Nieuws, Wereld, Afrika, Politiek, Grondwet, Mensenrechtenactivisten, Tunesië, Civiele maatschappij -

Naar de nieuwe grondwet: de civiele maatschappij in Tunesië

Een paar weken terug verscheen een documentaire op de nationale televisie van Tunesië over het drama rond Tunesische bootvluchtelingen: de eerste vorm van communicatie hierover voor het Tunesisch publiek via dat medium. Nesrine Mbarka Hassan, mensenrechtenactiviste in Tunesië, vertelt hoe met de revolutie in 2011 de civiele maatschappij tot leven is gebracht, die nu een belangrijke rol speelt in de vorming van de nieuwe grondwet.

zaterdag 29 september 2012 20:24

In haar studententijd was Nesrine Mbarka Hassan (32) lid van van de General Union of Tunisian Students. Deze beweging vormde toen, pre-revolutie, samen met de General Union of Tunisian Workers de enige vorm van sociale beweging die bestond in Tunesië. Van een echte civiele maatschappij was onder het bewind van Ben Ali geen sprake. Het regime probeerde om deze twee bewegingen te vernietigen door te infiltreren en onderlinge communicatie te bemoeilijken, de leden werden constant in het oog gehouden. Maar de twee Unions waren te sterk en bleven bestaan.

De General Union of Tunisian Students houdt zich bezig met problemen waar studenten mee geconfronteerd worden, zoals bepaalde sociale kwesties, armoede en gebrek aan vrijheid van meningsuiting. Na haar lidmaatschap van deze beweging was het voor Mbarka Hassan een logische stap om als mensenrechtenactiviste aan de slag te gaan.

Surveillance

Na de Tunesische verkiezingen in oktober 2011 is er een National Constituent Assembly samengesteld, dat de opdracht heeft om een nieuwe grondwet te maken, deze zou in oktober van dit jaar af moeten zijn. Als de grondwet klaar is, zullen er nogmaals verkiezingen gehouden worden voor een parlement, die zouden gaan plaatsvinden tussen maart en juni van 2013. Het is alleen nog maar de vraag of dat gaat lukken.

“Vóór de revolutie in ons land bestond de civiele maatschappij eigenlijk niet, de mensen waren bang voor represailles van het regime. Bij sociale acties voor eender welk onderwerp was steeds hetzelfde groepje mensen betrokken, omdat er maar weinig mensen waren die in opstand durfden te komen tegen het regime. Er was constante bewaking en vaak werd ook geweld gebruikt tegen actievoerders. Het leven van iedereen werd bepaald door het regime: waar je heen ging, wat er op je televisie te zien was, zelfs in je eigen huis werd je in de gaten gehouden.”

Veralgemening

“De term ‘Arabische Lente’ is een etiket dat door Westerse landen op de revoluties in 2011 is geplakt, wij zouden deze term zelf nooit gebruiken. Het is een veralgemening, omdat de situatie in ieder land anders is. Voor ons heeft het daardoor een negatieve klank, omdat door alles op een hoop te gooien er weinig belang wordt gehecht aan de specifieke situaties die de revolutie in Tunesië op gang hebben gebracht zoals de armoede, hoge werkloosheid en het onderdrukkende regime.”

“De revolutie in Tunesië bestond eigenlijk uit twee delen. Het eerste deel vond al plaats in 2008, met de opstand van de mijnwerkers. Er bestaat een immens verschil in economische status tussen het noorden en zuiden van het land: het zuiden is traditioneel arm en is hierdoor altijd een regio van sociale onrust geweest. Tegelijkertijd is het ook een regio waar een belangrijk deel van de inkomsten van Tunesië vandaan komt, door de mijnen die daar gesitueerd zijn. Het grootste deel van de opbrengsten ging echter naar het regime, terwijl de mijnwerkers zelf in grote armoede leven. In 2008 vonden daarom in de regio van Gafsa protesten plaats tegen het regime dat de armoede in stand hield, maar deze werden hard neergeslagen”.

“In de twee jaar die volgden, vonden er geen fysieke opstanden meer plaats, maar de revolutionaire gedachten bleven borrelen in de hoofden van de mensen. Ben Ali had door dat de sociale bewegingen die meer en meer opkwamen in 2010 te sterk waren om te onderdrukken, vandaar zijn relatief snelle aftreden, in januari 2011. Als in Westerse media over de revolutie in Tunesië wordt gesproken, gaat het meestal enkel over die van eind 2010, terwijl deze nooit had plaatsgevonden zonder de mijnwerkersopstand in 2008.”

Kasbah

Na het vertrek van Ben Ali trad zijn eerste minister Mohamed Ghannouchi naar voren als hoofd van een tijdelijke regering, tot er verkiezingen zouden worden gehouden. Maar omdat Ghannouchi bij het regime van Ben Ali hoorde en dus in de ogen van de opstandelingen weinig verandering zou brengen, vonden nieuwe protesten plaats waarbij zijn vertrek geëist werd.

“Jongeren vanuit het zuiden van Tunesië trokken naar de hoofdstad Tunis, waar zij zich bij de Kasbah verzamelden om het vertrek van Ghannouchi en democratische verkiezingen te eisen. De Kasbah is symbool voor het hart van de macht van het land. De deelnemers van de eerste Kasbah-beweging zijn twintig dagen lang, dag en nacht, in regen en kou, daar gebleven totdat Ghannouchi vertrokken was. Daarop volgde de tweede Kasbah-beweging, die bleef tot zij de belofte kreeg dat er een National Constituent Assembly zou komen en totdat er een periode voor verkiezingen gepland was”.

Ook naar hen is geluisterd: de verkiezingen in Tunesië vonden plaats op 23 oktober 2011, dat waren de eerste echt democratische verkiezingen in 52 jaar. “Veel nationale en internationale organisaties gingen de straat op om mensen aan te moedigen om gebruik te maken van hun stemrecht door flyers uit te delen en mensen aan te spreken. Maar het wantrouwen van de Tunesiërs naar de autoriteiten toe was nog te groot, slechts 47 procent van de stemgerechtigden heeft een stem uitgebracht”.

“Dat is ook niet zo vreemd: er werden eerder ook al verkiezingen georganiseerd in Tunesië, maar dat was puur om de schijn op te houden naar het Westen toe, de uitslag was altijd voorbestemd. Gaan stemmen was tijdverspilling, de uitslag was iedere keer hetzelfde: 99 procent van de stemmen voor de partij van Ben Ali. De mensen verwachtten niet dat het opeens anders zou zijn, en nemen nu vooral een afwachtende houding aan naar de regering toe. Die moet eerst maar eens bewijzen wat ze werkelijk voor de mensen kan betekenen wat betreft bijvoorbeeld werkloosheid en onderwijs”.

Slechte sfeer

Na de revolutie is de groep mensen die hun burgerrechten op durven eisen van de regering steeds groter geworden, mensen zijn niet meer bang. Pas de laatste maanden kan echt gesproken worden van een civiele maatschappij, die de regering dwingt om naar haar te luisteren en waar ook naar geluisterd wordt. In het proces naar de vorming van een nieuwe grondwet zijn er twee grote partijen die beiden aan een ander eind van het koord trekken: de kritische sociale bewegingen aan de ene kant, en de islamisten aan de andere kant. 

“Op het moment heerst veel ontevredenheid bij het Tunesische volk; Ben Ali is dan wel weg en er zijn verkiezingen gehouden, maar er is nog altijd geen nieuwe definitieve grondwet gevormd. De revolutie heeft nieuwe zorgen met zich meegebracht: zekerheden die er onder het regime van Ben Ali waren zijn nu weg, en bepaalde vrijheden moeten opnieuw bevochten worden. Er heerst een slechte sfeer, met name vrouwen voelen zich onveilig”.

“Gelukkig zijn er nu, in tegenstelling tot vóór de revolutie, feministische bewegingen die ervoor strijden dat de nieuwe grondwet ook met vrouwen rekening zal houden. Deze bewegingen behoren tot een groep kritische sociale bewegingen, die erop toezien dat de grondwet geen verlengde van de Koran wordt. Zo hebben zij geprotesteerd tegen het ontwerpartikel waarin de rol van de vrouw wordt beschreven als aanvulling op de man, en eisen gelijkheid tussen man en vrouw in de grondwet”.

Nieuwe dictatuur

“Tegenover de critici staan dan de islamisten die de grondwet willen verbinden aan de Islam, en op die manier politiek en religie samen willen brengen. In feite willen zij een nieuwe dictatuur creëren onder de naam van Islam, terwijl een democratie juist atheïstisch moet zijn. Helaas heeft deze groep twee sociale factoren in haar voordeel: de onwetendheid over wat een democratie inhoudt die bij veel mensen bestaat, en het feit dat de overgrote meerderheid van de Tunesiërs moslim is”.

“Of de islamisten zullen slagen in het doordrukken van hun wil bij het vormen van de grondwet, hangt helemaal af van hoe het volk daarop reageert. Zelf denk ik dat het ze niet gaat lukken, mensen hebben ervaring met de dictatuur in het verleden en zijn zich er nu van bewust dat het ook anders kan, dat ze economische en sociale rechten hebben waar de overheid verantwoordelijk voor is”.

Hoopvolle signalen

“Er zijn hoopvolle signalen voor de invloed van de civiele maatschappij: een paar weken terug verscheen een documentaire op de nationale televisie over het legerschip dat een boot met vluchtelingen ramde op zee in 2011. Die uitzending was voor de revolutie nooit mogelijk geweest, er was altijd een heel groot verschil tussen wat er werkelijk gebeurde en wat het regime bepaalde wat de mensen mochten weten.

Ondanks dat de tragedie waarover de documentaire ging al in 2011 gebeurde, wist er tot een paar weken terug haast niemand iets vanaf. Maar nu kan de regering de nationale tragedie van de bootvluchtelingen niet meer ontkennen, in bijna iedere familie is er wel een zoon of neef die vermist is geraakt op zee”.

“De moeders eisen nu hun recht op om te weten wat er met deze jongeren is gebeurd. Zo is een groep Tunesische vrouwen naar Lampedusa gegaan om hun kinderen te zoeken, of er in ieder geval achter te komen of ze nog leven of niet. De onwetendheid is voor hen het ergste”.

“Laatst is voor het eerst een mensensmokkelaar opgepakt die vluchtelingen in een kapotte boot de zee op stuurde. Er is een ware maffia van mensensmokkelaars in Tunesië, de regering doet nu eindelijk eens iets om deze aan te pakken. De sociale bewegingen wordt almaar groter en sterker en de regering weet dat ze de plicht en verantwoordelijkheid heeft om naar het volk te luisteren, de civiele maatschappij is deze keer niet stil te krijgen”.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!