Verslag, Nieuws, Cultuur, Lokaal, Bonga, Rebita-muziek -

De climax van de Sfinks clubtent: Bonga en zijn conga

De Angolees Bonga lokte veel dansers naar de anders eerder rustige clubtent. Sober maar indringend en bij wijlen grappig, zette Bonga een schitterende set neer, met een nooit geziene apotheose. De muziek die hij brengt is zeer dansbaar maar de thema's die erin aangehaald worden, zijn vaak een aanklacht tegen onrecht, armoede en corruptie.

dinsdag 31 juli 2012 15:40

Bonga Kwenda (José Adelino Barceló de Carvalho) startte zijn zang-loopbaan in Luanda al op zijn vijftiende, met de groep Kissueia, waarbij hij in zijn muziek de onderdrukking van de Angolezen door hun kolonisators, aankloeg. Zijn atletische kwaliteiten brachten hem naar Portugal. Na zes jaar stopte hij ermee om zijn volle aandacht te geven aan muziek. Weldra werd hij populair in Portugal en in zijn geboorteland, nog meer na de ‘anjerrevolutie’ van 1974, waarbij ook Portugal opeens wel voorstander was van de onafhakelijkheid van Angola.

Bonga gebruikte zijn faam als atleet om als brug te dienen tussen lotgenoten in Portugal en de patriotten in Angola. Toch werd door zijn uitgesproken stellingname voor de onafhankelijkheid van Angola, als militant lid van de MPLA (Movimento Popular de Libertação de Angola, de Volksbeweging voor de Bevrijding van Angola) de grond hem te heet onder de voeten in Portugal en vluchtte hij naar Louvain-la-Neuve. Zijn Angolese vrienden brachten hem in contact met een producent en spoedig maakte hij zijn eerste album Angola 72 in een Hilversumse studio. De gevoelige inhoud van de liedjes leverde hem meteen een Angolees arrestatiebevel op. Hij verbleef nooit lang in een land en resideerde in België en zijn buurlanden.

Toen Angola eindelijk onafhankelijk werd, vestigde Bonga zich in Lissabon. De onafhankelijkheid leidde tot corruptie en ethnische conficten; weer een reden om zijn verontwaardiging in muziek om te zetten. Hij won er een onsterfelijke populariteit mee bij de Angolezen. Op dit moment pendelt hij tussen Portugal en Angola, waar hij een huisje liet bouwen. Hij ziet het land veranderen, maar ook hoe de rijkdom, die de bodemschatten opbrengen, zeer ongelijk verdeeld wordt onder de bevolking.

Veel van zijn muziek is geïnspireerd door de traditionele Angolese rebita-muziek. Vermits zijn vader dit genre op accordeon speelde, was het Bonga met de paplepel ingegoten. Verder zijn de semba, verwant met de Braziliaanse samba en de Kaapverdische morna, zeer van invloed geweest op zijn eigen werk. Dat maakt dat zijn muziek zowel zeer dansbaar kan zijn als zacht klagend. De vergelijking met Kaapverdische artiesten als Tito Paris en Cesaria Evora is dan ook op haar plaats.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!