Het nieuwste FAO-rapport over de toestand van de wereldwijde visserij schetst een somber beeld (foto: FAO)
Nieuws, Wereld, Economie, Milieu, Duurzame landbouw, Visserij, Aquacultuur, Overbevissing, FAO, WWF, The State of World Fisheries and Aquaculture 2012, Visproductie, Kweekprogramma's -

“87 procent visbestanden op zee volledig of overbevist”, stelt FAO-rapport

BRUSSEL — Wereldwijd wordt 87 procent van de mariene visbestanden volledig of overbevist. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de VN. De situatie is des te gevaarlijker omdat steeds meer mensen van de visproductie afhangen, waarschuwt het Wereldnatuurfonds (WWF).

dinsdag 10 juli 2012 17:10

Van alle visbestanden op zee is nu 57 procent volledig bevist, tegenover 43 procent in 1989. Volledig bevist betekent dat “de vangst zeer dicht bij de maximale duurzame productie zit en geen ruimte biedt voor verdere uitbreiding”, stelt The State of World Fisheries and Aquaculture 2012.

Net geen 30 procent van de mariene visbestanden is overbevist, aldus het FAO-rapport. Daarvoor zijn “strikte beheersplannen nodig om hun volledige en duurzame productiviteit te herstellen.”

Inkomen en voeding

Steeds meer mensen hangen van de visproductie af, zowel voor hun inkomen als voor hun voeding. Ongeveer een tiende van de wereldbevolking (660 tot 820 miljoen mensen) haalt rechtstreeks of onrechtstreeks een inkomen uit de visserij. Ze vangen of kweken vis, of zijn betrokken in een van de vele nevenactiviteiten, gaande van visverwerking en distributie tot ijsproductie en scheepsbouw.

Voor wat voeding betreft, halen nu ongeveer 3 miljard mensen bijna 20 procent van hun dierlijke eiwitten uit vis, 4,3 miljard mensen halen ongeveer 15 procent van hun dierlijke eiwitten uit vis.

Niet vol te houden

De zeevisserij is nog steeds de belangrijkste tak van de visproductie. Dat daar zich nog grote problemen voordoen door overbevissing, baart het Wereldnatuurfonds (WWF) grote zorgen. “Door de groeiende afhankelijkheid van vis moeten regeringen inzien dat de huidige visserijcrisis een zaak is van fundamenteel humanitair belang”, zegt de milieuorganisatie in een reactie op het FAO-rapport.

“Met zo’n afhankelijkheid van vis voor een snel groeiende bevolking kunnen we een situatie waarbij 87 procent van de wereldwijde mariene visbestanden volledig of overbevist zijn eenvoudigweg niet volhouden”, zegt Alfred Schumm van het Smart Fishing Initiative van het WWF.

China’s aandeel in wereldwijde visproductie

De totale visproductie, zowel vangst als kweek (aquacultuur), zowel op zee als op binnenwateren, is de laatste vijftig is dramatisch gestegen, gemiddeld 3,2 procent per jaar, terwijl de wereldbevolking in die periode met 1,7 procent per jaar groeide.

Vorig jaar werd volgens voorlopige cijfers 154 miljoen ton vis gevangen en gekweekt, 6 miljoen ton meer dan het jaar voordien.

Azië neemt twee derde van de visproductie voor zijn rekening, vooral via aquacultuur. “China is verantwoordelijk voor het grootste deel van de stijging van de visconsumptie per inwoner, een gevolg van de substantiële toename van zijn visproductie, vooral uit aquacultuur”, aldus het rapport. “China’s aandeel in de wereldwijde visproductie groeide van 7 procent in 1961 naar 35 procent in 2010.”

Aquacultuur wordt bijna twaalf keer groter

In nauwelijks dertig jaar is de aquacultuur wereldwijd bijna twaalf keer groter geworden, zegt de FAO. Het grootste deel van de wereldwijde visproductie komt nog steeds uit de (mariene) visvangst, maar het aandeel van gekweekte vis, aquacultuur, wordt steeds groter, blijkt uit het jongste FAO-rapport over visserij en aquacultuur.

Bijna 64 miljoen ton

Dat de wereldwijde visproductie fors groeit, iets meer dan 3 procent per jaar sinds de jaren zestig, is dan ook voor een belangrijk deel op rekening van de aquacultuur te schrijven. Die is de laatste dertig jaar bijna twaalf keer groter geworden, met een jaarlijkse groei van bijna 9 procent.

In 2011 bereikte de aquacultuur een recordpeil van bijna 64 miljoen ton gekweekte vis. De hoeveelheid gevangen vis bedroeg toen 90 miljoen ton. Ter vergelijking: in 2000 werd ongeveer evenveel vis gevangen, maar werd maar 32 miljoen ton vis gekweekt, de helft van de aquacultuurproductie vorig jaar.

China en Noorwegen

Het groeiende aandeel van de aquacultuur heeft veel met Azië, en vooral met China te maken. Azië is goed voor bijna 90 procent van alle gekweekte vis, China voor 60 procent.

Zoetwatervissen, vooral karpers, zijn goed voor meer dan de helft (56 procent) van de wereldwijd gekweekte vis. Ze worden gevolgd door weekdieren (24 procent), schaaldieren (10 procent), trekkende vissen (6 procent), vooral zalmachtigen, en mariene vissen (3 procent).

Van sommige soorten wordt nu veel meer gekweekt dan gevangen. Dat geldt bij uitstek voor de Atlantische zalm, waarvan nauwelijks 1 procent nog in het wild wordt gevangen. Net door die kweekzalm is Noorwegen het enige westerse land dat zijn aquacultuur niet ziet stagneren of achteruitgaan.

“Dankzij het kweken van Atlantische zalm in kooien op zee is de aquacultuur er gegroeid van 151.000 ton in 1990 naar meer dan 1 miljoen ton in 2010, met een gemiddelde groei van 12,6 procent in de jaren 1990 en 7,5 procent in de jaren 2000”, zegt het FAO-rapport over het Scandinavische land.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!