Nieuws, Politiek, Tmd -

Venezuela: tien jaar revolutie

Dit achtergrondartikel werd eind 2008 geschreven en probeert de Bolivariaanse revolutie in kaart te brengen.

dinsdag 9 oktober 2012 11:16

‘Dit is geen tijdperk van verandering,
maar een verandering van tijdperk.’
Rafael Correa, president van Ecuador

De startsituatie

Eind 1998 wint Hugo Chávez met een verassende meerderheid de presidentsverkiezingen van Venezuela. De bevolking is het antisociaal en neoliberaal beleid van de voorafgaande kwarteeuw grondig beu en stelt zijn hoop op deze ex-militair. Chávez streeft radicale hervormingen na. Hij wil o.a. de olierijkdommen gebruiken voor sociale programma’s en meer algemeen de economie afstemmen op de noden van bevolking. Venezuela is potentieel een rijk land. Economisten hebben berekend dat indien in het verleden de olie-inkomsten goed besteed waren geweest, Venezuela vandaag een industrieel apparaat zou hebben dat groter is dan dat van Zweden. Ook wil Chávez komaf maken met de greep en de grote invloed van de VS op zijn land, dit zowel in de economie en het staatsapparaat als in de media. Hij heeft het over een ‘Bolivariaanse revolutie’ en later over ‘het socialisme van de 21ste eeuw’. Hij zet daarmee een trend voor de rest van het continent. In landen als Bolivia, Ecuador, Paraguay en Nicaragua zullen linkse presidenten gekozen worden, in veel andere landen centrum linkse kandidaten.

De uitdagingen zijn gigantisch. Meer dan negentig procent van de bevolking huist in de steden, een groot deel in megabidonvilles. Meer dan de helft van de Venezolanen leeft onder de armoedegrens en twintig procent heeft geen werk. Van de werkende bevolking moet vijfenvijftig procent het stellen met een informele job: verkoop van sigaretten, polshorloges, telefoongesprekken, illegale jobs in de horeca, … Bijna één vijfde van de bevolking is ondervoed, vele inwoners moeten het doen met één maaltijd per dag. De kloof tussen rijk en arm is bijzonder groot.

De machtsverhoudingen zijn evenmin rooskleurig. De nieuwe president staat tegenover het stevig georganiseerd blok van de oligarchie. De kopstukken van PDVSA (de petroleummaatschappij) zijn heel machtig en kunnen rekenen op de steun van het grootste deel van het staatsapparaat (de rechters, de gouverneurs en burgemeesters, de parlementairen, de politieofficieren, …), de media, de corporatistische vakbond CTV, de werkgeversorganisatie, enkele generaals van het leger, de top van de katholieke kerk. Dat blok kan bovendien rekenen op steun en bijstand van de VS. Chávez zelf heeft de steun van de brede volksmassa’s, een deel van de middenklasse (slachtoffer van de IMF-maatregelen) en het merendeel van het leger.
Het komt snel tot een krachtmeting. In april 2002 organiseert een deel van het leger, gesteund door Washington, een staatsgreep. Maar mede door de massale mobilisatie van de bevolking van Caracas mislukt die. Op het einde van dat jaar proberen de patroons het land plat te leggen door een algemene staking (eigenlijk lock out) te organiseren. Er wordt ook sabotage gepleegd, maar ook die poging om Chávez te verdrijven mislukt. Op het platteland worden regelmatig boerenleiders vermoord om de landhervormingen te dwarsbomen.

Het revolutionair proces

Het is in die allesbehalve gunstige omstandigheden dat Hugo Chávez zijn revolutionair proces moet waarmaken. Dat proces berust op zes pijlers:

1. Een nieuw institutioneel kader
Het eerste wat Chávez onderneemt is het opstellen van een nieuwe grondwet. Die is in de eerste plaats gericht op de behoeften van de mensen en definieert een nieuw model van participatieve democratie en een nieuw economisch model waarin coöperatieven en zelfbeheer hun plaats hebben. In 1999 wordt de nieuwe grondwet in een referendum goedgekeurd.

2. Omvorming van het staatsapparaat
Doorheen de achtereenvolgende verkiezingen verwerft Chávez een grote meerderheid in het parlement en staan praktisch alle gouverneurs achter hem alsook heel wat burgermeesters. Na de mislukte staatsgreep in 2002 wordt een groot deel van de vijandig gezinde generaals de laan uitgestuurd. De omvorming van het gerechtsapparaat en het politiekorps is een kwestie van langere duur. Om de massamedia, die gecontroleerd wordt door privé-kapitaal, te counteren worden projecten gestart van lokale volkstelevisie en volksradio.

3. De economie
Om de geproduceerde rijkdom nuttig aan te wenden worden enkele kroonjuwelen van de economie genationaliseerd. Dat is o.a. het geval met het petroleumbedrijf PDVSA[1] en het telecommunicatiebedrijf Verizon, het grootste privé-bedrijf van Venezuela. Het systeem van zelfbeheer wordt gestimuleerd en de uitbouw van coöperatieven ondersteund, o.a. door een systeem van spaarkassen en microkredieten. Ook wordt een begin gemaakt van landhervorming en worden de bewoners van de overbevolkte steden gestimuleerd om hun kans te wagen op het platteland. Eén cijfer maakt zeer veel duidelijk: in 1997 besteedde de overheid 77 miljoen dollar van de petroleumopbrengsten uit aan sociale projecten. In 2005 is dat negentig maal (!) zoveel: zeven miljard dollar.

4. De ‘Misiones’
Om op korte termijn tegemoet te komen aan de meest dringende noden van de bevolking lanceert de nieuwe regering een aantal ‘misiones’ of sociale missies. Dat omvat o.a. gratis eerstelijns geneeskunde in de volkswijken via de zogenaamde ‘Barrio adentro’. Dit is mogelijk door de zending van meer dan twintigduizend dokters en verpleegkundigen uit Cuba. Er volgt een grootschalige alfabetiseringcampagne: Misión Robinson. Ook het onderwijs wordt aangepakt. :Misiónes Ribas en Sucre. Om de voedselveiligheid te garanderen en de honger en ondervoeding uit te roeien, wordt vanaf 2004 een keten van volkswinkels op poten gezet – Misión Merca – die goederen aan sterk verminderde prijzen aanbieden. Aan de allerarmsten worden gratis maaltijden aangeboden. In 2007 geeft de overheid respectievelijk 60 en 65% meer uit aan onderwijs en gezondheidszorg dan in 1998.

5. Het organiseren en mobiliseren van de bevolking
Om de bevolking te organiseren en beter te betrekken bij het revolutionair proces worden ‘Bolivariaanse cirkels’ opgezet. Dat zijn wijkcomités die zich o.a. bezighouden met de alfabetiseringscampagne, de organisatie van de gezondheidsposten, het vormen van coöperatieven, maar ook met politieke bewustmaking van de volkswijken, de registratie van de kiesgerechtigden. Arbeiders werken aan een nieuwe vakbond, de UNT, los van de corporatistische CTV. Aan de lokale bevolking wordt veel inspraak gegeven via wijkraden. Om de politieke versnippering te overstijgen vat Chávez het plan op om de linkerzijde te verenigen onder één politiek programma en streeft hij naar de vorming van een eengemaakte partij,de PSUV: de ‘Verenigde Socialistische Partij van Venezuela’. Dat is een delicate oefening en zal de nodige tijd vergen.

6. De eenmaking van Latijns-Amerika
Volgens Chávez is een politiek en economisch eengemaakt continent de enige manier om zich duurzaam en definitief te ontvoogden van de VS. Tegen de koloniseringspoging van de ALCA – eenvrijhandelszone olv de VS – lanceert hij daarom samen met Fidel Castro de ALBA: het Bolvariaans Alternatief voor Latijns-Amerika en de Caraïben. Het is een nauw samenwerkingsakkoord op economisch, sociaal, medisch, cultureel en militair vlak op basis van solidariteit. Naast Cuba en Venezuela worden Bolivia, Nicaragua, Honduras en Dominica lid. Een vijftal andere landen is waarnemend lid. In 2005 lanceert Chávez Petrobcaribe, een petroleumalliantie waarbij Venezuela de olie levert tegen voorkeurtarieven. Twaalf landen van de Caraïben sluiten daarbij aan. In juli 2006 wordt Venezuela lid van Mercosur, een douane-unie waar Argentinië, Brazilië, Uruguay en Paraguay deel van uitmaken. In 2005 wordt onder impuls van Chávez Telesur gelanceerd. Het wordt de Latijns-Amerikaanse variant van Al Jazeera genoemd. In 2007 wordt naar het voorbeeld van de Europese Unie de Unasur opgericht: de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties. Dat bevat naast een parlement een bank, de zogenaamde Banco del Sur, die een alternatief moet vormen voor het IMF. In heel dit proces van eenmaking speelt Venezuela een voortrekkersrol.

Het Bolivariaans project is een poging om een socialistische maatschappij uit te bouwen in Venezuela, aangepast aan de eigen historische omstandigheden en versterkt door de lessen uit het verleden. Het bewandelt nieuwe paden, maar de invloed van de Cubaanse revolutie is onmiskenbaar en de steun van Havanna was in de beginfase cruciaal.

Bilan en uitdagingen

Een boom herkent men aan zijn vruchten. Op sociaal vlak zijn er op tien jaar tijd indrukwekkende resultaten geboekt. Het inkomen van de armste lagen van de bevolking is, sinds Chávez president is, gestegen met 43 procent, dat van de middenklasse met 18%. Het aantal armen daalde met een derde, het aantal extreem armen met de helft. De kindersterfte daalde met een derde en de werkloosheid met meer dan zestig procent. Op enkele maanden tijd werd anderhalf miljoen Venezolanen gealfabetiseerd. Op 28 oktober 2005 werd Venezuela, na Cuba in 1962, het tweede land van Latijns-Amerika dat door de Unesco vrij verklaard wordt van analfabetisme. De scholingsgraad steeg tot honderd procent in het basisonderwijs en nam met de helft toe in het secundair en hoger onderwijs.

Minder zichtbaar en moeilijker meetbaar is de participatie van de bevolking en hun vorming. Op dat vlak is heel wat gerealiseerd. Miljoenen Venezolanen zijn vandaag actief in wijkcomités of in de diverse misiones. Deze volksparticipatie is een onomkeerbaar element in het revolutionair proces. Het heeft het democratisch gehalte van Venezuela sterk verhoogd. Dat blijkt uit de cijfers van Latinobarómetro, een Chileens instituut dat jaarlijks peilt naar de houding van de bevolking t.o.v. democratie in het continent.

Toch is de electorale basis van Chávez te wankel gebleken. Hij won weliswaar tien achtereenvolgende verkiezingen of referenda. Maar het referendum van december 2007 verloor hij nipt, wellicht door een foute inschatting en een gebrekkige mobilisatie. Wil hij de Bolivariaanse revolutie consolideren dan zal hij een groter deel van de bevolking moeten winnen voor zijn project. Het gaat voor een groot deel over de middenklasse die door de media is bestookt met allerhande leugens: dat Chávez een dictator is, dat hij Venezuela wil ‘Cubaniseren’, dat de middenklasse zal verdwijnen. Chávez kan de bewustzijnsoorlog nooit ten volle winnen zolang de media ongestoord volstrekt valse informatie blijven verspreiden. Een grondige transformatie van alle massamedia dringt zich op.

Een tweede belangrijke uitdaging betreft de eenheid. De stabiliteit van het proces zal sterk afhangen van de mate waarin Chávez erin slaagt de diverse versplinterde politieke krachten te verenigen in één partij. Dat is geen sinecure en zal heel wat behendigheid vergen.

Een derde belangrijke uitdaging ligt op economisch vlak. Wil de Bolivariaanse revolutie een alternatief economisch model tot stand brengen, dan zal ze nog meer grote overheidsbedrijven moeten consolideren dan nu het geval is. Enkel op die manier kan de dwingende logica van de winstmaximalisatie doorbroken worden. Ook is het noodzakelijk de coöperatieven en volkseconomie verder uit te bouwen teneinde de productieverhoudingen duurzaam te wijzigen. Tenslotte is het noodzakelijk om de patriottische ondernemers zoveel mogelijk en nog meer dan voorheen te winnen voor het Bolivariaanse project. De simultane uitbouw van de staatssector, de volkseconomie en de versteviging van de nationale privé-economie, is essentieel om de reële en verdoken werkloosheid (informele sector) op korte termijn grondig aan te pakken en het materieel draagvlak te scheppen voor een duurzame ontwikkeling.

Een laatste uitdaging ligt op het vlak van het staatsapparaat. Niet alleen moet de invloed van de oligarchie daaruit verdreven worden, het staatsapparaat moet zelf een nieuwe vorm krijgen, aangepast aan de nieuwe doelstellingen van het Bolivariaans project. Tot op heden werden de meeste Misiones gerealiseerd naast de ministeries, dat moet uiteraard in de toekomst binnen de ministeries gebeuren. Daarnaast zal er een grondige en hardnekkige aanpak van de corruptie nodig zijn. Dat laatste kan alleen maar door een doorgedreven transparantie te organiseren van de administratie.

De transitie naar het socialisme van de 21ste is zo te zien een lange en moeizame weg. Maar de eerste resultaten zijn alvast zeer bemoedigend. Hasta la victoria siempre!

Bronnen

Azcui M., ‘Venezuela, Bolivia y Cuba refuerzan lazos con un pacto económico’, El País, 28 april 2006.
Chávez Frías H., Revolución Bolivariana 9 años de logros, Caracas 2008.
Constitución de la República Bolivariana de Venezuela. Caracas 2004.
Cockcroft J., América Latina y Estados Unidos. Historia y política país por país, Havanna 2004.
Elizalde R. & Baez L., Chávez Nuestro, Havanna 2004.
Harnecker M., Venezuela: Militares juno al pueblo. Entrevistas a nueve Comandantes venezolanos que protagonizaron la gesta de abril 2002, Caracas 2005.
Harnecker M., ‘After the Referendum: Venezuela Faces New Challenges’, Monthly Review, november 2004.
Hollinger E., El código Chavez. Descifrando la intervención de los Estados Unidos en Venezuela, Havanna 2005.
Lyons B. & Palser R., Cuba and Venezuela. Breaking the Chains of Underdevelopment in Latin America, Londen 2005.
Martínez O., Neolibarlismo, ALCA y libre comercio, Havanna 2005.
Suárez Salazar L., Madre América. Un siglo de violencia y dolor (1898-1998), Havanna 2003.
Sánchez G., Cuba y Venezuela. Reflexiones y debates, Havanna 2006.
UNDP, Human Development Report, New York, verschillende jaargangen.
World Bank, World Development Report, Washington, verschillende jaargangen.
Financial Times
The Economist
www.rebelion.org

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!