Oppositie-aanhangers eisten op zaterdag 25 augustus in Luanda dat de verkiezingscommissie (CNE) transparante verkiezingen zou garanderen (foto: Ermelinda Freitas - BD, Luanda)
Nieuws, Afrika, Politiek, Angola, MPLA, Corruptie, Persvrijheid, Verkiezingen, Transparantie, Luanda, José Eduardo dos Santos, Sonangol, Manuel Vicente, Agressie door politie, Verkiezingscommissie, UNITA, Verkiezingsfraude, CNE, Analyse, Bloco Democrático, Isaías Samakuva, Filomeno Vieira Lopes, Suzana Inglês, Assembleia Nacional -

Angolese verkiezingen in sfeer van intimidatie en fraude

Op 31 augustus gaat het olierijke Angola naar de stembus voor parlementsverkiezingen die indirect ook moeten leiden tot een nieuwe president. De spanning stijgt, want er staat veel op het spel. President José Eduardo dos Santos is al sinds 1979 onafgebroken aan de macht. De oppositiepartijen hebben een kater overgehouden aan de verkiezingen van 2008. Staat Angola op een keerpunt? Een eerste bijdrage in een reeks van drie.

dinsdag 28 augustus 2012 18:45
Spread the love

De kiescampagne ging officieel op 1 augustus van start en kende al een bijzonder turbulent verloop.

Zaterdag 25 augustus kwamen in diverse Angolese steden aanhangers van de grootste oppositiepartij UNITA (União Nacional para a Independência Total de Angola) op straat om te protesteren tegen het gebrek aan transparantie dat het verkiezingsproces kenmerkt.

De oppositie vreest dat de regeringspartij MPLA er weer alles aan zal doen om de macht in handen te houden. Vooral de verkiezingscommissie (CNE – Comissão Nacional Eleitoral) en president Dos Santos zelf waren de kop van jut. Velen droegen T-shirts met de tekst “33 jaar is genoeg”, verwijzend naar het aantal jaar dat Dos Santos aan de macht is.

UNITA-leider Isaías Samakuva sprak duizenden aanhangers toe op een centraal plein in de hoofdstad Luanda. Hij eiste dat de CNE zich strikt zou houden aan de voorschriften zoals voorzien in de wet. “Indien de CNE geen transparante verkiezingen kan garanderen, zijn wij zelfs voorstander van uitstel. Het democratische recht van de Angolese burgers om zich uit te spreken over het bestuur van dit land is te belangrijk”, zei Samakuva.

Veel kritiek op functioneren verkiezingscommissie CNE

Al van bij het begin hadden de oppositiepartijen en de civiele samenleving veel kritiek op het functioneren van de CNE. Zeker toen bleek dat rechter Suzana Inglês werd aangesteld als voorzitter van de CNE. Inglês is een trouwe aanhanger van de MPLA. Op 10 maart werd in de stad Benguela een vreedzame demonstratie tegen Inglês brutaal afgebroken door zwaarbewapende politiemannen en leden van ‘onbekende’ milities.

In Luanda, waar de organisatoren al vooraf bedreigd waren en waar al huiszoekingen hadden plaatsgevonden, werd de demonstratie aangevallen door een bewapende bende. Een aantal mensen is daarbij ernstig gewond geraakt en moest in het ziekenhuis worden opgenomen, onder meer Filomeno Vieira Lopes, algemeen secretaris van de kleine oppositiepartij Bloco Democrático, een bekende criticus van het regime.

Lisa Rimli van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) toonde zich uiterst bezorgd over de toenemende repressie tegen antiregeringsdemostraties in Angola. “Vooral omdat dit een verkiezingsjaar is waarin mensen hun vrije mening zouden moeten mogen uiten. Wat we op 10 maart zagen, was een stap erger dan tijdens de diverse antiregeringsprotesten van vorig jaar. De aanvallers waren nu bewapend en ze richtten zich op het hoofd van de mensen”, schreef ze in een rapport. “Het is een geluk dat er niemand gedood is.”

In het recente rapport Angola’s Upcoming Elections: attacks on the media, expression and assembly somde HRW de pijnpunten op die het houden van vrije en eerlijke verkiezingen in Angola bedreigen: politiek geweld en intimidatie van mensen die vreedzaam kritiek durven te uiten op de regering; beperkingen op de vrije meningsuiting en persvrijheid; rechtszaken tegen journalisten die berichten over politierepressie en corruptie.

Spaans bedrijf leverde 16 miljoen stembiljetten ‘extra’ in 2008

Als vorm van tegemoetkoming aan de protesten wraakte het hooggerechtshof de aanstelling van Inglês, maar de kritiek op de CNE houdt aan. Begin juli geraakte bekend dat het Spaanse bedrijf INDRA, dat in 2008 de Angolese stembiljetten had gedrukt en het materiaal voor de stembureaus had geleverd, 16 miljoen extra biljetten had gedrukt (op vraag van wie?) die buiten het officiële circuit van de CNE waren gebleven.

Dat lijkt de geruchten te bevestigen dat er massale fraude werd gepleegd uit het zicht van de internationale waarnemers, die verklaarden dat de verkiezingen ‘relatief vrij en eerlijk’ waren verlopen.  

Samakuva: “Wij eisen dat de CNE een lijst openbaar maakt van alle onregelmatigheden die werden vastgesteld, zoals voorzien in de kieswet. Waarnemers van de civiele samenleving moeten in alle kiesbureaus ongehinderd kunnen optreden en toezicht kunnen houden bij de telverrichtingen”.

Ook de Europese Unie kreeg van de UNITA-leider een veeg uit de pan: “De EU stuurt waarnemers naar verkiezingen overal ter wereld, maar niet naar Angola. Zijn de oliebelangen van het rijke Westen belangrijker dan het democratisch recht van de Angolese bevolking”, vroeg hij.

Grootste partij levert meteen de president

Er worden 220 leden verkozen voor de Assembleia Nacional, het eenkamerparlement. 130 leden worden verkozen via de nationale kieskring, elk van de 18 provinciale kieskringen kiest dan nog eens vijf afgevaardigden. Er zijn de voorbije maanden al 9 miljoen kiezers geregistreerd.

De partij die via de nationale kieskring de meeste stemmen zal weten te behalen, kan dan meteen ook de nieuwe president en vicepresident aanduiden, zo bepaalde de nieuwe grondwet die in 2010 werd goedgekeurd op initiatief van de regerende MPLA.

De oppositiepartijen hadden liever gezien dat de president – die bijzonder veel macht heeft in het Angolese systeem – direct door de bevolking zou worden verkozen, maar dat heeft de regeringspartij dus met haar absolute overmacht weten te verhinderen.

Bij het begin van dit jaar maakt president Dos Santos al bekend dat Manuel Vicente, tot voor kort de CEO van het machtige staatsoliebedrijf Sonangol, hem zou opvolgen na de verkiezingen. Dit geeft aan welke macht de oliebusiness heeft verworven in de Angolese politiek. Maar de kans dat Dos Santos alsnog zou aanblijven als de MPLA weer de absolute meerderheid haalt, is volgens politieke waarnemers niet ondenkbaar.

In totaal nemen 26 politieke partijen deel. Slechts vijf komen alleen op, de andere 21 hebben zich via vier kartellijsten gegroepeerd om zo hun kansen op een zetel te vergroten. De stembiljetten zullen dus met slechts 9 lijsten een stuk kleiner zijn dan bij de vorige verkiezingen van 2008.

Toen behaalde MPLA, die al sinds de strijd voor onafhankelijkheid van Portugal op 11 november 1975 onafgebroken aan de macht is, bijna 81 procent van de stemmen, UNITA eindigde tweede met ruim 10 procent, veel minder dan wat algemeen werd verwacht.

Tien jaar vrede, maar nog geen democratie

Na 40 jaar van oorlog en geweld kent Angola nu al tien jaar vrede, maar de weg naar een enigszins normaal functionerende democratie en een duurzame ontwikkeling voor alle inwoners zal nog heel lang zijn. Vooral de immense corruptie begint steeds meer bewuste burgers te storen: er is een groot gebrek aan toezicht op de staatsfinanciën, waardoor enorme bedragen uit vooral de olie- en diamantindustrie geruisloos kunnen verdwijnen in de zakken van een kleine elite.

Voor de heropbouw van het verwoeste land moest Angola zijn toevlucht zoeken tot internationale donoren, NGO’s en de laatste jaren ook massale Chinese en Braziliaanse investeringen.

Angola blijft een land met verschillende snelheden waarbij het immense binnenland geenszins profiteert van de inkomsten van de olie-industrie. Miljoenen mensen zijn er aangewezen op humanitaire hulp. Veertig procent van de bevolking leeft nog onder de armoedegrens.

Volgens recente cijfers van het Wereldvoedselprogramma (WFP) zijn minstens 1,5 miljoen mensen blootgesteld aan voedselonzekerheid, omdat meer dan de helft van het voedsel moet worden ingevoerd en dus duur is.

Elke dag vallen er nog slachtoffers bij ongevallen met niet ontplofte landmijnen. De meest elementaire basisvoorzieningen betreffende gezondheidszorg, zuiver drinkwater en scholing ontbreken. Zeker in die gebieden waarnaar de meeste vluchtelingen zijn teruggekeerd. Omdat de toestand zo weinig vooruitgang te zien geeft, moeten mensen veel langer in tijdelijke opvangkampen verblijven dan oorspronkelijk gepland. Dat geeft dan weer aanleiding tot andere problemen en conflicten.

Oliebusiness zorgt voor forse groeicijfers

De bevolking had na het einde van de oorlog, nu precies tien jaar geleden, nochtans hooggespannen verwachtingen. Al denkt niemand aan het spookbeeld dat de oorlog zou kunnen herbeginnen …

Vorig jaar kwam het enkele keren tot felle betogingen in de hoofdstad Luanda van jongeren en studenten tegen het regime-Dos Santos. Velen lieten zich inspireren door de gebeurtenissen in Noord-Afrika, maar een echt brede volksbeweging is daar vooralsnog niet uit voortgekomen.

De economie zou tussen 2004 en 2008 jaarlijks met gemiddeld 17 procent groeien, het sterkste groeicijfer van Centraal-Afrika. Vandaag produceert Angola 1,65 miljoen vaten ruwe olie per dag, goed voor 85 procent van de inkomsten. Het land is sinds 2008 Nigeria voorbijgestoken als grootste olieproducent van Afrika. Luanda is al uitgeroepen tot duurste stad van het continent.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!