Ervaring opdoen

Ervaring opdoen

dinsdag 17 juli 2012 10:43

Na een welverdiende laatste lange vakantie en de bijhorende studentenjob beginnen binnenkort 80.000 jongeren aan de zoektocht naar een echte baan. Een deel heeft zijn of haar droomjob al te pakken. Een groep zal na een lange zoektocht en een verstrengde activering eind september beslissen om nog een diploma te behalen. Anderen starten in een tijdelijk/interim contract of een stage met perspectief op ‘vast’.

Een grillig loopbaanbegin is de realiteit. 1 op 3 jongeren start zijn loopbaan met een tijdelijk contract. Deze trend zet zich steeds sterker door. Jongeren geraken ook steeds moeilijker aan het vereiste aantal gewerkte dagen om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering; daardoor kunnen velen de periodes zonder werk financieel niet overbruggen met een werkloosheidsuitkering. In elk geval zal er niet voor iedereen een job zijn op het einde van de zomervakantie. En wie niet snel een vaste baan vindt en tijdelijk werk afwisselt met periodes van werkloosheid, wordt nu geconfronteerd met de afbouw van inschakelingsuitkeringen, een verlenging van de beroepsinschakelingstijd en een verstrengd sanctioneringsbeleid.

Naast een diploma is ‘ervaring’ een terugkerend argument om aan de slag te geraken. Vanuit de verschillende beleidsniveaus worden relancemaatregelen op stapel gezet: van instapstages tot werkervaringsprojecten en tijdelijke/interim contracten. Een positief signaal om maatregelen te nemen naar specifieke doelgroepen. Toch schuilen in deze aanpak een aantal ongewenste effecten op korte en lange termijn.
1. Een sociaal statuutprobleem: de stagiair is geen echte student en geen echte werknemer. En bouwt dus geen sociale rechten op (vakantie, pensioen, werkloosheid,…). En wat met veiligheid en gezondheid op het werk?
2. Een pensioenprobleem: het ACV stelt meer een meer vast dat ‘oudere’ leden aankloppen voor een simulatie van hun pensioen. Vaak blijkt dat deze mensen, door tewerkstelling in nepstatuten, veel minder rechten/gewerkt hebben dan ze denken.
3. Een arbeidsmarktprobleem. Er zijn ons nu al gevallen bekend van verdringing van reguliere arbeidsplaatsen. Vaak gaat het dan nog om arbeidsplaatsen voor midden- en laaggeschoolde schoolverlaters en werkzoekenden – groepen die het al niet gemakkelijk hebben op de arbeidsmarkt – die verdrongen worden door hoogopgeleide stagiairs.                                               4. Een maatschappelijk probleem, dat nauw samenhangt met jeugdwerkloosheid: een stage biedt weinig uitzicht en zekerheid om een toekomst uit te bouwen. Jongeren blijven langer afhankelijk van hun ouders.
 

Er is echt dringend nood aan een grondige analyse van en debat over stagepraktijken allerhande. Op basis hiervan moeten gepaste maatregelen genomen worden om de hierboven geschetste ongewenste effecten zo veel mogelijk uit te sluiten en stages beter te reguleren. Enkele goede uitgangspunten zouden zijn dat stages:
– een meerwaarde zijn om de theorie om te zetten in de praktijk.Stages kunnen geen echte jobs vervangen. De stage is een onderdeel van een opleidingsprogramma of een opleidingstraject op de werkvloer. De opgedane competenties worden steeds gevalideerd.
– een werkgarantie bieden na afloop. Een stage betekent investeren in een toekomstige vaste werknemer, een stagiair is geen goedkope werkkracht. Na een stage heeft de jonge werknemer een basiscompetentie opgebouwd om aan de slag te kunnen.
– in allerhande vormen recht openen op vakantiedagen en werkloosheid en pensioenrechten opbouwen. 
 

Wat vind jij belangrijk in je (toekomstige) job? Vul de ACV Jongeren zomerenquête in en bepaal mee de vakbondsagenda van ACV Jongeren.

Tom Vrijens

Verantwoordelijke jongeren ACV

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!