Track en het spook van Lumumba

vrijdag 20 juli 2012 20:27

Op de Gentse kunsthappening Track is er minstens één politiek werk te zien: de installatie van Sven Augustijnen in het Citadelpark. Hij plaatste een Congolese fiets met houtskool op het bagagerek naast het ‘Moorken’, een zwart beeld uit 1888, de periode toen Congo nog het private wingewest was van Leopold II. Het ‘Moorken’ verbeeldt de jonge Afrikaanse Sakala die door pionier Lieven Van de Velde in 1884 als attractie mee naar België werd gebracht. De fiets verwijst naar Augustijnens film Spectres (2011), waaruit blijkt dat de boom waartegen Patrice Lumumba – de eerste democratisch verkozen Eerste Minister van onafhankelijk Congo – werd geëxecuteerd, al dan niet opzettelijk is verwijderd. De lokale bevolking zou hem hebben gekapt om er houtskool van te maken. Deze installatie figureert dus als een spookmomument omdat elke materiële herinnering aan Lumumba doorheen de jaren is verdwenen.

Tijdens Track werd Spectres ook vertoond en aansluitend volgde een debat met Gentse academici. De politieke dimensie van deze film bleef hier opmerkelijk genoeg onbehandeld, in die mate dat de kunstenaar als afsluiter zelf de verwijzing naar het boek Spectres de Marx van Jacques Derrida moest maken. Prof. Johan Lagae, Congo specialist en tevens moderator van dienst, bestond het zelfs om tijdens het debat een boompje op te zetten over het feit dat het van belang is dat ‘wij’ nu eindelijk eens voorbij Lumumba geraken, dat de schuldvraag die ons als een spook achtervolgt een degelijke historische studie verhindert. Vanuit academisch perspectief zijn daar wellicht argumenten voor te geven. Maar dat neemt niet weg dat het wezen van dit kunstwerk, toch het onderwerp van deze bijeenkomst, daardoor radicaal werd miskend. Bovendien meldde de media begin juli nog dat de drie zonen van Lumumba er eindelijk in geslaagd zijn om op basis van de genocidewet uit 1993 een elftal Belgen aan te klagen voor de moord op hun vader. Tenminste, volgens de substituut van het federaal parket zou ons gerecht dan toch bevoegd zijn om deze strafklacht te behandelen. Jacques Brassinne, het hoofdpersonage uit Spectres, is één van de beklaagden. 

Dit cruciale hoofdstuk verdrongen vaderlandse geschiedenis blijft ons blijkbaar achtervolgen tot in Track Gent als een onverwerkt koloniaal trauma, ook al was Spectres intussen al op Canvas te zien. Een goede reden dus om hier, tevens ter ere van de nationale feestdag,  eens op het verhaal van dit kunstwerk in te gaan. De film en de omkaderende tentoonstelling in Wiels gingen vorig jaar, een jaar na de viering van 50 jaar Congolese onafhankelijkheid, in première tijdens het Kunstenfestivaldesarts. Deze artistieke setting bood Augustijnen een vrijplaats om het ambigue feestgewoel in een achteraf van een kritische finale voorzien.

Spectres: de film

Speciaal aan Spectres is namelijk dat dit documentair filmessay werkt als een waarheidsmachine die de morele medeplichtigheid die heel wat Belgische edellieden tot op vandaag de dag dragen, empirisch weet vast te leggen. De film is nochtans opvallend klassiek opgevat. Zoals de begeleidende tekst aangeeft, is de verhaallijn opgebouwd als een omzwerving. Het hoofdpersonage is ridder Jacques Brassinne de La Buissière, een voormalige hoge functionaris en belangrijke acteur in de politiek-humanitaire thriller die zich afspeelde tussen de beslissing van de overhaaste dekolonisatie, de overdracht van de macht en de daarop volgende conflicten en ongeregeldheden, tot de gevangenneming en executie van Lumumba op 17 januari 1961. Brassinne treedt tegelijkertijd op als gids, commentator, betrokken partij en symboolfiguur die in de film wordt gevolgd langs een aantal cruciale historische plaatsen en symbolische ontmoetingen. Augustijnen zit de protagonist op de huid maar blijft wel zwijgzaam achter de camera. Op goed gekozen momenten geeft hij rake commentaar via de codes van het medium: beweging, focus, timing, muziek en tussentekst.

Met een titel als Spectres is de kijker op voorhand al gewaarschuwd. Spectres betekent immers niet alleen ‘spook’ maar ook ‘optische illusie’. De titel geeft aan dat we niet zullen zien wat we zien. Het lijkt alsof het hoofdpersonage alleen maar zijn interpretatie van de moord tracht uiteen te zetten, maar ondertussen ontdekt de kijker hoe er een verborgen verhaal in beeld komt. Augustijnen hanteerde eenzelfde documentaire strategie ook in zijn vroeger werk. In zijn Le Guide du Parc (2001) bijvoorbeeld, volgt hij een verteller die ons door het Parc Royal gidst, gelegen tussen het federaal parlement van België en het koninklijk paleis in Brussel. In deze sympathieke rondleiding met historische uitwijdingen en lokale anekdotiek wordt bewust wat rond het feit heen gepraat dat dit park ook een notoire maar verdoken ontmoetingsplek is voor de Brusselse homoscène. Het gedrag van de passanten op de achtergrond brengt deze sociale functie nochtans duidelijk in beeld. Net doordat dit clandestiene verhaal door onze gids gemeden wordt, kan de kijker er niet langer naast kijken. Ook in Spectres zet Augustijnen de kijker aan om het plot zelf te ontrafelen en te ontdekken hoe de personages zich laten strikken voor de camera. Hoe dat in zijn werk gaat, wordt duidelijk vanaf de eerste scène.

Edellieden onder elkaar

De film opent met een ontnuchterend zondags bezoek aan het domein van graaf Arnoud d’Aspremont Lynden. De uitermate clichématige en zelfs clowneske presentatie van wat doorgaans met het aristocratie wordt geassocieerd – kasteel, jachthond, dienster, obligate geplooide gele broek, geruite Burlington kousen, etc.– doen even vermoeden dat deze ontmoeting geënsceneerd is. Maar het blijkt toch de familie zelf te zijn, die blijkbaar met veel nostalgie vasthoudt aan een vergane tijd van zelfgenoegzaamheid en intussen de traditie ijverig imiteert. Zijn dit misschien de spoken waar de film over zal gaan? De vader van graaf Arnoud, graaf Harold Charles d’Aspremont Lynden was begin jaren 1960 de Belgische minister van Afrikaanse Zaken en schreef in een van zijn telexen voorafgaand aan Lumumba’s lot: “het na te streven hoofddoel in het belang van Congo, van Katanga en van België is vanzelfsprekend de definitieve eliminatie van Lumumba (…) Bartelous zal er over praten met Tshombe”.

Deze telex is ook de aanleiding van ons bezoek. Voor de ‘apero’ en de lunch wil Brassinne samen met zoon Arnoud even uitleggen dat wij deze telex toch in de juiste context moeten begrijpen. Hoewel zij speciaal de moeite nemen om af te spreken en voor de camera te getuigen doen zij hun uiterste best om luchtig en goedlachs over de affaire te keuvelen, alsof het allemaal niet veel voorstelt. Hoewel Brassinne in een documentaire van Raoul Peck (1992) de term ‘eliminatie’ duidelijk als iets fysieks opvatte, benadrukt ook hij nu dat de telex natuurlijk alleen maar een ‘politieke’ eliminatie bedoelde. Het zouden de Congolezen geweest zijn die overeenkomstig hun Bantu-gewoontes met Lumumba hebben afgerekend. Een fatsoenlijke Westerling zou zoiets toch niet doen? De gebruiken van andere culturen, zo lijkt het er in dit gesprek wel aan toe te gaan, daar mogen wij natuurlijk niet zomaar over oordelen. Kortom, in deze hulpeloze poging tot desinformatie en weerlegging is de impliciete bekentenis van morele medeverantwoordelijkheid verbijsterend. De kijker stelt vast dat zelfs een halve eeuw later elk schuldgevoel totaal ontbreekt.

Alsof het pleidooi van graaf Arnoud voor zijn vader nog niet beschadigend genoeg was, meldt hij ijdel dat zijn zoon Harold, genaamd naar zijn grootvader, onlangs voor zijn eerste job in de Katanga business naar Congo is getrokken. ‘De cirkel is rond’, grapt de graaf lachend samen met Brassinne. De Congolezen hebben inderdaad nooit de kans gekregen van onze uitbuiting te herstellen. Na het trauma van de misdaden van Leopold II in Kongo-vrijstaat (met meer dan 10 miljoen doden een van de grootste massamoorden uit de geschiedenis), na het repressieve koloniale regime van België en na de dictatuur van wijlen Maarschalk Mobutu (uiteraard gesteund door het Westen) zijn vandaag de neokoloniale multinationals aan de beurt. Nu halen zij hun profijt uit de rijke bodem van Congo, opnieuw ten koste van de lokale bevolking. Desondanks blijven veel Belgen, dikwijls onder invloed van de beeldvorming van de media, zich helaas nog steeds meewarig afvragen hoe het komt dat die zwarten er toch maar niet in slagen om op eigen krachten een eigen leefbare samenleving op te bouwen.

Onbedoelde klokkenluider

Dit is slechts het eerste van een reeks onluisterende bezoekjes uit Spectres. Opvallend is dat Brassinne in zijn pogingen om de betrokkenheid van België bij deze politieke moord in de doofpot te steken, continue de kat de bel aanbindt. Hij besteedt bijvoorbeeld ruim dertig jaar aan een doctoraatsthesis over Lumumba, waarvoor hij aan de Université Libre de Bruxelles overigens de hoogste onderscheidingen kreeg, hetgeen historicus Ludo De Witte heel wat materiaal opleverde voor een systematische deconstructie ervan in zijn boek De moord op Lumumba (1999). Daardoor komt er met vertraging een parlementaire onderzoekscommissie op gang die veel aandacht op deze duistere affaire zette. Of nog: voor zijn verdienstelijk werk als goede Belg en vertrouweling van het hof wordt Brassinne door Koning Boudewijn tot ridder geslagen. Toch is het niet onwaarschijnlijk dat een eventuele zaligverklaring van Boudewijn van het agenda verdween ondermeer door het stof dat deze parlementaire commissie heeft doen opwaaien, en daarmee de aandacht vestigde op de onmiskenbare betrokkenheid van de koning bij de geaborteerde onafhankelijkheid van Congo.

Ondanks zijn uitgesproken politieke carrière, profileert Brassinne zich systematisch als een wetenschapper die naar eigen zeggen alleen maar de laatste dagen van Lumumba feitelijk wil reconstrueren. Maar door zijn obsessieve aandacht voor details, locaties en tijdschema’s valt het des te meer op dat de aandacht wordt afgeleid van dat wat belangrijk is: de politiek-ideologische implicaties. De wetenschappelijke houding lijkt een rookgordijn waarmee Brassinne het discours rondom Lumumba wil manipuleren. Net datgene wordt  in Spectres genadeloos ontmaskerd. Bij de première van de film en de opening van de tentoonstelling had Brassinne trouwens zijn hele entourage meegebracht om in het bijzijn van heel wat journalisten en prominenten uit de culturele sector de film te zien. De Koninklijke Vlaamse Schouwburg en Wiels werd even een levensecht spookhuis.

Historische afrekening

Augustijnens aanpak is trefzeker: hij brengt geen eigen analyse maar tracht zo waarheidsgetrouw mogelijk alleen het verhaal van het hoofdpersonage in beeld te brengen. Evenmin worden er verschillende versies tegen elkaar uitgespeeld om zo tot een zo objectief mogelijk relaas te komen. Net deze afwezigheid van elke tegenstem – afgezien van de commentaar die de maker bij momenten discreet toevoegt – doet deze verslaggeving kantelen van een poging tot feitelijke weerlegging in een verbluffende bekentenis. De waarheid ligt deze keer dus niet in het midden, het is niet het ene woord tegen het andere: de personages geven immers zelf aan hoe ze er over denken en wat hun rol was en is. Daardoor zet Spectres een stand van zaken neer die geen weerwoord meer behoeft: door hun slechte verdediging en het etaleren van hun onverschilligheid geven de betrokkenen immers zichzelf prijs. In het geval van Brassinne komt daar nog wat symbolische geweldplegingen bij ten huize van Lumumba, en later op de plek van de executie.

Hoewel Brassinne tot het kamp van Moïse Tshombe behoorde, een aartsrivaal van Lumumba die bovendien zijn executie bijwoonde, brengen we samen met Brassinne een thuisbezoek aan de familie van Lumumba. Een familiare Brassinne gedraagt zich hier verbazend genoeg als een kind aan huis. Op vraag van de dochter draagt hij zelfs een exemplaar van zijn boek op aan de moeder, de weduwe Pauline Opango Onosamba. Het gaat over het boek Lumumba Patrice Les cinquante derniers jours de sa vie dat hij samen met Jules-Gérard Libois in 1966 uitbracht onder de pseudoniemen Heinz & Donnay. Brassinne schrijft: ‘En souvenir de Patrice. En hommage amicale, Jacques Brassinne, novembre 2009.’!

Op geen enkel moment komt Lumumba echter als icoon en vrijheidstrijder ter sprake. In tegendeel: Brassinne legt de familie tussendoor even uit dat hij ‘het protocol’ niet had gerespecteerd. Zelfs in het huis van Lumumba waagt Brassinne het dus om te ontkennen dat Lumumba’s historische speech op de onafhankelijkheidsplechtigheid op 30 juni 1960 een nationaal moment van politieke rechtvaardigheid was. Zoals Boudewijn toen, mist Brassinne nu de kans om met enige diplomatie de rekeningen van het verleden te vereffenen. De geschiedenis herhaalt zich. Sterker: ridder Brassinne wreekt de zogenaamde blaam op zijn koning door de nabestaanden een lesje in etiquette te geven. In de gedaante van een anti-Lumumba benadrukt hij dus eigenlijk dat oude machtsverhoudingen 50 jaar later nog steeds van toepassing zijn. De kijker leert terloops iets bij over de arrogantie van de macht: het protocol dient om zijne Koninklijke Hoogheid onschendbaar te maken voor beschuldigingen en vrij te stellen van elke verantwoordelijkheid.

Omdat deze situatie zo absurd is, dreigt het gewicht ervan aan de kijker te ontsnappen. Daarom laat Augustijnen op dat moment het medium veelstemmig spreken: met aanzwellende kracht overstemt het gezang van Bach’s Johannespassie het gepraat van Brassinne. Het koor roept: ‘Weg met Hem! Weg met Hem! Kruisig Hem!’. De zang verwijst naar de Bijbelse scène waarin de joden enthousiast Jezus veroordeelden voorafgaand aan zijn kruisiging. De muziek treedt aan op het moment dat Brassinne de weduwe net had verteld dat hij Lumumba nog heeft ontmoet in de ambassade van België in Leopoldstad (nu: Kinshasa). Brassinne was er op post als de laatste Belg die toen van Lumumba mocht vernemen dat de Belgen werden verzocht het land te verlaten. De geschiedenis leert ons dat Brassinne uiteindelijk is gebleven en dat Lumumba is gegaan. Bach’s muziek volgt hier dus enerzijds de psychologie van Brassinne die aan de weduwe net uitgelaten zijn historische bijdrage aan de uitdrijving van Lumumba kenbaar heeft maakt. Anderzijds roept het koor bij wijze van contrapunt ook de Belgische adel ter orde in een taal die ze zich graag willen toe eigenen, namelijk die van de hoge cultuur: Lumumba werd door de Belgen systematisch als een duivel afgeschilderd, maar met deze schaamteloze vertoning toont de duivel zijn ware gelaat.

Op het moment dat Brassinne de woning verlaat, komt plots nog de jongste zoon van Lumumba binnen die zich bij de vorige verkiezingen in Congo kandidaat had gesteld. Opnieuw een moment van waarheid in beeld. Aan de zoon wordt echter geen aandacht besteed, laat staan een vraag gesteld. Brassinne leeft niet alleen nog steeds in het verleden, voor hem is Lumumba immers iets dat volledig tot het verleden behoort: een afgerond historisch gegeven, niet iets dat vandaag nog een rol kan of mag spelen… .

Anti-momument

Helaas is de schending van de nagedachtenis van Lumumba hiermee nog niet tot een einde gekomen. Daarna keert Brassinne terug naar de plek van de misdaad. Eerst overdag, om er vast te stellen dat de beruchte boom waar Lumumba en zijn lotgenoten met een overdaad aan kogels tegen werden geëxecuteerd, is verdwenen. Brassinne zoekt eerst tevergeefs, om nadien van een toevallige passant te vernemen dat heel toevallig net deze boom een tijd geleden uit het bos werd gekapt om er houtskool van te maken. Augustijnen geeft de kijker hier voldoende tijd om de bedenking te maken dat met het verdwijnen van deze boom meteen ook de laatste bewijs van de misdaad is verdwenen, en daarmee ook een symbool dat als herdenkingsmonument kon dienen. Wanneer Brassinne dit bijzondere nieuws verneemt, maakt hij deze evidente bedenking vreemd genoeg helemaal niet. Hij zet daarentegen zijn wetenschappelijk theater wat onhandig verder en vervolgt vertwijfeld zijn resumé van feitelijkheden, nooit over de politieke impact ervan.

Tot slot keren we ’s nachts terug om tot een complete reconstructie van de executie te komen die zich voltrok in het tegenlicht van koplampen. Brassinne loopt opnieuw heen en weer tussen het hoge gras. Hij telt en meet, dramt door over namen, actieplannen en locaties. Om dan uiteindelijk vast te stellen dat elke verwijzing naar de liquidatie is verdwenen. Alles is toegedekt, er is niets meer te zien. Zoals de lijken destijds vakkundig werden vernietigd door ze in stukken te hakken, ze verspreid over verschillende kilometers te dumpen langs de weg, en de resten te verbranden of in zuur op te lossen, zo werd ook de plek van de misdaad van alle sporen ontdaan. Brassinne geeft vervolgens aan de camera te kennen dat het verhaal hier eindigt. Augustijnen laat de camera desondanks draaien en schiet een overbelicht portret van Brassinne met als achtergrond een van de donkerste bladzijden uit de Belgische geschiedenis. Als een anti-monument zien we een spookachtige grafschender dolen op een plek zonder graf.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!