeur, aangeduid door Saoudi-Arabië, die taak te zien vervullen. Dit was immers de situatie voordien. En ten tweede, omdat die imam-directeur slechts een voorlopig statuut had, had dit als gevolg dat de rechten van de islamitische gemeenschappen om materiële steun te krijgen, beperkt bleven. Zo kon er bijvoorbeeld geen inspecteur aangeduid worden voor de godsdienstlessen, wat als gevolg had dat de leerkrachten geen anciënniteit konden opbouwen. Met andere woorden: ongelijke behandeling.

Het wegwerken van de macht toegekend aan Saoudi-Arabië in islamitische zaken en het realiseren van een gelijke behandeling van de islamitische gemeenschappen in materiële zaken, ziedaar wat de reële opdracht was van de overheid in de jaren 90. Nooit heeft noch bij de moslims rond de tafel, noch bij diegenen die van overheidswege de opdracht hadden om tot een oplossing te komen, meegespeeld dat er zoiets als een morele of religieuze autoriteit tot stand moest komen voor de moslims, laat staan dat ze naar de katholieke kerk keken als model.

Waar zit nu het misverstand? Het loopt verkeerd, als mensen binnen en buiten zulke structuur dit orgaan een autoriteit gaan toemeten die het niet toekomt, zich spiegelend aan de situatie in de katholieke kerk. Immers, in de katholieke kerk heeft de religieuze autoriteit van bij het begin het beheer van het tijdelijke naar zich toegetrokken. Dit is een traditioneel gegeven. De katholieke kerk zou er mijns inziens zelf goed aan gedaan hebben, had ze dit niet gedaan. Maar sommige gezagdragers kunnen het blijkbaar niet laten om macht op zo’n diverse gebieden als het geestelijke en het materiële bij zich te willen concentreren. Maar de overheid zelf gaat ook vaak in de fout, door, wanneer het haar goed uitkomt, zulk orgaan dat in feite een aanspreekpunt voor het materiële beheer is, als een morele en religieuze autoriteit te willen behandelen, “à la carte”.

Patrick Loobuyck stelt dat de imams in Vlaanderen weinig vertrouwen hebben in hun representatief orgaan. Wettelijk gesproken, is dit echter geen representatief orgaan in de zin van een orgaan dat representatief zou zijn voor het islamitisch geloof respectievelijk de islamitische praxis, maar een orgaan dat hen representeert enkel en alleen in materiële zaken. Dat daar een misperceptie over bestaat, neem ik perfect aan… Ze bestaat blijkbaar zelfs bij academici. Ik vermoed dat dit te wijten is aan hun fixatie op de katholieke kerk. Dit kan verblindend werken.

Is de gevonden oplossing een goede oplossing? Het is zeker niet de mooist denkbare baby. En men mag gerust iets beters voorstellen. Ooit zal het er wel eens van komen. Ik wacht echter al 14 jaar op een voorstel dat op een grotere algemene consensus kan steunen in de islamitische gemeenschappen, maar zie dat niet komen… Telkens er een voorstel komt, is er ergens een groep die op zijn achterste poten staat. En ik heb daar alle begrip voor.  

Trouwens ook aan academische zijde zag ik nooit een positief voorstel geformuleerd dat consensus vond in de islamitische gemeenschappen. Conclusie: was het dan beter, ware alles bij het oude gebleven? Oké, collega Loobuyck, schrijf dit dan. Bepleit dan dat we voortaan opnieuw aan Saoudi-Arabië vragen om zulk voorlopig hoofd aan te duiden. Laten we dan naar die toestand van voordien terugkeren. Maar ik vermoed dat je dit evenmin zal wensen…

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!