Het klimaatdebat (5): Vlaamse ecologiesteun voor de bedrijven: goed besteed?
ABVV, Klimaatdebat -

Het klimaatdebat (5): Vlaamse ecologiesteun voor de bedrijven: goed besteed?

vrijdag 17 augustus 2012 14:15
Spread the love

Vlaanderen geeft steun aan bedrijven die investeringen willen doen op het vlak van milieu en energie. Dat gebeurt onder meer via de “ecologiesteun” en via het systeem van de “groene stroomcertificaten”. Hoe goed besteed is dat geld?

Op zich is die steun een goed idee. De uitdagingen op het vlak van klimaat, verontreiniging en grondstoffenschaarste zijn enorm en verdienen een krachtdadige aanpak en een stevige inbreng van de overheid.

Alleen, het volstaat niet om het label ‘milieu’ vast te hechten aan een geldstroom: het geld moet ook zo goed mogelijk besteed worden. De regel moet zijn dat we zoveel steun geven als nodig om een maatschappelijk gewenste investering uit te lokken, maar ook niet meer dan dat. En tegen die regel wil Vlaanderen wel eens zondigen.

De zonnepanelen

Daar liep het fout met de steun aan investeringen in hernieuwbare energie, de fameuze groenestroomcertificaten. Oorspronkelijk voldeed de steunregeling min of meer aan het principe.

Maar onder meer de snelle daling van de prijs van zonnepanelen zorgde na verloop van tijd voor een flinke oversubsidiëring. De laatste jaren wordt die stap voor stap teruggeschroefd. Op zich terecht, maar hopelijk wordt niet te veel gesnoeid, want dan vallen de investeringen in hernieuwbare energie stil.

Het geld kan niet op

En daar loopt het ook fout met de ecologiesteun voor bedrijven. Die regeling wordt nu al voor de derde keer in enkele jaren tijd aangepast.

Oorspronkelijk werd een wedstrijdformule toegepast. Alleen de betere projecten kregen geld. Het bedrijfsleven wou af van die formule omdat het zekerheid wilde dat elk project waarvoor een aanvraag werd ingediend ook steun kreeg.

En zo geschiedde. De overheid stelde in 2010 een lijst met milieutechnologieën op. Elke toepassing van die technologieën kreeg voortaan steun.

Maar nu blijkt dat de overheid het voor 2012 voorziene steunbudget niet op krijgt. Dus moet nu snel snel een nieuwe steunregeling uitgedacht worden. Grosso modo komt die er op neer dat het bestaande luik met de technologielijst wordt hervormd en dat een nieuw luik wordt toegevoegd.

Think global

In het bestaande luik gaan de steunpercentages fors omhoog (terwijl ze bij de vorige herziening flink gedaald waren). En via het nieuwe luik zullen bedrijven voortaan ook steun kunnen krijgen voor strategische ecologie-investeringen. Dat zijn volgens de regering projecten die een globale of integrale milieu- en energieoplossing op bedrijfsniveau bieden met gesloten energie- en materiaalkringlopen.

Schitterend idee, net wat we nodig hebben, hoor ik u denken. En zo denk ik er ook over. Maar de overhaaste uitwerking doet toch de wenkbrauwen fronsen.

Geen link met jobs

Het nieuwe steunluik is namelijk heel vaag. En het komt alleen uit de koker van de Vlaamse minister van Economie (Kris Peeters, CD&V) en zijn administratie.

Die vonden het niet nodig om te gaan praten met andere administraties zoals Leefmilieu, Natuur & Energie (LNE) of instellingen en platformen die over heel wat expertise beschikken, zoals Plan-C (transitieplatform voor duurzaam materialengebruik, waarbij OVAM betrokken is). En er was geen overleg met maatschappelijke stakeholders.

Wij willen een goed debat over de vraag welke milieu-investeringen maatschappelijk wenselijk zijn. Een belangrijk sociaal aspect daarbij is het behoud van de tewerkstelling. Maar de werkgevers willen niet weten van een koppeling tussen steun en tewerkstelling.

Meer broeikasgassen

En ook het milieuaspect verdient maatschappelijk debat. Willen we bijvoorbeeld investeringen in agrobrandstoffen? Die worden gemaakt uit plantaardige olie, granen en bieten. In 2010 waren ze goed voor 4% van het Belgisch verbruik. En om die 4% agrobrandstoffen te produceren was er 760.000 ton plantaardige olie, granen en bieten nodig, een equivalent van 18% van de landbouwgrond in België.

Bij 80% van de op dit moment toegepaste agrobrandstoffen komen niet minder, maar in totaal juist meer broeikasgassen vrij dan bij diesel of benzine. Ook voor werknemers is dat debat niet langer de ver-van-mijn-bed-show. Want als we de problematiek wat ruimer bekijken gaat het niet alleen over klimaatverandering, maar ook over de prijs van voedsel.

Wie betaalt de rekening?

De Vlaamse regering en de werkgeversorganisaties hebben altijd de mond vol over “een efficiënte inzet van overheidsmiddelen” en over “de noodzaak om te besparen”.

Maar de voortdurende wijzigingen in de ecologiesteun voor bedrijven en de jojo-beweging van de subsidiepercentages bewijzen dat hier niet getoetst wordt aan de regel dat we zoveel steun geven als nodig om een maatschappelijk gewenste investering uit te lokken maar niet meer dan dat.

Dat is wel even anders in het dossier van de groenestroomcertificaten. Op basis van veel studie is de nieuwe regeling er (terecht) helemaal op gericht om niet meer steun uit te betalen dan nodig.

Een belangrijk verschil is natuurlijk dat deze steun aan hernieuwbare energie wordt betaald via de elektriciteitsrekening. Daardoor betalen niet alleen de gezinnen maar ook de bedrijven mee (al krijgen ze steeds meer vrijstelling). Terwijl de ecologiesteun voor bedrijven – net zoals andere investeringssteun aan bedrijven – wordt betaald uit de algemene middelen. En die worden voor het overgrote deel opgehoest door de gezinnen via de belastingen.

Dan steekt het blijkbaar niet zo nauw…

Pieter Verbeek, adviseur studiedienst Vlaams ABVV

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!