Nieuws, Israël, Inleefreis, Bezetting Palestina, Jahalin, Bedoeïenen, David Knockaert -

Bedoeïenen in Palestina: bezetting door Israël leidt tot einde van een leefwijze

In juli 2012 trok Palestina Solidariteit opnieuw met een groep nieuwsgierigen richting Westelijke Jordaanoever op inleefreis. Ook de Jahalin Bedoeïenen kregen een bezoek. Dit is een minderheid van nomaden die in het conflict vaak wordt vergeten en nauwelijks aan bod komt in de media. Hun leefwijze wordt door de bezetter met uitroeiing bedreigd.

maandag 6 augustus 2012 11:27

Op bezoek bij nomaden

Onder een loden zon die het thermometerkwik in de richting van vijftig graden duwt, stappen we het Bedoeïenenkamp van Jahalin in de woestijn binnen. Over de vangrails. Enkele ogenblikken eerder had onze sympathieke chauffeur ons immers afgezet langs de weg.

Daar leven nu eenmaal Palestijnse Bedoeïnen: net naast de weg, in kurkdroge, dorre vlaktes aan de voet van een heuvel. Onze gids Angele Goldstein, een Israëlische dame die zich met solidariteitscampagnes voor Bedoeïenen al jaren verzet tegen de Israëlische bezettingspolitiek, leidt ons via een zanderige weg tot in het hart van het kamp.

De hutten in het kamp bestaan uit golfplaten en doeken, die allesbehalve stevig aan elkaar zijn vastgemaakt. We worden verwelkomd door Eid Abu Khamis, een woordvoerder van de Bedoeïenengemeenschap in Jahalin. Gezichten van gesluierde, glimlachende vrouwen en verlegen kinderen lichten op uit de donkere hutten in de achtergrond. Hun gastvrijheid is groter dan de armoede die er heerst en al snel worden we uitgenodigd plaats te nemen in een geïmproviseerde zitruimte en krijgen we een glaasje warme, zoete muntthee voorgeschoteld terwijl Eid Abu Khamis ronduit over hun kamp vertelt.

Landroof

Tijdens de overheersing van achtereenvolgens de Ottomanen, Groot-Brittannië en Jordanië werden de Bedoeïenen relatief ongemoeid gelaten. Maar toen kwam 1948, het jaar waarin Israël zichzelf tot staat uitriep. Volgens Eid Abu Khamis begon de repressie echter pas goed in 1967.  De Israëlische autoriteiten sloten toen de wegen af waardoor de Bedoeïenen, die toch een rondtrekkend volk zijn, hard getroffen werden in hun bestaansredenen: handel drijven en… leven.

Vanaf 1978 eigende de Israëlische regering zich grote stukken land toe met het doel er militaire gebieden van te maken. In werkelijkheid werden deze gronden aan Joodse kolonisten geschonken. Vanaf 1984 nam het aantal kolonisten nog toe. Op de koop toe kregen zij gratis water, elektriciteit, huizen en onderwijs.Volgens Israël was dat een compensatie voor het feit dat zij bereid waren in de verschrikkelijk hete woestijn te komen wonen…

De begrenzingen van die landen zorgde er ook voor dat de kolonisten bovenop de heuvel konden leven en dat de bewegingsruimte van de Bedoeïenen beperkt was tot onderaan de heuvel.

Inkomstenroof

Ook op het vlak van de inkomsten van de Bedoeïenen liet de Israëlische kolonisatie zijn sporen na. Kweken van dieren en handel drijven in dierlijke producten waren en zijn hun voornaamste inkomensbronnen. Water en open vlaktes om te grazen zijn hierbij onontbeerlijk.

Een tiental jaren terug hadden de Bedoeïenen van de Jahalinvallei nog 1200 dieren, waaronder 25 kamelen. Door de kolonisatie zijn deze aantallen gereduceerd tot 140 dieren en welgeteld één kameel. Dit betekent dat de Bedoeïenen niet langer zelf in hun voedselvoorziening kunnen voorzien en afhangen van voedselbedelingen door de Verenigde Naties.

Onbereikbaar onderwijs

Verderop, op 18 kilometer van het kamp, ligt de dichtstbijzijnde school. Geen onoverkomelijke afstand, maar het gebrek aan openbaar vervoer en de aanwezigheid van talrijke controleposten zorgen ervoor dat de kinderen die te voet naar school gaan al snel uren onderweg waren. Meisjes waren hier het eerste slachtoffer van en werden bijgevolg vaak thuis gehouden.

Eid Abu Khamis legt uit dat in 1990 de Bedoeïenen dan ook zelf een aanvraag indienden voor de bouw van een eigen school, maar dit werd geweigerd. Daarop vroegen ze dan maar een bus om hen van het kamp tot de school te kunnen brengen, maar ook dit werd geweigerd. Vijf jaar later kwam dan toch de belofte dat er een bus zou komen. Hier wachten ze, in 2012, nog steeds op.

Ondertussen zijn er op weg naar school al vijf kinderen omgekomen door verkeersongelukken en vier kinderen hielden er een blijvende handicap aan over. Andere kinderen durfden hierdoor de weg niet meer op. Enkelen onder hen werden getraumatiseerd door het beeld van stervende vriendjes op de weg.

Eigen initiatieven worden geblokkeerd

Enigszins gedwongen, besliste de gemeenschap dan maar om zelf een school te bouwen. Zonder toestemming mag er echter niet gebouwd worden en daarom werd de school niet meer dan een met golfplaten aan elkaar getimmerd hutje.

Later ontdekten ze dat ze met weinig materiaal toch een steviger bouwwerk konden maken dat meer beschutting bood tegen de zon en regen: een school werd gebouwd met autobanden, klei en de behulpzame handen van een aantal buitenlandse vrijwilligers!

Omdat Eid Abu Khamis, door in de Joodse koloniale nederzettingen te werken, intussen enige contacten had opgebouwd, kon hij een ontmoeting tussen hun nieuwe school en een Joodse school bewerkstelligen. Echter, nog voor de ontmoeting plaats vond, volgde een bevelschrift waarin stond dat de school in het kamp diende afgebroken te worden omdat zij ‘een bedreiging voor de veiligheid’ vormde.

Een school als symbool van vreedzaam verzet

Niettemin staat de school nog steeds overeind. Veel Europeanen stuurden immers boze e-mails naar het Israëlische Ministerie van Onderwijs. Ook trokken mensen naar de rechtbank, zo ook de ‘Rabbis for Human Rights’. Voorlopig evenwel zonder reactie van de bevoegde autoriteiten…

Intussen krijgen in deze school 85 kinderen tussen zes en twaalf les. De klassen zijn gemengd en de kinderen komen uit vijf verschillende kampen in de regio. Er geven zes vrouwelijke leerkrachten les. Vijf van hen zijn Palestijns en spreken Arabisch. Een is zelf een Bedoeïene. Vanaf hun twaalf jaar moeten de jongens naar een andere school, in de Jordaanvallei.

Hoewel de school uit is om 12.30 uur, zijn de kinderen door de transportmoeilijkheden vaak pas ’s avonds laat weer thuis. De Bedoeïenen vinden dit te gevaarlijk, waardoor zij hun dochters na hun twaalfde niet langer naar school laten gaan. De meisjes – hongerig naar onderwijs en sociale contacten – hebben het bijzonder moeilijk met de beslissing van hun ouders. Soms zijn ze zo boos dat ze de schoolboeken van hun broers verscheuren of hun schoenen verstoppen… Eid Abu Khamis vertelt het met een glimlach op zijn gezicht, die meer verdriet dan vreugde uitstraalt.

Geen gezondheidszorg die naam waardig

Minstens even schrijnend voor de Bedoeïenen is de gezondheidszorg, waar zij nauwelijks toegang tot hebben. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis ligt in het vluchtelingenkamp van Jericho, achttien kilometer verder en is enkel open in de voormiddag. Mensen moeten uren in de rij wachten en het gebeurt dan ook regelmatig dat de deuren sluiten vooraleer zij aan de beurt zijn geweest.

Bij een noodgeval kunnen de Bedoeïenen een Israëlische ziekenwagen contacteren. Eens ter plaatse – maar vooraleer er hulp wordt verstrekt – worden de identiteitspapieren gecontroleerd. Als blijkt dat het om Palestijnen gaat, dan zullen ze de persoon niet verzorgen. Het standaardantwoord luidt dan: “Dit is zone C, dus heb ik toestemming nodig om jou te bezoeken!”. Gek, maar de enige oplossing is om met de zieke persoon in de armen naar de autoweg te lopen en hopen dat er iemand wil stoppen om hen naar het ziekenhuis te brengen.

Pesterijen door de kolonisten

De Bedoeïenen hebben niet enkel onrechtstreeks last van de kolonisten. Het conflict krijgt nu en dan een bruut karakter. Kolonisten komen regelmatig hun heuvel af om de ramen van de school in te slaan, het hek te vernielen, geiten en ezels te stelen, vrouwen en kinderen aan te vallen of met hun wapens te zwaaien. Op de Israëlische televisie worden kolonisten als gewone, ordinaire mensen geportretteerd. Dit gemediatiseerde beeld botst echter vaak met de werkelijkheid.

Op de vraag hoe hij de toekomst ziet, antwoordt Eid Abu Khamis dat het glas voor hem halfvol is. Net als veel mensen die we tijdens onze inleefreis ontmoetten, haalt hij zijn inspiratie uit Zuid-Afrika. Hij is van mening dat de mensen daar de handen in elkaar sloegen en dat het er nu een goeie plaats is om te leven. Hij hoopt dat dit in zijn land ook ooit het geval zal zijn, dat de rust er terug keert en dat er vrede neerdaalt in de vallei…

David Knockaert is burgerjournalist bij De Wereld Morgen en nam deel aan de inleefreis van Palestina Solidariteit. Met dank aan Cien Van Ranst.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!