‘Het lijden van Laken’:  vorstelijk pleidooi voor een radicaal andere kijk op België.  Een Belgische Fabel van auteur Frank Adam en illustrator Klaas Verplancke
Nieuws, Samenleving, Cultuur, België, Confidenties aan een ezelsoor - Frank Adam, Klaas Verplancke

‘Het lijden van Laken’: vorstelijk pleidooi voor een radicaal andere kijk op België. Een Belgische Fabel van auteur Frank Adam en illustrator Klaas Verplancke

De eenorige ezel van auteur Frank Adam en illustrator Klaas Verplancke is al vier boeken onderweg. Na zijn omzwervingen in de woestijn en de wereld, en zijn escapades op het terrein van de liefde en de erotiek, reist hij in Boek Vijf van ‘Confidenties aan een ezelsoor’ met zijn luisterend oor Belgisch Absurdistan rond. Ter gelegenheid van de Nationale Feestdag belichten Frank Adam en Klaas Verplancke speciaal voor DeWereldMorgen.be ‘Het Lijden van Laken’.

vrijdag 20 juli 2012 12:49

‘Het lijden van Laken’:
vorstelijk pleidooi voor een radicaal andere kijk op België

Een Belgische Fabel van auteur Frank Adam en illustrator Klaas Verplancke

DeWereldMorgen.be
De eenorige ezel van auteur Frank Adam en illustrator Klaas Verplancke is al vier boeken onderweg. Na zijn omzwervingen in de woestijn en de wereld, en zijn escapades op het terrein van de liefde en de erotiek, reist hij in Boek Vijf van ‘Confidenties aan een ezelsoor’ met zijn luisterend oor Belgisch Absurdistan rond.

Ter gelegenheid van de Nationale Feestdag belichten Frank Adam en Klaas Verplancke speciaal voor DeWereldMorgen.be ‘Het Lijden van Laken’.

Frank Adam

Lectori Salutem
Dag Allemaal

Bij deze laat de redactie weten dat de Schrijver van de Confidenties heeft besloten uit het leven te stappen.

De redactie ziet zich dientengevolge genoodzaakt mee te delen, met emoties laverend tussen diepe ontgoocheling en regelrechte verontwaardiging, dat bij het ter perse gaan van onze nationale feestdag-editie, geen kopij werd verstrekt voor de voorziene Belgische Fabel die hulde moest brengen aan ons land en Zijne en Hare Majesteit.

Gelieve onderstaand een vorstelijke reactie te lezen.

Wij vragen u geen actie te ondernemen tegen de Schrijver van de Confidenties – dat doet hij naar eigen zeggen zelf – en zeggen u bij voorbaat

Dank voor uw begrip

De Redactie

Geachte Schrijver van de Confidenties
Goede Vriend

Aan de vooravond van onze Nationale Feestdag vroegen Wij, Onze Majesteit de Koningin van België, ons eerst in de privésfeer af waarom u uit het leven wil stappen uitgerekend op het moment dat u hulde dient te betonen aan het Belgische vorstenhuis.

Hebben wij of Z.M. de Koning uw schrijversziel ooit gegriefd? Dienen uw afscheid en de daarmee gepaard gaande publicitaire leemte heimelijk ter ondersteuning van zij die ijveren voor het heengaan van België?

Toen wij echter vernamen dat uw besluit tot levensbeëindiging zou zijn genomen tijdens de problematische verwerking van een sterfgeval in uw naaste omgeving, naar verluidt na het overlijden van uw eigen moeder, waren wij dusdanig verbolgen dat wij ons thans verwaardigen u openlijk het volgende te berichten.

Als schrijver beschikt u niet over het recht om niét te schrijven.

Ook al betroffen uw psychische problemen het heengaan van uw moeder, ja zelfs het verscheiden van uw vader – als schrijver hebt u maar één vader die tegelijk uw enige moeder is, en dat is de Staat.

En als schrijver, tenslotte, hebt u zeker niet het recht uw persoonlijke leed te stellen boven dat van de vertegenwoordiger van de staat, Z.M. De Vorst, wiens Lijden van Laken uw individuele miserie miljoenen malen overstijgt.

Derhalve verbieden wij u uit het leven te stappen, op straffe van vernietiging van al uw letterkundige werken, monologen, liedjes en sketches.

En wij belasten u met een schrijfopdracht die ons inziens slechts door u tot een goed einde kan worden gebracht.

U weet dat wij ons als vanouds inzetten voor de onderdrukten, de zwakken in onze Belgische samenleving.

Meer in het bijzonder gaat onze huidige bekommernis uit naar de groep geleerden, denkers, schrijvers, treurspelers, komieken, politici, leraren, reporters, bankiers, advocaten, en andere kunst- en taalbeoefenaars – doorgaans omschreven als ‘de intelligentsia’.

Deze burgers worden zoals u weet1 bedreigd door anti-intellectualistische activiteiten van het volk, maar worden vooral – uit angst door het volk te worden geminacht, vernederd en bespot – onderdrukt door zichzélf.

Zij duiken onder in nietszeggende meningen.

Zij duiken op in kookprogramma’s op de televisie waarin zij hun talenten om te spreken in het openbaar, verspelen aan pedant geklets over de filosofische kant van een kwak boter.

Zij maken zichzelf met zielige vrolijkheid interessant tijdens denigrerende acties voor het goede doel.

Als journalisten, reporters en commentatoren hebben zij het onderkruiperschap tot openbare kunst verheven.

In de saloon van de Belgische media zijn geen pianisten meer om op te schieten. Uit de luidsprekermonden weerklinkt enkel monotone meningenmuzak.

Ook jonge knappe leeuwen gedragen zich van bij hun geboorte als corrupte oude krokodillen en maken van België een tribaal continent, waar alles niet ‘te koop’ is, maar ‘te ruilen’ bij de juiste anti-intellectuele chef.

Alsof ons Koninkrijk een brousse is, waar intellectuelen niet resideren als waardige vorsers op zoek naar kennis en kunst, maar schuilen als geestelijke pygmeeën, die de pijl en boog van de psyche nog niet hebben ontdekt, niet weten hoe ze woorden van ijzer moeten smeden, en dansen en zingen als bange kinderen in de Belgische nacht.

Hoe u, zélf schrijver, bijstand zou kunnen bieden in deze nood?

Er zijn twee soorten letterkundigen, aldus Z.M. De Koning, die tijdens audiënties al genoeg exemplaren over zijn vorstelijke loper heeft zien defileren.

Zoals narren destijds met grimassen hun meesters lieten grijnzen, jongleurs met boerten hun publiek lieten gieren, en hoeren met uitroepen als ‘neuk me!’ of ‘neuk me hard!’ hun klanten tot op de huidige dag laten ejaculeren – zo wil de ene soort schrijvers met hun woorden hun lezers enkel vleien en dronken voeren van zichzelf.

Zoals boksers andere boksers zonder feilen boksen in het gezicht – zo beoogt de andere soort alleen maar hun lezers te slaan op de smoel van hun verstand, de bakkes van hun Ego.

‘Maar de schrijver van de Confidenties,’ zo liet Z.M. De Koning zich onlangs hoofdschuddend ontvallen, ‘wij weten niet wie of waar hij is.’

Waarop wij repliceerden: ‘De schrijver van de Confidenties vleit en slaat zijn lezers niet, en laat zich niet, door Uwe Majesteit noch door zichzelf, onderbrengen in een of ander soort.

Hoewel hij met zijn handen de grond van zijn berg bewerkt en er naar verluidt ook mediteert met de bomen, is hij even verward, radeloos en verdwaald als alle anderen.

Maar hij is gezegend met een daimoon.

Als een goede geest wijst zijn ezel de weg naar de weidse velden der verwondering.

Samen met hem vragen hij en zijn lezers zich af: “Hé?! Wie verontwaardigt zich over de verontwaardigden?” “Wie ontmaskert de ontmaskeraars?” “Wie heeft de moed de lafhartige spotters te bespotten?”

Maar ook kleine dingen – overschaduwd door de monsters Haat en Nijd die het dagelijkse leven baart – krijgen door zijn personage die wonderlijke glans, die de stervende tijdens zijn laatste doodsgrimassen tot extase voert.

Daarom gebieden wij u al schrijvend uw daimoon-ezel uit te zenden voor een Belgisch café philosophique tijdens hetwelk onze verwarde burgers zich over hun land leren verwonderen met de scherpe, stralende blik van de stervende.

Laat zien: de Belgische nacht waarin de lucht het lied van de longen reutelt.

Laat horen: de Belgische ochtend die zich achter een rolluik in het geruis van de stilte als een ontroerende symfonie laat vermoeden.

Laat ruiken: de geur van koffie die voor de laatste maal als een levensdrug omhoog kringelt langs de trap.

Laat smaken: de hemelse druppel vocht die nog één keer de korstige lippen verzacht.

Laat vloeien: de vreugdevolle traan om de overrompelende schoonheid van al dit leven middenin de dood…

Laat, door de geest van uw daimoon-ezel, al deze vergeten aspecten van de Belgische dag en nacht weer oplichten in de geest van onze dierbare lezer-landgenoten.

Laat hen – voor één keer zonder ironie, domheid of pretentie – het O-Dierbaar-België! gemeend euforisch uitspreken als in een laatste levenszucht.

Gezien uw psychische toestand reageert u niet meer op berichten van de redactie.

Daarom doen wij een beroep op een persoonlijke bode, die het zelf moeilijk heeft met de wereld en zichzelf, maar u na lectuur van ons bevelschrift naar het schijnt zal weten te troosten en motiveren.

Bij deze bevelen wij het lot van u, ons, België en zijn verwarden in de handen van uw Uitgeefster.

Mogen haar troostende woorden een hand zijn op uw verdrietige hart, en haar strenge blikken een zweep op uw werkweigerige schrijversziel.

In afwachting van uw beloofde Belgische fabel, tekenen wij vol ongeduld

Hare Majesteit de Koningin van België

Post scriptum
Mocht het voor u van enig nut zijn, betuigen wij u onze deelneming in het verlies uwer moeder. Mogen de goede herinneringen aan wat zij geweest is u blijven vergezellen en de slechte bij haar achterblijven in haar graf. Sit ei terra levis2

Post post scriptum
Mocht u onze letterkundige opdracht negeren en alsnog uit het leven stappen, dan wensen wij: Sit tibi terra gravis3.

‘Belgische Fabels’ (‘Confidenties aan een ezelsoor, Boek Vijf’) verschijnt in het literaire tijdschrift De Brakke Hond en wordt, net zoals ‘Liefdesfabels’ (Boek Vier), uitgegeven door uitgeverij Vrijdag (www.uitgeverijvrijdag.be)

Gaan ook eens een kijkje nemen op:

————————————————-

1 Zie ook De steward en de hooligans, Vierde Confidentie in: Boek Twee, De Wereld.

2Romeinse grafspreuk: ‘Moge de aarde zachtjes op haar drukken’

3‘Moge de aarde hard op jou drukken’

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!