Nkosazana Dlamini-Zuma is gepokt en gemazeld in de Zuid-Afrikaanse politiek en diplomatie. Ze staat bekend als 'iron lady'. Sinds maandag is ze in functie als nieuwe commissievoorzitter van de Afrikaanse Unie (foto: AU).
Nieuws, Afrika, Politiek, Congo, Angola, Nigeria, Zuid-Afrika, Libië, ANC, Nelson Mandela, Apartheid, Mali, SADC, Jacob Zuma, Somalië, Ivoorkust, Afrikaanse Unie, ECOWAS, Thabo Mbeki, Gabon, Kolonel Muammar Khaddafi, Afrikaanse diplomatie, Arabische lente, Malawi, Analyse, KwaZulu-Natal, Staatsgrepen, Nkosazana Dlamini-Zuma, Jean Ping, AU-topconferentie, Addis Abeba, Southern African Development Community -

‘Iron Lady’ Dlamini-Zuma verkozen tot voorzitter verdeelde Afrikaanse Unie

18 juli: Nelson Mandela Day. De vader van de regenboognatie viert woensdag zijn 94ste verjaardag en de Zuid-Afrikaanse diplomatie viert haar overwinning in de armworsteling om het voorzitterschap van de Afrikaanse Unie. Zondagavond werd de Zuid-Afrikaanse minister van Binnenlandse Zaken (en ex-vrouw van president Zuma) Nkosazana Dlamini-Zuma tegen alle verwachtingen in verkozen tot AU-voorzitter.

woensdag 18 juli 2012 21:00

De topconferentie van de Afrikaanse Unie (AU), de opvolger van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, van het voorbije weekend in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba had vele hete hangijzers op de agenda. 

Onder meer de politieke toestand na de staatsgrepen in Mali en Guinee-Bissau, de dreigende hongersnood in grote delen van de Sahel, de oplopende spanningen tussen Soedan en Zuid-Soedan, de uitzichtloze toestand in Somalië, de conflicten in het oosten van Congo, maar ook en vooral een uitweg zien te vinden uit de impasse waarin de landenorganisatie was terechtgekomen na het aflopen van het commissievoorzitterschap van Jean Ping (2008-2011). Ping is een voormalige eerste minister van het kleine, maar olierijke Gabon.

Malawi wil Omar al-Bashir van Soedan niet ontvangen

De vergaderplaats zelf was al het resultaat van zware interne verdeeldheid. Normaal had de AU-topconferentie in Malawi moeten plaatsvinden, maar Malawi’s nieuwe president, Joyce Banda, had geweigerd om de omstreden Soedanese president Omar al-Bashir, waartegen een arrestatiebevel loopt van het Internationaal Strafhof (ICC) wegens oorlogsmisdaden, uit te nodigen. Daarop had het AU-secretariaat dan maar beslist de vergadering op het hoofdkwartier in Addis Abeba te houden, waar Bashir wél welkom was.

Pings mandaat was al eind vorig jaar voorbij, maar aangezien op de AU-top van januari 2012 de diverse regionale landengroepen het maar niet eens konden worden over een opvolger, bleef Ping voorlopig op post. De verdeeldheid liep vooral langs taalgroeplijnen: Franstalige landen tegen Engelstalig Afrika. Het wederzijdse wantrouwen was groot.

Ping was kandidaat om zichzelf op te volgen en kon rekenen op vrijwel alle Franstalige landen en de meeste landen van ECOWAS, de regionale organisatie van de West-Afrikaanse landen, hoewel hij niet haar officiële kandidaat was. Velen gingen er dan ook van uit dat Pings verkiezing zondagavond zou gebeuren in de finale stemming in Addis Abeba.

Om verkozen te kunnen worden tot hoofd van de AU-commissie moet een kandidaat op een tweederdemeerderheid van de stemmen kunnen rekenen. In januari was Ping als sterkste kandidaat naar voren gekomen, maar haalde net geen 60 procent.

Zes maand later zijn twee lidstaten van ECOWAS, Mali en Guinee-Bissau, wel geschorst en waren zwaargewichten als premier Meles Zenawi (voor een medische urgentie opgenomen in Brussel) van Ethiopië en president Goodluck Jonathan van Nigeria niet aanwezig.

Rol van Jean Ping als AU-commissievoorzitter

Over het algemeen zijn politieke analisten behoorlijk tevreden over de rol die Ping als commissievoorzitter de voorbije jaren heeft gespeeld, zeker in vergelijking met zijn vaak erg zwakke voorgangers. Ping moest onder meer het hoofd bieden aan de lang aanslepende politieke crisis en burgeroorlog in Ivoorkust, maar werd vorig jaar ook geconfronteerd met de Arabische lente die leidde tot regimewissels in Tunesië, Egypte en Libië.

Zeker Libië onder kolonel Khaddafi zag voor zichzelf een belangrijke rol weggelegd in de leiding van het continent. Khaddafi was ook een niet onaanzienlijke geldschieter van de noodlijdende organisatie.

Toch haalde de kandidaat van de SADC (Southern African Development Community), de Ontwikkelingsgemeenshap van Zuidelijk Afrika, waartoe ook Zuid-Afrika als regionale grootmacht behoort, een tweederdemeerderheid in de laatste ronde (37 van de 54 landen steunden haar kandidaat).

Hiermee breekt Zuid-Afrika met de ongeschreven regel dat regionale grootmachten niet de AU gaan leiden. Nigeria, Egypte, Libië, Algerije en Zuid-Afrika zorgen voor het leeuwendeel van de financiële middelen van de AU. Tegenstanders van de Zuid-Afrikaanse kandidate zien hierin een poging van de sterkste economie van het continent om haar ambitie een permanente zetel te veroveren in de VN-Veiligheidsraad te gebruiken via het opstapje van de AU.

Moddergevechten achter de schermen

De campagne achter de schermen om onbesliste landen alsnog te overtuigen, was de laatste weken in een regelrecht moddergevecht ontaard waarbij de vuile trucjes en valse beschuldigingen in beide kampen niet werden geschuwd. President Boni Yayi van Benin, die momenteel het roterende voorzitterschap van de Afrikaanse Unie bezet, had herhaaldelijk opgeroepen tot eenheid en sereniteit om het beeld van het continent naar buiten uit niet al te zeer aan te tasten.

Het campagneteam van Ping had zelfs een brief gestuurd naar alle Afrikaanse hoofdsteden waarin werd gewaarschuwd voor het ‘Paard van Troje’ dat zou worden binnengehaald met de Zuid-Afrikaanse kandidaat, “die de geheime agenda van de internationale financiële instellingen zou proberen door te drukken in Afrika”.

Ook de soms ronduit xenofobe houdingen waarvan Afrikaanse immigranten in Zuid-Afrika regelmatig het slachtoffer worden, werd gebruikt in het moddergevecht. Het feit dat Zuid-Afrika vorig jaar in de VN-Veiligheidsraad vóór resolutie 1973 stemde die het licht op groen zette voor de NAVO-interventie in Libië, werd eveneens handig uitgespeeld. 

Zuid-Afrikaanse diplomaten hadden op hun beurt dan weer het gerucht verspreid dat Ping zich zou terugtrekken uit de race ten gunste van een ‘derde’ kandidaat (die er nooit was!) en dat hij zich bij zijn campagne rijkelijk liet financieren door oud-kolonisator Frankrijk in een poging om de groeiende invloed van het Engels op het continent te keren.

De laatste drie AU-commissievoorzitters waren allen afkomstig uit Franstalige landen: Ivoorkust, Mali en Gabon. Daarom alleen al was het hoog tijd om een Engelstalige te kiezen, vond Pretoria. Toch was het opvallend dat drie invloedrijke Engelstalige landen (Nigeria, Kenia en Ethiopië) de kandidatuur van Ping steunden tegen Zuid-Afrika in.

Angola als ‘kingmaker’?

De minister van Buitenlandse Zaken van Botswana, Phandu Skelemani, goot nog wat olie op het vuur door Ping openlijk te beschuldigen van het misbruiken van AU-fondsen voor zijn eigen persoonlijke campagne. Ping zou AU-briefpapier hebben gebruikt …

Het land dat achter de schermen als ‘kingmaker‘ zou hebben gefungeerd, is zoals wel vaker in recent Afrikaans diplomatiek getouwtrek, Angola. Als huidig voorzitter van de SADC heeft het olierijke Angola volop de kaart van Zuid-Afrika getrokken door het landenblok op één lijn te krijgen achter de kandidatuur van Dlamini-Zuma.

Zuid-Afrikaanse krantencommentatoren vragen zich af welke prijs Pretoria heeft betaald aan Luanda om deze functie te vervullen. Angola heeft de vaste ambitie om een regionale rol als ‘politieagent’ te spelen, dat blijkt ook uit grootschalige wapenaankopen. In Congo (DRC), Congo-Brazzaville en heel recent nog in Guinee-Bissau speelden Angolese militairen hun invloed uit. Angola heeft al 174.000 dollar aan SADC geschonken voor de verkiezingscampagne van de AU-voorzitter.

Wie is ‘iron lady’ Dlamini-Zuma?

Nkosazana Dlamini-Zuma is gepokt en gemazeld in de Zuid-Afrikaanse politiek en diplomatie. Ze staat bekend als een harde tante of ‘iron lady‘, maar ook als een goed en efficiënt bestuurder die genadeloos tegen corruptie en machtsmisbruik durft in te gaan. Ze werd geboren op 27 januari 1949 in KwaZulu-Natal en geraakte al snel als studente geneeskunde betrokken in de ANC-strijd tegen het apartheidsregime.

Zoals zovelen van haar generatie verliet ze in de jaren zeventig Zuid-Afrika om de strijd in het buitenland voort te zetten. Vooral aan de universiteiten van Bristol en Liverpool organiseerde zij het verzet. Terwijl ze in een ziekenhuis voor ANC-strijders in Swaziland werkte, ontmoette ze er Jacob Zuma, de huidige Zuid-Afrikaanse president en ANC-leider, met wie ze in 1982 trouwde (als zijn derde echtgenote volgens de Zulu-traditie). Het koppel ging officieel uiteen in 1998.

Dankzij de sporen die ze verdiende in het ANC werd ze minister van Gezondheidszorg in de eerste regering na het einde van de apartheid (1994) onder president Nelson Mandela. Als minister was ze vooral bezorgd om basisgezondheidszorg toegankelijk te maken voor miljoenen Zuid-Afrikanen die daar onder de apartheid geen toegang toe hadden gekregen. Maar ze kwam ook in opspraak toen bleek dat een HIV/aids-geneesmiddel dat ze als minister promootte, totaal niet werkzaam was.

Eerste vrouw op Buitenlandse Zaken en … Binnenlandse Zaken

Onder president Thabo Mbeki werd ze minister van Buitenlandse Zaken, de eerste vrouw ooit op die post. Toentertijd speelde ze een belangrijke rol in de bemiddelingen die leidden tot het vredesakkoord voor de bloedige oorlog in Congo. Ze kreeg echter in eigen land veel kritiek om haar ‘al te stille diplomatie’ tegenover het beleid van de Zimbabwaanse president Robert Mugabe. Als hoofd van de diplomatie leerde ze ook de machtsspelletjes kennen die ze al snel beheerste als geen ander.

Toen haar voormalige echtgenoot Jacob Zuma als ANC-leider aan de kant werd geschoven, koos ze resoluut de kant van zijn uitdager Mbeki. Ze werd zelfs Mbeki’s running mate bij de verkiezingen voor het ANC-leiderschap. Maar toen Zuma het na zijn rehabilitatie tot president schopte, koos hij Dlamini-Zuma als zijn minister van Binnenlandse Zaken.

Een volgens velen vergiftigd geschenk omdat het departement al jaren slecht werd geleid en een grondige ‘uitmesting’ zich opdrong. Een taak die zij met haar jarenlange ervaring en bestuurscapaciteit de voorbije jaren tot een goed einde heeft weten te brengen. Zij het dat ze daardoor ook vele vijanden maakte.

Na 18 jaar onafgebroken ministerschap in postapartheid Zuid-Afrika wacht haar nu op haar 63ste de immense taak om als eerste vrouwelijke voorzitter de Afrikaanse Unie in woelige tijden te gaan leiden en opnieuw eenheid te brengen in een sterk verdeelde organisatie met grote ambitie, maar weinig middelen.  

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!