De begrafenis van enkele slachtoffers van het bloedbad van donderdag 4 oktober in Totonicapán (foto: Centro de Medios Independientes de Guatemala).
Nieuws, Politiek, Leger, Mensenrechten, Bloedbad, UNDP, Inheemse bevolking, Otto Pérez Molina, Totonicapán, Centro Internacional para Investigaciones en Derechos Humanos, VN-rapporteur -

Inzet van Guatemalteeks leger was ‘zeer zware vergissing’

GUATEMALA-STAD — De inzet van het leger tegen inheems protest vorige week in Guatemala was een "zeer zware vergissing", zegt een hoge VN-functionaris. Bij de actie kwamen acht mensen om. Volgens de manifestanten zijn de militairen verantwoordelijk.

dinsdag 9 oktober 2012 16:10

Drieduizend inheemse Guatemalteken hadden donderdag 4 oktober in Totonicapán de Pan-Amerikaanse weg, de weg naar Mexico, geblokkeerd. Bij de ontruiming door het leger vielen schoten. Acht manifestanten werden gedood, veertig raakten gewond.
“We zijn er meer dan ooit zeker van dat zij het geweest zijn die geschoten hebben”, zegt Carmen Tacam, voorzitter van de inheemse organisatie die het protest organiseerde.

In de lucht geschoten

Meteen na de feiten zeiden president Otto Pérez Molina en zijn binnenland- en defensieminister dat de militairen in de lucht hadden geschoten en dat een privéveiligheidsagent verantwoordelijk was geweest voor de doden.

Ook zeven soldaten die ter beschikking waren gesteld van de Guatemalteekse justitie, zeiden vrijdag dat ze alleen in de lucht hadden geschoten.

Maar maandag milderde Pérez Molina zijn uitspraken enigszins. Na een vergadering met het diplomatiek corps beloofde hij dat hij het resultaat van het onderzoek door het openbaar ministerie zou respecteren. Hij riep de manifestanten ondertussen op de dialoog aan te gaan.

Doctrine is doden

“De dodelijke afloop van de actie moet de overheid tot nadenken stemmen”, zegt mensenrechtenactiviste Helen Mack, voorzitter van de Stichting Myrna Mack. “Het leger moet geen taken van openbare veiligheid doen. Zijn doctrine is doden, en bij wat daar aan de hand was, viel niet te doden.”

De Guatemalteek Frank La Rue, bijzonder VN-rapporteur voor de vrijheid van meningsuiting, noemde de inzet van het leger voor het oplossen van een sociaal conflict “een zeer zware vergissing”. José Miguel Insulza, algemeen secretaris van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), eiste dringend opheldering van de feiten.

Misbruiken door veiligheidsdiensten

Het bloedbad van Totonicapán past in een rij van misbruiken door de veiligheidsdiensten, zeggen activisten. In 2004 werden twaalf boeren gedood in Nueva Linda, in het zuidwestelijke departement Retalhuleu, zegt Jorge Santos, directeur van het Centro Internacional para Investigaciones en Derechos Humanos (Internationaal Centrum voor Onderzoek naar Mensenrechten), een Guatemalteekse organisatie.

En vorig jaar vielen bij de ontzetting van boeren in landbouwbedrijven in Valle del Polochic, in het noordwestelijke Alta Verapaz, drie doden en achttien gewonden.

Inheems activiste Rosalina Tuyuc stelt Pérez Molina verantwoordelijk, “want het leger handelde volgens de orders van de president.” Wegen blokkeren is gerechtvaardigd, zegt ze, “want het is de enige manier om ons te laten horen.”

De manifestanten van donderdag protesteerden tegen onderwijshervormingen, verscheidene grondwetswijzigingen en de stijgende elektriciteitsprijs.

Door de grote kloof tussen arm en rijk doen zich regelmatig sociale conflicten voor, vooral rond grondeigendom. Bijna 80 procent van de landoppervlakte is in handen van 5 procent van de bevolking, zegt het VN-Ontwikkelingsprogramma UNDP.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!