Opinie, Nieuws, Economie, Politiek, België, Rechtvaardige belastingen, Fiscale discriminatie, Vermogensfiscaliteit, Dries Lesage, Ficaliteit -

Geen normen en waarden zonder rechtvaardige belastingen

GENT - 'Leve de fiscus', luidt één van de leuzen van de beweging voor een rechtvaardige fiscaliteit. "De achterliggende gedachte is dat je belastingen en verplichte bijdragen nodig hebt om de openbare diensten en sociale zekerheid te financieren en ten tweede, aan herverdeling te doen", zegt Dries Lesage in zijn inleiding bij de lezing op het Gentse Feesten-debat over belastingen.

donderdag 19 juli 2012 16:30

Niettemin roept het woord ‘fiscus’ bij de meesten een negatieve connotatie op. De fiscus wordt gezien als een ongewenste buitenstaander, een indringer, een vijand, een bezettingsmacht, die het op de zuurverdiende centjes van de hardwerkende burger heeft gemunt.

Al te vaak wordt vergeten waarvoor dat belastinggeld moet dienen: voor onze scholen en kinderopvang, voor onze zorgsector en wetenschappelijk onderzoek naar ernstige ziektes, voor politie en justitie, voor solidariteit met de zwaksten. Het is ronduit demagogisch te stellen dat de gemiddelde Belg pas vanaf 14 juni – de zogenaamde ‘Tax Freedom Day‘ – voor zichzelf begint te werken en dat daarvóór al zijn inkomsten naar ‘de staat’ gaan.

De staat, dat zijn namelijk wij zelf. Belastingen zijn het deel van ons inkomen dat we als gemeenschap samen wensen uit te geven aan collectieve diensten die we belangrijk vinden en waarvan we zelf direct en indirect genieten. Zelf zijn we gebruikers van de ziekenhuizen, het openbaar vervoer of de veiligheid in onze straten.

Ook wanneer we persoonlijk niet van alle openbare voorzieningen gebruik maken, worden we allemaal beter van een herverdelende fiscaliteit, die de sociale cohesie verhoogt, het leefmilieu verbetert en de samenleving humaner, warmer, gezonder en veiliger maakt. Zonder voldoende belastingen, geen normen en waarden.

Daarbij is het prima dat mensen eisen dat het gemeenschapsgeld goed wordt besteed: een efficiënte overheid, strijd tegen sociale en fiscale fraude, activering van uitkeringstrekkers die kunnen geactiveerd worden, in sommige takken van de overheid zo zuinig mogelijk zijn om in andere meer te kunnen doen. Dat alles is integraal verbonden met een rechtvaardige fiscaliteit. En ja, het moet op vele vlakken aan de uitgavenzijde, beter.

Nochtans wordt vanuit rechts vaak negativistisch en denigrerend gedaan over de belastingdruk in België. Hoe vaak worden we niet om de oren geslagen met het bericht dat we in de OESO tot de koplopers behoren? In plaats van trots te zijn op onze uitstekende sociale zekerheid, onderwijs en gezondheidszorg, zegt men dat we ‘boven onze stand leven’. Loonsverhogingen voor verpleegkundigen en brandweerlieden worden ‘Sinterklaaspolitiek’ genoemd.

Er is veel minder verontwaardiging over de fiscale discriminatie tussen arbeid en kapitaal en de vele vormen van belastingontwijking en -ontduiking, die ongelijkheid en onrecht alleen maar aanscherpen.

Dit gezegd zijnde, vrees ik dat voor een aantal grote uitdagingen extra gemeenschapsgeld nodig zal zijn, tenminste als we ze echt au sérieux nemen. De vergrijzing, waarbij het zowel over pensioenen als stijgende kosten voor medische en niet-medische verzorging gaat, is een gekende topprioriteit.

Ook het onderwijs heeft extra zuurstof nodig, niet alleen om waar nodig uit te breiden, maar ook om de kwaliteit te behouden en de beste mensen te blijven aantrekken. De nieuwe schuldencrisis zullen we voor een groot stuk te lijf moeten gaan met nieuwe ontvangsten, te zoeken bij de sterkste schouders. Wie voor miljarden wil hakken in gezondheidszorg, onderwijs, spoorwegen of milieubehoud, moet daar maar eens openlijk voor uitkomen. Of gaan we voor nog meer miljarden verse schulden aangaan en dan weer voor tientallen jaren intresten betalen aan de banken en meer vermogenden?

We mogen ook de ‘minder conventionele’ uitdagingen niet uit het oog verliezen. Duizenden natuurwetenschappers waarschuwen voor de klimaatverandering en, zelfs in de beste scenario’s, voor gigantische uitdagingen inzake adaptatie of aanpassing aan de opwarming van de aarde. Dit geldt zowel voor het Noorden als het Zuiden. Als belangrijke veroorzakers van dit en andere problemen in Afrika en elders, wordt van ons veel verwacht inzake internationale solidariteit, of beter gezegd, rechtvaardigheid.

Dat impliceert ook ‘nieuwe en additionele middelen’, anders gezegd, oordeelkundige financiële overdrachten bovenop de officiële ontwikkelingshulp; niet omdat we graag geld uitgeven, wel om vele honderden miljoenen mensen wereldwijd een toekomst te bieden. Kent u een belangrijkere prioriteit?

Wie deze problematiek en haar budgettaire implicaties even tot zich laat doordringen, is geen vragende partij meer voor belastingverlaging. Dan hebben we het nog niet over de noodzakelijke transities in verband met energie, water en materialengebruik.

De onzichtbare hand van Adam Smith zal voor dit soort zaken aan zijn zijde een zichtbare hand nodig hebben, meer bepaald van een gemeenschap met ruime financiële middelen, die zijn verantwoordelijkheid opneemt. De vrije markt en de privé-sector hebben hierin uiteraard een belangrijke rol te spelen, maar zonder overheidsinvesteringen in nieuwe infrastructuur, naast massale injecties in publiek onderzoek en ontwikkeling, zie ik het niet zitten. Met alle respect voor de adepten van Milton Friedman en Margaret Thatcher, deze wereld zal enkel leefbaar kunnen blijven als we het even over een andere boeg gooien.

Ik hoor mensen zeggen dat je die noodzakelijke uitgaven op een economisch verantwoorde manier kan doen, als je de koek of de taart eerst groter maakt: pas dan valt meer te herverdelen. Als de economie onbeperkt blijft groeien, dan is het zelfs mogelijk om de belastingdruk te verlagen én de overheidsuitgaven te verhogen.

Dat klopt; zo is het de afgelopen decennia gegaan. Ik hoop dat deze mensen – die ik apprecieer, omdat ze het goed menen met mens en samenleving – gelijk hebben. De vraag is echter of onbeperkte economische groei te verzoenen is met de ecologische draagkracht van de planeet. Dit impliceert namelijk ook dat je de groeiende levensstandaard van de rijkere bevolkingslagen over de hele wereld veralgemeend wil zien, anders zijn we erg onethisch bezig.

Volgens mij is zoiets fysiek onmogelijk. We zijn er amper in geslaagd om het erg bescheiden Kyoto-protocol na te leven, maar nu willen we én onze economische output verveelvoudigen én de komende jaren de CO2-uitstoot met 90 procent verminderen én deze welvaart vanaf 2050 aan alle 9 miljard mensen gunnen.

Het beleid van de voorbije jaren biedt terzake geen enkel vertrouwen, noch inzake de eigenlijke opdracht, noch inzake adequate timing. Er zijn ook meer en meer indicaties dat we voor het teren op het ecologisch kapitaal, binnenkort ook op economisch vlak de rekening gepresenteerd zullen krijgen. Laten we voor de zekerheid dus rekenen met een taart die niet al te veel groter wordt.

Trouwens, ecologische rechtvaardigheid, waarbij de ruimte van mensen om grondstoffen te verbruiken en het milieu te belasten, eerlijker is verdeeld, is ook een reden om aan herverdelende fiscaliteit te doen. Maar dit alles is stof voor een ander debat.

Dit alles brengt mij tot mijn eerste stelling:

Stelling 1: de belastingdruk in België (ca. 44 procent volgens de OESO) is niet te hoog

In België wordt arbeid zwaar belast, maar diverse vormen van kapitaalinkomsten veel minder. Vooreerst worden inkomsten uit financiële beleggingen van particulieren belast tegen vlaktaksen, die over het algemeen veel lager liggen dan de fiscale en parafiscale druk op arbeid. Sommige beleggingsinkomsten, zoals meerwaarden, zijn heel vaak zelfs vrijgesteld.

De regering Di Rupo probeert er mondjesmaat iets aan te doen, maar had op dit punt meer steun van de publieke opinie verdiend. Dat door deze regering de roerende voorheffing voor de meer vermogenden is verhoogd en, om dit systeem mogelijk te maken, een aangifteplicht voor bepaalde roerende inkomsten is ingevoerd, is toe te juichen. Maar dat je je anonimiteit met 800 euro kan afkopen, is dan weer niet de meest sociale maatregel.

De discriminatie tussen arbeid en kapitaal is op zich onrechtvaardig, maar verdient ook een plaats in het vergrijzingsdebat. Gezien het financiële vermogen nogal sterk bij de ouderen is geconcentreerd, ligt hier dan geen opportuniteit om, meer dan vroeger, ook de solidariteit tussen ouderen te vergroten?

Omtrent de ondernemingsfiscaliteit is de voorbije jaren eindelijk een debat ontstaan over het feit dat vele vennootschappen nauwelijks worden gecontroleerd en dat vele grote bedrijven, die economisch gezien nochtans winstgevend zijn, een zeer lage belastingdruk kennen. Dit heeft onder meer te maken met gunstregimes zoals de notionele intrestaftrek, maar ook met vele andere mogelijkheden tot ‘tax planning’ of zogenaamde ‘fiscale optimalisatie’, met inbegrip van gebruik van belastingparadijzen.

Moeten we echt vrezen voor schadelijke macro-economische gevolgen als we op bepaalde punten de belastingdruk op kapitaal doen stijgen, tegelijkertijd voor bepaalde groepen de belastingdruk op arbeid doen dalen, meer herverdelen en met extra ontvangsten slimme overheidsuitgaven doen? De voorkeursbehandeling voor bepaalde soorten kapitaal leidt tot:

Stelling 2: de fiscale discriminatie tussen arbeid en kapitaal is maatschappelijk niet te verantwoorden

Wat de bedrijven betreft, is het echter niet zo simpel de belastingen gevoelig te verhogen, zonder geconfronteerd te worden met delokalisatie of een daling van de inkomende buitenlandse investeringen. Hoewel je dit tot op zekere hoogte moet relativeren, omdat fiscaliteit lang niet de enige factor is bij investeringsbeslissingen, merken we dat de landen van Europa al een hele tijd verwikkeld zijn in een race to the bottom, waarbij ze elkaar met lagere belastingen vliegen proberen af te vangen.

Dat heb je nu eenmaal in een ‘interne markt’ die uit 27 verschillende staten bestaat. Door de tegenstand van onder meer Groot-Brittannië, Oost-Europese landen en belastingparadijzen als Cyprus, zit de invoering van een minimumtarief voor de hele EU er niet meteen in.

Op die manier gaan de multinationals mee beslissen over de fiscaliteit van landen, wat een groot democratisch deficit met zich meebrengt. Zij zijn de enige winnaars door het gebrek aan eensgezindheid. Een reeks grote multinationals in België maken voor miljarden euro winst, maar betalen bijna geen vennootschapsbelasting. De grootste ondernemingen kennen over het algemeen een veel lagere belastingdruk dan de KMO’s. Onze begrotingsproblematiek zou er totaal anders uitzien, mochten we hier iets kunnen aan doen.

In plaats van er zonder meer voor te pleiten dat België aan die rat-race meedoet, zouden vele politici en opiniemakers beter meebouwen aan een Europese beweging om dit proces een halt toe te roepen. Dat kan namelijk als burgers en bewegingen in alle 27 landen de handen in elkaar slaan. Laten we die strijd dus voeren. Maar tot dusver vrees ik dat de reële autonomie van België beperkt is en die van een onafhankelijk Vlaanderen zal nog beperkter zijn (dat is natuurlijk wat sommigen willen).

Ook zonder Europese harmonisatie is er ruimte om de bedrijfsbelastingen in België weer te verhogen. Het uitblijven van een Europees bodemtarief mag hiervoor geen alibi zijn. Maar omgekeerd mag de Belgische beleidsautonomie terzake geen alibi zijn om de Europese strijd te laten rusten. Het gebrek aan Europese harmonisatie zal altijd problemen blijven creëren, in de vorm van een reële concurrentiedruk en als psychologisch gegeven dat een disciplinerende druk genereert.
Vandaar:

Stelling 3: Zonder Europese fiscale harmonisatie is het niet onmogelijk, maar moeilijker de grote bedrijven zwaarder te belasten

Het vorige punt ging over bedrijven. Voor particulieren ziet het plaatje er toch anders uit. Elke Belg is verondersteld belasting in België te betalen op zijn wereldwijde inkomen, dus ook op zijn beleggingsinkomsten in Zwitserland, Jersey of de Bahama’s. Deze verplichting geeft de overheid een ferme stok achter de deur.

In de voorbije 10 jaar zijn ook de mogelijkheden om deze belastingwetten te handhaven, enorm toegenomen. Binnen de Europese Unie heeft de zogeheten Spaarrichtlijn gezorgd voor een automatische uitwisseling van bankgegevens. Van belastingparadijzen rondom ons, zoals Zwitserland en Monaco, is afgedwongen dat een roerende voorheffing op spaarinkomsten van EU-onderdanen wordt ingehouden.

Voorts zijn de G20 en OESO de druk op belastingparadijzen aan het opvoeren. Toegegeven, de Europese Spaarrichtlijn zit vol gaten en de G20/OESO-aanpak laat nog veel wantoestanden in belastingparadijzen toe. Maar het blijft geleidelijk gaan in de richting van een verstrenging in plaats van versoepeling.

Op de laatste G20-top in Mexico vorige maand hebben de wereldleiders voor het eerst een lans gebroken voor het principe van automatische informatie-uitwisseling. Dit was vijf jaar geleden ondenkbaar. Uiteraard zit de financiële crisis hier voor veel tussen.

Ondertussen zijn ook meer en meer schandalen uitgebroken naar aanleiding van (gewezen) bankmedewerkers die, al of niet tegen vergoeding, vertrouwelijke gegevens van klanten aan buitenlandse belastingdiensten hebben overgemaakt. Met andere woorden, het bankgeheim in belastingparadijzen staat onder druk.

Hier zou je kunnen praten over een beperkte fiscale amnestie om de repatriëring van deze kapitalen in een nog hogere versnelling te brengen, op voorwaarde dat dit de allerlaatste is en dat vervolgens de hele fiscaliteit in rechtvaardige zin wordt hervormd, met inbegrip van een vermogensbelasting.De totaal nieuwe internationale context brengt mij alvast bij mijn vierde stelling:

Stelling 4: het risico op kapitaalvlucht geldt hoe langer hoe minder als argument tegen een hogere vermogensfiscaliteit

Ten slotte moeten we het zeker over de vermogensbelasting hebben.

Dit is een belasting die niet zozeer inkomsten uit allerhande vermogensbestanddelen op het oog heeft, maar de grootste vermogens als zodanig. Het gezinsvermogen wordt dan elk jaar berekend en tegen een bepaald percentage belast. Omdat dit los staat van de inkomsten -waar onze directe fiscaliteit in wezen over gaat- en louter en alleen de eigendom viseert, wordt het in vele kringen als erg onrechtvaardig ervaren.

Rabiate tegenstanders zien wellicht graag gebeuren dat ook Jan Modaal met een eigen huis en spaarboekje begint te vrezen voor een bolsjewistische confiscatie. Op die manier ontstaat een merkwaardige solidariteit tussen gewone mensen enerzijds en euromiljonairs anderzijds, met een poujadistische anti-belastingretoriek als bindmiddel. Soortgelijke fenomenen hebben het fiscale debat in België al sinds mensenheugenis beïnvloed.

Nochtans is het perfect mogelijk een vermogensbelasting toe te passen op vermogens vanaf bijvoorbeeld 1 of 2 miljoen euro. Waarom zouden we zoiets doen? De reden is dat in de loop der tijden een zeer grote ongelijkheid tussen mensen is ontstaan, die vanaf een bepaald punt niet meer te objectiveren is op basis van noties zoals ‘hard gewerkt’ of ‘veel gespaard’.

In de realiteit gaat het vaak over gigantische erfenissen, een bevoorrechte positie in het economisch systeem of bepaalde gewaardeerde talenten waardoor men exorbitante inkomens kan vergaren, waarbij het verschil met andere burgers die ook hard werken, zo extreem is geworden dat er geen rationele en ethische uitleg meer voor is. Daarom mag de gemeenschap in die hoogste regionen corrigerend optreden om extra ontvangsten voor maatschappelijke noden te genereren. Een vermogensbelasting is er bovendien niet op gericht deze rijkdom af te pakken. Meestal zal het stukje dat is afgepitst geheel of gedeeltelijk weer aangroeien, bijvoorbeeld dankzij speculatie en meerwaarden.

Indien mensen hiervoor zelf gaan emigreren, zoals een aantal Fransen richting België hebben gedaan, kan de staat de vermogensbelasting moeilijk afdwingen. Toch kunnen Europese landen opnieuw ernaar streven elkaar in een dergelijke politiek te steunen, in plaats van belastingparadijs voor elkaar te spelen.

Maar indien de betrokkene in het land gedomicilieerd blijft, wat meestal het geval zal zijn, geldt het argument dat kapitaalvlucht tegenwoordig om diverse redenen niet meer aan te raden is (zie Stelling 4). Wanneer je even stilstaat bij die kolossale ongelijkheid in België en vervolgens op wereldvlak, dan vraag je je af wat al die mensen bezielt, die zo tegen het idee van een kleine vermogensbelasting tekeer gaan. Vandaar mijn stelling 5:

Wij hebben behoefte aan een eigenlijke vermogensbelasting

Tot zover mijn vijf stellingen.
Ik dank u.

Dries Lesage

Dries Lesage is docent aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de UGent. Hij is verbonden aan het Instituut voor Internationale Studies en volgt onder meer de internationale samenwerking inzake belastingpolitiek in fora zoals de OESO, VN en G20.

take down
the paywall
steun ons nu!