Dutroux Marc
Nieuws, Samenleving, Politiek, België, Het land van de 1000 schandalen -

Dutroux Marc

De zaak-Dutroux, een zaak van ontvoerde, misbruikte en vermoorde kinderen, beroerde en beroert meer nog dan de onopgeloste Bende van Nijvel-moorden het grote publiek. Als geen ander hebben deze beide zaken het gebrekkige functioneren en zelfs het volledige falen van politie en justitie blootgelegd; telkens was en is er daarover grote publieke verontwaardiging.

woensdag 1 augustus 2012 21:14

De zaak-Dutroux barst los in augustus 1996. Op 9 augustus verdwijnt de veertienjarige Laetitia Delhez aan het zwembad van Bertrix in de provincie Luxemburg. De volgende dagen wordt er massaal gezocht door vrijwilligers, tevergeefs. Ook politie en justitie zitten niet stil. Een getuige heeft een verdachte bestelwagen opgemerkt en kan zich drie tekens herinneren. Die gegevens voeren naar Marc Dutroux.

Op 15 augustus wordt Laetitia Delhez bevrijd uit een huis in Marcinelle, een deelgemeente van Charleroi. Ze verblijft in een speciaal gebouwde kerker in de kelder. Verbazing alom als men daar ook Sabine Dardenne aantreft, een dertienjarig meisje dat op 28 mei is verdwenen in Kain (Doornik). Justitie arresteert drie verdachten: Marc Dutroux, z’n vrouw Michèle Martin en Michel Lelièvre. Dutroux en Lelièvre bekennen de ontvoering van de meisjes.

De volgende dag blijkt dat het echtpaar Dutroux geen onbeschreven blad is. Op 26 april 1989 veroordeelde het hof van beroep van Bergen Marc Dutroux tot dertien en een half jaar cel wegens verkrachting van minderjarige meisjes. Z’n vrouw Michèle Martin kreeg vijf jaar. Op 8 april 1992 kwam Dutroux vervroegd vrij, een beslissing – getekend door minister van Justitie Wathelet – die voor veel verontwaardiging zorgt.

Ook op 16 augustus is er een nieuwe aanhouding, van de Brusselse zakenman Jean-Michel Nihoul, iemand die meer dan eens met het gerecht in aanraking kwam. Verder zijn er nog talrijke huiszoekingen, onder andere in Sars-la-Buissière (Lobbes) niet ver van Thuin.

De zaak-Dutroux breidt nog fors uit op 17 augustus ‘avonds. Graafwerken in de tuin van een huis van Marc Dutroux in Sars-la-Buissière leiden tot de ontdekking van de lijkjes van Julie Lejeune en Melissa Russo. Op 24 juni 1995 waren de toen achtjarige meisjes ontvoerd in Grâce-Hollogne.

De tuin in Sars-la-Buissière geeft diezelfde avond nog een derde lijk prijs, dat van Bernard Weinstein, een medeplichtige van Marc Dutroux. Weinstein is al vermist sinds november 1995 en woonde in Jumet.

Een nieuwe wending op 18 augustus. Dutroux en Lelièvre bekennen de ontvoering van An Marchal en Eefje Lambrecks. Zij verdwenen aan de kust op 22 augustus 1995 en waren dan negentien en zeventien jaar oud.

De ouders van Julie en Melissa klagen publiek over de volgens hen schandalige werking van het Luikse gerecht die ze meer dan een jaar hebben ervaren. Duizenden mensen groeten de stoffelijke overschotten van de ontvoerde en vermoorde meisjes. Op 22 augustus worden ze begraven onder massale belangstelling, de televisie brengt de plechtigheid rechtstreeks.

De dag van de begrafenis verklaart minister van Justitie De Clerck dat rijkswacht en gerecht elkaar tegenspreken over hoe het onderzoek is gelopen. Hij belooft een onderzoek over dat onderzoek.

Ook nog die dag volgt een nieuwe aanhouding, die van Mikhail Diakostavrianos, een kennis van Dutroux; hij handelt in tweedehandswagens en autobanden. En op 23 augustus is het de beurt van Claude Thirault om achter de tralies te belanden. Beiden worden beschuldigd van bendevorming. Eind september zal Thirault vrijkomen.

Nog is het niet gedaan met de aanhoudingen in de zaak-Dutroux. Op 25 augustus zijn er drie: inspecteur Georges Zicot van de gerechtelijke politie in Charleroi, verzekeringsdeskundige Thierry Dehaan en schroothandelaar Gerard Pinon. Ze zouden vooral te maken hebben met autodiefstallen waarmee ook Dutroux zich bezig houdt. Pierre Rochow, zoon van een andere schroothandelaar, ziet zich opgepakt op 26 augustus, hij is de tiende gearresteerde.

De ministerraad keurt op 30 augustus een voorontwerp goed om de wet-Lejeune aan te passen. Het voorziet dat voortaan een college van magistraten zich moet uitspreken over voorwaardelijke invrijheidsstellingen. De begeleidingsdossiers van achtduizend voorwaardelijk vrije delinquenten zullen opnieuw worden bekeken en in de juridische procedure komt meer aandacht voor slachtoffers en hun familie.

Wat velen vrezen blijkt ook de waarheid te zijn: op 3 september 1996 worden in Jumet (Charleroi), in de loods van de woning van Bernard Weinstein, de stoffelijke overschotten opgegraven van An Marchal en Eefje Lambrecks. Ze worden begraven op 7 september, alweer onder massale belanstelling en met een rechtstreekse televisie-uitzending.

Onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte wil weten of Dutroux bescherming heeft genoten en laat op 9 september tal van huiszoekingen doen in kringen van de gerechtelijke politie van Charleroi. Drieëntwintig mensen worden opgepakt en ondervraagd.

Intussen ontvangt koning Albert van 5 tot 9 september heel wat ouders van verdwenen kinderen. Op 10 september eist hij in een ongewone en volgens sommigen zelfs ongrondwettelijke verklaring volledige klaarheid in de zaak van de verdwenen kinderen.

Thierry Dehaan komt op vrije voeten op 12 september.

Op 17 september stellen de ouders van de op 5 augustus 1992 in Elsene verdwenen Loubna Benaïssa zich burgerlijke partij in Neufchâteau. Ze rekenen erop dat het onderzoek daar in goede handen is want het parket van Brussel vertrouwen ze niet meer (zie verder Benaïssa Loubna).

De Kamer komt op 19 september vervroegd samen over de zaak-Dutroux alsook over de zaak-Cools. Eerste minister Dehaene zegt dat fouten zullen worden bestraft. Minister van Justitie De Clerck citeert beperkt uit de door hem gevraagde rapporten van de procureurs-generaal Thily en Velu over het gevoerde onderzoek: de rijkswacht heeft informatie over Dutroux niet doorgegeven aan het Luikse parket en dat was nefast voor het onderzoek. De rijkwacht is het niet eens met die kritiek en wil gehoord worden door de commissie justitie van de Kamer.

Op 21 september neemt procureur des konings Michel Bourlet van Neufchâteau de verdediging op van de rijkswacht en hij blijft erbij dat Marc Dutroux bescherming zou kunnen genoten hebben bij het parket van Charleroi. Diezelfde dag woedt de politie-oorlog nog wat heviger als Paul Van Keer, de voorzitter van het Nationaal Syndicaat van het Rijkswachtpersoneel, uithaalt naar de gerechtelijke politie en de magistratuur en waarschuwt “met argusogen de afhandeling van de verslagen Thily en Velu te volgen en indien zou blijken dat deze verslagen het alibi moeten zijn om het establishment te redden, dan zullen wij onze dossiers openen”. Politici reageren boos. De volgende dag wil het Algemeen Syndicaat voor de Vooruitgang van het Rijkswachtpersoneel de erkenning van Van Keers vakbond ingetrokken zien.

Nog een dag later, we zijn dan 23 september, beschuldigt het gemeenschappelijk vakbondsfront van de gerechtelijke politie voluit de rijkswacht. Die zou achter de rug van de bevoegde Luikse onderzoeksrechter Doutrewe een eigen onderzoek hebben gevoerd naar Julie en Melissa. De Syndicale Federatie van de Belgische Rijkswacht verwijt Thily en Velu dan weer te vlug de zwarte piet te willen doorspelen naar de rijkswacht en geen oog te hebben voor de zwakheden en fouten van de magistratuur.

Op 24 september is er toch nog tijd voor een nieuwe aanhouding. Ditmaal is het Marleen De Cokere. Zij is de levensgezellin van Michel Nihoul en wordt beschuldigd van bendevorming en handel in verdovende middelen. Marc Dutroux wordt diezelfde dag officieel beschuldigd van de moord op Bernard Weinstein.

Marleen De Cokere komt al vrij op 27 september, ook Claude Thirault, Gerard Pinon en Georges Zicot mogen die dag de gevangenis verlaten.

Intussen heeft het land niet enkel gerouwd om de dood van de ontvoerde meisjes, het land heeft ook geprotesteerd. Twee miljoen zevenhonderdduizend burgers tekenen een petitie, ze vragen dat wie zware misdaden pleegt steeds de volledige straf uitzit.

In de eerste helft van oktober onderzoeken speurders op aanwijzingen van Dutroux een tunnel van de Saint-Louismijn in Jumet. Ze vinden echter niets.

Op 8 oktober 1996 raakt bekend dat procureur-generaal Eliane Liekendael van het hof van cassatie het dossier Dutroux wil afnemen van onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte. Hij was namelijk aanwezig op een spaghetti-feestje waar ook de twee teruggevonden meisjes Sabine en Laetitia waren en zou zo de schijn van partijdigheid hebben gewekt.

In Antwerpen, Hasselt, Brussel en Neufchâteau gaan op 13 oktober de eerste betogers de straat op om hun steun te betuigen aan Connerotte en Bourlet. Ze zijn met zowat zevenduizendvijfhonderd. Maar het hof van cassatie laat zich niet beïnvloeden en velt op 14 oktober het zogenaamde ‘spaghetti-arrest’: het dossier Dutroux blijft wel in Neufchâteau maar wordt onttrokken aan Connerotte. Jacques Langlois erft het onderzoek. Buiten het justitiepaleis zijn er honderden kwade mensen. Vanop de trappen maant Nabela Benaïssa, zus van Loubna, hen aan tot kalmte. In Antwerpen zijn er spontane betogingen bij het justitiepaleis. Een week lang zijn er betogingen, stakingen en bezettingen in zowat het hele land. Opvallend is het grote protest van arbeiders en scholieren.

Terwijl de bevolking haar onbegrip over het spaghetti-arrest blijft tonen, treffen op 18 oktober koning en koningin de ouders van de ontvoerde en vermoorde kinderen op een rondetafelconferentie op het paleis. De koning eist volledige klaarheid en wijst erop dat de staat gefaald heeft in een hoofdopdracht, namelijk de veiligheid van z’n burgers waarborgen, en verder dat in de contacten met de families van de slachtoffers weinig menselijkheid aan de dag is gelegd.

Op 20 oktober dagen zowat driehonderdduizend betogers op voor de Witte Mars, na de anti-rakettenbetoging van 23 oktober 1983 wellicht de grootste betoging in de Belgische geschiedenis, en met opvallend veel mensen die voor het eerst in hun leven betogen. Deze betoging is anders, want er is geen of amper organisatie en er is geen platformtekst. Toch lijkt het er op dat dit ook en vooral een politieke betoging is, van burgers die hun vertrouwen in de rechtstaat zwaar geschonden zien en verantwoording vragen van gerecht en politiek, in de eerste plaats over wat met de kinderen is gebeurd. Maar deze betoging vraag meer, vraagt dat gerecht en politiek in het algemeen beter en properder zouden functioneren.

Eerste minister Dehaene ontvangt de ouders tijdens de Witte Mars en doet enkele beloftes, dat het onderzoek niet zal gehinderd worden, dat er een centrum voor verdwenen kinderen komt, dat het slachtoffer meer rechten krijgt en dat de politici zich niet langer zullen moeien met de bevorderingen in de magistratuur; voor dat laatste zal o.a. artikel honderdeenenvijftig van de grondwet worden gewijzigd. Enkele dagen later achten Kamer en Senaat de benoeming van zes staatsraden en een lid van het arbitragehof weinig opportuun; ze stellen hun beslissing uit.

Terwijl het protest tegen het spaghetti-arrest nog voortduurt krijgt onderzoeksrechter Jacques Langlois op 23 oktober versterking van rechter Dominique Gérard voor de pedofiliedossiers.

Eind oktober raakt bekend dat drie weken tevoren een kroongetuige in ‘een belangrijk onderzoek naar pedofiele netwerken’ twee keer het slachtoffer is geworden van een aanslag. Ze overleefde de aanslagen. In diezelfde periode was ook Marie-France Botte, de bekende bestrijdster van kindermisbruik, overvallen door een man die haar wilde wurgen.

Op 13 november 1996 gaan de ouders van Julie, Melissa, Loubna en An dan toch in verzet tegen het ‘spaghetti-arrest’. Zij willen onderzoeksrechter Connerotte terug in het onderzoek. Twee dagen later eisen de ouders van Julie en Melissa het ontslag van minister van Binnenlandse Zaken Johan Vande Lanotte, wat hij weigert met als argument dat Justitie bevoegd is voor het gerechtelijk optreden van de rijkswacht.

Het hof van cassatie verwerpt op 11 december het beroep tegen het spaghetti-arrest.

Vanaf 13 december is er weer waarneembare activiteit. De speurders hernemen hun zoektocht op het terrein van de Saint-Louismijn in Jumet. Al vlug is duidelijk dat deze graafwerken niet zijn gebaseerd op verklaringen van Marc Dutroux en z’n kompanen.

Op 3 januari 1997 steken onbekenden de woning van de door Dutroux vermoorde Bernard Weinstein in brand; het is daar dat An en Eefje waren begraven.

Even later, op 8 januari, verglijdt de aandacht naar de satanische sekte Abrasax. Het parket van Neufchâteau onderzoekt of politiemensen van Charleroi lid zijn van deze sekte en of er een verband is tussen Abrasax en de activiteiten van Dutroux en z’n bende. De volgende dag zijn er wel zestig huiszoekingen om pedofiel pornografisch materiaal op te sporen. Er is één arrestatie waarbij ook veel videocassettes en cd-roms en camera’s in beslag worden genomen.

Op 31 januari 1997 is Marc Dutroux ook beschuldigd van de moord op An en Eefje en van de verkrachting van Sabine Dardenne en Laetitia Delhez. Tevoren was hij beschuldigd van de moord op Bernard Weinstein en van de ontvoering en opsluiting van Sabine en Laetitia.

Dezelfde dag krijgt procureur-generaal Georges Demanet van Bergen op z’n eigen verzoek eervol vervroegd pensioen van de minister van Justitie Stefaan De Clerck. Het is een omstreden beslissing want begin december 1996 startte de minister een tuchtprocedure tegen Demanet die nu komt te vervallen. Demanet was in opspraak gekomen in de zaak-Dutroux, het Bende van Nijvel-dossier en z’n zoon Philippe is verwikkeld in een oplichtingszaak.

Begin februari verdenkt onderzoeksrechter Etienne Marique Luikse rijkswachters van het achterhouden van dokumenten over de schaduwoperatie ‘Othello’. Hij zoekt naar kluizen van de betrokkenen en laat de gerechtelijke politie huiszoekingen doen bij de BOB van Charleroi, Seraing en Grâce-Hollogne.

Op 8 februari lekt de inhoud uit van een brief die de Luikse procureur-generaal Anne Thily op 20 januari aan minister De Clerck heeft geschreven. Volgens haar heeft onderzoeksrechter Martine Doutrewe niet behoorlijk gewerkt in de verdwijningszaak van Julie en Melissa. Tevens vermeldt ze dat Doutrewe het onderzoek heeft afgeremd naar een fraudezaak waarin haar echtgenoot is verwikkeld.(zie verder Comuele en Doutrewe Martine) Twee dagen later meldt het Luikse gerecht dat Doutrewe met ziekteverlof is. Die mededeling kan eerst maar op weinig begrip rekenen, later blijkt dat Doutrewe al van voor de ontvoering van Julie en Melissa aan kanker lijdt.

Half februari willen de speurders een beroep doen op een medium om de zoektocht in Jumet vooruit te helpen, een belissing die nogal wat negatieve reacties uitlokt.

Begin mei is er nu al maandenlang gezocht in Jumet, op 5 mei 1997 vindt daar een confrontatie plaats van drie pedofielen, Guy Focant, Jean-Paul Raemaekers en nog iemand die met hen in dezelfde cel zat in de gevangenis van Namen. Want al dat werk is verricht op basis van hun verklaringen over slachtoffers van pedefolienetwerken die zouden begraven zijn in Jumet. De vrees groeit dat zij de speurders hebben misleid, dat hier een dwaalspoor is gecreëerd dat de onderzoekers al die tijd heeft bezig gehouden. En er wordt op gewezen dat het commissaris Marnette is die Raemaekers als ‘spijtoptant’, als ‘kroongetuige’ heeft aangebracht, dezelfde Marnette die niet lang daarvoor is geschorst omdat hij op dubieuze wijze een getuigenis zou hebben geproduceerd die vice-premier Di Rupo in opspraak bracht.
Eind mei worden de graafwerken in Jumet definitief stopgezet; blijkbaar oordelen de speurders dat het inderdaad om een dwaalspoor gaat maar ze wijzen erop dat “ze dat onmogelijk naast zich konden neerleggen”.

Ook in mei neemt commissaris Eddy Suys van de gerechtelijke politie ontslag als hoofd van de cel bij de nationale brigade die zich toelegt op het onderzoek inzake Michel Nihoul. Hij klaagt al maanden dat hij van z’n oversten onvoldoende mensen en middelen krijgt om z’n onderzoek ernstig te kunnen voeren. Ook anderen keren deze onderzoekscel de rug toe zodat deze in feite niet meer functioneert. De leiding over het onderzoek naar Nihoul belandt bij commissaris Yves Zimmer die vroeger in Brussel werkte maar nu in Neufchâteau. Half juni duiken er in de pers vragen op over z’n integriteit.

Half juni 1997 raakt bekend dat de families Russo, Lejeune, Marchal en Benaïssa in beroep gaan tegen het spaghetti-arrest bij het Europees hof voor de rechten van de mens in Straatsburg. Het hof van cassatie heeft immers noch de ouders noch de onderzoeksrechter gehoord en dus zijn die partijen benadeeld, is hun argumentatie.

Op 24 juni 1997, twee jaar na de verdwijning van Julie en Melissa, houdt de witte beweging een protesactie waarbij een opgestoken paraplu als symbool dient. Politiek en gerecht hebben volgens de witte comités onvoldoende gereageerd op de witte mars van oktober 1996.

Eind juni weet De Morgen te melden dat de drie leden van de Vlaamse familie die Michel Nihoul herkende in Bertrix op de dag dat daar Laetitia Delhez werd ontvoerd altijd bij die verklaringen zijn gebleven. De berichten over de intrekking ervan zijn dus onjuist en misbruikt door de verdediging van Nihoul.

Half juli 1997 komt Michael Diakostavrianos vrij; hij zat al bijna elf maanden vast op beschuldiging van bendevorming, ontvoering en moord. Die beschuldigingen blijven.

Op 19 juli verklaart commissaris Eddy Suys van de gerechtelijke politie dat hij werd weggepest uit het onderzoek naar Michel Nihoul en daarmee belanden we volop in het aspect bescherming waarmee de commissie-Dutroux op dat ogenblik nog volop worstelt.

De beschuldigingen tegen Marc Dutroux en z’n handlangers zullen grotendeels wel hard kunnen worden gemaakt. Maar of het onderzoek ook zal doorstoten naar Michel Nihoul en een sterk dossier opleveren, dat valt nog te bezien. En als dat niet is, rijst de vraag waarom: omdat er hem weinig of niets te verwijten valt of omdat het onderzoek niet ernstig is gevoerd? niet kon of niet mocht ernstig worden gevoerd? Er zijn minstens aanwijzingen dat die laatste mogelijkheid niet mag worden uitgesloten: gebrek aan middelen, een weggepeste onderzoeker, wellicht ook dwaalsporen zoals dat van Jumet en de affaire-Di Rupo maar ook andere…

(zie ook Albert II, Benaïssa Loubna, Demanet Georges, Doutrewe Martine, Dutroux-commissie, justitie-hervormingen, Liekendael Eliane, pers en gerecht, politiediensten-hervormingen, Poncelet Simon, roze balletten, wet-Lejeune)

uit het boek Barrez Dirk, Het land van de 1000 schandalen. Encyclopedie van een kwarteeuw affaires, Globe, 1997, 384 p. (geactualiseerde franstalige versie in 1998)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!