Gevangenen mogen ook denken: ex-gedetineerde aan het woord
Interview, Nieuws, Samenleving, België, Ervaringsdeskundigen, Ex-gevangene, Dialogeren, Reïntegratie -

Gevangenen mogen ook denken: ex-gedetineerde aan het woord

Arthur was betrokken bij een levensdelict. Hij werd tot een gevangenisstraf van 29 jaar veroordeeld. Na 10 jaar kwam hij vrij en vond hij werk in een bedrijf. Een tijd geleden vestigde hij zich als zelfstandige. Ondertussen is Arthur 45 jaar oud en wijzer geworden. Naar gedetineerden en ex-gedetineerden wordt zelden geluisterd. Toch zouden we van deze 'ervaringsdeskundigen' heel wat kunnen leren.

donderdag 2 augustus 2012 16:20
Spread the love

. Een jaar geleden gingen we  Arthur opzoeken. Dat was niet lang nadat Michèle Martin een vorige aanvraag tot vervroegde vrijlating had ingediend en in een Frans klooster onderdak zou krijgen. Arthur is een fictieve naam.

[KENTERINGen]:  Wat is een ‘levensdelict’? 

Arthur: “Dat is een delict waarbij iemand om het leven is gekomen. Er is natuurlijk een gradatie. Dat gaat van ‘slagen en verwondingen zonder het oogmerk te doden’ tot ‘moord’. ‘Moord’ impliceert steeds ‘voorbedachte rade’.
Aan die gradaties zijn verschillende strafmaten verbonden. In België heeft men de verschillende strafmaten veel te breed gemaakt. Zo kan het gebeuren dat iemand met ‘slagen en verwondingen zonder het oogmerk te doden’ met nog een paar nevengradaties, eigenlijk evengoed 30 jaar kan krijgen als iemand met moord.
In Nederland ligt dat meer vast. Daar weet je dat die of die categorie van dit minimum tot dat maximum gaat. In België hangt veel af van de inschatting door rechter en volksjury die de strafmaat gaan bepalen.”

‘Vervroegde’ vrijlating en strafuitvoeringsrechtbanken

{K]: Onlangs was er sprake van dat Michèle Martin, partner en medeplichtige van Marc Dutroux, mits bepaalde voorwaarden zou vrijkomen. Vader Marchal is tot in Frankrijk actie gaan voeren om dat te beletten.

A: “Volgens mij zijn dat illegale praktijken. Ik heb geen enkel probleem met het feit dat slachtoffers een belangrijke rol toegemeten krijgen in het hele proces. Maar ik betwijfel ten zeerste of het positief is dat mensen, wiens kind of geliefde om het leven werd gebracht, geconsulteerd worden op het ogenblik dat de dader kan vrijkomen. Na tien jaar wordt alles opnieuw opengetrokken. Hebben die nabestaanden er ondertussen mee leren leven? Misschien is de wonde gedeeltelijk kunnen helen, maar uiteindelijk weten ze dat die man of vrouw gaat vrijkomen en dat ze er dan opnieuw mee geconfronteerd worden.
De strafuitvoeringsrechtbanken, waar over vervroegde vrijlating beslist wordt, werden gecreëerd in het Dutroux-tijdperk. Er was toen een roep tot verstrenging, waarop de politiek gretig heeft ingespeeld. Men is daar volgens mij te ver in gegaan. Ik denk dat die zaken in handen van meer objectieve instanties dan de onmiddellijk betrokkenen moeten komen.
We merken op alle vlakken een verstrenging van justitie. De wet Lejeune werd teruggeschroefd. Ook de koning is in die verstrenging meegegaan. Er wordt bijna nooit meer genade toegekend en zeker al geen amnestie. Mensen die tot dertig jaar veroordeeld waren, kregen vroeger al eens twee jaar strafvermindering of zo.”

“Als je tot de onderste maatschappelijke lagen behoort, weinig scholing hebt genoten en je je verbaal moeilijk kan uitdrukken, is het zeer moeilijk om vervroegd vrij te komen. Waarom? Je moet je nogmaals gaan verdedigen voor een strafuitvoeringsrechtbank en vertellen wat je tien jaar geleden al gezegd had; en dan speelt er nog een element mee. Een heel aantal gevangenen is alleen; zij krijgen bijna geen bezoek meer van familie of vrienden. Dat heeft als gevolg dat mensen binnen volledig vervreemden. De gevangenis is een wereld op zich, niet te vergelijken met de buitenwereld. Het grote probleem is dat die mensen geen begeleiding meer krijgen. Als je geen bezoek krijgt, niet meer kan telefoneren of schrijven, verlies je je ‘venster op de wereld’. Dan gaat je geest zich aanpassen, vergoelijken. Het ligt, denk ik, in de natuur van de mens om een aantal dingen uit het verleden te vergoelijken. Na negen jaar word je dan op de psycho-sociale dienst geroepen en de feiten worden in herinnering gebracht. Dat is een harde confrontatie. Er zijn mensen die dat aankunnen en er zijn mensen die dat niet aankunnen. Als je dan niet over de nodige steun beschikt, én van buiten én van een advocaat, -want zonder advocaat geraak je niet buiten-, ben je er aan voor de moeite. Er zijn gevallen bekend waarbij er uiteindelijk geen enkel probleem was om een bepaald persoon vrij te laten, maar hij krijgt het niet gezégd voor de strafuitvoeringsrechtbank. Op dat punt is ons systeem enorm discriminerend. Je mag in dit verband ontegensprekelijk van klassejustitie spreken.”

“De psycho-sociale dienst, bijvoorbeeld, heeft op dat ogenblik als taak om de gevangenen in te schatten; en eigenlijk is er maar één vraag die de maatschappij bezighoudt: de kans op hervallen. Dat is een meer dan terechte vraag. Het probleem is echter dat nooit iemand kan garanderen dat er geen recidive zal zijn. Nu, statistisch weten we dat het aantal recidivisten voor levensdelicten zeer laag ligt. We spreken dan over psychopaten en dergelijke. Kan je die tegenhouden? Dat weet ik niet, ik ben psycholoog noch psychiater.”

Begeleiding

A: “De begeleiding is zo goed als nul. In tegenstelling tot bijvoorbeeld in Nederland, laat men je in de Belgische gevangenissen wegrotten. De psycho-sociale dienst heeft ook de middelen niet om mensen daadwerkelijk te begeleiden. Als je de dingen niet zelf in handen neemt, ga je -bij wijze van spreken- elke dag werken (als er werk is, wel te verstaan, want door de concurrentie met sociale werkplaatsen en lageloonlanden begint dat problematisch te worden); maar buiten het werk ga je niets doen en bouw je je eigen wereld op. Dat is niet bevorderlijk om je op de terugkeer in de maatschappij voor te bereiden. Als die persoon dan na zijn vrijlating hervalt, zal men de vraag stellen: ‘wat is er misgelopen met die man’? De psycho-sociale dienst zal zeggen: ‘ja, wij hebben gezegd dat er kans op recidive bestond’. De strafuitvoeringsrechtbank zal zeggen: ‘ja, maar wij hebben hem wel laten begeleiden door een psychiater en van daaruit hebben we geen signalen ontvangen’. Kortom, iedereen trekt zijn paraplu open.
In Nederland gaat men daar anders mee om. Daar vraagt men zich af waar het systeem fout is gegaan: ‘wat hebben wij niet gezien en waarom hebben we bepaalde dingen niet gedaan’?
Toch zijn er ook bij ons gevangenen die privé een psycholoog of psychiater voor consult laten komen. Maar ook hier stoten we weer op een klassegegeven. Want met het geld dat je binnen de gevangenismuren verdient, kan je dat niet betalen. Binnen de gevangenismuren betaalt de ziekenkas niets terug als je een arts van buiten laat komen.”

De roep om wraak

A: “Ik geloof niet in een systeem waarin we nu langzaam maar zeker verzeilen, met een roep om zwaarder te straffen, verjaringstermijnen op te trekken en zo meer. Er moet een faire verhouding zijn tussen de strafmaat en datgene wat gebeurd is; zo niet kom je alleen maar in een spiraal terecht van steeds hardere aanpak en zwaardere straf.
Je mag dat ‘verrechtsing’ noemen. Meerdere professoren criminologie aan verschillende Belgische universiteiten hebben bewezen dat de gevangenisstraf maximaal zeven jaar zou mogen bedragen. Op dat ogenblik voelt men een knak, breken mensen, wordt het echt moeilijk. In plaats van gevoelens van berusting, komen haatgevoelens naar boven.
Stel je voor dat je het principe van maximum zeven jaar in de praktijk brengt. (let op, er zijn ook mensen die nooit meer los mogen komen). Het zou een vermenselijking van het systeem betekenen, waarbij zowel dader als slachtoffer en ook de maatschappij beter zouden varen. Toen ik in de gevangenis zat, kostte een gevangene de staat gemiddeld 6.000 Belgische franken per dag. Als je de straf van tien tot zeven jaar kan terugbrengen, betekent dat een fikse besparing. Dat kan je dan investeren in begeleiding van de man of vrouw in kwestie. Er zouden geen extra gevangenissen moeten bijkomen en het probleem van de overbevolking zou opgelost kunnen worden.

Nu zijn er nog gevangenissen waarop België absoluut niet fier moet zijn: gevangenissen waar men nog altijd zijn behoefte in plastieken emmers moet doen, waar men met drie of vier op cel ligt en achter twee houten planken zijn behoefte moet doen; zulke toestanden. En u mag zich daarbij niet een buitentemperatuur van 30 graden voorstellen! Alles begint dan op te warmen; leuk is anders.
Als men die afwegingen bij elkaar zet, vraagt men zich eigenlijk af hoe het komt dat men daar nog geen werk van gemaakt heeft. Het is heel simpel: die wetenschappelijke studies kunnen niet op tegen de roep om wraak. Er is één verhaal dat de doorslag geeft: dat van Marc Dutroux, waarin dan ook nog een heel aantal diensten gefaald hebben. Toen hebben we een verstrenging gekregen. Er moest op tafel geslagen worden; en hard! En dat hebben wij gevoeld.”

{K]: Jij zat in de gevangenis op dat moment?

A: “Ja, wat wij toen gevoeld hebben bij de gevangenisbevolking, was een enorme empathie met de slachtoffers. Maar tevens waren de betogingen buiten niet direct een geruststelling voor ons. Dat heeft ook aanleiding gegeven tot een verschuiving in de manier van pleiten en vonnissen. Advocaten en jury ‘rekenden’. Een voorbeeld: ‘als u meneer 30 jaar geeft, dan staat hij morgen opnieuw op straat. Hij zit nu al twee jaar in voorhechtenis, dus nog 8 jaar te gaan. Maar hij gaat kunnen genieten van genade, amnestie, van die en die speciale maatregel. Als hij met dat alles nog 6 jaar zit, zal het veel zijn’. Met als mogelijk gevolg dat de jury redeneert: ‘wij geven hem geen 30 maar 25 jaar en we rekenen erop dat hij binnen 4 jaar buiten is’. Ondertussen verandert de wetgeving, verandert heel de atmosfeer. Dan zijn het ineens andere mensen die uw straf gaan interpreteren. ‘Eigenlijk heb je 25 jaar gekregen’, redeneren ze, ‘en kan je 25 jaar hier moeten blijven zitten’. Het zou, denk ik, een zeer interessant sociologisch of sociaal experiment zijn, indien men de jury van toen opnieuw zou samenroepen om haar te vragen: ‘kijk, wat vinden jullie nu, wat er met de veroordeelde van toen moet gebeuren’?. Misschien is het een idee om de strafuitvoeringsrechtbanken gewoon door de toenmalige jury te vervangen. Want nu komt men ineens voor een beroepsrechter die de zaken zal herinterpreteren en, ik zei het al in het begin, voor de verschillende delicten staan geen duidelijke strafmaten vast.

Als de criteria om iemand vervroegd vrij te laten inderdaad, zoals men beweert, op goed gedrag berusten, dan kunnen de strafuitvoeringsrechtbanken 95 procent van de mensen, die één derde van hun straf uitgezeten hebben, inderdaad vrijlaten. Maar waarom gebeurt dat niet? Dat is vaak omwille van pietluttige discussies over feiten die al lang op een andere manier geregeld hadden kunnen worden.
Er zijn echter nog andere voorwaarden om vervroegd vrij te komen. Je moet werk hebben, een opleiding, een dagbesteding. Op zich is dat natuurlijk zeer goed. Maar er is een probleem. Toen ik buitenkwam was het strafblad nog volledig in voege en nam de Belgische staat, nog steeds de grootste werkgever in ons land, niemand met een strafblad aan. Je krijgt geen ‘bewijs van goed gedrag en zeden’. Nu is dat enigszins versoepeld.
Ik wil maar zeggen dat de afstand tussen wens en realiteit groot is . Hoe wil je in godsnaam dat iemand, die geen contacten meer heeft met de buitenwereld, een job gaat vinden? Daarop zeggen ze je: ‘we gaan je verlof geven’. Ah ja? Maar je krijgt alleen maar verlof als je een verblijfplaats hebt. Nu zijn er een aantal opvanghuizen. Eigenlijk is het een schande dat die er moeten zijn, maar godzijdank dat ze er zijn. Het zijn allemaal privé-initiatieven van vzw’s. Maar een daadwerkelijk gestructureerde oplossing vanuit de staat, vanuit justitie, om mensen bij hun buitenkomen te begeleiden, dat is er NIET!”

 {K]:  En dan kom je weer bij de vraag of de betrokken persoon nog mensen kent of niet?

A: Dan komen we weer terecht bij wat we reeds aangestipt hadden. Er zijn mensen die twee, drie, vier jaar te lang gezeten hebben. Waarom? Omdat ze geen verlengstuk hadden buiten of omdat ze pech hebben. Waarom wordt die herintegratie in de maatschappij niet daadwerkelijk gemanaged?

Heroriëntering

{K]: Naast strafuitvoeringsrechtbanken heb je ook ‘bemiddeling tussen slachtoffer en dader’. Heb jij daarmee te maken gehad?

A: Ik persoonlijk niet. De nabestaanden van het slachtoffer hadden duidelijk te kennen gegeven geen contact te willen en dat moet je respecteren. Ik heb wel mensen gekend die dat initiatief genomen hebben of ook door het slachtoffer zelf gecontacteerd zijn geweest. Meestal was dat een positief verhaal. Ik geloof persoonlijk dat we meer en meer in die richting moeten evolueren. In Nieuw-Zeeland heeft men een aantal jaren geleden projecten opgezet waarbij men getracht heeft met bemiddelingscommissies te werken. Daarbij bracht men daders en slachtoffers bij elkaar om te proberen een bevredigende en sociaal verantwoorde oplossing te vinden. Indien daarbij geen resultaat werd geboekt, kwam het vooralsnog tot een rechtszaak. Ook daar heeft men gemerkt dat oplossingen voor alle partijen -maatschappij, dader en slachtoffer- veel bevredigender waren.

{K]: En hoe is jou reïntegratie verlopen?

A: “Ik was 100 procent schuldig aan de ten laste gelegde feiten en heb dan ook een lange gevangenisstraf gekregen. Na tien jaar ben ik vrijgekomen. Ik heb veel steun gehad van mijn familie en ik heb mijn gevangenistijd gebruikt om mij te heroriënteren. Reeds tijdens het voorarrest, begon ik toch wel na te denken over de manier waarop ik aan het leven was: over het gebeurde en hoe kan ik dat voorkomen. Maar wat zich het meest opdrong, was de vraag hoe ik de schade kon reparareren, goedmaken; er is immers iemand om het leven gekomen en die kan je niet terugbrengen.

Op een bepaald ogenblik werd in de gevangenis een anti-agressie-sessie georganiseerd, waaraan ik heb deelgenomen. Daar is één ding gebeurd dat ik nooit zal vergeten en dat de onmacht schetst bij mensen die een levensdelict hebben begaan. In die groep met allemaal mensen die voor levensdelicten en geweldzaken zaten, zegt iemand van ons: ‘nu wou ik dat ik veroordeeld was voor zware pedofiele feiten’. (Nu moet je weten dat pedofielen en verkrachters in de gevangenis de meest verachte categorieën zijn; ze worden zelfs niet met de achterkant van de rug bekeken). Iedereen bekijkt die man met verbazing. ‘Ja’, gaat deze laatste verder, ‘dan zou ik tenminste nog in staat zijn om iets terug te doen voor die mensen, of om er naartoe te stappen’.
Deze anekdote toont de onmacht van de daders aan. Slachtoffer-dader-bemiddeling is een heel mooi initiatief dat zeker moet gesteund worden. Maar vaak kan het niet meer. Het slachtoffer is er niet meer of er zijn geen nabestaanden meer om mee te praten. Hoe ging ik dan mijn leven heroriënteren? Ten opzichte van het slachtoffer kon ik niets meer doen. Dan ben ik het meer maatschappijgericht gaan zoeken.
Wat ik op dit ogenblik probeer te doen, is: doorgeven wat ik binnen en buiten de gevangenismuren in mijn vakgebied geleerd heb. Ik geef daar gratis lessen over. In samenspraak met andere organisaties probeer ik autistische kinderen een jobopleiding te geven en dergelijke meer.
Resumerend kan ik zeggen dat ik de tijd daarbinnen gebruikt heb om er zo volwaardig mogelijk buiten te komen en voor de maatschappij van waarde te zijn, hoe minimaal ook.”

Verhoudingen binnen de gevangenis

{K]: Wat is de verhouding met de medegevangenen, met de cipiers, met de directie?

A: “Laat ons top down werken. Directeurs zie je alleen maar als je iets nodig hebt of als ze je roepen. De macht van een directeur is zo goed als onbeperkt, uiteraard binnen de regels van de wet. Ik mag van alle directeurs die ik heb meegemaakt weinig slecht zeggen. Mensen zijn verschillend, hun interpretaties verschillen; ze kunnen allemaal eens lachen en allemaal eens heel kwaad zijn, met reden soms, of zonder reden. Maar goed, het zijn mensen.
Persoonlijk ben ik nooit het slachtoffer geweest van een onredelijke behandeling of een onrechtvaardige interpretatie. Onze meningen liepen vaak uiteen, maar ik heb altijd kunnen begrijpen waarom er ten opzichte van mij of van iemand anders een bepaalde sanctie werd geheven.

Dan krijgen we het tweede niveau. Dat zijn de cipiers. De jongste jaren zijn heel veel jonge mensen binnengebracht; dat heeft ook te maken met de uitbreiding van het gevangeniswezen. Binnen het cipiersbestand is een duidelijke verrechtsing bezig. Waarmee men eindelijk eens moet stoppen, dat zijn de vakbonden binnen de gevangenissen. Zij oriënteren zich puur en enkel op de cipier. De mensen die in de zoo van Antwerpen werken, hebben meer respect voor de dieren die ze moeten verzorgen, dan de meeste cipiers tegenover ons hier.”

{K]: Dat is een straffe uitspraak.

A: “Dat is een zeer straffe uitspraak, maar laat mij je het volgende zeggen. Voor gorilla Gust in Antwerpen heeft men berekend hoe groot zijn kooi moest zijn, hoeveel uren per dag hij buiten moest kunnen en zo meer. Voor gorilla Gust ging men op tijd en stond ook voor een vrouwtje zorgen, want gorilla Gust moest in normale omstandigheden achter de tralies kunnen zitten. Vergelijk dat eens met wat men met de Belgische gevangenen doet.”

{K]: Gevangenen kunnen toch ‘intiem bezoek’ aanvragen?

A: “Jajaja, recent is dat mogelijk geworden. Dat is zeker een positief punt. Maar waarover het gaat, is het feit dat gevangenen door vakbondsacties de laatste jaren systematisch een onbepaald aantal uren per dag in hun cellen zijn opgesloten en dat zouden ze met gorilla Gust nooit gedaan hebben. In de zoo van Antwerpen is er altijd een minimale bezetting om toch altijd de dieren te blijven verzorgen. In de gevangenis zegt men: ‘de politie moet het maar overnemen’. De politie is daarvoor niet opgeleid. De politie komt binnen, doet haar best en geeft u juist en wel geteld dit en dat nog te doen; voor de rest word je 24 uur opgesloten. Je hebt geen mogelijkheid tot contact meer. Afspraken die je hebt, kunnen niet doorgaan, bezoek ook niet; alles wordt geweigerd.”

{K]: Ook de wandeling?

A: “Dat hangt er vanaf. In bepaalde gevangenissen heeft men altijd een aantal cipiers die op post blijven om de goede werking te garanderen en dan zie je wel een samenwerking tussen politie en cipiers tot stand komen.
Ik vind het ook tekenend dat het aantal stakingen binnen de gevangenismuren de laatste jaren naar omhoog is gegaan. Als verklaring voert men de toegenomen agressie aan. Het kan best dat het geweld in de gevangenis is toegenomen. Maar de eerste vraag daarbij is: hoe komt dat? Doe daar onderzoek naar!

De reden ligt in de verrechtsing die er plaatsvindt. Vroeger lag de gemiddelde leeftijd van de cipiers tussen  40 en 45 jaar. Ik denk dat die leeftijd nu gemakkelijk tien jaar lager ligt. Al die oude cipiers zijn weg of op brugpensioen gegaan. Ik gun dat die mensen. Maar voor de gevangenen was dit zeker geen goede zaak. De wat oudere cipiers hebben de nodige ervaring en weten dingen te plaatsen. Ze weten incidenten op te lossen en hoe ze bepaalde situaties moeten ontmijnen. Ze konden de nodige soepelheid aan de dag leggen om ‘te leven en te laten leven’. Bij een halve scheve schaats hield de cipier het vaak bij een ‘mmm, zo wil ik dat niet meer zien’. Het was een menselijke benadering.
Nu worden er onmiddellijk sancties getroffen, gaan de deuren op slot, worden er rapporten geschreven en zo meer. Wil de directeur zijn gevangenen nog een deftige behandeling kunnen geven, dan moet hij zich voor een groot stuk schikken naar de nukken en de willetjes van de vakbonden en van de cipiers.

Pas op! Ik ben niet tegen de vakbond. De vakbond heeft zeker zijn verdienste. Kijk, een cipier die in een gevangenis gaat werken, weet dat daar ooit gevochten zal worden; het zijn immers geen lieverdjes. Als er tegenwoordig een vechtpartij uitbreekt, staan de cipiers buiten aan de poort, want ‘de veiligheid is niet gegarandeerd’. Wat men uiteindelijk wil, is dat een gevangene 24 uur per dag opgesloten zit en dan kunnen zij zich met andere zaken bezig houden. Dat is compleet het tegenovergestelde van wat er dient te gebeuren. Cipiers willen rust.
Maar, nogmaals, ik veroordeel elke vorm van geweld, maar men gaat de spiraal van geweld en stakingen niet kunnen doorbreken als men -de vakbonden in de eerste plaats- niet bereid is om ook in eigen boezem te kijken. Als er een gevangenishervorming komt -wat de Belgische staat en de Belgische politiek zou sieren- dan moet men het volledige pakket aanpakken. Dan moet men, zoals ik eerder al zei, van de 10 jaar opsluiting naar de 7 jaar gaan en dan moet men half open gevangenissen bouwen. Dat is niet moeilijk; je hoeft enkel een paar deuren weg te halen.”

{K]:   Geen celdeuren meer?  

A: “Ja, of celdeuren die op een bepaald moment van de avond gesloten worden. Leuven-Centraal is zo een gevangenis. Leuven-Centraal is een apart verhaal. Ondanks de positieve resultaten die er op menselijk vlak vaak geboekt worden, roept men daar al jaren om te verstrengen, om het opendeursysteem dat er in voege is, af te schaffen.
Wanneer men een studie maakt over gorilla Gust en dan tot het besluit komt dat Gust zich beter gaat voelen als men een spiegel in zijn kooi plaatst, dan komt die spiegel er. Over die spiegel is op politiek vlak nooit gediscussieerd, zelfs niet in het Antwerps stadsbestuur. Als het gaat over de behandeling van mensen, dan ineens gaat dit of dat niet.

Soms kom je tot de meest waanzinnige zaken: ik geef een voorbeeld. Een Braziliaan komt naar België met drugs op zak. Het was iemand uit het Amazonewoud die door het drugskartel werd gerekruteerd. Hij heeft gewoon geprobeerd om voor 10.000 dollar heen en weer naar Europa te reizen om hier drugs te importeren. Dat is het verhaal. De achtergrond van die man, onder meer dat hij uit een rieten hut in het Amazonewoud komt, was gekend en stond duidelijk in zijn dossier vermeld. De man wordt hier veroordeeld én moet ginder nog een vrouw en twee of drie kinderen onderhouden. Hij moest dus werken. In de gevangenis deed hij meerdere jobjes om toch maar het weinige geld dat hij ermee verdiende naar ginder te kunnen sturen. Na vier jaar komt hij in aanmerking om voorlopig vrijgelaten en gerepatrieerd te worden. Op dat ogenblik zegt de gevangenis ‘neen’. ‘Neen’, want de man in kwestie moest nog 18.000 Belgische frank betalen, wat in die tijd vrij veel geld was. Toen verdienden wij gemiddeld tussen de 3.000 en de 4.000 frank per maand. Dat bedrag werd op een rekening gestort, want in de gevangenis is er geen sprake van cash geld. Uiteindelijk is het geld voor de helft door hemzelf bijeengebracht en voor de andere helft door vrijwilligers buiten de gevangenis.
Men heeft dus iemand een jaar langer binnengehouden aan 6.000 frank per dag omdat hij 18.000 frank moest betalen. Ik denk dat je dat aan een redelijke mens niet uitgelegd krijgt. Het gaat hier dus om het principe, om de strafuitvoering.”

Het alternatief

{K]: Zie jij, onafgezien van die 7 jaar als maximumduur van opsluiting, een alternatief voor het gevangeniswezen?

A: “Wel, ik denk dat het niet slecht is voor bepaalde feiten mensen op een menselijke manier op te sluiten; dat is punt 1. Punt 2: er moet begeleiding komen; absoluut, absoluut!. Punt 3: er moet gespecialiseerde opleiding komen voor de mensen die er werken. Verder vind ik het experiment in Nieuw-Zeeland, waarover ik het daarstraks had, een goed systeem.

Op het maximum van 7 jaar geldt nochtans één grote uitzondering: personen waarvan onomstotelijk wordt vastgesteld dat ze voor 100 procent een constant gevaar voor de maatschappij vormen. Maar voor hen zou ik dan weer een aparte gevangenis bouwen. In Nederland heeft men dat gedaan. Als ik me niet vergis was dat op de Veluwe, temidden van het groen. Het concept is een soort kamp met kleine bungalows. De bewoners weten en berusten er ook in dat ze nooit meer gaan vrijkomen, maar ze hebben er een menselijk bestaan. Ze kunnen er tuinieren, gaan werken, en zo meer. Zo een project moet je in de eerste plaats uitbouwen voor de betrokken mensen zelf en in de tweede plaats ook voor de maatschappij. Verrechtsing, verzwaring van straf, is nooit de oplossing. Daar gaat ook geen grotere afschrikking vanuit. Of er nu 30, 40 of 50 jaar op staat, daardoor gaat geen moord meer of minder  gepleegd worden. Iedereen die een moord of een bankoverval plant, gaat ervan uit dat hij of zij niet betrapt wordt.”

{K]:Verhoging van de strafmaat leidt dus niet naar afname van de misdaad; hier speelt dus alleen de logica van de straf.

A: “Ja! Waarom is men bijvoorbeeld in Frankrijk met de publieke terechtstellingen gestopt? Omwille van het feit dat het publiek zich, omwille van de gruwelijkheid, in een aantal gevallen tegen de officiële instanties keerde; de guillotine werd eigenlijk uitgevonden om de terechtstelling ‘menselijker’ te laten verlopen. Daarvoor was het de ‘strop’. In een volgende fase hebben ze de terechtstelling binnen de muren gebracht. Uiteindelijk werd de doodstraf in de Europese landen afgeschaft. Dat is een enorme overwinning voor het humanisme. Maar dat gaat nog niet ver genoeg; het moet nog verder willen we -echt waar- als maatschappij recht in de spiegel kunnen kijken.

En ik weet uiteraard, daar ben ik me heel bewust van, dat iedereen zal zeggen: ‘ja, hoor hem eens praten, ‘t is een misdadiger’. Hoe komt het dat men nooit luistert naar ex-gedetineerden? Heel eenvoudig omwille van de cirkelredenering: ‘het is een misdadiger en het blijft een misdadiger’. Maar als we dat zo gaan beschouwen, hoe kunnen we dan ooit iets weten over wat daar gebeurt en over gewenste veranderingen? Als de maatschappij niet begint te praten met zijn ex-gedetineerden  en met hen naar oplossingen zoekt, zal er nooit iets ten gronde veranderen. Er is een Indiaanse spreuk die zegt: ‘veroordeel niemand vooraleer je in zijn voetstappen gestaan hebt’. Ik begrijp ook wel dat scepticisme van: ‘ja, nu gaat hij het nog eens komen uitleggen’. Maar dat is de enige manier om mensen bewust te maken van het feit dat ons penitentiair systeem grondig herbekeken moet worden. Vandaar dit interview, want ik spreek hierover voor de rest niet vaak.

Het gevaar in tijden van verrechtsing, is het feit dat men op een bepaald ogenblik voor een bagatel buitenproportionele straffen gaat opleggen. Dat riskeert een dynamiek op gang te brengen die eindigt met de herinvoering van de doodstraf. Ondertussen weet iedereen dat die zinloos en onomkeerbaar is. In de Verenigde Staten zijn al meerdere personen terechtgesteld, waarvan achteraf is gebleken dat ze onschuldig waren; en wie ga je dan in de gevangenis zetten? Want op de keper beschouwd, is dat ook moord! Maar ik heb het nog nooit gezien dat een persoon daarvoor achter de tralies ging. Dan heb je ineens een systeem tegenover het individu en dat systeem is gebaseerd op onderdrukking. Er zijn nog teveel terreinen waar die onderdrukking via concrete personen tot uiting komt. Ik denk hierbij aan de macht die men aan cipiers en andere personen geeft. Dat moet eruit. Dat moet eruit door opleiding, door sensibilisering.”

interview: Jan Soetewey

Dit artikel verscheen ook in {KENTERINGen]digit van september 2011, een themanummer over ‘gevangenis’. www.kenteringen.be
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!