Opinie, Nieuws, België, Dossier seksisme, Dossier:seksisme -

Seksisme in Brussel: Law & Order herstellen

De première van Sofie Peeters’ reportage is nog geen 24 uur geleden maar heeft intussen al veel inkt doen vloeien. Of het iets meer zal worden dan een politieke en mediastorm in een glas water die deze zomerse komkommertijden moet opvullen, zal nog moeten blijken. De spierballen zijn intussen al gerold, en straffe uitspraken over de nood aan aanpak werden tevens gemaakt.

vrijdag 27 juli 2012 18:35

Het is echter belangrijk om – los van de media-hetze rond deze reportage (waartoe deze tekst onvermijdelijk ook bijdraagt) – toch even stil te staan bij dit voorval, evenals bij de elementen die het aanbrengt. Want meer dan enkel een reportage te zijn over een vrouw die lastiggevallen wordt in een bepaalde wijk van Brussel, illustreert de controverse rond het werk van Sofie Peeters ook vooral de wijze waarop seksisme wordt ingezet in de strijd om de controle over verloederde buurten (en diens gekleurde bewoners).

Dit gebeurt ten eerste door het gemakkelijk amalgaam dat wordt gecreëerd tussen het seksisme in de publieke ruimte en de Arabische man. Zo’n amalgaam gaat voorbij aan het feit dat Arabische mannen geen patent hebben op seksisme, en dat het niet enkel witte vrouwen zijn die hier last van hebben. Iets wat de reportage van Sofie Peeters trouwens ook op een verdienstelijke wijze aantoont door vrouwen die tot een etnische minderheidsgroep behoren (waarvan één zelfs mét hoofddoek!) in beeld te brengen over gelijkaardige ervaringen, en door stil te staan bij de vaststelling dat onze maatschappij doorspekt is van seksisitische clichés.

Wat echter zo’n amalgaam ook vooral doet, is de Arabische man als belangrijkste vertegenwoordiger zien van het onheil van onze samenleving.  Nacira Guenif en Eric Macé gaven het in hun toonaangevend ‘Garçon Arabe’ reeds aan: net als de gesluierde vrouw, vertegenwoordigt de Arabische man de gevaarlijke uitdager, die de sociale orde verstoort en dringend moet worden getemd. De dreigende woorden van de verschillende commentatoren (die gemakshalve deze flirtende mannen ook nog eens vereenzelvigden met het salafisme) spreekt hierbij boekendelen.

De wijze waarop het seksisme hier wordt ingezet is echter niet onschuldig, maar lijkt ook te passen in een bredere uithaal naar de buurt waarin het plaatsvindt. De wijk waar de incidenten werden gefilmd is immers niet aan haar proefstuk toe, maar is het toneel van eerdere incidenten (waaronder enkelen van homofobe aard). Strategisch gelegen tussen het Zuidstation en het hartje van Brussel, deze wijk – die een van de hoogste armoede en werkloosheidscijfers van de stad telt – herbergt tevens een ‘point de passage’ voor de vele dagjestoeristen en pendelaars die zich tussen deze twee locaties begeven. 

Het is bovendien ook een buurt vol potentieel voor jonge aspirant Brusselaars of jonge tweeverdieners die op zoek gaan naar betaalbare woningen. Er werden dan ook reeds verschillende pogingen ondernomen om de buurt een ‘nieuwe impuls’ te geven, die tot dusver echter tevergeefs waren. De verwoede pogingen om de Anneessens wijk te ‘temmen’ worden eens te meer geïllustreerd doorheen Peeters’ reportage, waarin ze aangeeft het niet te willen ‘opgeven’, wat in haar woorden betekent: verhuizen.

De frustratie die de getuigenis van Sofie Peeters losmaakt bij de (overwegend) mannelijke commentatoren is daarom ook vooral een weerspiegeling van de frustratie van een middenklasse over de onmogelijkheid een arme, verpauperde – en in dit geval: multiculturele – wijk te controleren. De Anneessenswijk vertegenwoordigt immers in vele opzichten het schrikbeeld van Brussel (wat tevens zelf het schrikbeeld is van Vlaanderen). Het is vuil, overbevolkt, arm, met een te hoge concentratie aan migranten en nutteloze mannen (wegens werkloos) die de enige macht die ze nog hebben met verve trachten uit te oefenen: hun mannelijkheid (of althans: een bepaalde visie daarop).

De verschillende reacties op Sofie Peeters stuk zijn dan ook een aanleiding om die frustratie over de ‘ongecontroleerde zones’ te kanaliseren. Ongecontroleerd betekent hier dan ook: zones waarin de (witte) middenklasse zich niet thuis voelt.

Wat echter verloren gaat in deze storm aan reacties, zijn de volgende vaststellingen.

Ten eerste, dat het enige seksisme dat een maatschappelijke verontwaardiging waard lijkt te zijn, het seksisme is van zwarte of Arabische mannen jegens witte vrouwen. De talloze gevallen van witte, zwarte of Arabische vrouwen die dagelijks het slachtoffer zijn van andere vormen van seksisme (ook door witte mannen), halen nauwelijks de pers (dankzij DeWereldMorgen.be worden we echter nog wel herinnerd aan een incident in één van de tempels van onze democratie: het federaal parlement). Om nog maar te zwijgen over het seksisme en racisme dat gesluierde moslima’s viseert, en in naam van hun ’emancipatie’ door velen wordt verdedigd. Of nog het seksisme en racisme dat de Arabische mannen viseert in het uitgaansleven (want Arabische mannen zijn gewelddadig, nietwaar?).

Ten tweede, dat de zogenaamde ‘no-go’ zones vooral een symptoom zijn van een stad met verschillende snelheden, die op een zeer kleine oppervlakte naast elkaar bestaan. Het is geen toeval dat de Anneessens-wijk het voorwerp van verschillende incidenten is (geweest). De hippe burgertent Houtsiplou, één van de populairste trefpunten voor Brusselse bobo’s op het Place Rouppe, ligt op enkele meters afstand van tal van Halal restaurants en ‘mannencafé’s’. Maar tussen die enkele meters loopt een onzichtbare barrière die deze werelden van elkaar gescheiden houdt. Werelden die in andere delen van de stad door een geografische afstand worden gekenmerkt (inwoners van Ukkel komen zelden in Sint-Jans-Molenbeek), maar die in vele delen van Brussels – en de Anneessenswijk in het bijzonder – naast elkaar, en in elkaar, bestaan. Werelden die, hoewel ze economisch en sociaal steeds verder uit elkaar groeien, geografisch alsmaar meer in elkaar verstrengeld geraken.

Dit is de huidige staat van Brussel (en onze multiculturele samenleving) vandaag. Een dualiteit die fascineert en ons voor een reeks uitdagingen plaats. Maar de straffe uitspraken die op dit moment vallen voorspellen weinig goeds. Omdat vorige pogingen om bepaalde gegeerde wijken van Brusselse te temmen, vooral tot de verdrijving van diens armere bevolking leidde. In de Noordwijk is het alvast deels gelukt.  Enkele delen van de Zuidwijk lijken hetzelfde lot beschoren. Staat de Anneessenswijk als volgende op de lijst, ditmaal in naam van de emancipatie van de vrouw?

Nadia Fadil is onderzoekster aan de KULeuven en bestuurslid van Ella, kenniscentrum gender & etniciteit

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!