Verslag, Nieuws, Europa - Patrick Deboosere

Turkse mensenrechtenactivisten blijven in de cel: verslag van Belgische waarnemer

Turkse rechters beslisten dat het gros van de beklaagden in het monsterproces tegen de in het parlement vertegenwoordigde partij BDP achter de tralies moeten blijven. VUB-demograaf Patrick Deboosere volgde de uitspraak als waarnemer.

zaterdag 14 juli 2012 12:33

We staan buiten in de brandende zon voor het gerechtsgebouw van de gevangenis van Silivri. Familieleden en vrienden van de beschuldigden. Mannen en vrouwen van alle leeftijden. Ook wel een paar kinderen. In totaal zijn we met een tweehonderdtal.

Minstens evenveel gendarmes staan in gevechtstenu met helm, wapenstok en schild, opgesteld aan alle zijden van het terrein. Op de achtergrond een ambulance, een brandweerwagen en een waterkanon. Rondomrond, met mitrailleurs bewapende militairen. Men is op alles voorbereid. Of beter: het theater staat klaar. Het gaat hier duidelijk om zeer gevaarlijke mensen. Terroristen.

Geroep, journalisten hollen de trappen af naar de tv-camera’s die zich achter de hekken bevinden. Iemand valt flauw. Zojuist werd de beslissing van de rechters bekend gemaakt. Vrijwel alle beschuldigden blijven achter de tralies. De meesten zitten nu al 9 maanden gevangen. Zestien personen worden vrijgelaten waaronder de bekende sociologe en feministe, professor Busra Esrlin. Ze worden echter niet vrijgesproken. De rechters hebben enkel beslist dat hun aanhouding niet langer gerechtvaardigd is.

Een uitspraak met veel scherpe randen. Het impliceert dat het wel gerechtvaardigd is om alle anderen in de gevangenis te houden. Voor diegenen die werden vrijgelaten blijft de definitieve uitspraak als een zwaard van Damocles boven hun hoofd hangen.

Voor velen was de uitspraak verwacht. Althans wat de essentie betreft: geen vrijspraak. Toch blijft het hard te horen dat een vader, moeder, broer, zus, zoon of dochter opnieuw voor maanden achter de tralies verdwijnt. De rechtbank heeft de volgende zitting vastgelegd van 1 oktober tot 9 oktober 2012.

Voor mij was het meest onthutsende element in dit proces de onvoorstelbare zwakte, om niet te zeggen de volledige leegte, van het dossier tegen de beklaagden. Nochtans is de beschuldiging niet min en riskeren de beschuldigden tot 35 jaar cel. Naarmate dit proces vorderde en de inhoud van de 2400 bladzijden lange beschuldiging (of althans van de een aantal cruciale bladzijden) werden voorgelezen, werd het duidelijk dat dit in essentie een zuiver politiek proces is. Wie hier terecht staat is de legitieme politieke partij BDP en haar leden. Voor de meeste beschuldigden staat in de akte niets meer dan het lidmaatschap of het bijwonen van een vergadering van de BDP of van haar vormingsorganisatie.

Nergens in de gehele akte van in beschuldigingstelling is sprake van enig wapen of springstof. Er is zelfs geen sprake van een publieke uitspraak ten voordele van de PKK-guerilla of van een gewapende opstand. Integendeel: alle documenten van de BDP pleiten voor een vreedzame oplossing voor het conflict in Oost-Turkije. Het proces heeft ook uitdrukkellijk tot doel om Turkse intellectuelen die de zaak van de Koerdische bevolking ter harte nemen te intimideren. De aanhouding van een vooraanstaande intellectuele als sociologieprofessor Busra, op basis van de lessen die ze gaf in het vormingsinstituut, is daar een goede illlustratie van.

Maar heel wat jonge Turkse studenten die minder bekendheid genieten staan hier terecht louter en alleen op basis van hun deelname aan BDP-activiteiten. Dit is overigens ook het geval voor Ayse Berktay die hier terecht staat voor haar activiteiten als feministe, pacifiste en haar principiële verdediging van de rechten van de Koerdische bevolking.

Terecht wees de verdediging op het feit dat de BDP een legale in het parlement vertegenwoordigde partij is en dat indien de partij terecht staat, dit voor het grondwettelijk hof dient te gebeuren.

Minstens even verbazingwekkend was overigens ook de onvoorstelbaren klunzigheid van dit dossier. Tientallen beschuldigden en advocaten kwamen tussen om de ongegrondheid van de concrete feiten aan te tonen. Zo zit een van de beklaagden nu al 9 maanden in de gevangenis op basis van de twee notaboeken van haar echtgenoot. In die notaboeken staat overigens geen enkel strafbaar feit, maar enkel nota’s waaruit kan worden opgemaakt dat de schrijver van de notaboeken lid is van de BDP.

Naast die klunzige “vergissingen” bestaat het bewijsmateriaal tegen alle beschuldigden in feite alleen uit elementen die moeten aantonen dat ze hetzij lid zijn van de BDP of dat ze betrokken zijn als lesgever of als student bij het vormingsinstituut van de BDP. Vandaar de herhaalde vraag van de advocaten: “waarvan beschuldigt u mijn client? Lidmaatschap van de BDP? Maar de BDP is een legale partij?”.

Voor veel beschuldigden blijkt het materiaal te bestaan uit foto’s die moeten bewijzen dat ze een lokaal van de BDP hebben betreden of dat ze een sessie hebben bijgewoond van het vorminginstituut van de BDP. Voor de rest geen enkel strafbaar feit. Meer nog, bij sommigen werd, volgens het dossier, de telefoon gedurende jaren afgeluisterd. Maar op basis van die telefoontaps, opgenomen in het dossier, blijkt dat alle opnames enkel normale gesprekken weergeven.

De zwaarste beschuldigingen blijken te komen van drie getuigen waaronder één getuige waarvan de identiteit werd geheimgehouden. Uit het dossier blijkt echter dat twee van deze getuigen hun getuigenissen hebben afgelegd nadat ze zelf voor andere feiten door de politie werden aangehouden. De verdediging toonde overigens uitgebreid aan dat de verklaringen van deze getuigen grotendeels volkomen onbetrouwbaar waren. De interne contradicties van één van de getuigenissen waren dermate groot dat ze het dossier eerder volledig ondergraven.

De conclusies van verschillende advocaten waren dan ook duidelijk. Dit is een politiek proces. De aantijgingen en de campagne tegen de BDP werden opgevoerd toen bleek dat de BDP een toenemend succes kent in de verkiezingen. De zogenaamde “KCK-operaties” zijn een orgelpunt in de campagne tegen de BDP en meteen ook tegen de Koerdische bevolking, gegeven dat de BDP de belangrijkste partij is die openlijk opkomt voor de rechten van het Koerdische volk.

Tegelijk is dit proces ook een proces van de democratie in Turkije. Het is een expliciet signaal van intimidatie aan het adres van alle intellectuelen die zich uitspreken voor in wezen fundamentele mensenrechten als het recht om in de eigen taal een opleiding te kunnen volgen of berecht te worden. De rechtbank heeft de beklaagden hier overigens ook expliciet verboden zich in het Koerdisch te verdedigen. In België was het recht op verdediging in eigen taal ooit een belangrijke eis van de Vlaamse beweging.

Het is vreemd hoe een elementair recht om voor een rechtbank in de eigen taal te kunnen worden gehoord hier het voorwerp uitmaakt van een intens juridische strijd. Het is duidelijk dat zolang de Koerdische bevolking niet gelijkwaardig wordt behandeld als de andere burgers van de Turkse republiek, de weg naar een democratische staat voor de hele Turkse bevolking is afgesloten.

Verschillende advocaten wezen op het historisch belang van dit proces. Een vrijspraak was juridisch en vanuit het standpunt van de mensenrechten de enige juiste beslissing. Het zou de weg geëffend hebben voor een politieke oplossing waar Turkije absoluut nood aan heeft.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!