Het compromis dat bijeenbrengt

Het compromis dat bijeenbrengt

vrijdag 20 juli 2012 15:30

21 juli, nationale feestdag. Dan zal ongetwijfeld veelvuldig herinnerd worden aan die stevige bolwassing van Koning Albert II in zijn 21-juli-toespraak van 2011, midden de aanhoudende politieke crisis.  “De ware moed”, zei hij letterlijk, “bestaat erin vastberaden het compromis na te streven dat bijeenbrengt, en dat de tegenstellingen niet verscherpt”.  Het was gericht naar de politieke klasse.  Maar kan net zo goed ingelijst worden voor al wie betrokken is bij het sociaal overleg. 

Sinds het afspringen van het interprofessioneel akkoord voor 2013-2014 zit het overleg in de Groep van 10 onmiskenbaar in een dip.  Dat is inmiddels al anderhalf jaar. Met nog steeds enige twijfel of we uit die dip geraken.  Dat geeft dus geen fraai beeld van het sociale overleg.  Hoe dikwijls hebben we er echter al niet voor gewaarschuwd dat je moet opletten met die beeldvorming. Want het overleg binnen de Groep van 10 is maar het topje van de ijsberg. De staat van het overleg moet veel breder worden gemeten. 

Ons model van sociaal overleg is bijzonder sterk vertakt. Net zo belangrijk is wat gebeurt in Nationale Raad en Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, in de andere federale adviesorganen,  in de beheerscomités van de sociale instellingen,  in de regionale advies-, overleg- en beheersorganen, in de sectoren, in de bedrijven.  En het is dus niet omdat één IPA mislukt, dat ons sociaal model ontwricht is.  Kijk maar eens naar wat de Nationale Arbeidsraad de laatste maanden op zijn palmares kon bijschrijven, met een rist nieuwe cao’s en een reeks unanieme adviezen rond nochtans bijzonder delicate thema’s: het langere werken, de sociale fraude, de schijnzelfstandigen; vorige week nog rond uitzendarbeid, bijdragen op brugpensioen en kunstenaars. 

De NAR beleeft hoofddagen. Vergeet ook niet dat het overleg in de sectoren springlevend is.  Wereldwijd zitten we, samen met Oostenrijk, aan de top van het aantal werknemers dat is gedekt door solidaire cao’s.  96% van de werknemers. Dat is een quasi volledige dekking.  En vergeet ook niet dat België eind 2008, toen in het oog van de storm op de financiële markten, het enige Europese land was met een interprofessioneel akkoord.  Ik wil de problemen niet verdoezelen, maar wel enige nuance vragen.

Het stelt ons in elk geval niet vrij van de verantwoordelijkheid om het overleg in de Groep van 10 te herstellen, ook in het licht van de interprofessionele en sectorale onderhandelingen voor 2013-2014.  De federale regering heeft ons daar ook toe uitgenodigd, in het kader van haar relancestrategie.  Het helpt dat ze daartoe een aantal krijtlijnen trekt: budgettaire discipline (dus geen zware lastenverlagingen die het budget bezwaren), geen aantasting van de automatische indexering voor werknemers en niet-actieven; advies over de welvaartsvastheid van de vervangingsinkomens tegen 15 september… Al verhoogt ze in één beweging de moeilijkheidsgraad door een aantal “hete patatten”, zoals de verschuiving van lasten, door te schuiven naar de sociale partners.   En de agenda verder te verzwaren door een aantal liberale fetisjen inzake eenzijdige flexibilisering van arbeidsduur en werktijden ook op de agenda te zetten van het najaarsoverleg.   Gemakkelijk is anders. Met het ACV blijven we er echter voor gaan.  Omdat we blijven geloven dat een evenwichtig interprofessioneel compromis, dat oriënterend werkt naar zowel overheidsbeleid als sectorale consensusvorming, van wezenlijk belang is voor de handhaving en versterking van ons sociaal model.

Marc Leemans, voorzitter
Claude Rolin, algemeen secretaris

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!