Marxistisch bestuur of economisch nationalisme?
Opinie, Nieuws, Europa, Economie, België, Europese Unie, Bedrijfsleven, Communautaire problemen, Economisch nationalisme - Kathleen Van Brempt

Marxistisch bestuur of economisch nationalisme?

Er is iets merkwaardigs aan de hand in het Vlaamse bedrijfsleven. Dat bleek ondermeer uit de bitse reacties van Luc Bertrand (Ackermans & Van Haaren) in De Morgen en en Luc Billiet (Lefevere Group) op TerZake. De bedrijfsleiders richten hun pijlen op het marxistisch bestuur in België, maar trekken ondertussen ook de communautaire kaart.

maandag 1 oktober 2012 10:44

Een marxistisch bewind in België?

Omdat de “Vlaamse deelname in de federale regering stoelt op een minderheid,” zoals Billiet het verwoordde in TerZake, wordt het Vlaamse bedrijfsleven verpletterd door een Franstalig “model dat al drie generaties niet heeft gewerkt.”

Waar gaat het nu precies over? Over een vermeend cryptocommunistisch beleid of over communautaire tegenstellingen? Dat we in ons land op weg zijn naar een neocommunistische maatschappij, zoals Julien De Wilde (ex Bekaert) het verwoordde, is eigenlijk te gek voor woorden. We leven al decennialang in een Europese geïntegreerde markt die de principes van een liberale vrije markteconomie huldigt en helemaal geen ruimte laat voor marxistische experimenten.

Het is dus aannemelijker dat de Vlaamse bedrijfsleiders in werkelijkheid de communautaire kaart trekken en de crisis waarmee heel Europa geconfronteerd wordt, gemakshalve afwentelen op bestuurders uit het Franstalige landsgedeelte. Dat vermoeden wordt overigens bevestigd door de recente peiling die het neutraal syndicaat voor zelfstandigen uitvoerde bij zelfstandigen en zaakvoerders van KMO’s. Daaruit blijkt dat 43 procent zal stemmen voor N-VA.

De traditionele en natuurlijke bondgenoot van het bedrijfsleven, Open VLD, krijgt rake klappen. “Open VLD laat ons in de steek,” zei ook Billiet. Die aanval op de Vlaamse liberalen bevestigt nogmaals dat de kritiek weinig te maken heeft met marxisme; het is al te gek de Open VLD ervan te beschuldigen een marxistisch bewind te steunen.

Opkomst van het economisch nationalisme

Nee. De ondernemers hebben het wel degelijk over het communautaire aspect en daarom  over een vorm van economisch nationalisme. We zien dat overigens overal in Europa opduiken. Waar het Europese bedrijfsleven decennialang gepleit heeft voor open grenzen, vrij verkeer van goederen en kapitaal, Europese samenwerking en integratie, merken we dat, nu het economisch slechter gaat, ook de ondernemers zich in een egelstelling terugplooien.

Er kunnen plots niet genoeg grenzen worden getrokken; eentje tussen Griekenland en de rest van de Unie, misschien wel één tussen Noord-Europa en de PIGS-landen (Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje) en volgens de Vlaamse ondernemers nu ook eentje tussen Vlaanderen en Wallonië. Die eis staat merkwaardig genoeg haaks op hun decennialange pleidooi voor internationale (Europese) economische integratie en het opheffen van landsgrenzen die economische activiteiten belemmeren.

De bedrijfsleiders weten beter dan wie ook dat de regering di Rupo zich te houden heeft aan de Europese spelregels die de afgelopen jaren ontwikkeld werden om de crisis aan te pakken. Lidstaten hebben nog een beetje speelruimte over, maar lang niet voldoende om autonoom een economisch beleid te voeren, laat staan dat ze zich marxistische frivoliteiten kunnen permitteren.

Waar de bedrijven in werkelijkheid mee geconfronteerd worden, is de belabberde architectuur van het Europese economische project dat zich in betere tijden louter heeft gefocust op economisch beleid, zonder er een politieke en sociale integratie aan te willen koppelen. Wie economische samenwerking wil organiseren op een supra-nationaal niveau, het politieke beleid strikt nationaal houdt en ook de democratie enkel nationaal organiseert, komt sowieso in de problemen.

Dat is het zogenaamde trilemma van Rodick, dat zegt dat internationale economische integratie, de natiestaat en democratie (participatie van de bevolking), niet compatibel zijn. Eén van de drie moet sneuvelen. Vandaag dreigen we vooral de democratie op te offeren. Vraag dat maar eens aan de Grieken, die weinig of niets te zeggen hebben over de maatregelen die hen opgelegd worden door de troika.

Zowel burgers, maar vandaag ook bedrijfsleiders voelen haarfijn aan dat zij via hun natiestaat geen greep meer hebben op de economische evoluties die grensoverschrijdend plaats vinden. In een reactie op dat gebrek aan inspraak plooien ze zich terug op een nationalistisch discours en zoeken ze zondebokken, zoals we in heel wat lidstaten zien gebeuren. Wat we zelf doen doen we beter, lijken ze te denken. Dat een Vlaams economisch beleid er als bij wonder in zou slagen op haar eentje de economische crisis op te lossen, is totaal absurd.

Het voorbeeld dat Billiet aanhaalde om aan te tonen hoe communistisch de regering Di Rupo wel is, namelijk de fiscaliteit op bedrijfswagens, is tekenend voor de verwarring in de geesten van de bedrijfsleiders. In mei nog liet de Europese Commissie in haar aanbevelingen voor de sociaal-economische hervormingen in ons land weten dat het fiscale voordeel voor bedrijfswagens in België het voorbeeld is van hoe het niet moet.

En wie riepen hard dat die aanbevelingen van de Commissie onverkort moesten uitgevoerd worden? De N-VA én de bedrijfsleiders zelf. Nochtans is het belangrijkste probleem met die aanbevelingen niet of ze al dan niet onverkort moeten uitgevoerd worden, maar dat er geen enkel democratisch verkozen orgaan ook maar iets over te vertellen heeft.

De ondernemers hebben gelijk als ze zeggen dat ze in belangrijke mate bijdragen aan de creatie van welvaart, en ze hebben gelijk dat ze zich vandaag in een uiterst benarde positie bevinden. Alleen helpt het niet om de schuld in de schoenen van ‘de Walen’ te schuiven. Het probleem bevindt zich op een hoger, Europees niveau.

Ik verwacht dan ook van Vlaamse bedrijfsleiders dat ze dat probleem, een probleem van democratische legitimiteit, van politieke bevoegdheden die zich op de verkeerde plaats bevinden, van een sociaal-economische structuur niet niet naar behoren werkt, helpen aanpakken. Hun problemen zullen sneller opgelost worden als ze zich richten tot het juiste niveau: het Europese.

Kathleen Van Brempt is Europees Parlementslid voor SP.A

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!